Hof van Justitie
C-165/16
(Toufik Lounes t. Secretary of State for the Home Department) Prejudiciële verwijzing – Burgerschap van de Unie – Artikel 21 VWEU – Richtlijn 2004/38/EG – Begunstigden – Dubbele nationaliteit – Burger van de Unie die de nationaliteit van de gastlidstaat heeft verkregen met behoud van zijn oorspronkelijke nationaliteit – Verblijfsrecht, in deze lidstaat, van een staatsburger van een derde staat die familielid van de burger van de Unie is

García Ormazábal is een Spaans staatsburger die in 1996 naar het Verenigd Koninkrijk is gegaan om daar te studeren. Sindsdien verblijft zij in het Verenigd Koninkrijk en sinds 2004 werkt ze er voltijds. In 2009 heeft García Ormazábal de Britse nationaliteit verworven, met behoud van de Spaanse nationaliteit. Toufik Lounes is een Algerijns staatsburger die in 2010 legaal het Verenigd Koninkrijk is binnengekomen. Na het aflopen van zijn bezoekersvisum is hij echter gebleven en verblijft hij illegaal in het land. In 2013 beginnen García Ormazábal en Toufik Lounes een relatie waarna ze in 2014 trouwen. Aangezien García Ormazábal een EU-burger is, trachten ze na het sluiten van hun huwelijk voor Lounes de status van partner van een EU-burger te verkrijgen, omdat hij dan een verblijfsrecht aan Richtlijn 2004/38[1] kan ontlenen. Overeenkomstig artikel 3, lid 1 Richtlijn 2004/38 is deze richtlijn echter alleen van toepassing op EU-burgers die zich begeven naar of verblijven in een andere lidstaat dan de lidstaat waarvan ze de nationaliteit bezitten. Weliswaar verbleef García Ormazábal voor haar naturalisatie inderdaad in een lidstaat waarvan ze de nationaliteit niet had, maar na haar naturalisatie heeft ze wél de nationaliteit van de lidstaat waar ze verblijft, zodat ze naar de letter van de wet buiten de werkingssfeer van de richtlijn valt. Volgens de Britse implementatiewetgeving voor Richtlijn 2004/38 kunnen zij en haar echtgenoot daarom geen rechten aan de richtlijn ontlenen. De rechtvaardiging voor deze uitsluiting vindt het Verenigd Koninkrijk in het arrest Shirley McCarthy (HvJ 5 mei 2011, C-434/09, EU:C:2011:277). In die zaak oordeelde het Hof dat een EU burger met twee nationaliteiten die zich in een lidstaat van één van die twee nationaliteiten bevond, niet als begunstigde van Richtlijn 2004/38 aangemerkt kon worden.

 

Het Hof van Justitie oordeelt dat de Britse autoriteiten terecht hebben geconcludeerd dat García Ormazábal en Toufik Lounes uitgesloten zijn van de personele reikwijdte van Richtlijn 2004/38. In overeenstemming met eerdere jurisprudentie (o.a. HvJ 12 maart 2014, C-456/12, EU:C:2014:135 (O. en B.); HVJ EU C-133/15, ECLI:EU:C:2017:354 (Chavez-Vilchez) e.a.) toetst het Hof na uitsluiting van een beroep op Richtlijn 2004/38 echter ook of Ormazábal en Lounes rechtstreeks rechten aan artikel 21 VWEU kunnen ontlenen. Voor die toetsing neemt het Hof in acht dat García Ormazábal – anders dan McCarthy – wel van het vrij personenverkeer gebruik heeft gemaakt. Die omstandigheid zorgt ervoor dat zij aanspraak kan maken op artikel 21 VWEU, waarin het recht op vrij verkeer van personen gewaarborgd is. Het recht om een familieleven op te bouwen en te bestendigen is hierin verdisconteerd. Ormazábal blijft begunstigde van deze bepaling, ook nadat zij genaturaliseerd is, en op basis daarvan komt Toufik Lounes een verblijfsrecht toe. Zo een conclusie volgt bovendien uit de overweging dat het vrij verkeer bedoeld is om de integratie van EU-burgers te vergemakkelijken. Naturalisatie is een vergaande vorm van integratie. De doelstelling om die integratie te vergemakkelijken verzet zich daarom tegen de conclusie dat naturalisatie leidt tot een reductie van de rechten die een EU-burger aan de verdragen kan ontlenen. Toufik Lounes kan daarom ook na de naturalisatie van García Ormazábal aanspraak maken op een afgeleid verblijfsrecht in het Verenigd Koninkrijk op basis van artikel 21 VWEU.




[1] Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG, PB.L. 2004, afl. 158, blz. 77-123.