1. RvS bevestigt: 9ter-bescherming ruimer dan ‘direct levensbedreigende’ ziektes
  2. Bewoners met ontvankelijke 9ter-aanvraag hoeven opvang niet te verlaten
  3. Toewijzing open terugkeercentrum Holsbeek moet aangepast zijn aan medische noden gezin
  4. Vragen & antwoorden uit Kamer en Senaat

 

1. RvS bevestigt: 9ter-bescherming ruimer dan ‘direct levensbedreigende’ ziektes

De Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) mag de medische regularisatie (artikel 9ter Verblijfswet) niet beperken tot 'direct levensbedreigende ziektes' of een 'kritieke' gezondheidstoestand’. Dat zegt de Raad van State (RvS) in arrest nr. 223.961. 

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens hanteert een hoge drempel voor toepassing van artikel 3 EVRM in medische zaken. De Raad vindt een verwijzing naar die drempel absoluut niet bruikbaar voor artikel 9ter Vw. Artikel 3 EVRM is slechts een minimumnorm en verbiedt geen ruimere bescherming in de nationale wetgeving (met name in artikel 9ter Vw).

De DVZ moet volgens hetzelfde RvS-arrest ook beide mogelijkheden voor toepassing van artikel 9ter Vw. onderzoeken:
• “een reëel risico voor het leven of de fysieke integriteit”
• “een reëel risico op een onmenselijke of vernederende behandeling wanneer er geen adequate behandeling mogelijk is in het herkomstland of land van wettig verblijf”.
De ene mogelijkheid is niet afhankelijk van de andere. Artikel 9ter Vw betreft verschillende mogelijkheden, die naast elkaar geplaatst zijn. De ene mogelijkheid (risico voor het leven of de fysieke integriteit) is niet afhankelijk van de andere mogelijkheid (risico op onmenselijke behandeling wanneer er geen adequate behandeling is in het land van herkomst), of andersom. DVZ moet beide onderzoeken.

 

Met dit arrest bevestigt de Raad van State wat ondertussen ook vaste rechtspraak van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen geworden is.

De Dienst Vreemdelingenzaken deelt mee dat hij sinds midden februari 2013 zijn praktijk heeft aangepast. Voortaan zou de DVZ alle aspecten van artikel 9ter onderzoeken en motiveren.

 

Arrest nr. 223.961 van de Raad van State

De chronologie:

  • 18 april 2012: de DVZ verklaart een 9ter-aanvraag onontvankelijk alleen omdat de ziekte geen directe bedreiging voor het leven vormt en omdat de gezondheidstoestand niet kritiek is. De DVZ onderzoekt daarbij niet of die aandoeningen een reëel risico op een onmenselijke of vernederende behandeling door een gebrek aan adequate behandeling in het land van herkomst inhouden.
  • 22 augustus 2012: de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen laat de onontvankelijkverklaring in deze zaak toe
  • 19 juni 2013: de Raad van State vernietigt de beslissing van de RvV omdat ze in strijd is met artikel 9ter. Artikel 3 EVRM inroepen omdat het EVRM een hogere norm is dan de Verblijfswet en omdat het EVRM minder bescherming voorziet dan artikel 9ter houdt geen steek.

De Raad van State noemt de tekst van de wet duidelijk. Ze kan niet beperkter geïnterpreteerd worden door iets wat in de memorie van toelichting staat. Daarin is sprake van de 'verwijdering' (uitwijzing of repatriëring) van vreemdelingen. Die vermeldingen zijn niet relevant voor beslissingen over een aanvraag om machtiging tot verblijf. Een aanvraag voor een machtiging tot verblijf om medische redenen (artikel 9ter Vw) is immers een ander soort maatregel dan artikel 3 EVRM.

Artikel 3 EVRM is inderdaad een hogere norm dan de Verblijfswet. Het zou echter kunnen dat artikel 3 EVRM een lagere vorm van bescherming voorziet dan artikel 9ter Verblijfswet. Toch moet artikel 9ter zoals hierboven vermeld worden toegepast. Het EVRM bevat immers minimumnormen die bijvoorbeeld gelden zonder 9ter of bij repatriëring. Een verdragspartij mag dan natuurlijk wel een ruimere bescherming voorzien in zijn interne wetgeving. Alleen minder bescherming kan niet.

Praktijk van DVZ aangepast sinds midden februari 2013

Sinds half februari 2013 zou de Dienst Vreemdelingenzaken zijn medische advisering en zijn motivering van 9ter-weigeringen aangepast hebben. Dat zei de DVZ in een overleg met Kruispunt M-I.

  • Vanaf het voorjaar 2012 tot half februari 2013 weigerde DVZ medische regularisatie-aanvragen als de ziekte volgens het advies van de DVZ-arts "niet direct levensbedreigend is gezien de kritieke gezondheidstoestand of het zeer vergevorderd stadium van de ziekte".
    Sinds november 2012 veroordeelt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen dergelijke beslissingen systematisch, omdat de norm van artikel 9ter Verblijfswet ruimer is en omdat DVZ ook de rechtspraak van het EHRM (die niet bepalend is voor 9ter) te beperkt interpreteert.
  • Sinds half februari 2013 heeft DVZ zijn praktijk aangepast aan de vaste RvV-rechtspraak. Voortaan adviseert de DVZ-arts en motiveert de DVZ-beslissing over alle aspecten van de 9ter-norm: "een reëel risico voor het leven of de fysieke integriteit of op een onmenselijke of vernederende behandeling wanneer er geen adequate behandeling is in het land van herkomst".
  • Beslissingen van vóór februari 2013 worden ondertussen nog steeds vernietigd door de RvV; in dat geval moet de DVZ-arts een nieuw medisch advies geven zodat DVZ een nieuwe beslissing kan nemen.
     >> Lees meer over DVZ-beslissingen van vóór half februari 2013 en RvV-rechtspraak daarover in de Nieuwsbrief Vreemdelingenrecht en IPR van 26-02-2013.

Bronnen

  • Raad van State 19 juni 2013, nr. 223.961
  • Overlegvergadering 7 juni 2013 van DVZ met Kruispunt M-I, Ciré, Médecins du Monde en Orde van Vlaamse Balies

Bericht van Kruispunt Migratie-Integratie vzw

 

2. Bewoners met ontvankelijke 9ter-aanvraag hoeven opvang niet te verlaten

Wie in een opvangstructuur woont, en een ontvankelijke aanvraag medische regularisatie (artikel 9ter Verblijfswet) heeft, is niet verplicht om de opvang te verlaten. Dat staat in een e-mail van Fedasil naar de opvangpartners.
De bewoners kunnen in de materiële opvang blijven tijdens het gegrondheidsonderzoek van hun 9ter-aanvraag,  zolang hun asielprocedure nog lopende is of ze geen uitwijzingsbevel gekregen hebben.

Ze mogen wel de materiële opvang verlaten en bij behoeftigheid financiële steun vragen van het OCMW. Voor die overstap moet een gemotiveerde aanvraag tot opheffing van de code 207 gefaxt worden naar de dispatching van Fedasil op fax 02-203.60.04.

Fedasil respecteert met deze wijziging van de praktijk de Opvangwet. Daarin staat dat de materiële opvang eindigt als er een machtiging tot verblijf van meer dan drie maanden wordt toegekend. Bij een ontvankelijke 9ter-aanvraag wordt er geen ‘verblijfsmachtiging’ toegekend, wel een ‘toelating tot verblijf voor de verdere duur van de 9ter procedure'.

De e-mail van Fedasil wijzigt de informatie van de Instructie 13/07/2012 einde en verlenging opvang en overgang naar financiële steun, en van de FAQ van maart 2013: einde materiële hulp. Daarin stond nog dat de bewoner binnen de twee maanden vanaf de betekening van de 9ter-beslissing de materiële opvang moest verlaten.
 
Bron: E-mail van 27 april 2013 van Fedasil aan de opvangpartners
 
Bericht van Kruispunt Migratie-Integratie vzw 

 

3. Toewijzing open terugkeercentrum Holsbeek moet aangepast zijn aan medische noden gezin

 

Fedasil wijst onwettig verblijvende gezinnen met minderjarige kinderen soms voor materiële opvang toe aan het open terugkeercentrum in Holsbeek. Fedasil moet erop toezien dat die toewijzing is aangepast aan de noden van het gezin.
Het moet onder meer rekening houden met de gezondheidstoestand en de kennis van de landstalen van de betrokken personen. Zo oordeelde de arbeidsrechtbank van Brussel in haar vonnis van 11 juni 2013.

Feiten

Een voormalige Tsjetsjeense asielzoekster en haar vier kinderen dienden een medische regularisatieaanvraag in op basis van de gezondheidsproblemen van een van de kinderen. Deze aanvraag werd ontvankelijk maar ongegrond verklaard wegens gebrek aan recente medische attesten.
Het OCMW van Brussel stopte daarop de uitkering van equivalent leefloon wegens onwettig verblijf. Het gezin vroeg opnieuw financiële steun aan en in ondergeschikte orde materiële hulp, maar het OCMW wees dit af. In plaats daarvan verwees het dit gezin door naar Fedasil voor materiële hulp.
Intussen diende de vrouw een nieuwe medische regularisatieaanvraag in op basis van recente medische attesten.
Fedasil wees het gezin voor materiële hulp toe aan het open terugkeercentrum in Holsbeek.
Hun advocaat argumenteerde dat het onmogelijk is voor het gezin om te verhuizen naar Holsbeek. Een van de kinderen krijgt immers gespecialiseerde medische zorg in een medisch centrum in Brussel. Bovendien lopen de kinderen er school in het Frans.
Fedasil hield met deze argumenten echter geen rekening.

Arbeidsrechtbank in kortgeding

De arbeidsrechter in kortgeding oordeelde dat de toewijzing aan het open terugkeercentrum in Holsbeek een risico inhield op ernstige schade. De kinderen zouden immers hun schooljaar niet kunnen afmaken, en het zieke kind kan niet langer de vereiste gespecialiseerde medische zorg krijgen. Volgens de arbeidsrechter was het moeilijk voor te stellen dat Fedasil zou instaan voor (dagelijks) transport naar de school en het gespecialiseerde medisch centrum in Brussel. Verder oordeelde de arbeidsrechter dat Fedasil manifest het belang van de kinderen had geschaad wat de genomen beslissing onwettig maakt.
Fedasil werd, op straffe van een dwangsom, veroordeeld om materiële opvang aan te bieden in een opvangcentrum in Brussel (Klein Kasteeltje).

 

Situering

 

  • Sinds midden mei 2013 worden onwettig verblijvende gezinnen met minderjarige kinderen opgevangen in het open terugkeercentrum in Holsbeek voor de duur van hun uitwijzingsbevel (30 dagen). Gezinnen die op het einde van deze termijn nog niet zijn teruggekeerd of zich niet hebben ingeschreven voor vrijwillige terugkeer, worden door de Dienst Vreemdelingenzaken overgeplaatst naar een terugkeerwoning voor gedwongen terugkeer.
  • In de nieuwsbrief Vreemdelingenrecht en IPR van 23 mei 2013 berichtten we al over deze gewijzigde opvangpraktijk. Ze is gebaseerd op een niet publiek gemaakt akkoord tussen de DVZ en Fedasil, en wijkt af van de Opvangwet. De regelgeving voorziet immers in opvang gedurende drie maanden in een open terugkeercentrum van Fedasil, waarbij naast de terugkeerpiste ook eventuele verblijfsmogelijkheden worden onderzocht.
    De legaliteit van de gewijzigde opvangpraktijk kan in twijfel getrokken worden.

 

Bron: Arbeidsrechtbank Brussel (kortgeding) 11 juni 2013 

 

Bericht van Kruispunt Migratie-Integratie vzw   

 

 

4. Vragen & antwoorden uit Kamer en Senaat