7 mei 2018

In een vonnis van 5 maart 2018 annuleert de rechtbank van eerste aanleg te Luik een administratieve geldboete van 200 euro, opgelegd aan een Guinese vrouw die tijdens haar verblijf in België zonder paspoort of identiteitskaart, gezinshereniging vroeg als moeder van een Belgisch kind. De rechter verwijt Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) dat zij de vrouw niet gehoord heeft over de oorzaak van de inbreuk. Daarenboven oordeelt de rechtbank dat het opportuniteitsbeginsel moet nageleefd worden.

Feiten en achtergrond

Een Guinese vrouw, moeder van een Belgisch kind, dient op 24 oktober 2016 bij de gemeente Huy een aanvraag gezinshereniging in als ouder van een Belgisch kind. Op dat ogenblik beschikt zij niet over een geldige verblijfstitel. Op 7 april 2017 legt de DVZ aan de Guinese vrouw een administratieve geldboete op met het motief dat zij een aanvraag gezinshereniging heeft ingediend als moeder van een Belgisch kind zonder in het bezit te zijn van een paspoort met geldig visum voor België.

Sinds de inwerkingtreding van de Omzendbrief van 16 juni 2016 inzake de toepassing van de administratieve geldboetes kan de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) administratieve geldboetes opleggen bij niet-naleving van bepaalde verplichtingen uit de Verblijfswet (Vw).

Zo kan volgens de omzendbrief DVZ onder meer een administratieve geldboete van 200 euro opleggen wanneer:

“een Unieburger of zijn familielid zich aanmeldt bij de gemeente waar hij verblijft om er een verklaring van inschrijving aan te vragen (“bijlage 19”), respectievelijk een verblijfskaart van een familielid van een burger van de Unie (“bijlage 19ter”), zonder in het bezit te zijn van een geldige of verstreken identiteitskaart of nationaal paspoort.”

Mevrouw tekent beroep aan tegen deze administratieve geldboete en vraagt de annulatie van deze administratieve geldboete.

Motivering Rechtbank eerste aanleg te Luik

De rechtbank stelt in eerste instantie dat het opleggen van een administratieve geldboete een zware maatregel is en dat de overheden om die reden gehouden zijn het beginsel “audi alteram partem” te respecteren (het recht op tegenspraak). Dit betekent dat de DVZ het hoorrecht moet respecteren ingeval van administratieve geldboete.

Daarenboven oordeelt de rechtbank dat dit hoorrecht ook impliceert dat de administratieve overheid, volgens de wet, over een mogelijkheid beschikt om dergelijke sanctie op te leggen maar dat dit geen verplichting inhoudt. De rechtbank stelt vast dat de Guinese vrouw, alvorens de sanctie werd opgelegd:

  • noch werd uitgenodigd om gehoord te worden over de oorzaak van de inbreuk
  • noch gehoord werd over de gevolgen van dergelijke sanctie, gelet op haar concrete situatie

Om die reden oordeelt de rechtbank dat het verzoek tot annulatie van de administratieve geldboete gegrond is.