12 december 2017

De Brusselse rechtbank van eerste aanleg beveelt in een vonnis van 30 juni 2017 een medische expertise voor een Guinese HIV-patiënt wiens beroepsprocedure tegen een 9ter-weigering hangende is. De medisch expert moet zich uitspreken over de concrete beschikbaarheid en toegankelijkheid van de behandeling voor verzoeker en de mogelijke psychologische schade die de verschillende 9ter-beslissingen bij verzoeker teweeg brachten. De Belgische Staat tekende beroep aan tegen het vonnis.

De voorafgaande procedures

De Guinese verzoeker, HIV-patiënt, diende verschillende verblijfsaanvragen in in België. In april 2009 diende hij een eerste aanvraag in om machtiging tot verblijf om medische redenen (9ter-aanvraag). De Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) verklaarde de aanvraag ontvankelijk, maar later ongegrond in september 2011. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) vernietigde de ongegrondheidsbeslissing van DVZ in februari 2012.

Tijdens de beroepsprocedure tegen de ongegrondheidsbeslissing van DVZ, diende verzoeker een tweede 9ter-aanvraag in, in november 2011.

In september 2012 neemt DVZ een tweede ongegrondheidsbeslissing, ten gevolge van het vernietigingsarrest van de RvV met betrekking tot de eerste 9ter-aanvraag en de tweede 9ter-aanvraag. De RvV vernietigt in juni 2013 ook deze tweede ongegrondheidsbeslissing.

In augustus 2013 neemt DVZ een derde ongegrondheidsbeslissing, waartegen verzoeker beroep instelt bij de RvV. In december 2015 trekt DVZ haar derde ongegrondheidsbeslissing zelf in. Ten gevolge van deze intrekkingsbeslissing verwerpt de RvV het beroep tegen de ondertussen ingetrokken derde ongegrondheidsbeslissing, bij gebrek aan voorwerp.

In december 2012 dient verzoeker een derde 9ter-aanvraag in. DVZ verwerpt deze derde aanvraag in mei 2013 en levert een bevel om het grondgebied te verlaten (BGV) af aan verzoeker. Verzoeker dient beroep in bij de RvV tegen deze beslissingen. DVZ trekt in oktober 2013 het BGV in.

In oktober 2013 dient verzoeker een vierde 9ter-aanvraag in. DVZ verwerpt deze vierde aanvraag in mei 2014 en levert opnieuw een BGV af. Verzoeker dient beroep in bij de RvV tegen deze beslissingen. In december 2015 trekt DVZ de weigeringsbeslissing met betrekking tot de vierde aanvraag in, evenals het BGV. Ten gevolge hiervan verklaart de RvV het eerder ingestelde beroep tegen deze ingetrokken beslissingen zonder voorwerp.

In maart 2016 neemt DVZ een nieuwe weigeringsbeslissing met BGV. Het beroep tegen deze beslissingen is hangende bij de RvV.

De procedure bij de Rechtbank van eerste aanleg

De verzoeker vraagt de Rechtbank van eerste aanleg om:

1) de Belgische Staat te veroordelen tot een betaling van een schadevergoeding op grond van volgende elementen:

  • fout in de behandeling van de 9ter-aanvragen
  • geen enkele stap werd ondernomen om de medische problematiek die de behandelende arts uiteenzette, te verifiëren
  • de DVZ-arts onderzocht slechts op abstracte wijze de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de zorgen, zonder de patiënt te onderzoeken, in strijd met de medische deontologie
  • het recht op een effectief rechtsmiddel werd verzoeker ontzegd

2) een medisch expert aan te stellen, meer bepaald een HIV-specialist, om zijn advies te geven over:

  • de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de medische zorgen in het herkomstland van verzoeker
  • het risico dat verzoeker loopt indien hij geen toegang zou hebben tot de medische zorgen
  • de psychologische schade veroorzaakt bij verzoeker ten gevolge van de verschillende 9ter-weigeringen en de gevolgen ervan voor het volgen van de voorgeschreven behandeling.

De rechtbank aanvaardt het argument van de Belgische Staat niet dat de DVZ-arts niet gebonden zou zijn door de medische deontologie. De rechter verwijst hiervoor naar de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof, het rapport van de Federale Ombudsman over de 9ter-procedure en het advies van het Belgisch Comité voor Bio-Ethiek. Verder wijst de rechter er op dat de DVZ-arts, in strijd met de medische deontologie, het niet nodig vond met de behandelende arts te overleggen of een onafhankelijke expert te raadplegen ondanks de tegenstrijdige adviezen van de behandelende arts en de DVZ-arts. Hierdoor begaat DVZ een fout.

De rechter besluit een medisch expert aan te stellen, gespecialiseerd in HIV/aids, om zijn advies te geven over:

  • de concrete beschikbaarheid en toegankelijkheid van de medische zorgen voor de verzoeker in zijn herkomstland
  • het risico op korte en middellange termijn voor verzoeker in geval hij de medische zorgen niet krijgt
  • de psychologische schade veroorzaakt bij verzoeker ten gevolge van de verschillende 9ter-weigeringen en de gevolgen ervan voor het volgen van de voorgeschreven behandeling. Dit door zich eventueel te laten bijstaan door een andere medisch expert.

De Belgische Staat tekende beroep aan tegen het vonnis.

Medische expertise en beroepsprocedure RvV

In 9ter-procedures komt het vaak voor dat de behandelende arts en de DVZ-arts tegenstrijdige medische adviezen geven.

Volgens artikel 9ter van de Verblijfswet (Vw) is de DVZ-arts niet verplicht om de patiënt te onderzoeken, noch om een medische expertise in te winnen bij een onafhankelijk expert, noch om contact op te nemen met de behandelende arts. Deze verplichting is wel voorzien in:

  • de medische deontologie, waaronder ook de DVZ-arts valt, zoals terug te vinden in de adviezen van de Orde der Artsen,
  • de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof,
  • het rapport van de Federale Ombudsman over de 9ter-procedure,
  • het advies van het Belgisch Comité voor Bio-Ethiek.

Toch vindt de toepassing van de medische deontologie moeilijk zijn weg naar de rechtspraak van de RvV via de motiveringsplicht van bestuurshandelingen. Bovendien heeft de RvV in het kader van de annulatieprocedure niet de bevoegdheid om een medisch expert aan te stellen of verdere onderzoeksmaatregelen te bevelen.

De Rechtbank van eerste aanleg lijkt aan deze lacune tegemoet te komen. De impact van de medische expertise op het hangende 9ter-beroep bij de RvV is op dit moment nog onduidelijk.