22 januari 2019

Sinds 1 januari 2019 is de bevoegdheid inzake gezinsbijslag geregionaliseerd. Dit betekent dat Vlaanderen, Brussel, Wallonië en de Duitstalige gemeenschap elk een eigen gezinsbijslagregeling hebben. De woonplaats van het rechtgevend kind bepaalt onder welk systeem het kind valt.

De nieuwe gezinsbijslagregeling in Vlaanderen, Wallonië en de Duitstalige gemeenschap trad op 1 januari 2019 in werking. In Brussel blijft de bestaande (gewone en gewaarborgde) federale gezinsbijslag nog gelden tot 1 januari 2020. Pas dan oefent Brussel haar eigen bevoegdheid inzake gezinsbijslag uit.

In wat volgt bespreken we de Vlaamse gezinsbijslag. Onderaan vind je links naar meer info over de gezinsbijslag in Vlaanderen, in Brussel, in Wallonië, en in de Duitstalige gemeenschap.

Groeipakket

De Vlaamse gezinsbijslag kreeg als titel ‘groeipakket’. Het groeipakket kent een aantal belangrijke verschillen met de vroegere regeling rond gezinsbijslag:

  • Het groeipakket heft het onderscheid tussen ‘gewone’ en ‘gewaarborgde’ gezinsbijslag op.  
  • Het groeipakket is niet langer gekoppeld aan de professionele situatie van de ouders.
  • Elk kind is gelijk: de rangorde in het gezin speelt niet langer een rol en leeftijdsbijslagen verdwijnen.
  • Niet de begunstigde maar het rechtgevend kind moet aan bepaalde verblijfsvoorwaarden voldoen.
  • De begunstigde heeft de vrije keuze van uitbetalingsactor.

Het groeipakket trad op 1 januari 2019 in werking. Voor bepaalde kinderen gelden er overgangsmaatregelen, lees hier meer.

Wat?

Het groeipakket bestaat uit het maandelijks basisbedrag, het startbedrag dat bij geboorte toegekend wordt, en verschillende zorg- en sociale toeslagen. Je vindt hier meer informatie.

Verblijfsvoorwaarden

Het rechtgevend kind moet voldoen aan verblijfsvoorwaarden om het recht op het groeipakket te openen. Er zijn niet langer verblijfsvoorwaarden voor de begunstigde.

Het rechtgevend kind moet voldoen aan één van de volgende verblijfsvoorwaarden:

  • de Belgische nationaliteit hebben, of
  • toegelaten of gemachtigd zijn om meer dan drie maanden in België te verblijven.

Als het rechtgevend kind géén verblijfsrecht heeft voor meer dan drie maanden, heeft hij/zij toch recht op gezinsbijslag wanneer hij/zij deel uitmaakt van een gezin waartoe een persoon behoort die voldoet aan de verblijfsvoorwaarden.

Als het rechtgevend kind en de gezinsleden géén verblijfsrecht hebben voor meer dan drie maanden, is er toch recht op gezinsbijslag wanneer het kind een niet-inwonende ouder heeft met verblijfsrecht. Dit geldt op voorwaarde dat het rechtgevend kind in België geboren is en de afstamming ten opzichte van die ouder vaststond op het moment van de geboorte.

Zelfs met een verblijfsrecht van meer dan drie maanden, sluit de wet bepaalde kinderen uit van de gezinsbijslag. Dit zijn de kinderen die gemachtigd zijn in België te verblijven:

  • om er te studeren
  • om een beroepsopleiding te volgen
  • om er vrijwilligerswerk te doen
  • om er als au-pair jongere te werken

Hun kinderen hebben wel recht op gezinsbijslag als zij voldoen aan de verblijfs- en woonplaatsvoorwaarde.

Klik hier voor meer informatie over de verblijfsvoorwaarden.

Woonplaatsvoorwaarde

Het rechtgevend kind moet in Vlaanderen wonen om het recht te openen op het groeipakket.

Enkel een inschrijving in het bevolkingsregister of vreemdelingenregister volstaat om aan die voorwaarde te voldoen. Ook een inschrijving met referentieadres volstaat. Een inschrijving in het wachtregister wordt niet aanvaard. Als het rechtgevend kind geen inschrijving heeft in de bevolkingsregisters, is het mogelijk een feitelijke verblijfplaats aan te tonen.

De woonplaatsvoorwaarde geldt niet voor:

  • de schooltoeslag
  • de kinderopvangtoeslag
  • de kleutertoeslag.

Deze toeslagen vereisen dat het rechtgevend kind opgevangen wordt in een door de Vlaamse Gemeenschap vergunde kinderopvang, of de leerling is ingeschreven in een door de Vlaamse gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling.

Klik hier voor meer informatie over de woonplaatsvoorwaarde.

Begin en einde van het groeipakket

Het rechtgevend kind opent het recht op het groeipakket vanaf de beslissing tot toekenning van het verblijfsrecht van meer dan 3 maand.

Twee categorieën vreemdelingen ontvangen retroactief gezinsbijslag:

  • na de erkenning als vluchteling krijg het rechtgevend kind retroactief gezinsbijslag vanaf de datum van het verzoek om internationale bescherming
  • Unieburgers, onderdanen van Noorwegen, Ijsland, Liechtenstein en Zwitserland of hun derdelands-kinderen krijgen bij toekenning van het verblijfsrecht van meer dan drie maand retroactief gezinsbijslag vanaf de aanvraag van de verklaring van inschrijving. Dit is de datum van de bijlage 19 of bijlage 19ter.

Tot 18 jaar geldt er een onvoorwaardelijk recht op gezinsbijslag. Voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte is dit tot 21 jaar. Leerlingen, studenten, stagairs en schoolverlaters kunnen het recht op gezinsbijslag behouden tot 25 jaar, op voorwaarde dat zij niet (teveel) werken. Lees hier meer.