4 april 2014

In een brief van 20 maart 2014 aan Kruispunt M-I verduidelijkte de Dienst Vreemdelingenzaken zijn praktijk bij aanvragen gezinshereniging of humanitaire regularisatie na een inreisverbod. Onderstaand bericht licht dat toe.

Actualisering 28-04-2015: Het bleek voordien en nadien echter dat DVZ de hier toegelichte praktijk niet altijd toepaste. Eind 2014 nam de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen een principearrest over gezinshereniging met een Unieburger. In 2015 bevestigde de RvV die rechtspraak ook voor gezinshereniging met een Belg.

We roepen op om evoluties in de praktijk en rechtspraak te melden.

De DVZ praktijk zoals toegelicht in maart 2014

Een derdelander die gezinshereniging wil aanvragen met zijn EU- of Belgisch familielid (artikel 40bis of 40ter Vw) heeft twee mogelijke aanvraagprocedures:

  • Hij kan zijn aanvraag tot gezinshereniging indienen via de Belgische ambassade in het herkomstland, of vanuit België. De visumaanvraag kan alleen geweigerd worden om redenen van openbare orde. De DVZ gaat in dat geval na of de derdelander die een inreisverbod opgelegd kreeg een ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving.
  • Als de aanvraag tot gezinshereniging wordt ingediend in België en de verzoeker voldoet aan de voorwaarden van de gezinshereniging, beschouwt de DVZ die aanvraag als een impliciete aanvraag tot opheffing van het inreisverbod. Een aparte aanvraag tot opheffing is dan niet nodig. Als niet voldaan is aan de gezinsherenigingsvoorwaarden blijft het inreisverbod behouden en moet de betrokkene het land verlaten.

Een derdelander die gezinshereniging wil aanvragen met zijn derdelands familielid (artikel 10 of 10bis Vw) heeft minder vrijheid in de aanvraagprocedure:

  • Hij moet in principe een visum aanvragen op de Belgische ambassade. Enkel in geval van buitengewone omstandigheden kan de aanvraag vanuit België gebeuren. Als de verzoeker in het verleden een inreisverbod opgelegd kreeg, moet hij ter gelegenheid van de visumaanvraag ook de opheffing van zijn inreisverbod aanvragen. DVZ heft het inreisverbod al dan niet op, om humanitaire redenen en na een evenredigheidsonderzoek.
  • DVZ gaat niet in op de uitzonderingsprocedure in België. DVZ stelt dat de betrokkene naar het herkomstland moet terugkeren om daar de opheffing van het inreisverbod en een visum aan te vragen.

De humanitaire regularisatieprocedure (artikel 9bis Vw) is ook een uitzonderingsprocedure in België:

  • DVZ stelt dat een derdelander die een inreisverbod kreeg opgelegd en een humanitaire regularisatie wil aanvragen, voorafgaandelijk de opheffing of opschorting van dit inreisverbod moet aanvragen en bekomen via de Belgische ambassade. Een regularisatieaanvraag die in België wordt ingediend door een persoon met een niet-opgeheven of opgeschort inreisverbod wordt door de DVZ niet in overweging genomen. DVZ verwijst hiervoor naar artikel 74/12, §4 Vw.

Commentaar en blijvende vragen van Kruispunt M-I

  • Het is niet duidelijk of en waarom DVZ de aanvraag voor een visum gezinshereniging artikel 10 of 10bis niet als een impliciete aanvraag tot opheffing van het inreisverbod ziet. DVZ doet dat immers wel bij een aanvraag 40bis of 40ter in België.
  • Wat is de wettelijke basis om een 9bis aanvraag niet in overweging te nemen omwille van een lopend inreisverbod? DVZ verwijst naar artikel 74/12, §4 Vw. Maar dat artikel zegt alleen dat een derdelander geen recht op toegang of verblijf heeft tijdens een onderzoek tot opheffing of opschorting van een inreisverbod. Artikel 9bis kan aangevraagd worden ook vanuit een onwettig verblijf; artikel 74/12, §4 is dus geen wettelijk beletsel voor een aanvraag artikel 9bis. De niet-inoverwegingneming van een 9bis aanvraag roept ook vragen op in de zin dat een aanvraag gezinshereniging artikel 40bis of 40ter in België wel in overweging wordt genomen.

Rechtspraak

Er is ondertussen nieuwe rechtspraak over de praktijk van DVZ met betrekking tot verblijfsaanvragen na een inreisverbod. Verschillende arresten van de RvV vernietigen beslissingen waarin DVZ de hierboven toegelichte praktijk niet toepaste. 

  • RvV arrest nr. 135.627 van 19-12-2014 (40bis-verblijfsaanvraag van een wettelijk samenwonende partner en de kinderen van de partner van een Unieburger, Nederlandstalig kamer met drie rechters).
  • RvV arrest nr. 139.567 van 26-02-2015 (40ter-verblijfsaanvraag van familie van een Belg, Nederlandstalige kamer).
  • RvV arrest nr. 142.682 van 02-04-2015 (40ter-verblijfsaanvraag van familie van een Belg, Franstalige kamer)
  • Lees hierover ons nieuwsbericht van 28-04-2015.

Evoluties in de praktijk en rechtspraak kunnen gemeld worden aan de juridische helpdesk van Kruispunt M-I.