7 juni 2018

Het Arbeidshof van Brussel stelt in een arrest van 22 maart 2018 drie prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie (HvJ) over de interpretatie van de Opvangrichtlijn (Richtlijn 2013/33/EU) omtrent de sanctie tot uitsluiting van het recht op opvang die aan een niet-begeleide minderjarige werd opgelegd.

Feiten

Naar aanleiding van een conflict in zijn opvangcentrum werd op 19 april 2016 een Afghaanse niet-begeleide minderjarige tijdelijk uitgesloten van het recht op opvang. De uitsluiting bedroeg 15 dagen en werd op 21 april 2016 bevestigd door de directeur-generaal van Fedasil. De minderjarige moest daarop noodgedwongen een aantal nachten op straat en bij vrienden doorbrengen. Op 4 mei 2016 kreeg hij terug opvang in een ander opvangcentrum.

Een beroep bij eenzijdig verzoekschrift bij de Arbeidsrechtbank te Antwerpen werd afgewezen wegens gebrek aan hoogdringendheid omdat de minderjarige niet kon bewijzen dat hij zich op straat bevond. Een beroep ten gronde bij de Arbeidsrechtbank van Brussel werd eveneens afgewezen, waarop hoger beroep bij het Arbeidshof werd ingediend. Intussen is de Afghaan meerderjarig geworden.

De verzoeker voert aan dat:

  • Fedasil ertoe gehouden was de menselijke waardigheid te garanderen in de periode dat hij van de opvang werd uitgesloten
  • Fedasil een schending van artikel 3 EVRM beging omdat een minderjarige asielzoeker, bij uitstek een kwetsbaar persoon, gedurende 14 dagen van iedere bijstand werd uitgesloten
  • het feit dat het gedrag van de jongere aan de basis lag van de sanctie niet toelaat af te wijken van de bescherming die artikel 3 EVRM biedt
  • het hoogste belang van de minderjarige vervat in artikel 37 van de opvangwet, en het hoorrecht bij het nemen van een sanctie van uitsluiting vervat in artikel 45, laatste lid niet gerespecteerd werden
  • de uitsluiting in strijd is met artikel 20 van de Opvangrichtlijn

Beoordeling van het Arbeidshof

Artikel 45 van de Opvangwet laat een sanctie tot uitsluiting toe in geval van een zeer ernstige overtreding van het huishoudelijk reglement van de opvangstructuur die de andere bewoners of het personeel in gevaar brengt of die duidelijke risico’s inhoudt voor de veiligheid of de naleving van de openbare orde in de opvangstructuur.

Op het moment van de bestreden beslissing was de Opvangrichtlijn nog niet omgezet in Belgisch recht terwijl de termijn voor omzetting reeds verstreken was. Dat betekent dat de Opvangrichtlijn op dat moment rechtstreekse werking had en dat de Opvangwet conform deze richtlijn moet geïnterpreteerd en toegepast worden.

Artikel 20, lid 1 tot en met 3, van de Opvangrichtlijn omschrijft de situaties waarin de lidstaten de opvang kunnen beperken of intrekken. Artikel 20, lid 4 omschrijft ook dat de lidstaten sancties kunnen vastleggen in geval van ernstige inbreuken op de regels van de opvangcentra of in geval van ernstige vormen van geweld. Op basis van artikel 20, lid 5, moeten de beslissingen tot intrekking of inperking, en de sancties:

  • individueel, onpartijdig, objectief en gemotiveerd te zijn
  • genomen worden met inachtname van de specifieke situatie van de betrokkene, in het bijzonder wanneer het om kwetsbare personen gaat, en met inachtname van het redelijkheidsbeginsel
  • de toegang tot medische hulp en een menswaardige levensstandaard verzekeren.

Het Arbeidshof stelt vast dat:

  • het niet duidelijk is of het onder de Opvangrichtlijn toegelaten is een uitsluiting van de opvang als sanctie as such op te leggen. Artikel  20, lid 1 tot en met 3 van de Opvangrichtlijn geeft een exhaustieve lijst weer van situaties waarin de intrekking of beperking van de opvang toegelaten is. De sancties worden apart in lid 4 vermeld. Zowel de Raad van State als UNHCR hadden naar aanleiding van adviezen over wijzigingen aan de Opvangwet dit probleem reeds aangekaart.
  • er geen duidelijke invulling bestaat van het begrip menswaardige levensstandaard en de precieze verplichting van de lidstaten daaromtrent. Is het voldoende dat Fedasil een lijst ter beschikking stelt van private of semi-private daklozencentra, zoals uit de memorie van toelichting bij de Opvangwet de bedoeling bleek?
  • de Opvangrichtlijn een aantal specifieke garanties voorziet voor (niet-begeleide) minderjarigen:
    • minderjarigen worden vernoemd als kwetsbare personen in artikel 21
    • artikel 23 voorziet dat het belang van de minderjarige primeert en dat lidstaten ervoor moeten zorgen dat minderjarigen een levensstandaard hebben die past bij hun fysieke, mentale en sociale ontwikkeling
    • artikel 24, 2° schrijft voor dat niet-begeleide minderjarigen vanaf het doen van hun verzoek om internationale bescherming tot het moment dat zij het grondgebied moeten verlaten, opgevangen moeten worden
    • artikel 14 voorziet dat minderjarigen toegang hebben tot onderwijs zolang een eventuele verwijderingsmaatregel niet wordt uitgevoerd

Algemeen stelt het Arbeidshof zich de vraag of de uitsluiting van het recht op opvang voor een niet-begeleide minderjarige geen schending inhoudt van een aantal grondrechten voorzien in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest), zoals het recht op menselijke waardigheid en het verbod op foltering.

Het Arbeidshof stelt bijgevolg de volgende prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie:

  1. Moet het artikel 20, lid 1 tot en met 3 van de Opvangrichtlijn zo uitgelegd worden dat het op limitatieve wijze de gevallen bepaalt waarin de opvang beperkt of ingetrokken kan worden, of blijkt uit lid 4 en 5 dat de intrekking van de opvang ook kan gebeuren bij wijze van sanctie?
  2. Moet het artikel 20 lid 5 en 6 zo uitgelegd worden dat lidstaten alvorens een beslissing te nemen de nodige maatregelen moeten treffen die het recht op een waardige levensstandaard tijdens de periode van uitsluiting waarborgen, of is het voldoende dat nadien wordt nagegaan of de persoon een waardige levensstandaard geniet en desgevallend op dat ogenblik maatregelen worden genomen?
  3. Is op grond van artikel 20, lid 4, 5 en 6, samen gelezen met artikel 14, 21, 22, 23 en 24 van de opvangrichtlijn, en met artikel 1, 3, 4 en 24 van het Handvest een sanctie tot uitsluiting van de opvang mogelijk ten aanzien van een minderjarige, en meer bepaald een niet-begeleide minderjarige?

Van zodra het HvJ deze prejudiciële vragen beantwoordt, zullen wij hierover berichten in een nieuwsbericht.

 
Bericht van Vluchtelingenwerk Vlaanderen