19 juni 2017

Wanneer het inreisverbod waarmee een uitwijzingsbevel gepaard ging, vernietigd wordt, kan aan datzelfde bevel om het grondgebied te verlaten (BGV) niet opnieuw een inreisverbod gekoppeld worden nadat het BGV werd uitgevoerd. Ten gevolge van de vernietiging van het inreisverbod heeft het BGV dat al uitgevoerd is immers zijn volledige uitwerking gekregen en kan het de rechtspositie van de betrokkene niet meer beïnvloeden. Dit volgt uit arrest nr. 184.599 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) van 29 maart 2017.  

Motivering RvV

In geval een BGV zonder termijn voor vrijwillig vertrek wordt afgeleverd, moet dit volgens artikel 74/11, §1 van de Verblijfswet verplicht gepaard gaan met een inreisverbod.

  • Voor de beslissing tot uitwijzing en voor het opleggen van een inreisverbod moet een afzonderlijke beslissing genomen worden (RvS nr. 225.871 van 18 december 2013).
  • De beslissing tot het opleggen van een inreisverbod kan gelijktijdig genomen worden met het BGV maar mag ook op een ander tijdstip genomen worden dan de beslissing tot uitwijzing.
  • De uitwijzingsbeslissing moet steeds de juridische en feitelijke basis vormen voor het inreisverbod.

Wanneer een beslissing tot uitwijzing die gepaard gaat met een inreisverbod wordt uitgevoerd, verliest het BGV niet volledig zijn uitwerking want het vormt nog steeds de juridische en feitelijke grondslag voor het bestaan van het ermee gepaard gaande inreisverbod. Het BGV beïnvloedt dus ook na de repatriëring nog steeds de rechtspositie van de betrokkene.   

Wanneer een inreisverbod waarmee een BGV gepaard gaat, vernietigd wordt, moet het BGV beschouwd worden als:

  • een bevel zonder inreisverbod (wegens de terugwerkende kracht van de vernietigingsarresten van de RvV) en bijgevolg als
  • een bevel dat volledige uitwerking heeft gekregen op het moment van de uitvoering en geen verdere invloed heeft op de rechtspositie van de betrokkene