23 mei 2017

Kinderen die al heel hun leven in België schoollopen en daardoor het Russisch schrift niet kennen, hebben een reden om een humanitaire verblijfsaanvraag (artikel 9bis Verblijfswet) in België in te dienen in plaats van met hun ouders te moeten terugkeren naar hun herkomstland, Rusland, om daar een verblijfsaanvraag in te dienen. De kinderen zijn immers niet in staat het Russisch onderwijssysteem te volgen zonder kennis van het schrift van dat land. Dat beslist de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) in arrest nr. 181.193 van 24 januari 2017. Volgens de RvV draagt de overheid mede een verantwoordelijkheid voor de integratie en het onderwijs van de kinderen nu de asielprocedure meer dan 6 jaar heeft geduurd en ook de 9bis-procedure meer dan 6 jaar heeft geduurd. De RvV beslist ook dat Dienst Vreemdelingenzaken artikel 8 EVRM onvoldoende heeft onderzocht, nu de kinderen een Belgische halfzus hebben.

Voorwaarden 9bis-aanvraag

Om een aanvraag tot machtiging tot verblijf op basis van artikel 9bis Verblijfswet (Vw), een zogenaamde humanitaire regularisatieaanvraag, in te dienen, moet een dubbele voorwaarde vervuld zijn:

  • Ontvankelijkheidsvoorwaarde om een aanvraag in België te kunnen indienen: een identiteitsdocument hebben of vrijgesteld zijn van deze voorwaarde én buitengewone omstandigheden aantonen waarom de aanvraag niet in het buitenland kan ingediend worden.
  • Gegrondheidsvoorwaarde: de redenen om een lang verblijf in België te vragen. Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) beslist.

Het onderzoek naar de gegrondheid van de aanvraag gebeurt maar als de ontvankelijkheidsvoorwaarden vervuld zijn.  

Feiten en beslissing van de RvV

Het betrokken gezin diende na een asielprocedure, die meer dan 6 jaar duurde, in 2009 een 9bis-aanvraag in bij DVZ. DVZ verklaarde deze aanvraag pas op 25 augustus 2016 onontvankelijk. Er zouden immers geen buitengewone omstandigheden aanwezig zijn, die toelaten om de aanvraag in België en niet in de diplomatieke post in het land van herkomst, Rusland, in te dienen. Wanneer DVZ een aanvraag onontvankelijk verklaart, onderzoekt DVZ niet wat de redenen ten gronde van de aanvraag zijn.

Het gezin verblijft al vele jaren in België. Geen van de kinderen is in Rusland geboren. Zij zijn al die jaren in België naar school gegaan. Rusland heeft een ander schrift, het cyrillisch schrift, dat de kinderen niet kennen. Wanneer de familie gedwongen zou worden om de 9bis-aanvraag in het land van herkomst van de ouders, Rusland, in te dienen, zouden de kinderen daar gedurende een onbepaalde tijd naar school moeten gaan. Het feit dat zij het cyrillisch schrift niet kennen, laat dat niet toe. Dat vormt volgens de RvV een buitengewone omstandigheid om de 9bis-aanvraag in België in te dienen.

DVZ wees erop dat verzoekers hun feitelijke verantwoordelijkheid voor de integratie van de kinderen en hun onderwijs afschuiven op de overheid terwijl zij wisten dat hun verblijf slechts voorlopig werd toegestaan. De RvV merkt op dat in casu de overheid mede een verantwoordelijkheid draagt, nu de asielprocedure meer dan 6 jaar heeft geduurd en ook de 9bis-procedure meer dan 6 jaar heeft geduurd.

Daarnaast haalt de RvV aan dat niet voldoende onderzocht is of artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), dat het recht op respect voor het privé- en/of familieleven waarborgt, gerespecteerd wordt bij een terugkeer naar het herkomstland van de ouders. Eén van de kinderen, de halfzus van de overige kinderen van de verzoekers, heeft immers de Belgische nationaliteit. DVZ stelt dat hij dit niet wist, maar volgens de RvV kon DVZ niet wereldvreemd zijn van de wetenschap dat dit kind wellicht door het toekennen van de Belgische nationaliteit aan haar moeder, ook de Belgische nationaliteit verkreeg. Volgens de RvV heeft DVZ niet voldoende onderzocht wat de invloed zou zijn op het gezin wanneer zij naar Rusland zouden moeten gaan, terwijl zij een Belgische halfzus hebben.

Om deze redenen vernietigt de RvV vernietigt de onontvankelijkheidsbeslissing van DVZ. DVZ heeft de aangehaalde buitengewone omstandigheden op kennelijk onredelijke wijze beoordeeld.