2 februari 2018

De vijfde Pot Pourri-wet hield een aantal belangrijke wijzigingen in van het Wetboek Internationaal Privaatrecht (WIPR) die we in een eerder nieuwsbericht overliepen. In het bijzonder wordt nu de keuzemogelijkheid voorzien om de naam-wetgeving te kiezen bij dubbele nationaliteit en is er ook erkenning mogelijk van een in het buitenland gemaakte naamkeuze. Deze bepalingen traden in werking op 1 januari 2018.

Ondertussen verscheen op 13 december 2017 een omzendbrief bij deze wet waarin de toepassingsmodaliteiten worden vastgelegd van deze wijzigingen. We gaan hieronder dieper in op deze modaliteiten.

1) Rechtskeuze naamwetgeving bij meerdere nationaliteiten

Artikel 37 §2 WIPR (nieuw)

Wanneer een kind na 1 januari 2018 in België wordt geboren én wanneer het kind meer dan één nationaliteit bezit, zullen de ouders kunnen kiezen welke naamwetgeving zal worden toegepast om de naam van het kind te bepalen.

Er zal hen gevraagd worden daartoe een schriftelijke verklaring af te leggen op het moment dat de vraag van de vaststelling van de naam zich voor de eerste keer stelt.

Toelichting

Om de toepassing van de nieuwe wet in de praktijk te verhelderen, bepaalt de Omzendbrief dat de ambtenaar van de burgerlijke stand, indien nodig, een bewijs van nationaliteit of een wetscertificaat kan vragen.

De ambtenaar kan met name een bewijs van de nationaliteit vragen, “aan de hand van een geldig document”, aldus de Omzendbrief. Hierbij past een opmerking of nuance. Aangezien de nationaliteit valt onder de staat van de persoon, is het nationale recht van toepassing om te oordelen hoe men de nationaliteit dient te bewijzen. Een vervallen paspoort kan in die optiek eventueel ook een ‘geldig’ document zijn. Zo kan in bepaalde gevallen een vervallen Frans paspoort het bezit van de Franse nationaliteit afdoende bewijzen (Circulaire du 1er mars 2010 relative à la simplification de la délivrance des cartes nationales d'identité et des passeports)

Eens de rechtskeuze is gemaakt, zal de ambtenaar vervolgens moeten oordelen of er überhaupt een naamkeuze mogelijk is volgens dat recht, en verder ook alle andere regels van het toepasselijke recht moeten toepassen.

Indien de ouders kiezen voor de toepassing van het Colombiaanse recht, bepaalt bijvoorbeeld ook het Colombiaanse recht of de achternaam van de (Belgische) papa als al dan niet deelbaar kan worden beschouwd.

Om de buitenlandse bepalingen te kunnen toepassen, kan de ambtenaar eventueel aan de betrokkene vragen om een wetscertificaat voor te leggen.

Voorwaarden

De Omzendbrief specifieert verder drie voorwaarden om de rechtskeuze te kunnen doen.

  • ouderlijk gezag: Aangezien de naamkeuze een prerogatief is van het ouderlijk gezag, moet de rechtskeuze ook in overeenstemming zijn met de bepalingen die op het ouderlijk gezag van toepassing zijn. Dat recht bepaalt bijvoorbeeld of de keuze alleen, dan wel verplicht gezamenlijk gedaan moet worden.
    • In principe is het recht van de gewone verblijfplaats van het kind daarop van toepassing (artikel 35 § 1 WIPR), en veelal zal dus het Belgisch recht van toepassing zijn.
    • Als er toch buitenlandse bepalingen van toepassing zijn, dan kan de ambtenaar vragen dat de betrokkene een wetscertificaat voorlegt.
  • schriftelijke verklaring: Om latere betwistingen te voorkomen, wordt de keuze opgenomen in een schriftelijke verklaring. De verklaring mag wel pas ten vroegste op het moment van de geboorte worden afgelegd. Een prenatale verklaring kan niet.
  • bevoegde overheid: De verklaring mag enkel worden voorgelegd voor de bevoegde overheid, met name de overheid aan wie de eerste maal de vraag over de vaststelling van de naam werd voorgelegd.  De verklaring kan dus maar eenmaal worden afgelegd en is onherroepelijk. De rechtskeuze die werd gemaakt ten aanzien van een eerste gemeenschappelijk kind, kan nadien dan ook niet meer in vraag gesteld worden bij de aangifte van een 2de gemeenschappelijk kind.

2) Erkenning van beslissingen of akten van het buitenland

Ook een in het buitenland gemaakte keuze kan in België erkend worden, zonder dat er een voorrang van de Belgische nationaliteit moet worden afgetoetst ten opzichte van een tweede, niet- Europese nationaliteit (nieuw artikel 39 WIPR). De erkenning van een buitenlandse naamsverandering van een Belg, mag niet meer gekoppeld worden aan een administratieve procedure voor naamsverandering.

Een in het buitenland gedane vaststelling, of verandering van naam zal met name erkend kunnen worden indien deze overeenstemt met:

  • het door de betrokkene gekozen recht waarvan de betrokkene de nationaliteit bezit. Ook hier kan de ambtenaar een bewijs van die nationaliteit vragen aan de hand van een ‘geldig document’.
  • het recht van de gewone verblijfplaats van betrokkene, indien de akte daar ook is opgesteld geweest.

Zelfs indien die keuzemogelijkheid in het buitenland niet is voorzien, kan de Belg toch nog kiezen voor de toepassing hiervan op het moment van de inschrijving of overschrijving van de buitenlandse akte of vonnis in de Belgische registers. Deze keuze moet dan wel gebeuren binnen de 5 jaar na de vaststelling van de naam (nieuw artikel 39 WIPR).

3)  Naamsverandering

Opgelet: artikel 38 WIPR wordt niet gewijzigd. Dat betekent dat er voor een verandering van naam in België niet eenzelfde keuzemogelijkheid is. Ook indien er een erkenning na de geboorte plaatsvindt, en men de naam naar aanleiding daarvan wil veranderen, is artikel 38 WIPR van toepassing. Dit betekent dat men NIET kan kiezen volgens bovenstaande principes.