12 september 2017

In arrest nr. 237.959 van 20 april 2017 vernietigt de Raad van State (RvS) een arrest van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) en verduidelijkt de appreciatiebevoegdheid van de arts van de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ).

Feiten en procedure voor de RvV

Een Russische vrouw had in 2011 een aanvraag om machtiging tot verblijf om medische redenen ingediend (9ter-aanvraag). Zij leed onder andere aan depressie en post-traumatisch stresssyndroom (PTSS). DVZ verklaarde de aanvraag ongegrond op basis van het advies van de DVZ-arts, motiverend dat:

  • uitspraken over de behandelingsduur en het risico op suïcide louter speculatief zijn van aard,
  • de behandeling louter symptomatisch zou zijn en dus niet essentieel,
  • depressie en PTSS een gunstig verloop in de tijd kennen.

De betrokkene tekende beroep aan tegen de beslissing en de RvV vernietigde de ongegrondheidsbeslissing in arrest nr. 149.593 van 13 juli 2015 omdat het volstrekt onduidelijk zou zijn waarop de DVZ-arts zich baseert. De RvV voegde eraan toe dat dit niet betekent dat de DVZ-arts een bijzondere expertise moet hebben of het advies van een gespecialiseerde arts moet inwinnen. Wel moet volgens de rechter uit het medisch advies zelf of uit het administratief dossier blijken waarop de DVZ-arts zich baseert. Zo kan de DVZ-arts de noodzakelijke behandeling evalueren op grond van bepaalde objectieve vaststellingen.

Maar in dit dossier oordeelde de RvV dat het niet duidelijk was waarop de DVZ-arts zich baseert. De medische attesten van de behandelende arts vermelden namelijk de noodzakelijke behandelingen, de gevolgen als deze worden stopgezet en dat de medische problematiek onveranderd is.

De RvV besluit dan ook dat ‘niet anders [kan] worden geconcludeerd dan dat de arts-adviseur zich, zonder hiervoor te verwijzen naar stavingsstukken, gebaseerd heeft op eigen inzichten en overtuigingen om het advies op te stellen waarop de bestreden beslissing steunt. Dit getuigt in casu niet van behoorlijke feitenvinding, nu het administratief dossier geen enkele feitelijke grondslag biedt voor de stelling dat de behandeling enkel symptomatisch is en zeker niet essentieel. […]’. De Belgische staat tekende beroep aan tegen dit arrest bij de RvS.

De motivering van de Raad van State

De RvS vernietigt op haar beurt het arrest van de RvV. Volgens de RvS geeft de DVZ-arts in zijn medisch advies wel duidelijk aan waarom hij tot een ander standpunt komt dan de behandelende arts.  

De RvS stelt ook het volgende: ‘Door te eisen dat de ambtenaar-geneesheer moet “verwijzen naar stavingsstukken” en zich moet steunen op “feitelijke elementen” of “bijkomende vaststellingen” om tot een ander advies te komen dan het standpunt van verweersters behandelende arts, doet de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen afbreuk aan de in artikel 9ter van de vreemdelingenwet vastgelegde vrije appreciatiebevoegdheid van de ambtenaar-geneesheer. Waar zijn advies zelf gemotiveerd is, kan de ambtenaar-geneesheer er niet toe worden verplicht de beweegredenen voor die motieven te zoeken buiten zijn eigen beoordelingsbevoegdheid, voor zover hij niet meent dat het nodig is een beroep te doen op deskundigen.

Kritische bedenkingen

Deze rechtspraak lijkt moeilijk te vereenzelvigen met vroegere rechtspraak van de RvS. Zo oordeelde de RvS onder meer dat de aanvrager moet kunnen nagaan op welke gronden de weigering gesteund is en waarom de door hem aangevoerde argumenten niet worden aanvaard. Zo moet ook uit het advies van de DVZ-arts blijken waarom deze de medische attesten van de behandelende arts niet aanvaardt. De beoordelingsvrijheid van de DVZ-arts doet namelijk geen afbreuk aan de motiveringsplicht (RvS nr. 224.723, 18 september 2013).

Opmerkelijk is ook dat de RvV het advies van de DVZ-arts niet integraal overneemt in haar arrest van 13 juli 2015. Dit lijkt het gevolg van een materiële vergissing, waardoor één of enkele zinnen van het advies van de DVZ-arts ontbreken. Zo stelt de DVZ-arts in haar advies:

" (...) Uitspraken over de mogelijke behandelingsduur zijn dan ook louter speculatief. Suggesties in positieve of negatieve zin kunnen het ziekteverloop sterk bepalen. Overigens ook zonder behandeling en ongeacht het land van verblijf kennen dergelijke aandoeningen hun beloop over enkele maanden tot jaren en evolueren spontaan in gunstige zin. De behandeling van deze aandoening door middel van psychofarmica is louter symptomatisch en dus niet essentieel. (...)"

Het is te betreuren dat de RvS voor haar beperkte wettigheidscontrole van het arrest van de RvV het onvolledige advies van de DVZ-arts overnam uit het arrest van de RvV, zonder verdere bedenkingen. Vooral omdat de motivering van de RvV wel degelijk gebaseerd is op de zin die ze niet overnam. Zo brengt het arrest van de RvS bijvoorbeeld geen duidelijkheid over het gegeven dat de behandelende arts attesteert dat de medische problematiek onveranderd is, maar dat de DVZ-arts, zonder de patiënt te onderzoeken, van oordeel is dat de medische problematiek gunstig geëvolueerd is. Dit was nochtans één van de elementen in de motivering van de RvV.