27 november 2018

In arrest nr. 241.990 van 28 juni 2018 oordeelt de Raad van State (RvS) dat de Dienst Voogdij haar bevoegdheid tot identificatie en verificatie van de leeftijd van een niet-begeleide minderjarige vreemdeling (NBMV) overschrijdt wanneer ze een NBMV een andere leeftijd toekent dan diegene die de NBMV zelf verklaarde. De Raad van State bevestigt dit standpunt in arrest nr. 242.623 van 11 oktober 2018.

Feiten

De eerste zaak betreft een jongeman uit Kameroen. Hij deed op 8 januari 2018 een verzoek om internationale bescherming in België. Hij bezat geen identiteitspapieren maar verklaarde vijftien jaar oud te zijn. Omdat Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) aan de verklaarde leeftijd twijfelde, werd een tripletest gevorderd om zijn leeftijd te bepalen.

Uit de leeftijdstest bleek dat de jongeman op 18 januari 2018 een leeftijd van achttien jaar had met standaarddeviatie van zes maanden. “Of hij al dan niet ouder is dan achttien jaar, is dus onmogelijk exact te bepalen”, zo luidt de conclusie van het Universitair Ziekenhuis in Leuven. Omdat de laagst mogelijke leeftijd geen achttien jaar bedraagt, stelt Dienst Voogdij op 29 januari een voogd aan. Dienst Voogdij besluit de verklaarde leeftijd niet in overweging te nemen omdat die zich bevindt onder de ondergrens zoals bepaald door de medische testen.

In de tweede zaak blijkt uit de conclusie van de leeftijdstesten dat de jongeman 16,8 jaar oud is met een standaarddeviatie van één jaar. De jongeman zelf verklaarde 14 jaar oud te zijn. Ook hier besluit Dienst Voogdij de verklaarde leeftijd niet in overweging te nemen omdat die zich bevindt onder de ondergrens weerhouden door de leeftijdstesten.

De verzoekers dienen tegen deze beslissingen een schorsings- en annulatieberoep in bij de Raad van State. Zij stellen dat de beslissing van Dienst Voogdij ertoe leidt dat DVZ hun bijlage 26 zal aanpassen. De aangepaste leeftijd heeft tot gevolg dat de voogdij eerder afloopt dan het geval geweest zou zijn mocht Dienst Voogdij de verklaarde leeftijd aanvaarden.

RvS analyse

Artikel 7 van de Voogdijwet bepaalt dat de leeftijdsbepaling van een veronderstelde NBMV er enkel toe strekt vast te stellen of de vreemdeling al dan niet minderjarig is. 

De bevoegdheid van Dienst Voogdij strekt zich niet uit tot het vaststellen van een nieuwe geboortedatum van de vreemdeling, anders dan wat hij verklaarde. Dit blijkt uit artikel 6, §2, 1° van de Voogdijwet en artikel 3 van het KB tot uitvoering van Hoofdstuk 6 van de Voogdijwet.

Door te oordelen de verklaarde leeftijd niet in overweging te kunnen nemen, en te bepalen dat de NBMV minimum zeventien en een half jaar oud is, kent de bestreden beslissing de NBMV impliciet maar zeker een andere, fictieve, geboortedatum toe.

Op die manier overschrijdt Dienst Voogdij zijn bevoegdheid tot identificatie en verificatie van de verklaarde leeftijd van de NBMV, oordeelt de Raad van State.

Gevolgen voor de praktijk?

Volgens de Raad van State is de huidige praktijk van Dienst Voogdij onhoudbaar. Dienst Voogdij is niet bevoegd tot het aanpassen van de leeftijd van een NBMV. Dit is ook niet het geval wanneer de leeftijdstest een lagere leeftijd weerhoudt dan wat de NBMV verklaarde. Een praktijkwijziging dringt zich op.

Dienst Voogdij liet per mail weten haar beleid niet te wijzigen naar aanleiding van deze rechtspraak.