7 oktober 2013

Laatst gewijzigd in november 2017

In de omzendbrief van 30 augustus 2013 vraagt de Dienst Vreemdelingenzaken aan de gemeenten om vreemdelingen te schrappen uit het vreemdelingenregister of bevolkingsregister zodra DVZ een negatieve verblijfsbeslissing neemt, ook als er nog een schorsend beroep (met bijlage 35) is. Dit geldt voor nieuwe verblijfsbeslissingen en bijlages 35 vanaf 6 september 2013.

Hieronder volgt eerst een kritische analyse van de omzendbrief.

Daarna bundelen we de gevolgen van de omzendbrief van DVZ voor de rechten op OCMW-steun, werk, inburgeringziekteverzekeringsociale huisvestingBelgische nationaliteit, en strafuitvoering. We vermelden daarbij de standpunten van de bevoegde diensten.

Context van de omzendbrief

De bijlage 35 is gewijzigd vanaf 1 september 2013, door een koninklijk besluit van 17 augustus 2013. De bijlage 35 vermeldt nu: "de betrokkene is niet toegelaten of gemachtigd tot verblijf maar mag op het grondgebied verblijven in afwachting van een beslissing van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen". De titel van de bijlage 35 is nog steeds "bijzonder verblijfsdocument".

Aan de verblijfswetgeving waarop de bijlage 35 gebaseerd is, is niets gewijzigd:

  • Artikel 39/79 van de Verblijfswet somt nog steeds de beslissingen van DVZ op waartegen een beroep bij de RvV een schorsende werking heeft. Die "schorsende werking" betekent nog steeds dat geen enkele uitwijzing gedwongen kan uitgevoerd worden, tijdens de termijn voor indiening en tijdens de behandeling van het schorsend beroep bij de RvV.
  • Artikel 111 van het Verblijfsbesluit zegt nog steeds dat tijdens zo'n beroep bij de RvV een bijlage 35 wordt afgeleverd, die van maand tot maand wordt verlengd.

De Raad van State beoordeelde deze wijziging van de bijlage 35, in RvS arrest 229.317 van 25 november 2014:

  • De bijlage 35 houdt in dat de houder ervan op het grondgebied mag verblijven zolang de beroepsprocedure duurt. Zo'n verblijf is dus geen illegaal verblijf. 

De omzendbrief van 30 augustus 2013 schaft de omzendbrief van 20 juli 2001 af. Volgens die oude omzendbrief moesten gemeenten wachten met de schrapping van vreemdelingen die nog een schorsend beroep hebben tegen een negatieve verblijfsbeslissing. De gemeenten moesten pas schrappen uit het vreemdelingenregister of bevolkingsregister wanneer de termijn voor een schorsend beroep verlopen is zonder beroep, of bij beroep wanneer het beroep negatief afloopt, waardoor het uitwijzingsbevel uitvoerbaar wordt. 

De omzendbrief van 30 augustus 2013 stelt dat de omzendbrief van 2001 een foute praktijk voorschreef. De schorsende werking van een beroep bij de RvV betreft alleen het uitwijzingsbevel en niet de negatieve verblijfsbeslissing zelf. 

  • Volgens Raad van State arrest nr. 238.170 van 11 mei 2017 mag DVZ echter zelfs geen uitwijzingsbevel geven als er nog een automatisch schorsend beroep bij de RvV openstaat. DVZ doet dat nu ook niet meer. Maar de omzendbrief van 30 augustus 2013 over schrapping uit de bevolkingsregisters is nog niet ingetrokken of gewijzigd.

Wie moet geschrapt worden volgens de omzendbrief van 30 augustus 2013?

De DVZ vraagt de gemeenten om vreemdelingen te schrappen:

  • uit het vreemdelingenregister of bevolkingsregister,
  • als hun verblijfsaanvraag of verblijfsrecht geweigerd of ingetrokken is,
  • ook bij een negatieve verblijfsbeslissing vanaf 6 september 2013 waartegen nog een schorsend beroep bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen mogelijk is (waardoor ze het bijzonder verblijfsdocument bijlage 35 krijgen)

Wie zijn die mensen met een schorsend beroep?

  • Concreet gaat het vooral om gezinsmigranten, EU-burgers, en studiemigranten.
  • Asielzoekers hebben ook een schorsend beroep bij de RvV tegen een asielweigering door CGVS. Maar zij zijn en blijven ingeschreven in het wachtregister. Voor het wachtregister gelden er andere schrappingsregels dan voor het vreemdelingenregister en bevolkingsregister.

Waarom moeten de gemeenten schrappen?

De nieuwe omzendbrief zegt nu dat deze mensen moeten geschrapt worden uit het vreemdelingenregister of bevolkingsregister, omdat zij geen "recht of machtiging tot verblijf" meer zouden hebben. 

DVZ stelt dat een bijlage 35 geen “toelating tot verblijf” inhoudt maar alleen de gedwongen uitvoering van de uitwijzing opschort (artikel 39/79 Vw).

Kritische analyse:

  • De nieuwe vermelding op de bijlage 35 is dubbelzinnig en moeilijk te begrijpen. Er staat op dat de houder ervan "mag op het grondgebied verblijven" maar toch niet "toegelaten of gemachtigd tot verblijf" is.  
  • Het begrip "toelating tot verblijf" krijgt hier een te beperkte invulling. Men doelt eigenlijk op het begrip "toelating tot verblijf voor meer dan drie maanden". 
  • De situatie van betrokkenen is dat hun verblijfsaanvraag of verblijfsrecht voor een verblijf van "meer dan drie maanden" is geweigerd. De schorsende werking van het beroep bij de RvV betekent niet dat de vreemdeling in afwachting van dat beroep toch nog een verblijfsrecht voor "meer dan drie maanden" zou hebben.
  • Maar de vreemdeling heeft in afwachting van een schorsend RvV beroep wel het "recht om in België te blijven zolang het beroep loopt". Dat recht volgt uit de verblijfswetgeving zelf. De bijlage 35 heeft als titel "bijzonder verblijfsdocument", en vermeldt dat de betrokkene "mag op het grondgebied van het Rijk verblijven in afwachting van de beslissing van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen”. In toepassing van artikel 111 Verblijfsbesluit wordt de bijlage 35 “van maand tot maand verlengd” zolang dat beroep duurt. Ook RvS arrest 229.317 van 25 november 2014 zegt dat de houder van een bijlage 35 op het grondgebied "mag verblijven zolang de beroepsprocedure duurt", en dat zo'n verblijf dus "geen illegaal verblijf" is. Dat bevestigt ook RvS arrest nr. 238.170 van 11 mei 2017, en Hof van Cassatie arrest P.17.0375.F van 26 april 2017.
  • RvS arrest nr. 238.170 van 11 mei 2017 zegt dat DVZ bij een beslissing waartegen een automatisch schorsend beroep mogelijk is, geen bevel om het grondgebied te verlaten (BGV) mag afgeven zolang die beroepstermijn en het ingediende beroep (met bijlage 35) loopt. Zie hierover ook ons nieuwsbericht van 14 juli 2017, onderaan bij meer info.
  • De bijlage 35 houdt eigenlijk eenzelfde soort verblijf in als het attest van immatriculatie: de betrokkenen mogen in België verblijven zolang hun procedure of beroep duurt. De Verblijfswet en rijksregisterwetgeving schrijven expliciet voor dat vreemdelingen met een attest van immatriculatie (dus met een verblijfsaanvraag waarover DVZ nog niet besliste) ingeschreven worden in het vreemdelingenregister. Er is geen reden om niet hetzelfde te doen met de bijlage 35 (dus met een beroep tegen een verblijfsweigering gedurende hetwelk men mag bijven).
  • De omzendbrief van DVZ is niet getoetst aan internationale normen zoals richtlijn 2004/38/EG en artikel 6 EVRM (recht op een effectief beroep). De omzendbrief is mogelijk problematisch als ook de concrete gevolgen ervan mee in rekening gebracht worden.

DVZ baseert deze nieuwe interpretatie op de overweging dat in het vreemdelingenregister of bevolkingsregister alleen vreemdelingen zouden mogen ingeschreven staan “die toegelaten of gemachtigd zijn voor meer dan drie maanden of gemachtigd om zich te vestigen”.

Kritische analyse:

  • De interpretatie van DVZ is een onvolledig citaat van artikel 1, 1° van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten: immers dat artikel vervolgt: "of die om een andere reden ingeschreven worden overeenkomstig de bepalingen van de wet van 15/12/1980”.
  • Diezelfde wet is van toepassing zowel op “vreemdelingenkaarten” (die een toelating of machtiging voor meer dan 3 maanden bewijzen) als ook op “verblijfsdocumenten” zoals het attest van immatriculatie of de bijlage 35 (die bewijzen dat de vreemdeling in België mag verblijven zolang zijn procedure of beroep loopt).
  • Het attest van immatriculatie is ook geen "toelating of machtiging tot verblijf voor meer dan drie maanden". Nochtans schrijft de Verblijfswet de inschrijving in het vreemdelingenregister voor. Het is net zoals de bijlage 35 een toelating om in België te blijven zolang de procedure duurt.

Verder baseert de DVZ zijn nieuwe interpretatie op artikel 12, 5° van het KB van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister. Dat artikel bepaalt dat de afvoering van de registers gebeurt op grond van “de beslissing, genomen overeenkomstig de wet van 15/12/1980… die een einde stelt aan het verblijf of de vestiging of die het verlies vaststelt van het recht of de machtiging tot verblijf of vestiging”.

Kritische analyse:

  • Er is nog geen "einde aan het verblijf" gesteld wanneer iemand nog een bijlage 35 heeft. De bijlage 35 vermeldt expliciet dat de betrokkene ”mag op het grondgebied van het Rijk verblijven in afwachting van de beslissing van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen”. In toepassing van artikel 111 Verblijfsbesluit wordt de bijlage 35 “van maand tot maand verlengd” zolang dat beroep duurt.
  • De schrapping wegens "verlies van verblijfsrecht" gaat enkel op voor wie voor de schrapping een verblijfsrecht toegekend had (dus met elektronische verblijfskaart) en dat vervolgens verloren heeft. Er is geen wettelijke basis om tot schrapping over te gaan wanneer een aanvraag tot verblijf (met attest van immatriculatie) geweigerd wordt en er nog een schorsend beroep loopt tegen de uitwijzingsbeslissing. In dat laatste geval is er geen "verlies van verblijfsrecht" en ook nog geen "einde aan het verblijf" gesteld.
  • Het KB van 16 juli 1992 laat ons inziens dus nog geen schrapping toe.

Conclusie

De gemeenten zouden deze omzendbrief niet mogen toepassen, want:

  • De omzendbrief is in strijd met de verblijfswetgeving en de rijksregisterwetgeving, en mogelijk ook met internationale normen.
  • Een omzendbrief kan geen regels toevoegen aan de wet.
  • De omzendbrief betreft in feite het rijksregister, maar gaat uit van de DVZ en niet van het rijksregister.
  • De gemeenten moeten de wet correct toepassen.

Gevolgen van de omzendbrief?

De omzendbrief van DVZ heeft verschillende gevolgen voor sociale en andere rechten van betrokkenen. We sommen ze op, en we vermelden ook de reacties van betrokken instanties op de toepassing van de nieuwe omzendbrief op hun domein.

Belangrijk daarbij is telkens:

  • Door deze omzendbrief worden wel degelijk sommige mensen geschrapt uit het rijksregister. Andere mensen blijven ingeschreven in het rijksregister. Het is van belang om na te gaan of de betrokken persoon wel of niet ingeschreven is.
  • Raad van State arrest 229.317 van 25 november 2014 stelt duidelijk dat de houder van een bijlage 35 op het grondgebied "mag verblijven zolang de beroepsprocedure duurt", en dat zo'n verblijf dus "geen illegaal verblijf" is. Dat moet ook erkend worden als het gaat om sociale en andere rechten van betrokkenen. De RvS zegt ook dat deze wijziging van de bijlage 35 geen nieuwe regeling van economische of sociale rechten is. Deze kwalificatie van de bijlage 35 als 'geen onwettig verblijf' is vaste rechtspraak, zie ook RvS arrest nr. 238.170 van 11 mei 2017, en Hof van Cassatie arrest P.17.0375.F van 26 april 2017.

OCMW:

OCMW-leefloon en maatschappelijke integratie

  • De RMI-wet voorziet een recht op "leefloon" en maatschappelijke integratie voor wie in het bevolkingsregister ingeschreven is, en voor erkende vluchtelingen en erkende staatlozen die wettig verblijven, en voor EU-burgers en hun familieleden die een verblijfsrecht van meer dan drie maanden hebben. De POD MI stelt aan die laatste categorie ook familieleden van Belgen gelijk; voor EU-burgers en hun familie en voor familie van Belgen bestaan speciale regels die toegelicht zijn in een omzendbrief van 5 augustus 2014.
  • Als het verblijfsrecht van meer dan drie maanden van een EU-burger of van een familielid van een EU-burger of van een Belg beëindigd wordt, heeft hij geen recht meer op leefloon (wel soms op maatschappelijke dienstverlening, zie hieronder).
  • Als een vreemdeling geschrapt wordt uit het bevolkingsregister (omdat zijn vestiging beëindigd wordt, ook al heeft hij nog een schorsend beroep daartegen), dan heeft hij geen recht op leefloon meer (wel op maatschappelijke dienstverlening, zie hieronder). De POD MI bevestigt dat in een FAQ-lijst op zijn website (zie Hoofdmenu > OCMW's > Integratie > Recht op Maatschappelijke Hulp (Recht: Organieke wet - terugbetaling: wet 1965) > Vreemdelingen). Uitzondering: vluchtelingen en staatlozen die geschrapt worden maar die nog steeds een "erkende status" hebben en nog wettig in België verblijven, behouden hun recht op leefloon.

OCMW-maatschappelijke dienstverlening:

  • De OCMW-wet voorziet een recht op "maatschappelijke dienstverlening" voor wie behoeftig is, tenzij voor wie illegaal verblijft (dan alleen recht op dringende medische hulp, of recht op opvang voor kinderen met ouders in illegaal verblijf en voor afgewezen asielzoekers met een toelaatbaar cassatieberoep bij de Raad van State). Artikel 57, §2, lid 5 van de OCMW-wet (en de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof en van arbeidsrechtbanken) zeggen dat het verblijf pas illegaal wordt wanneer de termijn van een uitwijzingsbevel verlopen is. Aangezien het beroep met bijlage 35 de uitwijzing opschort en "geen illegaal verblijf" inhoudt, volstaat de bijlage 35 voor een recht op OCMW-steun (mits individuele analyse van de verblijfssituatie). De POD MI bevestigt dat in een FAQ-lijst op zijn website (zie Hoofdmenu > OCMW's > Integratie > Recht op Maatschappelijke Hulp (Recht: Organiek wet - terugbetaling: wet 1965) > Vreemdelingen).
  • Voor EU-burgers en hun familie en voor familie van Belgen bestaan speciale regels die toegelicht zijn in een omzendbrief van 5 augustus 2014:
    • EU-werknemers en –zelfstandigen en hun familieleden met een bijlage 20, 21 of 35 hebben recht op maatschappelijke dienstverlening.
    • EU-werkzoekenden en hun familieleden met een bijlage 20, 21 of 35 hebben geen recht op maatschappelijke dienstverlening (behalve op dringedne medische hulp).
    • EU-studenten en economisch niet-actieve EU-burgers en hun familieleden, en familieleden van Belgen met een bijlage 20, 21 of 35 hebben recht op maatschappelijke dienstverlening, tenzij ze nog uitgesloten worden omdat ze nog geen drie maanden geleden hun bijlage 19 of 19ter kregen (maar ook in die periode hebben ze nog recht op dringende medische hulp).
  • De POD Maatschappelijke Integratie gaf de OCMW's een overgangsperiode. Tot 30 november 2013 hadden OCMW's de tijd om steunverlening te herzien voor vreemdelingen met een bijlage 35 die dateert vanaf 6 september 2013. Sinds 30 november 2013 moeten alle OCMW-dossiers voor terugbetaling door de POD MI opgesteld zijn volgens de nieuwe regels: die nieuwe regels houden in dat er nog wel OCMW-steun kan zijn, maar op basis van een individuele analyse van de verblijfssituatie.
  • Over de artikel 60-tewerkstelling: zie het laatste punt onder werk.

Werk:

  • Het gewijzigde KB arbeidskaarten bepaalt in artikel 2, 2°, d) dat een bijlage 35 van familielid van Belg of Unieburger recht geeft om te werken als vrijgestelde van arbeidskaart. Dit verandert niet door de omzendbrief van DVZ. 
  • Een inschrijving als werkzoekende bij de VDAB vereist in de praktijk dat men ingeschreven is in het rijksregister.
  • Wie recht heeft op OCMW-steun (zie hierboven onder OCMW) komt ook in aanmerking voor een artikel 60-tewerkstelling door het OCMW. Dat blijft zo. Maar de POD MI betaalt de OCMW's hiervoor maar terug als de betrokkene ingeschreven is in het vreemdelingenregister (artikel 5, §4 van de wet van 02-04-1965). Begin april 2014 plaatste de POD MI hierover een FAQ op zijn website (zie Hoofdmenu > OCMW's > Tewerkstelling en Opleiding > Terugbetaling van tewerkstellingsmaatregelen met bijlage 20, 21 of 35):
    • Tot 9 mei 2014: De POD MI betoelaagt nog artikel 60-tewerkstellingen tot 9 mei 2014 van Unieburgers, hun familieleden en familieleden van Belgen, ondanks het feit dat zij met een bijlage 20, 21 of 35 geschrapt zijn uit het vreemdelingenregister, op voorwaarde dat zij voldoen aan de voorwaarden voor maatschappelijke dienstverlening (wettig verblijf of nog lopende termijn of opgeschorte uitvoering van een uitwijzingsbevel, en minstens drie maanden na bijlage 19 of 19ter).
    • Vanaf 10 mei 2014: Artikel 60-tewerkstellingen vanaf 10 mei 2014 van Unieburgers, hun familieleden en familieleden van Belgen worden niet meer betoelaagd door de POD MI als deze mensen geschrapt werden uit het vreemdelingenregister omdat hun verblijfsrecht werd geweigerd (met bijlage 20) of ingetrokken (met bijlage 21), ook als zij een beroep hebben ingesteld tegen zo’n weigerings- of intrekkingsbeslissing (met bijlage 35). 

Inburgering:

  • De Vlaamse “inburgering” vereist een inschrijving in het rijksregister. Gezinsmigranten en EU-burgers (doelgroep van inburgering) zouden voortaan tijdens hun schorsend beroep met bijlage 35 geschrapt worden uit het rijksregister. Dan zijn zij geen doelgroep meer van inburgering.
  • Het onthaalbureau moet dit nakijken op het moment dat het inburgeringscontract wordt ondertekend. Wie op dat moment effectief geschrapt is uit het rijksregister, mag geen inburgeringscontract ondertekenen. Wie al een inburgeringscontract ondertekend heeft voor hij geschrapt wordt uit het rijksregister, kan wel nog het inburgeringstraject vervolgen. Dat heeft het Agentschap Binnenlands Bestuur (de administratie die ondermeer bevoegd is voor inburgering) bevestigd aan Agentschap Integratie en Inburgering.
  • Als het beroep bij de RvV toegestaan wordt en de gezinshereniging of het EU-verblijf toch (opnieuw) toegestaan wordt, dan worden zij opnieuw ingeschreven in het rijksregister. Dan moeten of kunnen ze zich opnieuw aanmelden bij het onthaalbureau, en een nieuw traject starten.
  • Sommige vreemdelingen met bijlage 35 blijven ingeschreven in het rijksregister. Zij blijven doelgroep van inburgering, en kunnen dus nog wel instappen in een inburgeringstraject:
    • Vreemdelingen wiens verblijfsaanvraag of verblijfsrecht geweigerd of ingetrokken is voor 6 september 2013 en die nog een schorsend beroep met bijlage 35 hebben.
    • Asielzoekers met bijlage 35 (voor zover ze een asielprocedure van meer dan vier maanden hebben)
    • Vreemdelingen die geschrapt zijn uit een van de registers maar nog in een ander register ingeschreven zijn dat deel uitmaakt van het rijksregister (bevolkingsregister, vreemdelingenregister, wachtregister)

Ziekteverzekering:

  • De aansluiting bij een ziekenfonds hangt in sommige gevallen af van de inschrijving in het rijksregister. Dat is zo bij de ascendent en niet-gehuwde partner van een gerechtigde op ziekteverzekering. Zij moeten hun samenwoonst aantonen op basis van een inschrijving in het rijksregister. Zij zouden dus niet meer kunnen aansluiten bij een ziekenfonds op het moment dat ze een bijlage 35 hebben zonder inschrijving in het rijksregister. Wanneer ze voordien al (bv. met attest van immatriculatie) aangesloten zijn bij een ziekenfonds, zal hun ziekteverzekering niet onmiddellijk vervallen. Er is immers een uitlooprecht en als deze personen intussen terug in het rijksregister ingeschreven worden (bv. na gunstige afloop van het beroep bij RvV), blijven ze verzekerd.

Sociale huisvesting:

  • Voor een sociale huurovereenkomst moet de huurder "ingeschreven zijn in het bevolkings- of vreemdelingenregister". Ook een meerderjarige persoon (partner) die toetreedt tot een bestaande sociale huurovereenkomst moet aan deze voorwaarde voldoen (artikel 95, lid 2 Vlaamse Wooncode). Een asielzoeker die verblijft in de sociale woning van zijn partner wordt beschouwd als een ‘tijdelijke rechtmatige bijwoonst’. Hij is vrijgesteld van de voorwaarde “ingeschreven te zijn in het bevolkings- of vreemdelingenregister” totdat een definitieve beslissing over zijn asielaanvraag is genomen (GwH, nr. 91/2015). Zijn inschrijving in het wachtregister volstaat m.a.w. om te verblijven in de sociale woning (richtlijnen van 7 juli 2015, die de richtlijnen van 16 januari 2015 gedeeltelijk herzien).
  • Het Agentschap Wonen-Vlaanderen gaf op 16 januari 2015 richtlijnen voor situaties met een bijlage 35, en deels herziene richtlijnen op 7 juli 2015 naar aanleiding van een arrest van het Grondwettelijk Hof (nr. 91/2015 van 18 juni 2015):
    • Wanneer een sociale huurder een meerderjarige persoon (bijv. partner) laat inwonen die niet ingeschreven is in het bevolkings- of vreemdelingenregister, kan de huurovereenkomst pas opgezegd worden na een redelijke termijn om een andere woning te zoeken. Als er intussen een gunstige beslissing over het verblijfsrecht genomen wordt en de partner wel voldoet aan de toetredingsvoorwaarden, kan de huurovereenkomst niet opgezegd worden. Wanneer de inwonende persoon een asielzoeker met een bijlage 35 is, is de bijwoonst rechtmatig ook al is hij slechts ingeschreven in het wachtregister. De huurovereenkomst kan pas opgezegd worden als de asielzoeker blijft inwonen na de definitieve verwerping van zijn asielaanvraag. 
    • Wanneer een van de huurders tijdens de huur uit het vreemdelingenregister geschrapt wordt, waarbij deze echter nog een schorsend beroep kan indienen of waarbij het schorsend beroep met bijlage 35 nog loopt, mag de huurovereenkomst niet opgezegd worden. Er is dan immers geen sprake van nalatigheid of van een ongeoorloofde handeling van de huurder.

Belg worden:

  • De aanvraag om Belg te worden via een nationaliteitsverklaring vereist 5 of 10 jaar “ononderbroken wettelijk verblijf en hoofdverblijfplaats in België".
  • Een eerste probleem is dat het koninklijk besluit van 14 januari 2013 de bijlage 35 niet vermeldt als bewijs van wettelijk verblijf voorafgaand aan de aanvraag. De parketten zullen die periode dus in principe niet aanvaarden. Dat is echter betwistbaar in sommige gevallen: 
    • Wanneer het gaat om een aanvraag voor een declaratief verblijfsrecht die geweigerd is en waartegen een beroepsprocedure met bijlage 35 positief afloopt en het verblijfsrecht uiteindelijk erkend wordt, wordt het verblijfsrecht geacht te hebben bestaan vanaf de aanvraag en ook inclusief de beroepsprocedure.
    • Wanneer het gaat om een verblijfsrecht dat beëindigd werd en waartegen een beroepsprocedure met bijlage 35 positief afloopt en de beslissing tot beëindiging van verblijfsrecht "vernietigd" wordt, wordt de beëindiging van verblijfsrecht geacht nooit te hebben bestaan.
  • Een tweede probleem met de bijlage 35 is het ononderbroken karakter van de hoofdverblijfplaats. De hoofdverblijfplaats moet bewezen worden met een inschrijving in het rijksregister:
    • Op het eerste zicht onderbreekt een schrapping uit het rijksregister het hoofdverblijf in België. Deze persoon zou dan een nieuwe verblijfstermijn van 5 of 10 jaar moeten opbouwen vooraleer hij Belg kan worden. Als de beroepsprocedure met bijlage 35 negatief afloopt, is dat logisch. Ook het wettelijk verblijf wordt dan immers onderbroken.
    • Maar als de beroepsprocedure met bijlage 35 positief afloopt en de persoon toch nog het verblijfsrecht krijgt en terug ingeschreven wordt, dan mag dat niet als een onderbreking van het verblijf gezien worden. In deze hypothese is de eerste beslissing die het verblijf weigerde of beëindigde immers vernietigd. Deze vernietiging heeft terugwerkende kracht: de originele beslissing wordt geacht nooit te hebben bestaan.
 

Strafuitvoeringsmodaliteiten:

  • Artikel 25/2 van de Wet van 17 mei 2006 voorziet dat verschillende strafuitvoeringsmodaliteiten niet toegekend worden wanneer op grond van een advies van DVZ blijkt dat de veroordeelde niet toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf in België.
  • Het Hof van Cassatie arrest nr. P.17.0375.F/1 van 26 april 2017 verduidelijkt dat vreemdelingen met een bijlage 35 recht kunnen hebben op strafuitvoeringsmodaliteiten zoals de elektronische enkelband, het penitentiair verlof of de voorwaardelijke invrijheidsstelling.  Ze stelt dat het doel van de strafuitvoeringsmodaliteiten, namelijk de sociale re-integratie van de veroordeelde, niet onmogelijk is omdat een betrokkene een bijlage 35 heeft.