10 oktober 2018

Op 1 oktober 2018 trad een Koninklijk Besluit (KB) in werking dat het stelsel en de werkingsregels in de opvangstructuren en de modaliteiten betreffende de kamercontroles vastlegt. Daarnaast trad een Ministerieel Besluit (MB) in werking dat het huishoudelijk reglement vastlegt voor de opvangstructuren. Het gaat om een langverwachte uitvoering van artikel 19 van de Opvangwet van 12 januari 2007.

Toepassingsgebied

De besluiten zijn van toepassing in alle collectieve en individuele opvangstructuren in het netwerk van Fedasil, en op alle bewoners die daar effectief verblijven. Het is niet van toepassing in de observatie- en oriëntatiecentra waar niet-begeleide minderjarige vreemdelingen in eerste instantie worden opgevangen.

Het huishoudelijk reglement dat door het MB is vastgelegd geeft concrete uitvoering aan het KB. Het bestaat uit een inleidend, vast en variabel deel. Het inleidend en variabel deel verschillen naargelang de werking van de opvangstructuur. Fedasil moet deze volgens het MB goedkeuren. De aanvullingen mogen nooit in strijd zijn met de inhoud van het KB en het vaste deel van het huishoudelijk reglement.

Rechten en plichten van de bewoners van de opvangstructuren

De bewoners van de opvangstructuren hebben volgens het KB recht op:

  • respect voor hun privé- en gezinsleven: behalve in uitzonderlijke omstandigheden hebben de leden van eenzelfde gezin recht op gezamenlijke huisvesting of huisvesting in elkaars nabijheid
  • een gelijke, respectvolle, non-discriminatoire en correcte behandeling 
  • drie maaltijden per dag die onder verschillende vormen worden geleverd afhankelijk van de inrichting van de opvangstructuur, of toegang tot de nodige middelen en materiaal om zelf te voorzien in drie maaltijden
  • bezoekrecht voor hun advocaat of vertegenwoordigers van het UNHCR, in een lokaal dat het vertrouwelijk karakter van de gesprekken waarborgt

Anderzijds moeten de bewoners volgens het KB onder andere:

  • elkaars privé- en gezinsleven respecteren door bij te dragen aan het behoud van een rustige sfeer in de opvangstructuur
  • elkaar en de personeelsleden op een gelijke, respectvolle, non-discriminatoire en correcte wijze behandelen

Leef- en werkingsregels in de opvangstructuur

Bij de aankomst in de opvangstructuur krijgt de bewoner:

  • een voorstelling van de structuur en alle diensten 
  • informatie over zijn rechten en plichten in het kader van de werking van de structuur
  • informatie over de brandpreventie en -veiligheid 
  • toegang tot een medische dienst

Er worden ook enkele leefregels opgelegd door het KB. Zo moeten de bewoners:

  • de gebouwen, het materiaal en omgeving van de opvangstructuur respecteren
  • hun kamer onderhouden en de orde en netheid in de structuur respecteren
  • niet roken, en geen drugs of alcohol bezitten of gebruiken
  • een minimale aanwezigheid in de opvang garanderen en afwezigheden tijdens de nacht melden aan de opvangstructuur: na drie opeenvolgende afwezigheden zonder voorafgaande melding of na minstens 10 nachten afwezigheid (al dan niet voorafgaand gemeld) op een totaal van 30 dagen kan de bewoner uitgeschreven worden en moet hij een nieuwe plaats vragen

Wanneer een bewoner opzettelijk schade berokkent, of bij verbale of fysieke agressie, kan de opvangstructuur klacht indienen bij de bevoegde autoriteiten. Hij kan verplicht worden de schade te vergoeden, overeenkomstig de regels van de buitencontractuele burgerrechtelijke aansprakelijkheid, en zonder dat het recht op opvang in vraag kan worden gesteld.

Een waarborg kan gevraagd worden voor het ter beschikking stellen van materiaal.

Kamercontrole

Het KB bepaalt dat maximum twee maal per maand, en tussen 09u00 en 17u00, aangekondigde controles van de kamers en kasten kunnen gebeuren. De bewoners mogen daarbij aanwezig zijn. Dit met als doelstellingen:

  • een maximale preventie inzake brandveiligheid 
  • een optimale hygiëne in de kamers verzekeren
  • toezicht op de naleving van het huishoudelijk reglement 

De directeur of de verantwoordelijke van de opvangstructuur duiden daarvoor bepaalde personeelsleden aan. Deze moeten voor de bewoners bekend zijn vanaf de aankomst in de opvangstructuur. Het mag maximum om zes personen gaan in centra met niet meer dan 250 bewoners, en tien in geval van grotere centra.

In geval van specifieke eisen van preventie inzake veiligheid, brandbestrijding, hygiëne of bij ernstige tekortkoming op het huishoudelijk reglement kunnen ook onaangekondigde controles plaatsvinden door andere personeelsleden.

Naar aanleiding van een controle kunnen bezittingen in beslag genomen worden wanneer die gevaarlijk of nadelig zijn voor de naleving van het KB of het huishoudelijk reglement. Een lijst wordt opgemaakt van wat in beslag werd genomen. De bewoner krijgt volgens het huishoudelijk reglement enkel een kopie indien hij daarom verzoekt.

Gevaarlijke voorwerpen worden aan de bevoegde diensten bezorgd. Andere zaken kan de bewoner tot 10 dagen na zijn vertrek uit de opvangstructuur opvragen.

Kamercontroles mogen volgens de opvangwet in geen geval een beledigend karakter hebben en moeten verlopen met respect voor de bezittingen van de bewoners.

Sancties, ordemaatregelen, klachten en beroep

Het KB legt op dat het huishoudelijk reglement van de opvangstructuren de volgende zaken moet bevatten:

  • een overzicht van de omstandigheden en procedures die kunnen leiden tot het nemen van een ordemaatregel of sanctie tegen de bewoner
  • een overzicht van de klachten en beroepsmechanismes die de opvangwet voorziet
Bericht van Vluchtelingenwerk Vlaanderen