23 mei 2017

Het Hof van Cassatie (HvC) verduidelijkt in arrest nr. P.17.0375.F/1 van 26 april 2017 dat een vreemdeling met een bijlage 35 recht kan hebben op strafuitvoeringsmodaliteiten zoals de elektronische enkelband, het penitentiair verlof of de voorwaardelijke invrijheidsstelling.

Vreemdelingen met een hangend schorsend beroep bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) krijgen tijdens de duur van de beroepsprocedure een bijzonder verblijfsdocument, de bijlage 35. Dit document wordt afgeleverd voor beroepsprocedures die schorsende werking hebben zoals:

  • beroepen in volle rechtsmacht tegen asielbeslissingen
  • annulatieberoepen tegen beslissingen die opgesomd zijn in artikel 39/79, §1, 2e lid Verblijfswet (Vw).

Tegen vreemdelingen met een bijlage 35 mogen geen gedwongen uitwijzingsmaatregelen worden genomen.

Het koninklijk besluit van 17 augustus 2013 wijzigde het opschrift op de bijlage 35. De bijlage 35 vermeldt sindsdien: "de betrokkene is niet toegelaten of gemachtigd tot verblijf maar mag op het grondgebied verblijven in afwachting van een beslissing van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen". De titel van de bijlage 35 is nog steeds "bijzonder verblijfsdocument". Hoewel de Raad van State in zijn arrest van 25 november 2014 oordeelde dat een vreemdeling met een bijlage 35 niet in illegaal verblijf is, blijft momenteel de omzendbrief van 30 augustus 2013 bestaan. In deze omzendbrief vraagt de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) aan de gemeenten om vreemdelingen te schrappen uit het vreemdelingenregister of bevolkingsregister zodra DVZ een negatieve verblijfsbeslissing neemt, ook als er nog een schorsend beroep (met bijlage 35) is. Een overzicht van de gevolgen voor de rechten van vreemdelingen met een bijlage 35 vind je in ons Nieuwsbericht van 7 oktober 2013.

Het HvC verduidelijkt in haar recente arrest verder de rechten van vreemdelingen met een bijlage 35.

Artikel 25/2 van de Wet van 17 mei 2006 stelt : “De beperkte detentie, het elektronisch toezicht en de voorwaardelijke invrijheidstelling worden niet toegekend wanneer op grond van een advies van de Dienst Vreemdelingenzaken blijkt dat de veroordeelde niet toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf in het Rijk.” Uit de voorbereidende werken bij dit artikel maakt het Hof op dat de wetgever de bedoeling had te vermijden dat deze strafuitvoeringsmodaliteiten toegekend zouden worden aan veroordeelden die niet op het grondgebied mogen verblijven. De wetgever achtte de re-integratie van personen zonder wettig verblijf niet mogelijk.

Dit doel van sociale re-integratie door de toekenning van bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten, is volgens het HvC niet onmogelijk voor vreemdelingen met een bijlage 35.