Beroepstermijnen

Je hebt een termijn van 30 dagen na kennisgeving van de beslissing om de vernietiging en schorsing te vragen. Als je in administratieve opsluiting zit met het oog op repatriëring geldt een verkorte termijn van 10 dagen. Verblijf in een woonunit voor gezinnen met minderjarige kinderen wordt beschouwd als een administratieve opsluiting (artikel 39/57 Vw).

Een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid (UDN) moet je instellen binnen:

  • tien dagen na kennisgeving van de beslissing (artikel 39/57, § 1 Vw)
  • vijf dagen vanaf een tweede uitwijzingsmaatregel (artikel 39/57, § 1 Vw)

De beroepstermijnen beginnen te lopen vanaf:

  • de eerste dag die volgt op de dag van kennisgeving bij ter post aangetekende brief, met ontvangstbewijs
  • de derde werkdag die volgt op die waarop de aangetekende brief of de gewone brief aan de postdiensten overhandigd werd. Tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijst.
  • de eerste dag die volgt op de afgifte of de weigering tot ontvangst
  • de eerste dag die volgt op de dag van de verzending bij kennisgeving per fax of bij elke andere betekeningswijze die de Verblijfswet toelaat

De vervaldag is in de termijn begrepen. Is die dag een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.

Laattijdige indiening? Onontvankelijk, behalve bij overmacht

Als je een beroep buiten de beroepstermijn indient, is het in principe onontvankelijk. Behalve bij overmacht. De RvV interpreteert overmacht eng. Alleen als een gebeurtenis buiten je wil een tijdig beroep onmogelijk maakte, en als je al het mogelijke hebt gedaan om het voorval te vermijden, kan je je op overmacht beroepen. De gebeurtenis moet dus onvoorzienbaar en onoverkomelijk zijn.

Woonplaatskeuze en correspondentie met de RvV

Je moet een woonplaats in België kiezen in je eerste proceshandeling. Je kan die woonplaats alleen wijzigen met een aangetekende brief aan de griffie (artikel 39/58 Vw). De RvV doet alle kennisgevingen op dat adres. 

Je moet in principe alle processtukken aangetekend naar de RvV sturen. Dit geldt niet bij een vordering tot schorsing en bij een vordering tot voorlopige maatregelen in geval van uiterst dringende noodzakelijkheid (UDN). Deze kunnen ook per fax of per bode tegen ontvangstbewijs gebeuren (artikel 3 Procedurereglement RvV, hierna ‘Pr RvV’).

Verzoekschriften en synthesememories moet je niet alleen aangetekend maar ook elektronisch versturen naar de Raad (artikel 3, § 3 Pr RvV). Je moet de documenten als bijlage bij een mail versturen naar procedure.rvv-cce@ibz.fgov.be. De elektronische procedure is niet van toepassing op beroepen in uiterst dringende noodzakelijkheid. Als je de elektronische versie van je verzoekschrift niet opstuurt, komt je zaak niet op de rol. Je zal wel de mogelijkheid krijgen om dit nog recht te zetten.

Rolrecht en pro Deo

Je betaalt als verzoeker een rolrecht van 186 euro (artikel 39/68-1 Vw). Bij collectieve verzoekschriften betaalt elke verzoeker het rolrecht onafhankelijk van hoeveel beslissingen je bestrijdt.

Als verzoekende partij schiet je het rolrecht voor. Je moet het rolrecht betalen binnen de acht dagen nadat je het bericht van de RvV dat bepaalt dat je rolrecht moet betalen. Dat bericht vermeldt ook het bedrag dat je moet betalen. Als je te laat betaalt, komt je beroep niet op de rol. Een laattijdige betaling kan niet geregulariseerd worden. 

Bij een vordering tot schorsing bij UDN moet je geen rolrecht betalen als de vordering toegestaan wordt. Als de RvV die vordering verwerpt, betaal je rolrecht voor de vordering op het moment dat je een annulatieberoep instelt.

Als je het voordeel van pro Deo hebt, betaal je geen rolrecht. Je moet het voordeel van pro Deo vragen bij het verzoekschrift en bewijzen waarom je hiervoor in aanmerking komt (artikel 9/1 Pr RvV). Als er bewijsstukken ontbreken, zal de RvV je hiervan op de hoogte brengen en krijg je acht dagen de tijd om het verzoekschrift te regulariseren. Volgens het Grondwettelijke Hof (GwH 12 juni 2012, nr. 88/2012, B.17.5.) betekent een laattijdige regularisatie van je verzoekschrift niet dat je afstand doet van het voordeel van pro Deo.

Kennelijk onrechtmatig geding

De RvV kan je een geldboete tussen de 125 en 2.500 euro opleggen wegens een kennelijk onrechtmatig beroep (artikel 39/73-1 Vw). Er is sprake van een kennelijk onrechtmatig beroep bij ernstig misbruik van de beroepsprocedure. Dit komt uiterst zelden voor. In het verleden besliste de RvV dat er sprake was van een kennelijk onrechtmatig beroep wanneer de verzoekers twee keer dezelfde vordering instelden bij de RvV, terwijl ze wisten dat de RvV niet bevoegd voor hun vordering was. Het is de verzoeker die de boete moet betalen en niet de advocaat die het beroep instelde. Wel zal de stafhouder en de voorzitter van het bureau voor juridische bijstand geïnformeerd worden van het arrest indien een advocaat betrokken is bij de procedure. 

Belang

Je kan alleen beroep instellen tegen een beslissing als je er nadeel door ondervindt of als je een belang hebt bij het beroep (artikel 39/56, eerste lid Vw). Belang hebben betekent ook dat je een voortdurende en ononderbroken belangstelling moet tonen voor je proces.  

Als de RvV of de tegenpartij stelt dat je geen belang hebt of als er twijfel bestaat over je belang, heb je de plicht om daarover standpunt in te nemen en om de twijfel weg te nemen. Als je dit niet doet, zal de RvV dat interpreteren als een gebrek aan belang en het beroep onontvankelijk verklaren. Zie bijvoorbeeld RvS 18 december 2012, nr. 221.810

De belangvoorwaarde heeft een objectieve en een subjectieve component. Je moet benadeeld zijn door een bepaalde beslissing. Je moet je ook zodanig benadeeld voelen dat je beroep wil instellen tegen de beslissing. Je moet een nadeel ondervinden door de beslissing die je wil aanvechten of je moet een voordeel kunnen halen uit de vernietiging van de beslissing. Het belang moet persoonlijk, rechtstreeks, actueel en geoorloofd of wettig zijn. Er is geen wettig belang wanneer het belang niet ‘beschermenswaard’ is. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als het doel van het beroep is om een duidelijk onwettige situatie in stand te houden.

De RvV mag de voorwaarde van belang niet zodanig streng toepassen dat deze toepassing een hogere rechtsnorm in gevaar zou kunnen brengen. Zoals het gelijkheidsbeginsel, het recht op toegang tot de rechter of het recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel.

Synthesememorie

Je moet binnen de acht dagen na kennisgeving van de neerlegging van het administratief dossier ter griffie aan de RvV laten weten of je al of niet een synthesememorie indient (artikel 39/81, vierde lid Vw). Als je niets laat weten, verwerpt de RvV je beroep ‘bij gebrek aan belang’. Als je te kennen geeft dat je wel een synthesememorie wil indienen, moet je dat doen binnen de 15 dagen na de kennisgeving van de neerlegging van het administratief dossier ter griffie.

Je bent dus niet verplicht om een synthesememorie in te dienen. Als je een synthesememorie indient, moet ze voldoende samenvattend zijn. Een letterlijke kopie van de middelen uit het verzoekschrift is niet voldoende. Als je een synthesememorie indient, houdt de RvV alleen rekening met de middelen die in de memorie zelf staan. Een volledige herhaling van de middelen aangevuld met nieuwe argumenten als repliek op de nota van de tegenpartij is ook een correcte synthesememorie (RvS 3 november 2014, nr. 229.004).

Annulatiebevoegdheid

De RvV heeft bij annulatieberoepen een beperkte bevoegdheid. De RvV kan een beslissing vernietigen wegens overtreding van:

  • substantiële vormen
  • op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen
  • overschrijding van macht
  • afwending van macht

Dat staat in artikel 39/2, tweede lid Vw.

De RvV controleert of de overheid bij haar beslissing uitging van

  • juiste feiten
  • of ze de feiten correct beoordeeld heeft
  • of ze op grond daarvan niet kennelijk onredelijk tot haar besluit is gekomen

Ook moet de overheid haar beslissing zorgvuldig voorbereiden. De RvV kan de motivering van een beslissing toetsen aan de gegevens in het dossier, de redelijkheid en de duidelijkheid. De RvV plaatst zich op het moment van de beslissing en mag geen rekening houden met feiten of gegevens van na de beslissing.  

Het gevolg van een annulatie of vernietiging is dat de bestreden beslissing uit de rechtsorde verdwijnt en nooit bestaan heeft. Maar de RvV kan in de annulatieprocedure geen verblijfsrecht toekennen. Na een nietigverklaring moet de DVZ een nieuwe beslissing nemen die in de plaats komt van de vorige. De RvV kan de DVZ niet dwingen om een bepaalde beslissing te nemen. De DVZ moet wel rekening houden met de inhoud van het arrest van de RvV maar ook met nieuwe, relevante elementen die dateren van na de eerste beslissing.

Automatisch schorsend effect

Een annulatieberoep heeft in een aantal gevallen een automatisch schorsend effect. Dat betekent dat de DVZ je niet gedwongen mag repatriëren tijdens de beroepstermijn en de behandeling van het beroep. Je krijgt dan een bijlage 35 van de gemeente. De Raad van State bevestigde dat iemand met een bijlage 35 wettig in het land verblijft (RvS 25 november 2014, nr. 229.317). De beslissingen waartegen een annulatieberoep automatisch schorsend werkt, staan opgesomd in artikel 39/79 § 1 Vw.

Als je annulatieberoep niet automatisch schorsend is, kan je de schorsing vragen met een gewone vordering tot schorsing of een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid (UDN).

Uitzondering op het automatisch schorsend effect

De van rechtswege schorsende annulatieberoepen, opgesomd in artikel 39/79 Vw, zijn niet in alle gevallen schorsend. Volgens §3 hebben de betrokken beroepen geen automatisch schorsend karakter als de beslissing waartegen het beroep ingediend wordt, steunt op ‘dwingende redenen van nationale veiligheid’. Dat laatste zal blijken uit de beslissing zelf: de minister of DVZ moet in de beslissing vermelden dat het gebaseerd is op dwingende redenen van nationale veiligheid in de zin van artikel 39/79 §3 Vw.

  • Het begrip ‘dwingende redenen van nationale veiligheid’ komt ook voor als criterium voor beëindiging van het verblijf van specifieke categorieën van Unieburgers. Hoewel het gaat om hetzelfde begrip, is het toepassingsgebied hier ruimer en kan elke beslissing, opgesomd in artikel 39/79 §1 Vw (waartegen in principe een automatisch schorsend annulatieberoep ingediend kan worden), dat het verblijf beëindigt om redenen van openbare orde of nationale veiligheid de vermelding bevatten dat het gebaseerd is op dwingende redenen van nationale veiligheid.
  • Volgens het Hof van Justitie veronderstelt het begrip ‘dwingende redenen van nationale veiligheid’ niet alleen een aantasting van de nationale veiligheid maar ook dat deze aantasting bijzonder ernstig is. Het Hof oordeelde al dat seksuele uitbuiting van kinderen beschouwd kan worden als een dwingende redenen van nationale veiligheid (HvJ 23/11/10, Tsakouridis, C-145/09 en HvJ 22/5/12, C-348/09)
  • Als de betrokkene alsnog een schorsing wil bekomen van zijn repatriëring kan hij een gewoon schorsingsberoep indienen, desgevallend volgens de procedure van uiterst dringende noodzakelijkheid.

Termijn voor uitspraak

De RvV moet in principe uitspraak doen binnen de drie maanden (artikel 39/76 § 3 Vw). Ben je opgesloten? Dan wordt je beroep volgens een  versnelde procedure behandeld (artikel 39/77 Vw).

De termijnen waarbinnen de RvV uitspraak moet doen, zijn termijnen van orde. Dat betekent dat er geen sanctie is voor de RvV als hij de termijnen overschrijdt. In de praktijk behandelt de RvV beroepen op basis van een prioriteitenlijst. Termijnen van enkele maanden tot jaren zijn geen uitzondering.

 

Extra informatie