Bureau Sefor van de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) volgt samen met de gemeente en de politie de bevelen om het grondgebied te verlaten (BGV) op.

Binnen de termijn die je BGV toekent, veronderstelt DVZ dat je vrijwillig het grondgebied verlaat. Na het verstrijken van de termijn voor vrijwillig vertrek vindt een adrescontrole plaats.

DVZ past de Sefor-procedure niet toe op:

  • asielzoekers die verblijven in een opvangstructuur voor asielzoekers of in een lokaal opvanginitiatief (LOI)

  • onwettig verblijvende gezinnen die worden opgevangen in een open terugkeercentrum

  • Unieburgers. De omzendbrief van 10 juni 2011 is in principe alleen van toepassing op derdelands onderdanen.

Je kan worden gerepatrieerd wanneer je geen termijn kreeg voor vrijwillig vertrek, de termijn voor vrijwillig vertrek verstreken is of in bepaalde gevallen zelfs tijdens de termijn voor vrijwillig vertrek. In sommige gevallen stellen de autoriteiten je repatriëring (tijdelijk) uit.

Opvolging BGV door de gemeente

Wanneer de gemeente een BGV ontvangt van DVZ roept de gemeente je per brief op voor de betekening van het BGV. In de oproepingsbrief vraagt de gemeente je je identiteitsdocumenten en 3 pasfoto’s mee te brengen.    

De gemeente vult een identificatieformulier in waarbij ze je drie pasfoto’s en een kopie van je identiteitsdocumenten voegt. Je ondertekent het identificatieformulier en ontvangt er een kopie van. 

De gemeente stuurt een kopie van de betekening van je BGV en van je identificatieformulier naar bureau Sefor van DVZ. 

De gemeente roept je op voor een tweede afspraak. Op de tweede afspraak toon je aan welke stappen je intussen ondernam voor je vrijwillige terugkeer. Je bezorgt de gemeente de volgende gegevens: de datum van vertrek, de plaats van vertrek, de bestemming en een kopie van je vervoersbewijs. De gemeente stuurt de gegevens naar de dienst Sefor. 

Als je niet ingaat op de oproepingen van de gemeente, dan voert ze een onderzoek naar je verblijfplaats uit om te achterhalen waarom je je niet hebt aangeboden. Zich niet aanbieden op de voorziene datum kan de gemeente beschouwen als een risico op onderduiken.  

Als je geen identiteitsdocumenten meer hebt, vraag je bij de ambassade van je herkomstland een paspoort of een laissez-passer aan om je afreis mogelijk te maken. 

Als je niet over de nodige financiële middelen beschikt, kan je beroep doen op het vrijwillige terugkeerprogramma. Dat programma voorziet in een vliegtuigticket, begeleiding op de luchthavens en eventueel een premie en materiële steun in het herkomstland. De Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) en Caritas International voeren het programma uit, onder supervisie van Fedasil.

Als je geen geldige reisdocumenten hebt, bied je je binnen de 3 werkdagen aan bij bureau Printrak van DVZ met een kopie van je identificatieformulier en een pasfoto. Er worden dan vingerafdrukken genomen om je identiteit te bepalen. 

Als je na de afgifte van het BGV een nieuwe verblijfsprocedure opstart, contacteert bureau Sefor het behandelende bureau met de vraag om je nieuwe aanvraag prioritair te behandelen.

Vrijwillige terugkeer en preventieve maatregelen

Als je een BGV ontvangt, dan moet je op eigen initiatief het grondgebied verlaten binnen de daarin bepaalde termijn. Als je over onvoldoende financiële middelen beschikt, kan je in bepaalde gevallen van de Belgische overheid ondersteuning bij terugkeer krijgen. 

Om het risico op onderduiken tijdens de termijn voor vrijwillig vertrek te vermijden, kan je worden verplicht tot het vervullen van preventieve maatregelen:

  • je op regelmatige basis aanmelden bij de  gemeente of DVZ. Het bevel vermeldt de plaats waar en het tijdstip waarop je je moet aanmelden.
  • een financiële waarborg  bij de Deposito- en Consignatiekas storten. Je stort het bedrag ten laatste op de dag na de betekening van de uitwijzingsbeslissing . Als de termijn voor het vrijwillig vertrek verstreken is en je het  BGV niet  hebt opgevolgd, dan komt de som toe aan de Staat, tenzij je beroep instelde tegen het BGV. Als je het grondgebied verliet, moet je het bewijs daarvan en je rekeningnummer doorgeven.
  • kopieën van je identiteitsdocumenten overhandigen 

Ook aan een Unieburger, zijn familielid of het familielid van een Belg kunnen preventieve maatregelen opgelegd worden tijdens de termijn voor het vrijwillig vertrek. Een Koninklijk Besluit moet nog bepalen welke maatregelen dit kunnen zijn. Preventieve maatregelen vormen een inperking van het vrij personenverkeer. Volgens het Unierecht is dat enkel toegestaan om redenen van openbare orde, openbare veiligheid of volksgezondheid. Een 'risico op onderduiken' is niet hetzelfde als een gevaar zijn voor de openbare orde of nationale veiligheid. Dat laatste betekent dat je een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving. De Belgische Verblijfswet gaat dan ook verder dan wat het Unierecht toelaat.

Zolang de termijn van het BGV loopt, geldt in principe een verbod op repatriëring, tenzij:

  • er een risico op onderduiken bestaat of
  • je de opgelegde preventieve maatregel niet respecteerde of
  • je een bedreiging bent voor de openbare orde en de nationale veiligheid.

Adrescontrole

Na het verstrijken van de termijn om het grondgebied te verlaten, controleert de politie je adres om vast te stellen of je al dan niet vertrokken bent. De controle van de verblijfplaats vindt ook plaats als je niet reageert op de oproeping door de gemeente. 

Bij de adrescontrole speelt het beginsel van de onschendbaarheid van de woning een belangrijke rol. De politie mag je woning alleen betreden:

  • met een huiszoekingsbevel of
  • als je instemt met de woonstbetreding.

Je bent niet verplicht de deur te openen of de politie binnen te laten maar een weigering kan beschouwd worden als een risico op onderduiken.

De politie maakt een verslag van de adrescontrole over aan de dienst Sefor. De gemeente ontvangt er een kopie van. 

Repatriëring

De minister of DVZ gaat over tot repatriëring van een derdelander, Unieburger, zijn familielid of het familielid van een Belg, wanneer:

  • geen enkele termijn toegekend is om het grondgebied te verlaten,
  • je België niet verlaten hebt binnen de toegekende termijn om België te verlaten,
  • je, vóórdat de toegekende termijn om België te verlaten verstreken is, een risico op onderduiken vormt, de opgelegde preventieve maatregelen niet naleeft of een bedreiging bent voor de openbare orde of de nationale veiligheid.

Wanneer je je verzet tegen je repatriëring of een risico vormt op gevaar tijdens zijn repatriëring, gaat DVZ over tot je gedwongen terugkeer, zo nodig onder begeleiding.

De autoriteiten mogen dan dwangmaatregelen gebruiken met eerbiediging van de artikelen 1 en 37 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt.

Wanneer de verwijdering langs een luchtweg wordt uitgevoerd, worden de maatregelen genomen overeenkomstig de gemeenschappelijke richtsnoeren voor verwijdering door de lucht, gevoegd bij beschikking 2004/573/EG.

De Algemene Inspectie van de politie is belast met de controle op de gedwongen terugkeer.   

De mogelijkheden tot repatriëring van Unieburgers en hun familie, voorzien in de Verblijfswet, staan op gespannen voet met het Unierecht:

  • dwangmaatregelen vormen een inperking van het vrij personenverkeer. Volgens het Unierecht is dat enkel toegestaan om redenen van openbare orde, openbare veiligheid of volksgezondheid (zie art 27, lid 1 Burgerschapsrichtlijn en o.m. HvJ 7/11/11, C-430/10, Gaydarov; HvJ 10/7/08, C-33/07, Jipa; zie ook art. 45 Handvest van de Grondrechten). De Belgische Verblijfswet laat echter ook de repatriëring toe van Unieburgers en hun familieleden die geen gevaar vormen voor de openbare orde, openbare veiligheid of volksgezondheid. De inperking van het vrij personenverkeer is dan ook ruimer dan toegelaten door het Unierecht.
  • uit vaste rechtspraak van het Hof van Justitie volgt dat de begrippen ‘openbare orde’ en ‘openbare veiligheid’ een communautaire en zeer restrictieve invulling moeten krijgen omdat deze afwijken van één van de grondbeginselen van de Unie: het recht op vrij verkeer. Met name moet de Unieburger of zijn familie steeds een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging vormen voor een fundamenteel belang van de samenleving. Dit laatste zal dus steeds getoetst moeten worden vooraleer eender welke dwangmaatregel opgelegd kan worden aan een Unieburger of zijn familielid. Ook wanneer de Belgische Verblijfswet dit niet voorziet.

Uitstel repatriëring

In een aantal gevallen stelt DVZ de repatriëring uit van een derdelander, Unieburger, zijn familielid of het familielid van een Belg.

DVZ kan de repatriëring tijdelijk uitstellen op grond van de specifieke omstandigheden van het geval zoals:

  • je fysieke of mentale gesteldheid,
  • het ontbreken van vervoermiddelen
  • het ontbreken van identificatie

De minister of zijn gemachtigde deelt je schriftelijk mee dat de uitvoering van de verwijderingsbeslissing tijdelijk uitgesteld is. In geval van detentie met het oog op verwijdering delen zij je dit uitstel mondeling mee.

Als je wil huwen of een wettelijk geregistreerd partnerschap aangaan, voorziet de omzendbrief van 17 september 2013 in een tijdelijke bescherming tegen repatriëring als je eerder een BGV kreeg. Op deze bescherming bestaan een aantal uitzonderingen. 

Voor gezinnen met minderjarige schoolgaande kinderen bepaalt de omzendbrief van 29 april 2003, gewijzigd door de omzendbrief van 2 januari 2016, dat DVZ kan beslissen de repatriëring tijdelijk uit te stellen tot het einde van het schooljaar wanneer DVZ het BGV nam in de periode vanaf het begin van de paasvakantie tot het einde van het schooljaar. Deze mogelijkheid bestaat niet bij een tweede of volgend BGV.

Om het risico op onderduiken te vermijden tijdens de periode van tijdelijk uitstel kan de minister of DVZ je:

  • preventieve maatregelen opleggen of
  • een verblijfplaats aanwijzen gedurende de tijd die nodig is om de repatriëring uit te voeren

Gevolgen van de uitvoering van het BGV

Een bevel om het grondgebied te verlaten dat wordt uitgevoerd, krijgt volledig uitwerking op het moment van uitvoering en kan in principe je rechtspositie niet meer beïnvloeden.

Maar wanneer een BGV dat gepaard gaat met een inreisverbod, wordt uitgevoerd, verliest het BGV niet volledig zijn uitwerking want het vormt nog steeds de juridische en feitelijke grondslag voor het bestaan van het ermee gepaard gaande inreisverbod. 

Extra informatie