Arbeidsrechtbank
Brussel
13/016425
Buitenlandse werknemer - arbeidskaart B - wanbetaling loon - vordering achterstallig loon - eindejaarspremie - vakantiegeld - onvoldoende bewijzen van tewerkstelling - ongegrond
Buitenlandse werknemer werkt vanaf 1 maart 2007 in het magazijn van een Brussels bedrijf. De werkgever betaalt hem 600 euro per maand. Hij werkte 7 dagen op 7, van 7u tot 18u. Eind 2009 werd zijn verblijf geregulariseerd en de werkgever vroeg voor hem een arbeidskaart B aan. Op 7 september 2010 werkte hij met een arbeidskaart B en dus met wettig verblijf. Hij had een contract van bepaalde duur tot 29 juni 2011. De werksituatie veranderde echter niet. Zijn loon en de werkomstandigheden bleven dezelfde. In oktober 2010 legt hij een klacht neer bij de Sociale Inspectie die het dossier klasseert zonder gevolg. Vervolgens stapt hij naar de rechter. De rechter oordeelt echter dat er geen geloofwaardige bewijzen aangebracht worden van zijn tewerkstelling en volgt de visie van de werkgever. De vordering wordt ongegrond verklaard en de werknemer moet een rechtsplegingsvergoeding betalen van 1.100 euro. Dit vonnis wordt hervormd in beroep. Zie Arbeidshof/Brussel - 12-01-2015.