Arbeidsrechtbank
Brussel
9521-09
Illegale verblijvende moeder van een kind met verblijfsrecht – gedeeld ouderlijk gezag – bewaring van het kind hoofdzakelijk door moeder – kinderbijslag – beperkt onderhoudsgeld - steunaanvraag – weigering – illegaal verblijf – art. 57 § 2 OCMW-wet – uitzonderingen – onmogelijke terugkeer – art. 8 EVRM – geen absolute bescherming - belangenafweging – beoordeling in concreto – bescherming art. 8 EVRM – veroordeling OCMW tot betaling financiële steun

De wet voorziet niet door wie en hoe steun gegeven moet worden in de periode tussen de aanvraag en de effectieve opvang van het kind en zijn ouders door Fedasil. Gedurende deze periode is de toepassing van artikel 57 §2 OCMW-wet, met name de opvang in een centrum, onmogelijk. Maatschappelijke dienstverlening moet aan elk kind op een effectieve manier geleverd worden. De onmogelijke toepassing van een afwijkend systeem van uitsluitend materiële hulp heeft tot gevolg dat men opnieuw de algemene regel dient toe te passen in de vorm van steunverlening door het OCMW in de meest gepaste vorm. De nalatigheid van het OCMW om de nodige stappen te zetten met het oog op opvang van het kind en zijn ouders door Fedasil of de tijd tussen de aanvraag en de effectieve materiële opvang, kan geen afbreuk doen aan het recht op maatschappelijke dienstverlening van het kind, zoals gewaarborgd door de Grondwet en het Kinderrechtenverdrag. In een dergelijk geval moet steun van “gemeen recht” toegekend worden, zoals voorzien in artikel 1 OCMW-wet.