Arbeidsrechtbank
Brussel
7542/09
Asielzoekers – opvang – geen toewijzing door Fedasil – verzadigd opvangnetwerk – eenzijdig verzoekschrift – veroordeling OCMW Brussel - procedure in kort geding – veroordeling Fedasil – procedure ten gronde – art. 3, 6, 10, 11 §1 en 3 Opvangwet – art. 165, 3° Wet houdende diverse bepalingen van 30 december 2009 - art. 11 §1 Opvangwet – opvangstructuur als verplichte plaats van inschrijving - art. 11 §3 Opvangwet – afwijking in geval van bijzondere omstandigheden - verzadigd opvangnetwerk – memorie van toelichting bij art. 11 Opvangwet – begrip “bijzondere omstandigheden” – buitengewoon karakter – afwijking van normale gang van zaken – uitzonderingsbepaling – restrictieve interpretatie - in casu structureel probleem – geen bijzondere omstandigheden – noodopvangstructuren – geen verzadiging bewezen – OCMW Brussel – geen kwalitatief evenwaardig alternatief inzake materiële dienstverlening – nieuw art. 11 §4 Opvangwet – toewijzing aan OCMW – geen machtiging ministerraad – geen KB houdende criteria voor gelijkmatige verdeling asielzoekers – vonnis uitvoerbaar bij voorraad – dwangsom

Fedasil weigert echter om aan eisers een verplichte plaats van inschrijving toe te kennen en beroept zich hiervoor op artikel 11 § 3 in fine van de Opvangwet. De vraag stelt zich bijgevolg of er in casu sprake is van "bijzondere omstandigheden', die Fedasil toelaten om af te wijken van de bepalingen van artikel 11 § 1 (verplichting van toewijzing van een opvangstructuur als verplichte plaats van inschrijving) door geen verplichte plaats van inschrijving (code 207) toe te wijzen. Fedasil roept de verzadiging van het opvangnetwerk in als bijzondere omstandigheid, dit onder verwijzing naar de Memorie van Toelichting bij artikel 11 van de .Opvangwet .Vooreerst dient samen met het O.C.M.W. en met het Openbaar Ministerie te worden aangenomen dat als "bijzondere omstandigheden" slechts kunnen worden beschouwd, die omstandigheden die een buitengewoon karakter vertonen en afwijken van de normale gang van zaken. "Bijzonder" is immers slechts hetgeen "afwijkt van het gewone" (Vandale verklarend woordenboek). De Rechtbank neemt aan dat de verzadiging van de opvangcapaciteit in bepaalde hypotheses kan worden beschouwd als een ''bijzondere omstandigheid" (artikel 11 § 3), doch dat dit niet per definitie het geval is; steeds dient getoetst of sprake is van een bijzondere situatie, afwijkend van de gewoonlijke, de gangbare. In casu echter is de verzadiging van het opvangnetwerk, zoals Fedasil zelf mee aangeeft, te beschouwen als een structureel probleem. Deze structurele problemen zijn niet nieuw, vertonen geen buitengewoon karakter en maken - doordat ze werden bestendigd - inmiddels een algemeen te noemen toestand uit. Bijgevolg kunnen zij niet als bijzondere omstandigheden worden aanzien. Artikel 11, § 3 in fine maakt een uitzonderingsbepaling uit; om die reden dient het begrip ''bijzondere omstandigheden" ook restrictief te worden geïnterpreteerd. Fedasil toont ook geenszins aan dat het opvangnetwerk verzadigd is, inclusief de beschikbare plaatsen in de noodopvangstructuren zoal