Arbeidsrechtbank
Brussel
3772/09
Arbeidsovereenkomst van bepaalde duur – niet slagen in interne selectietest – geen toekenning arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur – andere behandeling van collega’s van verzoekster – brief aan werkgever – discriminerende behandeling – kopie brief aan het Centrum voor Gelijkheid van kansen en racismebestrijding – ontslag op staande voet – ontslag in strijd met wettelijk ontslagverbod – art. 17 Antidiscriminatiewet en art. 15 Antiracismewet – veroordeling werkgever tot betaling van wettelijke forfaitaire schadevergoeding aan verzoekster – schadevergoeding aan het Centrum.

De rechtbank kan niet anders dan vaststellen dat verweerster in haar brief van 15 december 2008 ondubbelzinnig heeft gesteld dat het feit dat eiseres kopie van haar klacht had gezonden aan het Centrum voor gelijkheid van kansen (en een gelijkaardige brief door haar vakorganisatie liet sturen aan verweerster), door verweerster werd beschouwd als een ongeoorloofde wijze van druk en reden was om de arbeidsovereenkomst voortijdig te beëindigen. De rechtbank sluit niet uit dat de personeelsdirectie van verweerster te goeder trouw handelde en de selectie- en aanwervingsregels zonder enige vorm van discriminatie op grond van afkomst of huidskleur toepaste zoals geloofwaardig wordt gemaakt door de stukken die verweerster neerlegt met betrekking tot haar diversiteitsbeleid. Het is dan ook opmerkelijk dat eiseres zelf pas voor het eerst in conclusies heeft ingeroepen dat er discriminatie op basis van haar vreemde afkomst zou zijn geweest. Het is mogelijk dat verweerster er eveneens ter goeder trouw van overtuigd was dat zij als werkgever naar eigen goeddunken een uitzondering op de aanwervingsregels mocht maken voor kandidaten met uitzonderlijke kwaliteiten (of bijvoorbeeld kandidaten die een van een bepaalde voorspraak genieten), in de mate dat zij geen wettelijke bepalingen inzake discriminatie overtreedt. Het kan dus zijn dat verweerster juist omdat ze te goeder trouw was, bijzonder ontstemd was over het feit dat eiseres haar onderneming beschuldigde van discriminatie en de onderneming aanklaagde bij het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding. Blijft echter dat de impulsieve reactie van verweerster met een ontslag op staande voet inderdaad van aard was om eiseres en andere werknemers af te schrikken om gebruik te maken van hun recht om het Centrum in te lichten wanneer zij menen het slachtoffer van een discriminerende behandeling te zijn. Dit ontslag maakte een fout uit gezien het in strijd was met een wettelijk ontslagverbod (artikel 17 van de Antidiscri