Arbeidsrechtbank
Brussel
8530/11
Asielzoeker – derde asielaanvraag – Somalië – ocmw-steun – weigering – artikel 57, § 2 OCMW-wet – onverwijderbaar – gegrond

In principe heeft een vreemdeling die illegaal in België verblijft alleen recht op dringende medische hulp. Om de juiste draagwijdte te kennen van het artikel 57, § 2 OCMW-wet en in het bijzonder van de staat van illegaliteit waarnaar het verwijst, moeten we kijken naar de ratio legis. De wetgever heeft willen vermijden dat vreemdelingen, ondanks een uitwijzingsbevel, niet zouden vertrekken. Hieruit volgt dat artikel 57, § 2 niet van toepassing is voor de vreemdelingen die het Belgische grondgebied niet kunnen verlaten, om redenen buiten hun wil. Het gaat om een uitzondering op het principe van de toekenning van dringende medische hulp en moet strikt geïnterpreteerd worden. Alleen een absolute onmogelijkheid om het land te verlaten kan in aanmerking worden genomen om toegang geven tot het recht op sociale dienstverlening op grond van de artikelen 1 en 57, § 1 OCMW-wet. De absolute onmogelijkheid om het grondgebied te verlaten moet volgen uit administratieve redenen die totaal los zijn van de wil van de vreemdeling of uit specifieke wettelijke bepalingen die de verwijdering verbieden of ook om medische redenen. De eiser kan onmogelijk terugkeren naar zijn land. De eiser bevindt zich dus niet in een situatie van illegaal verblijf in de zin van artikel 57 § 2. Hij kan dus aanspraak maken op sociale hulp op grond van de artikelen 1en 57, § 1. De eiser heeft geen reisdocumenten enerzijds en anderzijds werd niet aanvaard dat hij van Somalische afkomst was. Eiser heeft nochtans al het mogelijke gedaan om te bewijzen dat hij van Somalische afkomst is. Zijn vader werd geboren in de omgeving van Kismayo en behoorde tot de Bayuni. Eiser heeft steeds voorgehouden dat hij tot de Bayuni behoorde en in de streek van Kismayo leefde. Een terugkeer naar Somalië kan niet en dus bevindt eiser zich in een toestand van overmacht. Wat de behoeftigheid van eiser betreft, hangt de eiser af van de goedheid van een landbouwer, die hem onderdak heeft verleend en hem eten geeft in ruil voor arbeid. Het kan natuurlijk niet dat de eiser moet afhangen van de hulp van een derde, terwijl hij recht heeft op maatschappelijke dienstverlening van het OCMW.