Europees Hof voor de Rechten van de Mens
39065/16
(O.S.A. e.a. t. Griekenland) Griekenland – detentie – EU-Turkije Verklaring - recht op een effectief rechtsmiddel –schending art. 5 § 4 - geen schending artikel 5§1 f) EVRM (recht op vrijheid en veiligheid)- Geen schending artikel 3 EVRM (verbod op foltering en onmenselijke en vernederende behandeling) - J.R. en anderen t. Griekenland

In deze zaak oordeelt het EHRM dat de detentie van vier Afghaanse families in een hotspot op het Griekse eiland Chios in 2016 noch artikel 3 EVRM noch artikel 5§1 f) EVRM heeft geschonden. Het EHRM beslist echter wel dat de Griekse autoriteiten artikel 5§4 EVRM geschonden hebben, omdat het voor de verzoekers praktisch onmogelijk was om hun detentie aan te vechten. Het EHRM grijpt in dit arrest terug naar zijn eerdere rechtspraak J.R. en anderen t. Griekenland[1]. Elk van de verzoekers krijgt 650 euro schadevergoeding toegekend.

 

Feiten

 

De vier verzoekers in deze zaak zijn vier onderdanen uit Afghanistan die op 21 maart 2016, de dag nadat de EU-Turkije verklaring in werking trad, samen met hun familie aankwamen op het Griekse eiland Chios. Ze werden gearresteerd en overgebracht naar het Vial centrum voor opvang, identificatie en registratie van migranten. Diezelfde dag beval het hoofd van de politie ook hun detentie. Op 24 maart 2016 vraagt hij hun uitwijzing en een verlenging van de administratieve detentie in afwachting van hun verwijdering, met een maximum van zes maanden. Deze beslissingen, in het Grieks, werden dezelfde dag betekend aan de verzoekers.

 

Op 4 april 2016 uitten de verzoekers hun intenties om asiel aan te vragen. In afwachting van deze procedure werd hun uitwijzing geschorst. De verzoekers kregen documenten die golden als tijdelijke registratiecertificaten. Van twee verzoekers werd de asielaanvraag gearchiveerd omdat zij zich niet op de voorgestelde datum hadden aangeboden om hun asielaanvraag te registeren.

 

Op 5 juli 2016 richtten de verzoekers zich tot het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Ze beroepen zich op artikel 5 § 4 (het recht op een spoedige beslissing over de wettigheid van de detentie) omdat ze aanhaalden dat ze geen rechtelijke beslissing hadden gekregen over de wettigheid van hun detentie. Ze beroepen zich op artikel 5 § 2 omdat ze niet geïnformeerd zouden zijn over de redenen van hun detentie. Ze vechten eveneens de willekeur van hun detentie aan op basis van artikel 5 § 1. Tot slot beroepen de verzoekers zich ook op artikel 3 EVRM (verbod op foltering) omwille van de omstandigheden in het Vial centrum.

 

Schending artikel 5 § 4: verzoekers niet in de praktische mogelijkheid hun detentie aan te vechten

 

In dit arrest komt het EHRM enkel tot een schending van artikel 5 § 4 (het recht op een spoedige beslissing over de wettigheid van de detentie). De centrale vraag hierbij was of de verzoekers ongehinderd een beroep konden indienen op het moment dat de beslissing tot verwijdering en verlenging van hun detentie was genomen. In dat opzicht haalde het EHRM aan dat de verzoekers enkel Farsi verstonden, maar dat hun beslissing in het Grieks was opgesteld. Het was bovendien niet duidelijk dat de verzoekers, die niet werden bijgestaan door een advocaat, voldoende juridische kennis hadden om de informatiebrochure die ze hadden gekregen te verstaan. Zo werd erin verwezen naar “administratieve rechtbanken” zonder verder te specifiëren over welke het ging. Dit was des te relevanter omdat er op het eiland Chios geen administratieve rechtbank is. De verzoekers werden niet bijgestaan door een advocaat van de NGO werkzaam in het centrum. Het EHRM oordeelt dan ook dat de verzoekers hierdoor niet in de mogelijkheid waren om de beroepsmiddelen uit te putten.

 

De Griekse overheid heeft aan het EHRM ook geen informatie overgemaakt over de procedure om juridische bijstand te verkrijgen. Er was ook geen informatie beschikbaar over het feit of de steun aan de NGO’s al dan niet voldoende was en of er voldoende advocaten waren om de noden van alle bewoners van het Vial centrum te kunnen dekken.

 

Over de informatiebrochures stelde het EHRM in J.R. en anderen t. Griekenland[2] ook al dat ze te vaag en met te technische taal opgesteld zijn om het doel van artikel 5§2 te bereiken, met name adequate en begrijpelijke informatie geven over de redenen van de detentie zodat de betrokkene een eventueel beroep kan indienen. In casu bekijkt het EHRM deze situatie niet onder artikel 5 §2 maar onder artikel 5 § 4).

 

Geen schending artikel 5 §1 EVRM: detentie was niet willekeurig

 

Het EHRM verwijst naar eerdere rechtspraak J.R. en anderen t. Griekenland[3], waarin het had geoordeeld dat er geen sprake was van willekeurige detentie. Net als in dit arrest werd het detentiecentrum na de aankomst van de verzoekers half-open. Uit een beslissing van de Griekse politie blijkt dat zij vrij mochten bewegen maar in het centrum moesten overnachten en het eiland Chios niet mochten verlaten. Volgens het EHRM is er vanaf dat moment geen sprake meer van vrijheidsberoving in de zin van artikel 5 EVRM. Artikel 5 EVRM is dus enkel van toepassing op de eerste periode van één maand toen ze het centrum niet mochten verlaten. Het EHRM is van oordeel dat de duur van de opsluiting niet onredelijk was en gerechtvaardigd met het oog op hun identificatie, het voorkomen van irregulier verblijf in Griekenland en hun eventuele uitwijzing naar Turkije in het kader van de EU-Turkije verklaring. Het EHRM concludeert op dat vlak dat de detentie niet onregelmatig was op basis van artikel 5 § 1 f) EVRM.  

 

Geen schending artikel 3 EVRM

 

Het EHRM verwijst opnieuw naar eerdere rechtspraak J.R. en anderen t. Griekenland[4], waarin het de omstandigheden naar de leefomstandigheden in het Vial centrum had onderzocht, en niet strijdig had gevonden met artikel 3 EVRM. Net als in die zaak oordeelt het EHRM dat de verzoekers in casu slechts voor een relatief korte periode werden vastgehouden (30 dagen). Gedurende hun verblijf was het centrum ook een semi-open structuur geworden.




[1] EHRM 25 januari 2018, nr. 22696/16, J.R. en anderen t. Griekenland.

 

 

[2] EHRM 25 januari 2018, nr. 22696/16, J.R. en anderen t. Griekenland.

[3] EHRM 25 januari 2018, nr. 22696/16, J.R. en anderen t. Griekenland.

[4] EHRM 25 januari 2018, nr. 22696/16, J.R. en anderen t. Griekenland. Verschillende bronnen beschrijven gebrekkige medische zorgen en juridische bijstand, eten en drinkwater van slechte kwaliteit in het Vial centrum van Chios. Toch beslist het EHRM dat die problemen in casu de verzoekers niet getroffen hebben in de mate dat er sprake is van schending van artikel 3. Wat de overbevolking betreft merkt het EHRM op dat noch de verslagen van NGO’s noch de verzoekers een inschatting geven van het aantal beschikbare vierkante meters per bewoners in de containers van het centrum. Volgens het EHRM is artikel 3 EVRM dus niet geschonden.