Europees Hof voor de Rechten van de Mens
43936/18
(Usmanov t. Rusland) Schending artikel 8 (recht op privé- en gezinsleven) – vervallenverklaring Russische nationaliteit – onvolledige informatie over familieleden bij verkrijging nationaliteit – formalistische aanpak door nationale autoriteiten – Europees Verdrag inzake nationaliteit – onevenredige maatregel – verwijderingsbeslissing – vrouw en kinderen Russische burgers – geen belangenafweging door nationale autoriteiten – 3.000 euro morele schadevergoeding

Rusland heeft in deze zaak artikel 8 van het EVRM (recht op privé- en gezinsleven) twee keer geschonden. Enerzijds was de automatische vervallenverklaring van de Russische nationaliteit op basis van een omissie bij de verkrijging ervan onevenredig. Anderzijds was de verwijderingsbeslissing niet genomen na een belangenafweging met zijn privéleven, zijn vrouw en kinderen zijn Russische burgers en verblijven in Rusland.

 

Feiten: vervallenverklaring van Russische nationaliteit wegens formele omissie van broer en zus bij de verkrijging ervan met verwijdering tot gevolg

 

Dhr. Usmanov, verzoeker in deze zaak, is in 2007 vanuit Tadzjikistan in Rusland gevestigd met zijn vrouw en kinderen. In 2008 krijgt het hele gezin de Russische nationaliteit. In 2017 verklaart een rechtbank de nationaliteit van de verzoeker vervallen omdat hij niet al zijn broers en zussen had vermeld bij de procedure om de nationaliteit te verkrijgen. Verzoeker beweert dat een ambtenaar toen gezegd had dat het niet nodig was. Zowel zijn nationale als zijn internationale paspoort worden afgenomen. Dhr. Usmanov krijgt nadien een beslissing tot verwijdering maar zijn gezinsleden blijven de Russische nationaliteit behouden. Hij betwist beide maatregelen voor de Russische rechtbanken tot bij het Grondwettelijk Hof, zonder succes. Voor het EHRM beweert hij dat de vervallenverklaring van zijn nationaliteit en de verwijdering zijn recht op gezins- en privéleven geschonden hebben. Na de indiening van het verzoekschrift in 2018 vraagt het EHRM Rusland om dhr. Usmanov niet uit te wijzen gedurende de procedure, als voorlopige maatregel (art. 39 van het Procedurereglement). Hij wordt opgesloten met het oog op verwijdering in afwachting van de beslissing van het EHRM.

 

Vervallenverklaring van nationaliteit en art. 8 EVRM: twee-stappen test

 

Ook al bevat noch het EVRM noch zijn Protocols het recht op nationaliteit, toch kan de weigering of vervallenverklaring van de nationaliteit in bepaalde omstandigheden een inmenging in het privé- of gezinsleven vormen. Volgens het EHRM is de nationaliteit een element van de identiteit van een persoon. Het EHRM past een twee stappen test toe om te bepalen of artikel 8 al dan niet geschonden wordt. Vooreerst moet naar de gevolgen van de maatregel op het individu gekeken worden om te bepalen of een inmenging in het recht al dan niet bestaat (de zogenaamde “consequence criteria”). Ten tweede moet het al dan niet willekeurige karakter van de maatregel zelf en van het juridisch kader onderzocht worden om te bepalen of er al dan niet een schending van artikel 8 EVRM is (de zogenaamde “arbitrariness criteria”) (§53).

 

Vervallenverklaring van nationaliteit is een voorwaarde voor de verwijdering en vormt een inmenging in het privé-en gezinsleven

 

Het EHRM noteert dat de vervallenverklaring van de nationaliteit dhr. Usmanov van zijn wettig statuut in Rusland berooft, waar het bezit van een identiteitsdocument nodig is in het dagelijks leven (bv. Om treintickets te kopen en om medische zorg te krijgen). De vernietiging van zijn Russische nationaliteit was ook een voorwaardelijke maatregel voor het inreisverbod van 35 jaar en de verwijderingsbeslissing die later genomen zijn. The “consequence criteria” zijn hier dus vervuld en het EHRM stelt dat de vervallenverklaring van de nationaliteit wel een inmenging in het privé- en gezinsleven van verzoeker vormt (§ 60).

 

De vervallenverklaring van de nationaliteit was onevenredig : eerste schending art. 8 EVRM

 

Het EHRM herhaalt dat de vernietiging of vervallenverklaring van de nationaliteit op zich niet strijdig is met het EVRM. Als de nationaliteit vernietigd kan worden op basis van valse informatie of als de betrokkene informatie achtergehouden heeft, dan moet de wet de aard van die informatie verduidelijken. Volgens de Russische wetgeving en rechtspraak – algemeen en in de situatie van dhr. Usmanov – volstaat dat enige verzochte informatie ontbreekt om de nationaliteit vervallen te verklaren, zonder de relevantie van die informatie of de ernst van het achterhouden ervan te onderzoeken. Het EHRM stelt vast dat de relevantie van omissie van zijn broers en zussen bij de verkrijging van de nationaliteit nooit is overwogen door de Russische rechtbanken inclusief het Grondwettelijk Hof. Opmerkelijk is dat het EHRM naar het Europees Verdrag inzake nationaliteit verwijst terwijl Rusland het niet geratificeerd heeft[1]. Volgens artikel 7 §1 b) van dat verdrag mag enkel de omissie van relevante feiten, naast fraude en het gebruik van valse informatie, tot de vervallenverklaring van de nationaliteit leiden (§ 68).  

 

Volgens het EHRM bood de uiterst formalistische aanpak van de Russische autoriteiten en rechtscolleges geen adequate bescherming tegen willekeur. De vervallenverklaring lijkt erg onevenredig met de omissie van de verzoeker. Artikel 8 is dus eerst geschonden door de vervallenverklaring van de nationaliteit van dhr. Usmanov. 

 

De verwijderingsbeslissing is genomen zonder belangenafweging : tweede schending art. 8 EVRM

 

Dhr. Usmanov heeft een verwijderingsbeslissing gekregen op basis van de bescherming van de openbare orde. Ook hier stelt het EHRM vast dat de Russische rechters een puur formeel onderzoek van de maatregel hebben gevoerd. Ze hebben zich beperkt tot de stelling dat de federale veiligheidsdienst wel bevoegd was om zo’n beslissing te nemen, zonder enige onafhankelijke controle van de feitelijke basis, met name om welke redenen verzoeker een gevaar voor de openbare orde zou vormen. Bovendien was er geen enkele belangenafweging rekening houdend met het privé- en gezinsleven van verzoeker (duur van zijn verblijf in Rusland, professionele, culturele, sociale en gezinsbanden met het land, belangen van de kinderen, enz.). De enige stelling dat zijn gezin hem naar het buitenland kon volgen of dat hij vanuit het buitenland hen financieel kon blijven ondersteunen, is voor het EHRM een onvoldoende rechtvaardiging, rekening houdend met de ernst van de zaak (§77). Daardoor is artikel 8 EVRM een tweede keer geschonden door de verwijderingsbeslissing.

 

Dhr. Usmanov krijgt 10.000 euro morele schadevergoeding.

 

Eensluidende opinie : rechters Lemmens en Ravarani pleiten voor meer coherentie inzake weigering en vervallenverklaring van nationaliteit

 

Ook al is het arrest van het EHRM unaniem aangenomen, toch bekritiseren rechters Lemmens en Ravarani de redenering van hun collega’s i.v.m. de vervallenverklaring van de nationaliteit in een eensluidende opinie. Volgens hen is de hierboven beschreven tweestappen test niet in lijn met de toetsing van het EHRM in andere zaken onder artikel 8 EVRM. Bovendien wordt die tweestappentest niet altijd op dezelfde manier door het EHRM toegepast in verschillende zaken i.v.m. weigering of vervallenverklaring van de nationaliteit (§5). Rechters Lemmens en Ravarani zijn van mening dat het gebrek aan gemeenschappelijke aanpak tussen de verschillende tendensen van de rechtspraak de rechtszekerheid in het gedrang brengen. Ze pleiten voor meer coherentie. Ze hoopten dat deze zaak de gelegenheid zou zijn om meer duidelijkheid en coherentie te brengen en betreuren dat dit niet het geval is.          




[1] Europees Verdrag inzake nationaliteit van 6 november 1997. 21 lidstaten van de Raad van Europa hebben het geratificeerd. Rusland heeft het ondertekend maar niet geratificeerd. België heeft het niet ondertekend (zie https://www.coe.int/en/web/conventions/full-list/-/conventions/treaty/166/signatures?p_auth=OhQoaTTg ).