Hof van beroep
Gent
2021/FA/842
Nationaliteit – nationaliteitsverklaring – talenkennis – niveau A2 – art. 12bis WBN – art. 1 KB 14 januari 2013 – documentair systeem – inburgeringsattest – geen vermelding talenkennis – analfabeet – GwH 23 maart 2023, nr. 53/2023 – onmogelijk talenkennis te verwerven – daartoe ingerichte opleidingen volgen – geen bewijs dat verzoeker niet in staat is niveau te verwerven – gegrond – geen toekenning Belgische nationaliteit

Bij arrest van 23 maart 2023 heeft het Grondwettelijk Hof zich uitgesproken over een prejudiciële vraag aangaande de bestaanbaarheid van de artikelen 1, § 2, 5° en 12bis, § 1 WBN met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre die bepalingen niet voorzien in een uitzondering op het vereisten om over een minimale kennis van één van de landstalen te beschikken gelijk aan niveau A2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen, ten aanzien van de vreemdelingen die analfabeet zijn en die, hoewel zij over de vereiste mondelinge vaardigheid beschikken, door een gebrek aan taalkundige basiscompetenties en – inzichten niet in staat zijn de met dat niveau overeenstemmende schriftelijke vaardigheden te verwerven, ook niet door de daartoe ingerichte opleidingen te volgen. (GwH 23 maart 2023, nr. 53/2023, RW 2022-23 (samenvatting), 1360) (eigen onderlijning).

Het Grondwettelijk Hof maakte hierbij de analyse zoals hierboven vermeld onder randnummer 11.

Het Grondwettelijk Hof overweegt vervolgens dat het feit dat een analfabeet, hoewel hij over de vereiste mondelinge taalvaardigheid beschikt, niet erin slaagt de in B.10.2 vermelde schriftelijke vaardigheden (lees: niveau A2) te verwerven, in sommige gevallen niet het gevolg is van onwil om zich te integreren of om redelijke inspanningen te leveren teneinde één van de landstalen te leren, maar van een gebrek aan bepaalde taalkundige basiscompetenties en – inzichten. In zulke gevallen brengt de in het geding zijnde taalvereiste, ten aanzien van de door de wetgever nagestreefde doelstelling van integratie, onevenredige gevolgen met zich mee (overweging B.10.5).

Het Hof besluit dat de artikelen 1, § 2, 5° en 12bis, § 1 WBN bijgevolg niet bestaanbaar zijn met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre zij niet voorzien in een uitzondering op het vereiste om over een minimale kennis van één van de landstalen te beschikken gelijk aan niveau A2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen, ten aanzien van de vreemdelingen die analfabeet zijn en die, hoewel zij over de vereiste mondelinge vaardigheid beschikken, door een gebrek aan taalkundige basiscompetenties en – inzichten niet in staat zijn de met dat niveau overeenstemmende schriftelijke vaardigheden te verwerven, ook niet door de daartoe ingerichte opleidingen te volgen (overweging B.11.1.) (eigen onderlijning)

Het komt de wetgever toe de vastgestelde ongrondwettigheid te verhelpen, door te voorzien in een mogelijkheid voor de vreemdeling die een nationaliteitsverklaring aflegt, om aan te tonen dat hij door zijn analfabetisme en hoewel hij daartoe, rekening houdend met het bestaande opleidingsaanbod, redelijke inspanningen heeft geleverd, niet in staat is om de desbetreffende schriftelijke vaardigheden te verwerven.

In afwachting van een wetgevend optreden staat het aldus het Hof aan het verwijzende rechtscollege een einde te maken aan die ongrondwettigheid, door in de bodemgeschillen, in voorkomend geval met de bijstand van een deskundige te beoordelen of de betrokkene vreemdelingen al dan niet in staat zijn om niveau A2 in het geheel te bereiken (overweging B.11.2.).

X bevindt zich evenwel niet in een situatie waarvan sprake in voormeld arrest van 23 maart 2023.

Punt is dat X gedurende de door haar gevolgde opleiding NT2 Alfa mondeling richtgraad 1 en schriftelijke richtgraad 1.1 niet stagneerde en wel degelijk het certificaat heeft behaald.

Punt is evenzeer dat X niet aantoont dat zij na het behalen van voormeld certificaat niet in staat was/is om door te stromen naar de reguliere opleidingen van het leergebied ‘Nederlands tweede taal’ (NT2) waar zij het vereiste niveau A2 schriftelijk wél kan behalen.

X houdt voor dat zij ingevolge een gebrek aan taalkundige basiscompetenties en -inzichten niet in staat is de met dat niveau overeenstemmende schriftelijke vaardigheden te verwerven, ook niet door de daartoe ingerichte opleidingen te volgen.

Enige bewijs hiervan legt X niet voor. Een en ander botst voorts met het gegeven dat zij (1) sinds 9 februari 2023 verder Nederlandse taalles NT1, inz. NT1 module Functioneren Open Nederlands Verlengd, volgt in het Centrum voor Basiseducatie Midden- en Zuid-West-Vlaanderen en (2) aangeeft dat dit de ‘Opleiding Nederlands Moedertaal’ betreft voor personen die al vlot Nederlands spreken/begrijpen en willen werken aan hun lees- en schrijfvaardigheid.

In deze optiek is de aanwijzing van een deskundige niet aan de orde.