Hof van beroep
Antwerpen
2010/EV/29
Exequatur buitenlands vonnis – onderhoudsuitkering – EEX-verdrag – Verdrag van Den Haag van 15 april 1958 – bewijs van betekening

De rechtbank van eerste aanleg verklaarde het verzoek van de ex-echtgenote tot uitvoerbaarverklaring van een Nederlands vonnis waarbij de ex-echtgenoot veroordeeld wordt tot het betalen van een onderhoudsuitkering voor zijn drie kinderen aan de ex-echtgenote. De eerste rechter heeft bij het bestreden vonnis de vordering ongegrond verklaard onder de motivering dat overeenkomstig art. 47, 1° van het E.E.X.-verdrag een document dient te worden neergelegd waaruit kan worden vastgesteld dat de beslissing volgens de wet van de staat van herkomst uitvoerbaar is en betekend is geworden. De eerste rechter stelde vast dat een bewijs van de betekening van de beschikking niet werd voorgelegd. Echter, overeenkomstig artikel 57 van het E.E.X.-Verdrag laat het verdrag onverlet de verdragen die voor bijzondere onderwerpen, de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen regelen. Dit betekent dat mevrouw zich in casu effectief kan beroepen op het Verdrag van Den Haag van 15 april 1958. Het is correct dat in artikel 4 van voormeld verdrag de betekening niet werd vermeld als een over te leggen stuk. Derhalve dient door haar geen bewijs van betekening te worden voorgelegd, wordt het bestreden vonnis hervormt en wordt het exequatur aan het Nederlandse vonnis verleent.