Hof van beroep
Antwerpen
2010/RK/220
Ouderlijke verantwoordelijkheid – echtscheiding – internationale bevoegdheid – dringende en voorlopige maatregelen – Brussel IIbis Verordening – artikelen 8, 12 en 20 Brussel IIbis Verordening

Vermits S. sedert haar geboorte in Duitsland gewoond heeft en er derhalve haar gewone verblijfplaats heeft, is ten gevolge artikel 8 Brussel IIbis Verordening de Duitse rechter bevoegd voor de geschillen inzake ouderlijke verantwoordelijkheid met betrekking tot dit kind. De uitzonderingsbepaling van artikel 12 die stelt dat de gerechten van een lidstaat die op grond van artikel 5 bevoegd zijn voor de echtscheiding ook bevoegd zijn voor de ouderlijke verantwoordelijkheid kan in casu niet toegepast worden om de bevoegdheid van de Belgische rechtbank te verdedigen nu het hiervoor niet voldoende is dat er echtscheidingsprocedure in België hangende is maar dat daarvoor ook vereist is dat de bevoegdheid van deze rechtbank door de echtgenoten op ondubbelzinnige wijze is aanvaard en dit laatste in casu niet het geval was. Evenmin kan de bevoegdheid van de Belgische rechter met betrekking tot voorlopige en bewarende maatregelen over de ouderlijke verantwoordelijkheid ten aanzien van S. gesteund worden op artikel 20 Brussel IIbis Verordening aangezien op grond van deze bepaling enkel de gerechten van een lidstaat voorlopige en bewarende maatregelen kunnen treffen ten aanzien van een persoon die zich in die staat bevindt. S. bevindt zich immers in Duitsland.