Hof van Cassatie
C.18.0400.N
Staatloze – Palestijnse origine – art. 1 Verdrag van New York 1954 betreffende de Status van Staatlozen – Palestijnse nationaliteit – Montevideo Conventie – internationaal gewoonterecht – bevolking - bepaald grondgebied – regering – capaciteit om relaties aan te gaan met andere staten – niet afhankelijk van erkenning door andere staten - verwerping

Artikel 1 van het Verdrag van 28 september 1954 betreffende de Status van Staatlozen, bepaalt dat voor de toepassing van dit verdrag als “staatloze” geldt een persoon die door geen enkele Staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd.

 

Krachtens het internationaal recht zoals dit onder meer is neergelegd in artikel 1 van het Verdrag van Montevideo (Montevideo Convention on the Rights and Duties of States) van 26 december 1933, is er sprake van een Staat wanneer de volgende elementen aanwezig zijn: een bevolking, een welbepaald grondgebied en een regering die daadwerkelijk en effectief gezag uitoefent en de bekwaamheid heeft betrekkingen met andere Staten te onderhouden. De totstandkoming van een Staat is, in beginsel, niet afhankelijk van zijn erkenning door andere Staten.

 

Het middel dat geheel ervan uitgaat dat de appelrechters de eiser ten onrechte als Palestijns staatsburger beschouwen omdat Palestina niet als een Staat is aan te zien wegens “gebrek aan erkenning door de internationale gemeenschap” kan niet worden aangenomen.