Hof van Cassatie
C.16.0538.N en C.16.0544.N
Nationaliteit – schijnhuwelijk – nietigverklaring – art. 146bis BW – art. 23/1 WBN – gevolgen voor nationaliteit – uitwerking in de tijd – enkel voor de toekomst - miskenning fraus omnia corrumpit - minderjarige kinderen kunnen in casu niet als daders worden aanzien – vervallenverklaring nationaliteit moeder – gedeeltelijke vernietiging

Het arrest oordeelt vooreerst, niet bekritiseerd, dat het door de eiseres en X op 11 oktober 2007 aangegaan huwelijk volstrekt nietig is, als schijnhuwelijk, en bevestigt het beroepen vonnis met betrekking tot de nietigverklaring van dit huwelijk en wat betreft de gevolgen ervan voor de Belgische nationaliteit die de dochters van de eiseres hebben verkregen.

 

Op het hoger beroep van de verweerder, vernietigt het arrest het beroepen vonnis wat betreft de gevolgen van de nietigverklaring van het huwelijk voor de Belgische nationaliteit die de eiseres heeft verkregen en zegt het voor recht dat de eiseres geacht wordt nooit de Belgische nationaliteit te hebben verkregen. Het verantwoordt die beslissing met de redenen dat het algemeen rechtsbeginsel fraus omnia corrumpit eraan in de weg staat dat het bedrog de dader tot voordeel strekt, dat het huwelijk met een Belg een noodzakelijke voorwaarde uitmaakt voor de in artikel 16, § 2, 1° WBN bedoelde verklaring van nationaliteitskeuze, dat wanneer vaststaat dat er ex tunc geen huwelijk is in de zin van artikel 146bis Burgerlijk Wetboek, er ook nooit aan de voorwaarde van artikel 16, § 2, 1° WBN is voldaan en dat de eiseres bijgevolg aan dat huwelijk geen recht kon ontlenen op het verkrijgen en het behoud van de door bedrog verkregen Belgische nationaliteit.

 

Het arrest dat aldus aan de nietigverklaring van een schijnhuwelijk gevolgen verleent voor de nationaliteit die tegen de nationaliteitswetgeving indruisen, schendt artikel 8 Grondwet en de artikelen 2, 16 en 23 WBN, in hun hier toepasselijke versie, en miskent het algemeen rechtsbeginsel fraus omnia corrumpit door dit contra legem toe te passen.

 

(…)

 

Voor het overige gaat het middel er geheel van uit dat door de nietigverklaring van haar huwelijk met eerste verweerder, de Belgische nationaliteit van tweede verweerster met terugwerkende kracht verloren gaat.

 

Uit het antwoord op het tweede onderdeel in zaak C.16.0544.N volgt dat het middel in zoverre op een onjuiste rechtsopvatting berust.