Hof van Justitie
C-490/20
(V.М.А. t. Stolichna obshtina, rayon „Pancharevo”) Prejudiciële verwijzing – Burgerschap van de Unie – Artikelen 20 en 21 VWEU – Recht om vrij op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven – Kind dat is geboren in het gastland van zijn ouders – Door deze lidstaat afgegeven geboorteakte waarin voor dat kind twee moeders vermeld staan – Weigering door de lidstaat van herkomst van een van deze twee moeders om voor dat kind een geboorteakte af te geven bij gebreke van informatie over de identiteit van zijn biologische moeder – Bezit van een dergelijke akte dat de voorwaarde vormt voor afgifte van een identiteitskaart of een paspoort – Nationale regeling van deze lidstaat van herkomst waarin het ouderschap van personen van hetzelfde geslacht niet wordt erkend

De zaak V.M.A. tegen Stolichna obshtina (hierna: ‘gemeente Sofia’) betreft een prejudiciële vraag omtrent de weigering van de gemeente Sofia om een geboorteakte af te geven voor S.D.K.A., de dochter van de Bulgaarse V.M.A. en de Britse K.D.K., haar echtgenote. S.D.K.A. was geboren in Spanje, waar de lokale autoriteiten een geboorteakte hadden opgesteld waarbij V.M.A. en K.D.K. beiden als “moeder” werden aangeduid. Met het oog op het bekomen van een Bulgaars identiteitsdocument voor S.D.K.A. vroeg V.M.A. een geboorteakte aan bij de gemeente Sofia. De gemeente verzocht om bewijs te leveren van de afstamming van S.D.K.A. wat betreft haar biologische moeder. Volgens het Bulgaarse geboorteaktemodel kon er namelijk slechts één persoon als “moeder” opgegeven worden. V.M.A. weigerde deze informatie te verstrekken. De aanvraag werd afgewezen omdat het erkennen van een geboorteakte met twee moeders zou ingaan tegen de openbare orde in Bulgarije, waar het huwelijk tussen twee mensen van hetzelfde geslacht niet is toegestaan. V.M.A. ging in beroep en de Administrativen sad Sofia-grad stelde vast dat S.D.K.A. in elk geval de Bulgaarse nationaliteit bezat maar dat het ontbreken van een Bulgaarse geboorteakte het verkrijgen van een Bulgaars identiteitsdocument kan bemoeilijken. In deze context stelde ze prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU.

Het Hof stelt eerst en vooral vast dat S.D.K.A. zonder twijfel een Unieburger is. Bijgevolg heeft ze het recht om met elk van haar beide ouders haar recht om vrij op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven, zoals gewaarborgd door onder artikel 21 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, zonder belemmeringen uit te oefenen. Om dit te verzekeren, besluit het Hof dat de Bulgaarse autoriteiten verplicht zijn om de afstamming van S.D.K.A. ten opzichte van beide moeders te erkennen.

Het Hof verwerpt verder het argument dat een dergelijke erkenning een inbreuk zou uitmaken op de openbare orde van Bulgarije. De term ‘openbare orde’ moet namelijk strikt geïnterpreteerd worden en het is niet louter aan de lidstaten om de draagwijdte hiervan te bepalen. Enkel een werkelijke en voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel maatschappelijk belang kan hiervoor in aanmerking komen. Het Hof oordeelt dat het erkennen van twee moeders voor één persoon niet indruist tegen de nationale identiteit van Bulgarije en geen bedreiging vormt voor de openbare orde.

Verder wijst het Hof ook op artikels 7 en 24 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, respectievelijk het recht op de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, en de rechten van het kind. Op basis van rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelt het Hof dat de mogelijkheid voor een ouder en zijn kind om samen te zijn een “fundamenteel bestanddeel van het gezinsleven” vormt. Bijgevolg beschermen deze grondrechten de relatie tussen S.D.K.A. en haar beide ouders, zoals vastgelegd door de Spaanse geboorteakte.

Dit brengt het Hof tot de volgende twee conclusies. Ten eerste kan een EU-lidstaat in dergelijke gevallen weigeren een geboorteakte te verstrekken, zonder evenwel een nationale geboorteakte te vereisen voor het verstrekken van een identiteitsdocument. Ten tweede is de lidstaat verplicht de geboorteakte uit het gastland te erkennen, opdat het kind alle EU-rechten kan uitoefenen met beide ouders.