Hof van Justitie
C-364/11
(Mostafa Abed El Karem El Kott, Chadi Amin A Radi, Hazem Kamel Ismail t. Bevándorlási és Állampolgársági Hivatal, in tegenwoordigheid van: ENSZ Menekültügyi Főbiztossága) Richtlijn 2004/83/EG – Minimumnormen voor toekenning van vluchtelingenstatus of subsidiaire-beschermingsstatus – Staatlozen van Palestijnse afkomst die daadwerkelijk bijstand van United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East (UNRWA) hebben ingeroepen – Recht van die staatlozen op toekenning van vluchtelingenstatus krachtens artikel 12, lid 1, sub a, tweede volzin, van richtlijn 2004/83 – Toepassingsvoorwaarden – Ophouden van die bijstand van UNRWA ‚om welke reden ook’ – Bewijs – Gevolgen voor betrokkenen die om toekenning van vluchtelingenstatus verzoeken – Recht, op grond van dit feit, op de voorzieningen uit hoofde van deze richtlijn – Automatische erkenning als ‚vluchteling’ in zin van artikel 2, sub c, van die richtlijn en toekenning van vluchtelingenstatus overeenkomstig artikel 13 ervan