Hof van Justitie
C-718/19
(Ordre des barreaux francophones et germanophone, Association pour le droit des Étrangers ASBL, Coordination et Initiatives pour et avec les Réfugiés et Étrangers ASBL, Ligue des Droits de l’Homme ASBL, Vluchtelingenwerk Vlaanderen vzw t. Ministerraad) Prejudiciële verwijzing – Burgerschap van de Unie – Artikelen 20 en 21 VWEU – Richtlijn 2004/38/EG – Recht van Unieburgers en hun familieleden om vrij op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven – Beslissing tot beëindiging van het verblijf van de betrokkene om redenen van openbare orde – Preventieve maatregelen ter voorkoming van het risico dat de betrokkene onderduikt gedurende de termijn waarbinnen hij het grondgebied van de gastlidstaat moet verlaten – Nationale bepalingen die vergelijkbaar zijn met de bepalingen die krachtens artikel 7, lid 3, van richtlijn 2008/115/EG van toepassing zijn op derdelanders – Maximale duur van bewaring met het oog op verwijdering – Nationale bepaling die identiek is aan de bepaling die van toepassing is op derdelanders