Kamer van Inbeschuldigingstelling
2016/2090
Detentie – asielaanvraag aan de grens – art. 74/5, § 1, 2° Vw. – BGV – art. 74/6, § 1bis Vw. – asielzoeker heeft Rijk nooit betreden – art. 43, lid 2 Procedurerichtlijn – geen beslissing CGVS binnen de 4 weken – vrijheidsberovende maatregel onwettig

Verzoekster, die op 13 april 2016 aan de grens een asielaanvraag heeft ingediend, werd in een welbepaalde plaats in het grensgebied (of in een gelijkgestelde plaats) vastgehouden. Zij had getracht het Rijk binnen te komen zonder aan de voorwaarden van artikel 2 van de Vreemdelingenwet te voldoen, reden waarom aanvankelijk de vasthouding aan de grens werd verantwoord op grond van artikel 74/5 Vreemdelingenwet.

 

Uit geen enkel element in het dossier blijkt dat verzoekster het Rijk is binnengekomen (toestand geviseerd in artikel 74/6 Vreemdelingenwet). Dit kan uiteraard niet worden afgeleid uit het gegeven dat haar een beslissing op grond van artikel 74/6 Vreemdelingenwet werd betekend in de plaats waar zij werd vastgehouden. Haar feitelijke situatie is niet gewijzigd sedert 13 april 2016: zij is in het grensgebied gebleven. De omstandigheid dat zij in een gesloten centrum verbleef alwaar zowel vreemdelingen worden vastgehouden die ooit het Rijk zijn binnengekomen en vreemdelingen die dat niet hebben gedaan, verandert daar niets aan.

 

De beslissing genomen in toepassing van artikel 74/6 Vreemdelingenwet, terwijl verzoekster het Rijk niet is binnengekomen, vindt bijgevolg geen wettige grondslag.