1. OCMW-steun na vernietiging ongegronde 9ter: ook als gemeente geen nieuw Attest van Immatriculatie aflevert
  2. DMH aan uitgeprocedeerde asielzoeker met ongeldige code 207 in wachtregister
  3. Medische regularisatie (9ter): standaardmotivering van DVZ-weigering faalt nog steeds (RvV)
  4. Medische regularisatie (9ter): graad van ernst moet blijken uit standaard medisch attest zelf (RvS)
  5. Medische regularisatie (9ter): DVZ moet nieuwe en fundamenteel verschillende beoordeling van de ernst van de ziekte en het humanitair risico motiveren (RvV)
  6. Repatriëring Afghaanse asielzoeker met handicap niet in strijd met EVRM
  7. Tegemoetkoming bij vrijwillige terugkeer voor kwetsbare personen
  8. Website over gezondheidsverschillen
  9. Website over zorg en cultuur
  10. Vragen & antwoorden uit Kamer en Senaat

 

1. OCMW-steun na vernietiging ongegronde 9ter: ook als gemeente geen nieuw Attest van Immatriculatie aflevert

Wanneer de RvV de beslissing van de DVZ om een aanvraag medische regularisatie (9ter) ongegrond te verklaren, vernietigt, komt de betrokkene terug in zijn vorige verblijfssituatie. Hij is met andere woorden opnieuw een vreemdeling wiens 9ter-aanvraag ontvankelijk is verklaard en nog ten gronde moet worden beoordeeld. De gemeente moet bijgevolg het Attest van Immatriculatie (oranje verblijfskaart) opnieuw afleveren. Dat verloopt niet altijd even vlot, vaak doordat een instructie van de DVZ uitblijft.

In die situatie mag bij behoeftigheid opnieuw OCMW-steun toegekend worden, ondanks het ontbreken van het Attest van Immatriculatie. Dat bevestigt de POD MI. De steunverlening geldt voor de volgende periode:

  • Vanaf de datum van de nieuwe hulpvraag bij het OCMW, waarbij het RvV-arrest wordt voorgelegd waarin de ongegrondheidsbeslissing wordt vernietigd;
  • totdat de DVZ eventueel een nieuwe ongegrondheidsbeslissing 9ter neemt.

Het Attest van Immatriculatie is dus niet vereist voor de terugbetaling door de POD MI. De papieren beslissing waarin de RvV de ongegrondheidsbeslissing 9ter vernietigt, moet wel worden voorgelegd. De inhoud van de RvV-beslissing is immers niet zichtbaar in het wachtregister.

Ter herinnering: als er nog een asielprocedure hangende is op het moment van de ongegrondheidsbeslissing 9ter, behoudt de betrokkene zijn recht op steunverlening op basis van zijn statuut van asielzoeker.

Bron: e-mail van de POD MI aan Kruispunt M-I, 8/2/2013 Bericht van Kruispunt Migratie-Integratie vzw

 

2. DMH aan uitgeprocedeerde asielzoeker met ongeldige code 207 in wachtregister

Uitgeprocedeerde asielzoekers met onwettig verblijf hebben recht op dringende medische hulp door het OCMW. Ook als er nog een code 207 opvangstructuur of code 207 no show in het wachtregister staat. Die is immers niet meer geldig als de asielprocedure afgesloten is.

In het IT 206 in het wachtregister vindt het OCMW informatie over de asielprocedure. Het mag de toekenning van dringende medische hulp niet weigeren omdat er nog een niet meer geldige code 207 in het wachtregister staat. De POD MI zal de kosten van die dringende medische hulp ten laste nemen (uiteraard op voorwaarde dat alle toekenningsvoorwaarden vervuld zijn).

Het elektronische controlesysteem kan in dit geval wel een foutcode geven bij de terugbetaling van kosten aan het OCMW. Dat signaleert de POD MI zelf. Mogelijke oorzaak is dat een verkeerd statuut is ingegeven. Voor een uitgeprocedeerde asielzoeker die illegaal op het grondgebied verblijft, moet het statuut C doorgegeven worden (illegaal verblijvend en gekend in RR of KSZ). Wordt die aanpassing vergeten en blijft het statuut B (asielzoeker) op de formulieren staan, dan wordt er gecontroleerd op de code 207.

Bewerking van bericht uit M-Weter 2013 nr. 1

 

3. Medische regularisatie (9ter): standaardmotivering van DVZ-weigering faalt nog steeds (RvV)

De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) gaat door met het vernietigen van weigeringsbeslissingen van de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) inzake medische regularisatieaanvragen (artikel 9ter Verblijfswet). De RvV doet dat als die weigering alleen gebaseerd is op een advies van de DVZ arts dat de ziekte niet "direct levensbedreigend" is. Ook de aangepaste format van DVZ (die volgens onze informatie nog steeds gebruikt wordt) volstaat niet voor de RvV. Het advies van de DVZ-arts gaat immers nog steeds uit van een foute interpretatie van de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) én van een te beperkte lezing van artikel 9ter zelf. Dat bevestigt de RvV in arrest nr. 93.870 van 18 december 2012.    Tegen de RvV-arresten 92.258 en 92.661 van respectievelijk 27 en 30 november 2012 diende de DVZ intussen een cassatieberoep bij de Raad van State in. We vernamen dat de DZV ondertussen de motivatie van weigeringsbeslissingen licht zou aanpassen, om verdere veroordelingen te vermijden.

Midden januari 2013 blijkt de DVZ echter dezelfde standaardformulering voor de motivering te  hanteren als in de ongegrondheidsbeslissing die aanleiding gaf tot het RvV-arrest 93.870 van 18 december 2012.

We lichten deze DVZ-beslissingen en RvV-rechtspraak toe:

  • De DVZ-dossierbehandelaars vermelden nu in hun weigeringsbeslissingen de verschillende situaties waaraan de ziekte getoetst moet worden volgens artikel 9ter Verblijfswet. De DVZ-beslissing bevat de volgende standaardmotivering: "er kan uit het medisch dossier niet worden afgeleid dat de betrokkene lijdt aan een ziekte:
    • die een reëel risico inhoudt voor het leven of de fysieke integriteit;
    • of die een reëel risico inhoudt op onmenselijke of vernederende behandeling wanneer er geen adequate behandeling beschikbaar is in het land van herkomst of het land van verblijf".
      • Opmerking van Kruispunt M-I: volgens de bewoordingen van art. 9ter Verblijfswet vormt ook het ontbreken van een adequate behandeling in het land van herkomst of het land van verblijf een “risico voor leven en fysieke integriteit". Citeert de DVZ artikel 9ter niet opnieuw verkeerd?
  • De DVZ-artsen gebruiken in hun medische adviezen als enige concrete toetssteen de “directe levensbedreiging”. Volgens de RvV interpreteert de DVZ daarmee de rechtspraak van het EHRM over artikel 3 EVRM verkeerd, in een context van repatriëringsbeleid. De arts schrijft: "Uit het medisch dossier blijkt […] geen directe bedreiging voor het leven van de betrokkene; de gezondheidstoestand is niet kritiek."
    • Opmerking van Kruispunt M-I: sommige medische adviezen van de DVZ-arts illustreren het gebrek aan een directe levensbedreiging met de volgende aanvulling: "geen enkel vitaal orgaan is in een dergelijke toestand dat het leven onmiddellijk in gevaar is. Er is geen nood aan monitoring van de vitale parameters noch aan een permanente medische bewaking om het leven van de betrokkene te verzekeren."
  • De RvV-rechtspraak herhaalt (ook in arrest 93.870) dat artikel 9ter Verblijfswet niet vereist dat er een directe bedreiging voor het leven van de verzoeker is. Ook voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is de huidige directe levensbedreiging geen absolute voorwaarde opdat een schending van art. 3 EVRM wordt vastgesteld. Het Hof stelt dat ook ernstige aandoeningen die geen directe levensbedreiging vormen, een schending kunnen uitmaken als er geen behandeling in het herkomstland voorhanden is.

Voorlopige conclusies

  • De standaardformulering voor de motivering van weigeringsbeslissingen door de DVZ dossierbehandelaar is al iets vollediger.
  • Maar de concrete medische beoordelingen door de DVZ-arts en door de dossierbehandelaar lijken nog steeds onwettelijk.
  • De recente rechtspraak van de verschillende kamers van de RvV is eenduidig: de beoordeling en motivering van de medische elementen van een 9ter-aanvraag door de DVZ is te beperkt. Ze moet ruimer zijn dan alleen 'directe levensbedreiging'. De DVZ moet alle medische normen van artikel 9ter Verblijfswet en ook de behandeling in het herkomstland onderzoeken en motiveren.
  • Hulpverleners en advocaten kunnen de DVZ-beslissing én het medisch advies het best grondig lezen en nagaan of de weigering door DVZ uiteindelijk alleen neerkomt op: 'er is geen directe levensbedreiging'. In dat geval kunnen ze minstens een schending van de formele motiveringsplicht inroepen in een beroep bij de RvV.
  • De Raad van State zal zich binnenkort ook uitspreken over deze kwestie.

Bronnen:

  • RvV nr. 93.870 van 18 december 2012 
  • Lees meer over de eenduidige RvV-rechtspraak
Bericht van Kruispunt Migratie-Integratie vzw

 

4. Medische regularisatie (9ter): graad van ernst moet blijken uit standaard medisch attest zelf (RvS)

De graad van ernst van de ziekte bij een medische regularisatieaanvraag (artikel 9ter Verblijfswet) moet uit het standaard medisch getuigschrift zelf blijken.Wanneer die graad van ernst enkel uit de bijlagen moet worden afgeleid, mag de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) de 9ter-aanvraag onontvankelijk verklaren.

Dat is het oordeel van de Raad van State (RvS) in RvS arrest nr. 222.013 van 11 januari 2013 over een standaard medisch attest dat niet verwees naar de medische attesten in bijlage.

  • Om een ontvankelijke aanvraag medische regularisatie te bekomen, moet het standaard medisch attest drie zaken vermelden, onder meer ”de graad van ernst” van de aandoening (artikel 9, §1, vierde lid Verblijfswet);
  • Het verplichte standaard medisch attest vraagt onder punt B. ‘diagnose’ naar een “gedetailleerde beschrijving van 'de aard en de ernst' van de aandoeningen op basis waarvan de aanvraag om machtiging tot verblijf op basis van artikel 9ter wordt ingediend”.
  • In het standaard medisch attest is er geen specifieke plaats voor de vermelding van de graad van ernst van de ziekte. Maar De RvS meent dat die graad van ernst toch in het standaard medisch attest moet zijn opgenomen.

Het is onduidelijk of dit arrest ook van toepassing is wanneer er in het standaard medisch attest wel wordt verwezen naar een medisch attest in bijlage. Om de redenen is het onduidelijk is of dit arrest ook toegepast kan worden als er wel naar een medisch attest in bijlage wordt verwezen:

  • In dit arrest wordt twee keer vermeld: “omdat de twee bijlagen geen deel van het medisch getuigschrift uitmaken en omdat in de medisch getuigschrift al evenmin naar die twee bijlagen wordt verwezen”.
  • Tegen de onderstaande RvV-rechtspraak is geen cassatieberoep ingediend, of werd het RvV-arrest door de RvS bevestigd. Deze rechtspraak zegt dat de graad van de ernst van de ziekte is vermeld:
    • omdat het standaard medisch attest verwijst naar een medisch attest in bijlage met de vermelding: ‘troubles de comportement avec agressivité dans un contexte de retard mentale sevère’. (RvV 74.386, 31 januari 2012)
    • omdat de specialist onder punt B 'diagnose' duidelijk 'chronisch' heeft vermeld en verwezen naar andere medische rapporten (die geen standaard medische attesten zijn). (RvV 75.166, 15 februari 2012, bevestigd in RvS 8.308, 4 april 2012)
    • omdat het standaard medisch attest verwijst naar een ander medisch attest in bijlage waarin dit wordt vermeld. (RvV 65.055, 25 juli 2011)

Bronnen:

 

Bericht van Kruispunt Migratie-Integratie vzw

 

5. Medische regularisatie (9ter): DVZ moet nieuwe en fundamenteel verschillende beoordeling van de ernst van de ziekte en het humanitair risico motiveren (RvV)

Wordt een al toegekende 9ter-aanvraag verlengd of wordt een ongegrondheidsbeslissing vernietigd, dan spreekt De Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) zich opnieuw uit over de ernst van de ziekte en het humanitair risico dat de betrokkene loopt bij terugkeer. Als die beoordeling door de DVZ-arts dan fundamenteel verschillend en tegenovergesteld is in vergelijking met de vorige beoordeling, dan moet de DVZ-arts in zijn advies motiveren waarom dat zo is. Dat zegt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) in arrest nr. 93.870 van 18 december 2012.

  • In een eerste ongegrondheidsbeslissing oordeelde de DVZ-arts dat de verzoeker aan aandoeningen (posttraumatisch stress-syndroom, depressie en hypertensie, en angor) leed die een reëel risico inhielden voor zijn leven of fysieke integriteit of die een reëel risico konden inhouden voor een onmenselijke of vernederende behandeling wanneer er geen adequate behandeling beschikbaar was in het land van herkomst. Die ongegrondheidsbeslissing werd, om andere redenen, door de RvV vernietigd.
  • In de tweede ongegrondheidsbeslissing kwam de DVZ-arts – zonder nadere toelichting – terug van zijn beoordeling. In zijn advies stelde hij dat het niet ging over een aandoening zoals bedoeld in artikel 9ter Verblijfswet. Maar hij beoordeelde niet of een adequate behandeling in het herkomstland wel of niet beschikbaar was.
  • De RvV oordeelt dat de DVZ-arts minstens moet duiden waarom hij, in vergelijking tot zijn eerdere advies, tot een fundamenteel verschillend en tegenovergesteld besluit komt en waarom hij nu oordeelt dat dezelfde aandoening niet langer voldoet aan de vereiste ernst in de zin van art. 9ter, §1, eerste lid Verblijfswet.

Bron:

Bericht van Kruispunt Migratie-Integratie vzw

 

6.  Repatriëring Afghaanse asielzoeker met handicap niet in strijd met EVRM

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) oordeelde dat S.H.H., een asielzoeker met een handicap, niet kon bewijzen dat zijn repatriëring door het Verenigd Koninkrijk naar Afghanistan in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM. Het Hof volgt daarmee de lijn van haar rechtspraak N. vs. VK. Volgens het EHRM is haar rechtspraak inzake M.S.S. vs. België (ten opzichte van Griekenland) niet van toepassing op Afghanistan, terwijl het Hof die toets eerder wel toepasselijk verklaarde op Somalië (in de zaak Sufi en Elmi).

 

Bronnen:

Bericht van Vluchtelingenwerk Vlaanderen

 

7. Tegemoetkoming bij vrijwillige terugkeer voor kwetsbare personen

Sinds mei 2012 zijn er wijzigingen in de tegemoetkoming bij terugkeer. Het gaat om:

  • een terugkeerticket
  • een reïnstallatiepremie (€ 250 per persoon, tot € 125 per kind)
  • reïntegratiebijstand niveau 1 (€ 700 per persoon, € 35 per kind)
  • reïntegratiebijstand niveau 2 (tot € 1500).

Welke kwetsbare personen kunnen deze tegemoetkoming krijgen? Dat is afhankelijk van hun situatie: bijvoorbeeld of ze asiel aangevraagd hebben, afkomstig zijn uit een visumplichtig land… Bovenop dit bedrag kunnen kwetsbare personen extra bijstand krijgen, tot max € 500 per persoon. Dat surplus mag enkel gebruikt worden voor uitgaven in verband met de kwetsbaarheid van de persoon.

Normaal gezien hebben Unieburgers geen recht op een terugkeerticket, maar voor kwetsbare personen is een uitzondering mogelijk, ongeacht of ze afkomstig zijn uit een nieuwe of oude lidstaat.

Wie behoort tot de kwetsbare groepen?

  • Zwangere vrouwen van wie de bevalling voorzien is binnen de zes maanden na de terugkeer, of personen met een medische problematiek.
  • Alleenstaande minderjarigen of personen tussen 18 en 21 jaar die vroeger als minderjarige in België verbleven onder hoede van een voogd.
  • Slachtoffers mensenhandel.
  • Oudere personen en een oudergezinnen als dat gemotiveerd wordt in een sociaal verslag.
  • Bekijk de overzichtstabel op de website van Fedasil. (Deze tabel staat onder reïntegratiesteun)

Bron: e-mailcontact tussen Medimmigrant en Fedasil op 21 december 2012

Bewerking van bericht van Medimmigrant 

 

8. Website over gezondheidsverschillen

De gezondheid van allochtonen in Nederland is gemiddeld genomen slechter dan die van autochtone Nederlanders. Die gezondheidsachterstand staat in direct verband met het inkomen. Een kwart van de allochtonen leeft in armoede. Daarnaast hebben gezondheidsvaardigheden en de leefstijl een invloed op de gezondheid van allochtonen.

 

9. Website over zorg en cultuur

Het VIVO lanceerde een website over zorg en cultuur. Deze site in opbouw bevat onder meer een toolbox met informatie over onderzoeken, goede praktijken en instrumenten over cultuursensitieve zorg.

 

10. Vragen & antwoorden uit Kamer en Senaat