1. Wijzigingen in medische regularisatie (art. 9ter): medische filter en recent medisch attest
  2. Fedasil moet continuïteit in opvang en zorg verzekeren voor erkend vluchteling met kankerbehandeling
  3. België veroordeeld voor detentie van HIV-patiënte
  4. Inschrijving in vreemdelingenregister is onvoldoende voor tegemoetkoming personen met handicap
  5. Nieuwe werkwijze om via HZIV ziekteverzekering in buitenland na te gaan
  6. Tussenkomst verplichte ziekteverzekering ook voor wie aanvullende bijdragen niet betaalde
  7. RvV-rechtspraak: vervallen paspoort of ID-kaart bij medische regularisatie (art. 9ter)
  8. Problemen met medische regularisatieaanvragen (art. 9ter) die tijdens de regularisatiecampagne geactualiseerd werden met humanitaire elementen voor regularisatie (art. 9bis)
  9. Protect: een instrument om mishandeling snel te herkennen bij asielzoekers   

 

1.Wijzigingen in medische regularisatie (art. 9ter):  medische filter en recent medisch attest

Vanaf 16 februari 2012 mag het verplichte medisch attest bij een 9ter aanvraag maar maximaal drie maanden oud zijn. Bovendien wordt al in de ontvankelijkheidsfase beoordeeld of de ziekte ‘op het eerste gezicht’ beantwoordt aan de criteria van artikel 9ter van de Vreemdelingenwet.

Met deze en andere aanpassingen in de Wet van 8 januari 2012 wil de wetgever het oneigenlijk gebruik van de medische regularisatieprocedure 9ter terugdringen.   Het gaat over de volgende aanpassingen: 

  • Er wordt een medische filter ingevoerd tijdens  de ontvankelijkheidsfase : de (ambtenaar-)geneesheer van de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) kan de 9ter-aanvraag al onontvankelijk verklaren "als de ziekte kennelijk (= manifest, nvdr) niet beantwoordt aan de criteria van art. 9ter Vw." Het gaat over een prima facie beoordeling door deze arts met de bedoeling uit te sluiten dat de 9ter-aanvrager louter op basis van bijvoorbeeld een ‘ontstoken teennagel’ of ‘banale neusverkoudheid’ een Attest van Immatriculatie (oranje kaart) krijgt. (Een attest van Immatriculatie geeft recht op OCMW-steun als de houder aan de algemene voorwaarden daartoe voldoet.) De eigenlijke beoordeling gebeurt in  de gegrondheidsfase : pas dan zal de DVZ-arts de betrokkene kunnen (niet moeten) oproepen voor een medisch onderzoek.
  • DVZ kan de 9ter-aanvraag om technische redenen zonder voorwerp verklaren: 
    • De aanvraag is zonder voorwerp als de vreemdeling geen gevolg geeft aan de oproep door de (ambtenaar-)geneesheer én daarvoor binnen de 15 dagen na het verstrijken van deze oproepingsdatum geen geldige reden opgeeft; 
    • De aanvraag is zonder voorwerp als de vreemdeling ondertussen is toegelaten of gemachtigd tot een verblijf van onbeperkte duur. De vreemdeling kan wel binnen de 60 dagen, per aangetekend schrijven, een voorzetting van de 9ter behandeling vragen.
  • Het standaard medisch attest mag bij de indiening van de 9ter-aanvraag niet ouder zijn dan drie maanden. Dat geldt ook wanneer de vreemdeling een vernieuwing van de elektronische A kaart vraagt.
  • Ook de bijde aanvraag verplichte 'nuttige infomoet recent zijn. Het gaat over: 
    • de ziekte
    • de behandelingsmogelijkheden in het land van herkomst of van wettig verblijf
    • de toegankelijkheid van de behandeling.

Nergens wordt vermeld wat we onder ‘recent’ moeten begrijpen. Maar ook vóór de invoering van deze Wet stelde de RvV dat de 9ter aanvrager de DVZ een beeld moet geven van de medische situatie op dat moment én de plicht heeft zijn aanvraag (inclusief het medisch attest) te actualiseren (RvV 49.672 van 18 oktober 2010).

>> Download de Wet van 8 januari 2012 tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen 

>> Wanneer is een nieuw medisch attest nodig? Lees meer

 
Bericht van Kruispunt Migratie-Integratie vzw

 

2. Fedasil moet continuïteit in opvang en zorg verzekeren voor erkende vluchteling met kankerbehandeling

Fedasil moet continuïteit verzekeren tijdens de overgang van materiële hulp naar maatschappelijke dienstverlening van het OCMW, op straffe van een geldboete. Dat zegt de arbeidsrechtbank van Brussel in een recent vonnis van 30 december 2011. Het ging over een alleenstaande vrouw met borstkanker en HIV die chemo- en radiotherapie krijgt. Fedasil zette haar twee maanden nadat ze erkend werd als vluchteling uit de opvangstructuur - dat is de wettelijk voorziene termijn. Fedasil weigerde haar aanvraag tot verlenging van materiële opvang, wat de arbeidsrechter ongerechtvaardigd vindt.

>> Lees meer en download dit vonnis

 
Bericht van Kruispunt Migratie-Integratie vzw

 

3. België veroordeeld voor detentie van HIV-patiënte

Het EHRM oordeelt de detentie van een HIV-positieve vrouw zonder de nodige medische zorg in strijd met artikelen 3 en 5 EVRM, en het gebrek aan effectief rechtsmiddel ertegen in strijd met artikel 13 EVRM. De uitwijzing werd niet in strijd geacht met het EVRM, al hadden zes rechters daarover een afwijkende mening.

 

Deze vrouw uit Kameroen werd opgesloten in centrum 127bis van 17 december 2009 tot 9 april 2010. Ze kreeg pas vanaf 1 maart 2010 de nodige aidsremmers. Ondertussen kreeg ze enkel antibiotica en angstremmers. Nochtans was de medische dienst van centrum 127bis op de hoogte:

  • Daags na de opsluiting bezorgde de advocaat attesten van het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) van Antwerpen dat ze hiv-patiënte was en dat een nieuwe afspraak was gepland.
  • Eind januari 2010 attesteerde een externe arts dat een combinatietherapie met anti-retrovirale middelen (HAART) opgestart moest worden.
  • Er waren diverse tussenkomsten van het Erasmusziekenhuis, ITG, de Liga voor de mensenrechten, … 
  • De vrouw vertoonde zichtbare symptomen: hoesten, bloed spuwen.

Een 9ter-procedure werd in cassatieberoep bij de Raad van State negatief afgesloten omdat de vereiste behandeling  (ARV) die in de aanvraag van december 2009 werd ingeroepen, in Kameroen mogelijk is. België probeerde haar in tussentijd ook te repatriëren naar Kameroen, maar een voorlopige maatregel (rule 39) bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) verhinderde dat. Diezelfde dag besliste het EHRM nog dat deze vrouw voorlopig niet uitgewezen mocht worden naar Kameroen. Op basis van deze voorlopige maatregel besloot het Antwerps Hof van Beroep tot de vrijlating op 9 april 2010.

In het arrest van 20 december 2011 meent het EHRM dat België de vrouw onmenselijk heeft behandeld door haar niet de nodige medische zorg te verschaffen. Bovendien voorzag België niet in een effectief rechtsmiddel tegen die behandeling en was de detentie in het centrum in strijd met het recht op vrijheid.

 

De grote kamer van EHRM heeft het volgende geoordeeld:

    • De detentie van de vrouw is in strijd met artikel 3 EVRM.
    • De  uitwijzing van deze vrouw naar Kameroen is geen schending van artikel 3 EVRM ondanks haar HIV-positieve status. Dit conform het arrest N.c United Kingdom nr. 26.565/05, 27 mei 2008.
      • Zes rechters schreven in een afwijkende mening dat ze hopen dat het Hof deze rechtspraak zal herzien. Ze menen dat het verschil tussen iemand die op zijn sterfbed ligt (waarbij  in het arrest D.v. United Kingdom nr. 30240/96, 2 mei 1997 uitwijzing niet mogelijk is) of iemand die op korte termijn zou overlijden (zoals dit arrest en waarbij er geen bescherming is tegen uitwijzing) zeer klein is. Beide situaties zijn volgens hen nauwelijks compatibel met de geest van art. 3 EVRM.
    • De vrouw heeft geen effectief rechtsmiddel tot haar beschikking (schending artikel 13 EVRM) en de detentie is in strijd met haar recht op vrijheid (artikel 5 EVRM).
  • Lees het arrest EHRM Yoh-Ekale Mwanje tegen België, nr. 10486/10, 20 december 2011
Bericht van Vluchtelingenwerk Vlaanderen en Kruispunt Migratie-Integratie vzw

 

4. Inschrijving in vreemdelingenregister is onvoldoende voor tegemoetkoming personen met handicap

Volgens het Grondwettelijk Hof is het onderscheid Vreemdelingen die in het bevolkingsregister zijn ingeschreven, hebben recht op een tegemoetkoming voor personen met een handicap. Vreemdelingen die in het vreemdelingenregister zijn ingeschreven, zijn uitgesloten van die tegemoetkoming. Volgens het Grondwettelijk Hof is dat onderscheid gerechtvaardigd.

 

In zijn arrest van 11 januari 2012 volgt het Grondwettelijk Hof een memorie die door de Ministerraad werd ingediend. Daarin wordt gesteld dat het niet discriminerend is om voor de toekenning van een tegemoetkoming voor personen met een handicap een onderscheid te maken tussen:

  • de vreemdeling die ingeschreven is in het vreemdelingenregister met een toelating of machtiging van meer dan drie maanden;
  • de vreemdeling die ingeschreven is in het bevolkingsregister en die in België is gevestigd.

Dit onderscheid mag volgens de Hof gemaakt worden omdat wie in het vreemdelingenregister staat, een minder sterke band heeft met België dan wie in het bevolkingsregister staat. (Dit onderscheid wordt ook gemaakt in de RMI-wet. In deze wet staat Maatschappelijke integratie enkel open voor wie in het bevolkingsregister is ingeschreven. De vreemdeling die in het vreemdelingenregister staat, heeft enkel recht op maatschappelijke dienstverlening.)

 

Wie in het vreemdelingenregister staat, kan aanspraak maken op maatschappelijke dienstverlening waarbij met zijn handicap rekening gehouden wordt. Dat is een essentieel verschil met de zaak Koua Poirrez/Frankrijk (EHRM, 30 september 2003) waarbij de verzoeker niet kon terugvallen op een socialebijstandsprestatie die rekening hield met zijn handicap.

Bericht van Kruispunt Migratie-Integratie vzw

 

5. Nieuwe werkwijze om via HZIV ziekteverzekering in buitenland na te gaan

De OCMW’s moeten voortaan een standaardformulier gebruiken wanneer ze via de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (HZIV) willen weten of iemand een ziekteverzekering heeft in het buitenland. Dat staat in een omzendbrief van 24 januari 2012.   In een eerdere omzendbrief van 25 maart 2010 ‘betreffende het sociaal onderzoek vereist voor de terugbetaling van medische kosten’ werd gevraagd dat de OCMW’s in een aantal gevallen contact zouden opnemen met de HZIV om het bestaan van een ziekteverzekering in het land van oorsprong na te trekken.

De POD-MI vraagt een bewijs van onderzoek via de HZIV:

Er is geen bewijsstuk van de HZIV nodig wanneer de steunvrager langer dan een jaar clandestien in België verblijft. In dat geval gaat de POD-MI ervan uit dat de betrokkene geen verzekering (meer) heeft. Hij moet zijn verblijf in België dan wel met alle mogelijke rechtsmiddelen aantonen.

 

De HZIV heeft nu (wegens de grote werklast) wijzigingen doorgevoerd met een omzendbrief van 24 januari 2012:

Bericht van Kruispunt Migratie-Integratie vzw

 

6. Tussenkomst verplichte ziekteverzekering ook voor wie aanvullende bijdragen niet betaalde

Sinds 1 januari 2012 moeten ziekenfondsen die zelf aanvullende diensten organiseren een aanvullende bijdrage vragen van hun leden. Die komt bovenop de verplichte bijdrage die de leden moeten betalen voor de verplichte verzekering. Als de aanvullende bijdrage niet betaald is, mag het ziekenfonds echter niet weigeren om de tegemoetkomingen in het kader van de verplichte ziekteverzekering uit te betalen, zover er aan de voorwaarden van de verplichte ziekteverzekering voldaan zijn.

>> Lees meer: wat als de aanvullende bijdrage niet betaald kan worden?

 
Bericht van het Kruispunt Migratie-Integratie, gebaseerd op de tekst ‘wet van 26 april 2010 houdende diverse bepalingen van inzake de organisatie van de aanvullende verzekering’,  VSGB, 20/12/2011.

 

7. RvV-rechtspraak: vervallen paspoort of ID-kaart bij medische regularisatie (art. 9ter)

De meeste RvV-rechtspraak stelt dat een vervallen paspoort of nationale identiteitskaart volstaat als bewijs van actuele nationaliteit en identiteit, voor zover er geen twijfels waren in het administratief dossier of de DVZ niet aantoont dat de betrokkene die nationaliteit niet (meer) heeft. Er is echter ook afwijkende rechtspraak.

Bericht van Kruispunt Migratie-Integratie vzw

 

8. Problemen met medische regularisatieaanvragen (art. 9ter) die tijdens de regularisatiecampagne geactualiseerd werden met humanitaire elementen voor regularisatie (art. 9bis)

Als een 9ter-aanvraag tijdens de regularisatiecampagne geactualiseerd werd met 9bis-criteria, en vervolgens ongegrond werd verklaard inzake die 9bis-criteria, dan motiveert DVZ zijn beslissing niet voor de 9bis-criteria, maar enkel voor 9ter. Dat bleek uit het opvolgingscomité regularisatie van december 2011

Deze praktijk is in strijd met eerdere info die door het kabinet Wathelet werd bevestigd in 2009 (zie nieuwsbrief Vreemdelingenrecht 2009 nr 17 en nieuwsbrief Vreemdelingenrecht 2009 nr 19). Toen vermeldde het typeformulier voor de regularisatieaanvraag expliciet dat "er bij een hangende 9ter-aanvraag geen nieuwe 9bis-aanvraag moet worden ingediend, maar dat men enkel de hangende 9ter-aanvraag moet actualiseren." (zie vademecum voor de regularisatieaanvraag, ter beschikking gesteld door DVZ tijdens de aanvraagperiode 15/9-15/12/2009).

Het Kruispunt Migratie-Integratie stelt zich de vraag of de huidige praktijk om die aanvragen dan niet te motiveren voor de 9bis elementen het gewettigd vertrouwen, het behoorlijk bestuur en de motiveringsplicht niet schendt.

 

Bericht van Kruispunt Migratie-Integratie vzw

 

9.  Protect: een instrument om mishandeling snel te herkennen bij asielzoekers

Gespecialiseerde organisaties in verschillende landen hebben een instrument gemaakt om mishandeling bij asielzoekers snel te herkennen. Met dit instrument kunnen niet-medisch geschoolde mensen een eerste screening doen, waarna de asielzoeker medisch onderzocht en eventueel doorverwezen kan worden. Het bestaat uit een vragenlijst (pg. 6-7) en enkele toebehoren, deels in boekvorm, deels op cd-rom. Een Nederlandse versie zou later uitkomen.