1. RvV vernietigt DVZ-beslissingen die medische regularisatie afwijzen omdat er geen ‘direct levensbedreigende’ ziekte is 
  2. Raad van State bevestigt RvV rechtspraak: graad van ernst blijkt uit standaard medisch attest van 9ter aanvraag
  3. Oud model medisch attest artikel 9ter volstaat volgens Raad van State
  4. RvS: verstreken paspoort is een bewijs van identiteit en nationaliteit bij 9ter
  5. RvS over identiteitskaart van een staat die niet meer bestaat  
  6. Asielzoeker kan in niet-Dublinland blijven omdat schoondochter - die er als erkend vluchteling woont - afhankelijk is van zorg
  7. Medische kosten betaald bij Raad van State-beroep tegen asielweigering? 
  8. Asielzoekers en mensen zonder wettig verblijf betalen vanaf 1 mei 2013 geen patiëntbijdrage in Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg
  9. Een vaste huisarts voor kwetsbare personen in Antwerpen 
  10. Vragen & antwoorden uit Kamer en Senaat

 

1. RvV vernietigt DVZ-beslissingen die medische regularisatie afwijzen omdat er geen ‘direct levensbedreigende’ ziekte is

De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) vernietigde in vijf recente arresten beslissingen van de de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ). Die wees aanvragen voor medische regularisatie af omdat er geen ‘direct levensbedreigende, kritieke gezondheidssituatie of vergevorderde (terminale) ziekte’ was.

De RvV meent dat deze hoge norm niet in artikel 9ter van de Verblijfswet zelf staat, én dat de DVZ de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over art. 3 EVRM foutief interpreteert.

De DVZ zal een cassatieberoep bij de Raad van State instellen tegen deze RvV-rechtspraak. Dat liet het Kabinet Asiel & Migratie weten aan Kruispunt M-I. Het kabinet wil een hoge norm blijven toepassen, al is het nog niet duidelijk welke. Na de belangrijke RvV-arresten en in afwachting van een uitspraak van de Raad van State, zal de DVZ mogelijk de motivatie van zijn beslissingen (licht) aanpassen, om verdere veroordelingen te vermijden.

Artikel 9ter zelf betreft alle ziekten die bij gebrek aan beschikbare of toegankelijke behandeling na terugkeer naar zijn land een reëel risico inhouden voor het leven of de fysieke integriteit of op een onmenselijke of vernederende behandeling.

De DVZ had nagelaten om de twee medische attesten inhoudelijk te vergelijken. Hij heeft de aanvraag maar heel oppervlakkig onderzocht op basis van de hoofding van het medisch attest, terwijl het attest voor de rest inhoudelijk identiek is aan het standaard medisch attest. Dit getuigt niet van zorgvuldig bestuur.  

Hulpverleners die vaststellen dat de DVZ de medische regularisatie van dergelijke ernstig zieken weigert, zonder te onderzoeken of te motiveren dat de vereiste behandeling beschikbaar of toegankelijk is in het herkomstland, verwijzen hun patiënt/cliënt best door naar een advocaat. Of vragen voorafgaand advies bij Kruispunt Migratie-Integratie of gespecialiseerde juridische dienst.

>> Lees meer over de RvV-rechtspraak die stelt dat de DVZ 9ter ruimer moet bekijken

Bericht van Kruispunt Migratie-Integratie vzw

 

2. Raad van State bevestigt: graad van ernst blijkt uit standaard medisch attest van 9ter-aanvraag

Bij een medische regularisatieaanvraag moet onder meer de ‘graad van ernst’ blijken uit het standaard medisch getuigschrift: dat is een ontvankelijkheidsvoorwaarde. Maar in het model van standaard medisch getuigschrift (gepubliceerd bij KB) gaat het enkel over de ‘ernst van de aandoening’, en er is geen specieke vraag over 'de graad van ernst' voorzien.

Volgens de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) en nu ook de Raad van State (RvS) volstaat het dat de graad van ernst uit het standaard medisch getuigschrift blijkt of kan worden afgeleid. Ook al vermeldt dat getuigschrift het niet uitdrukkelijk.

De RvS verwerpt het beroep dat DVZ had ingediend tegen de RvV-rechtspraak. De RvS meent dat de RvV via een correcte redenering tot de vaststelling kwam dat de graad van ernst van de ziekte in het standaard medisch attest stond.

In dit concreet dossier ging het over een standaard medisch attest met de vermelding "maladie périodique, forme mixte of familiale mediterrane koorts (FMF). Dit is een ernstige aandoening indien zij niet adequaat wordt behandeld." Het attest verwees bovendien naar een website voor bijkomende informatie. De RvV (en de RvS) accepteerde dit attest.

Bron: Raad van State 221.438, 21 november 2011

 >> Lees meer over de rechtspraak over ‘graad van ernst van de ziekte’

 

Bericht van Kruispunt Migratie-Integratie vzw

 

 3. Oud model medisch attest artikel 9ter volstaat volgens Raad van State

In ‘Medische nieuwsbrief vreemdelingen’ nr. 23 schreven we al dat een oud model van medisch attest voor de Raad van State (RvS) volstaat bij een 9ter-aanvraag. Nu bevestigt de RvS dit ook verder in een cassatie-arrest nr. 220.934 van 10 oktober 2012.

 

Bronnen:

 RvV 18 mei 2011, nr. 61.726 

• RvS 10 oktober 2012, nr. 220.934

Zie ook: • RvS 10 oktober 2012, nr. 220.939

 

Bericht van Kruispunt Migratie-Integratie vzw

 

 4. RvS: verstreken paspoort is bewijs van identiteit en nationaliteit bij 9ter

De Raad van State (RvS) bevestigt het arrest 71.152 van de Raad voor Vreemdelingen (RvV): een verstreken paspoort vormt een bewijs van identiteit én nationaliteit voor zover er geen twijfel bestaat over de identiteit en de latere nationaliteit. Ze verwijst daarbij naar de memorie van toelichting van art. 9ter Vw.

  • De DVZ stelt dat de huidige nationaliteit in de 9ter-aanvraag niet wordt bewezen als bij de aanvraag enkel een paspoort is gevoegd met verstreken geldigheidsdatum. Iemands nationaliteit kan in de loop der jaren veranderen en de aanvrager moet zijn huidige nationaliteit aantonen.
  • De RvV stelt dat een vervallen paspoort wel een bewijs van identiteit en nationaliteit is
    • Een bewijs van identiteit: verval betekent niet dat de vreemdeling niet langer de vermelde naam, voornaam, geboorteplaats en –datum heeft.
    • Een bewijs van nationaliteit, tenzij er ernstige twijfels over de nationaliteit van de betrokkene bestaan. In dit concrete geval waren er nergens elementen die twijfels deden rijzen over de huidige, Armeense nationaliteit van de verzoekster: noch uit de bestreden beslissing, noch uit het administratief dossier, noch uit de verweernota van de DVZ. Bovendien bestond er volgens de RvV ook nergens enige onzekerheid over de nationaliteit van verzoekster die het onderzoek ten gronde van de aanvraag zou belemmeren.
  • De RvS bevestigt de RvV-beslissing die de onontvankelijkheidsbeslissing van de DVZ vernietigt. Ze verwijst daarbij naar de memorie van toelichting van art. 9ter Vw. waarin het oud nationaal paspoort expliciet vermeld wordt bij het nieuwe artikel 9ter, § 2, eerste lid Vw.

Bron: 

RvS-arrest 221.166 van 24 oktober 2012

RvV-arrest 71.152 van 30 november 2011

Memorie van toelichting: Parl. St. Kamer, 2010-2011, DOC 53 0771/001, 145

>> Lees meer over RvV-rechtspraak over het vervallen identiteitsbewijs.

 

Bericht van Kruispunt Migratie-Integratie vzw 

 

 5. RvS over identiteitskaart van een staat die niet meer bestaat

De Raad van State (RvS) bevestigt het arrest 68.012 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV): een geldige identiteitskaart van de Republiek Joegoslavië uitgereikt op 1 april 2004 volstaat als bewijs van actuele nationaliteit wanneer de woorden ‘Republiek Servië’ in de vermeldingen en stempels van deze kaart staan. De Servische nationaliteit kan dan worden afgeleid, ook al heeft de Republiek Joegoslavië opgehouden te bestaan.

De RvS noch de RvV zeggen dat een identiteitsdocument van een staat die ophoudt te bestaan, volstaat als bewijs van de actuele nationaliteit. Beide nuanceren en verwijzen expliciet naar de vermeldingen en stempels op de identiteitskaart van de verweerders met de woorden ‘Republiek Servië’, waaruit de Servische nationaliteit kan worden afgeleid.

De DVZ heeft de Servische nationaliteit ook nooit betwist, in vraag gesteld of van valsheid beticht tijdens de voorgaande asielprocedure of in de huidige 9ter-procedure. Dat blijkt ook uit het administratief dossier.   Bronnen: 

RvS–arrest 220.746 van 25 september 2012

RvV-arrest 68.012 van 6 oktober 2011 

 

Bericht van Kruispunt Migratie-Integratie vzw 

 

6. Asielzoeker kan in niet-Dublinland blijven omdat schoondochter - die er als erkend vluchteling woont - afhankelijk is van zorg

De Grote kamer van het Hof van Justitie oordeelde op 6 november 2012 over een prejudiciële vraag van een Oostenrijkse rechter. De vraag ging over de toepassing van de humanitaire clausule in de Dublin-verordening.

Een vrouw vroeg asiel aan in Polen. Ze reisde daarna verder naar haar zoon en schoondochter, beiden erkend vluchteling in Oostenrijk. Polen moet in principe de verantwoordelijke lidstaat voor de behandeling van de asielaanvraag zijn. Maar het Hof oordeelde dat in dit geval de Oostenrijkse autoriteiten de humanitaire clausule (art. 15, lid 2 Verordening nr. 343/2003) moesten toepassen. De schoondochter was immers afhankelijk van de asielzoekster.

De schoondochter, erkend vluchteling in Oostenrijk, leed aan een ernstige ziekte en zware handicap ten gevolge van een traumatische gebeurtenis. Ze kon op haar eentje niet voor haar drie minderjarige kinderen zorgen. Ze kon ook niet rekenen op haar man, want bij onthulling van die gebeurtenis liep ze het gevaar door de mannelijke familieleden zwaar te worden mishandeld.

Het Hof acht dat de lidstaat bij een situatie van afhankelijkheid verplicht is om de familieleden samen te brengen en te houden. Het is daarbij niet van belang of het de asielzoeker dan wel het familielid is dat zich in een afhankelijke positie bevindt. De toepassing van de humanitaire clausule in de Dublin-clausule hangt dus niet alleen af van de situatie van de asielzoeker.

Bericht van Vluchtelingenwerk Vlaanderen

 

7. Medische kosten betaald bij Raad van State-beroep tegen asielweigering?

Wie bij de Raad van State (RvS) een procedure tegen een asielweigering heeft lopen, heeft volgens een instructie van Fedasil van 13 juli 2012 geen recht meer op opvang. Dat is een interpretatie van de wetswijziging van de Oovangwet van 19 januari 2012, die echter in strijd is met het regeerakkoord. Er zou daarom een nieuwe wetswijziging voorbereid worden. In tussentijd worden oplossingen gezocht voor de situaties die zich nu voordoen. Dat schrijft de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG).

 

De Opvangwet vermeldt niet langer het recht op materiële opvang (en het betalen van de medische kosten) tijdens het administratief cassatieberoep bij de Raad van State. In de praktijk wordt de opvang tijdens de termijn voor zo’n beroep verzekerd door de termijn op het BGV dat wordt afgegeven na de beslissing van de RvV. Die termijn volstaat doorgaans niet om de beslissing over de toelaatbaarheid van het RvS-beroep te kunnen afwachten in de opvang. Daarom legt de OCMW-werker dit dossier best voor aan Fedasil.

Vroeger vermeldde de Opvangwet het Raad van State-beroep expliciet. Met de laatste wijziging is die vermelding geschrapt. De wet vermeldt nu alleen nog een recht op opvang ‘gedurende de hele asielprocedure’. Maar moet de beroepsprocedure bij de Raad van State tegen een asielweigering daaronder begrepen worden of niet?

  • In het regeerakkoord staat dat het recht op opvang behouden blijft tijdens de beroepsprocedure voor de Raad van State.
  • De rechtspraak van het Arbitragehof (nu Grondwettelijk Hof) en Arbeidsgerechten voorziet in ieder geval in een recht op steun tijdens het Raad van State-beroep tegen een asielweigering.
  • De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten schreef daarover een nota en een bericht in ‘M-Weter’ nr. 8 van 2012: • "Fedasil stelt dat het Raad van State-beroep geen recht op opvang meer inhoudt. Wanneer het recht op opvang na de negatieve beslissing van de RvV eindigt doordat de bijlage 13quinquies verstrijkt, moet de bewoner de opvang verlaten, ook al heeft hij een beroep bij de Raad van State ingediend. • Maar asielzoekers in beroep bij de Raad van State hebben volgens de huidige interpretatie van de rechtspraak wel recht op maatschappelijke dienstverlening. Volgens de VVSG kan het niet de bedoeling zijn om deze bewoners uit de opvang te zetten om hen vervolgens financiële steun toe te kennen. • De VVSG raadt OCMW's dan ook aan om bij elk Raad van State-beroep contact op te nemen met de regiocoördinatoren van Fedasil om een oplossing uit te werken. • Mogelijk worden oplossingen toegestaan wanneer het RvS-beroep toelaatbaar wordt verklaard. Staatssecretaris De Block zou immers een nieuwe wijziging van de Opvangwet in die zin voorbereiden. Knelpunt is dat de toelaatbaarheidsarresten van de RvS niet in het wachtregister worden vermeld."
  • Meer informatie op www.vvsg.be onder sociaalbeleid<vreemdelingen<materiële opvang in de nota ‘Einde-opvanginstructie en Terugkeerinstructie’.

 

Bericht van VVSG in M-Weter 2012 nr. 8

 

8. Asielzoekers en mensen zonder wettig verblijf betalen vanaf 1 mei 2013 geen patiëntbijdrage in Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg

In een nieuw Besluit bepaalt de Vlaamse Regering hoeveel een patiënt moet betalen voor een consultatie bij een psycholoog of maatschappelijk werker van een CGG. Een eerste consultatie is gratis mits doorverwijzing door een welzijns- of gezondheidsactor. Verdere consultaties kosten 11 euro. Het besluit somt ook uitzonderingen op, onder meer voor asielzoekers en mensen zonder wettig verblijf.

Dit besluit heeft tot doel de patiëntbijdragen in de CGG te uniformiseren. Het gaat alleen om ‘niet-medische consultaties’ bij een psycholoog of maatschappelijk werker verbonden aan een CGG. Een consultatie bij een psychiater valt hier niet onder (want dat is een federale bevoegdheid).

  • De eerste consultatie is gratis, als de patiënt naar het CGG is doorverwezen door bijvoorbeeld zijn huisarts of een andere welzijns- of gezondheidsactor. Ook een heel dringende consultatie (urgentiezorg) is gratis
  • Een consultatie kost normaal gezien 11 euro. Duurt het gesprek langer dan een uur, dan kan de prijs verdubbelen.
  • Sommige mensen krijgen een lager tarief van 4 euro per gesprek/uur:
    • patiënten met een verhoogde tegemoetkoming binnen de ziekte- en invaliditeitsregelgeving;
    • patiënten in budgetbegeleiding, budgetbeheer of schuldbemiddeling bij het OCMW of het CAW;
    • patiënten ten laste van hun ouders of voogd die zonder medeweten van de ouders of voogd en wegens probleemsituaties die in verband staan met de relaties tot de ouders of voogd naar een CGG komen.
  • De bijdrage moet niet worden betaald door bepaalde categorieën van patiënten, waaronder asielzoekers en mensen zonder wettig verblijf, en ook gedetineerden en personen die zich in een behartigenswaardige situatie bevinden. Op die manier wordt hun toegang tot de CGG gewaarborgd.   Dit besluit treedt in werking op 1 mei 2013. Het zal twee jaar later worden geëvalueerd op het vlak van financiële toegankelijkheid.

>> Lees het Besluit van 5 oktober 2012 over de patiëntbijdrage in de CGG

 
Bericht van Kruispunt Migratie-Integratie vzw

  

9. Een vaste huisarts voor kwetsbare personen in Antwerpen

In de medische zorgverlening vindt niet iedereen de weg naar de huisarts. De artsen zelf ondervinden ook regelmatig moeilijkheden met allerlei administratieve regelingen. Daarom ontwikkelde het Antwerps integratiecentrum de8 vzw, in opdracht van de Stad en het OCMW van Antwerpen, de webapplicatie www.opwegnaardehuisarts.be.  Via die weg kunnen hulpverleners cliënten die nog geen (vaste) huisarts hebben gericht doorverwijzen naar een arts in hun buurt.

 

10. Vragen & antwoorden uit Kamer en Senaat