20 augustus 2021

Sinds de machtsovername door de Taliban in Afghanistan zijn er veel vragen, eerst over evacuatie, en verder over (potentiële) verblijfsaanvragen en -procedures van Afghanen die nog in Afghanistan zijn of die zich al in België bevinden. 

Bekijk hier de video van onze infosessie hierover op 20 oktober 2021. Onderaan deze webpagina (onder 'meer info') vindt u de PowerPointpresentatie en de lijst met vragen en antwoorden van deze infosessie. De infosessie bevat recente (praktische) informatie. 

De informatie hieronder op deze webpagina werd intussen aangevuld met extra info uit de infosessie en uit verdere evoluties.

De informatie blijft echter nog beperkt. Er zijn nog veel onduidelijkheden, aangezien de situatie in en met betrekking tot Afghanistan nog evolueert. We volgen verdere ontwikkelingen op en blijven dit overzicht actualiseren. We raden dan ook aan om dit nieuwsbericht, alsook de websites van de bevoegde instanties (CGVS, DVZ, FOD Buitenlandse Zaken) en de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties (UNHCR), regelmatig te raadplegen.

Laatst bijgewerkt op 17 november 2021

 

Inhoudstafel 

1. Evacuatiemissie en bijstand Belgische overheid
    1.1. Bijstand na stopzetting evacuatiemissie
           
 1.1.1. Bijstand voor Belgen en Afghanen met Belgische verblijfstitel
            1.1.2. Bijstand voor Afghanen met visum voor België
            1.1.3. Geen bijstand voor Afghanen zonder visum voor België
           
 1.1.4. Bijstand voor personen geëvacueerd door andere EU-lidstaat
    1.2. Geëvacueerden na aankomst in België
           
 1.2.1. Verblijf
            1.2.2. Opvang
            1.2.3. Andere rechten

2. Verblijfsprocedures voor Afghanen
    2.1. Vanuit het buitenland
           
 2.1.1. Praktisch verloop visumaanvraag
            2.1.2. Visum gezinshereniging
           
 2.1.3. Humanitair visum
    2.2. Vanuit België
           
 2.2.1. Behandeling van dossiers internationale bescherming
            2.2.2. Behandeling van aanvragen bijzondere verblijfsprocedure
            2.2.3. Terugkeer naar Afghanistan
            2.2.4. Belgische reisdocumenten voor vreemdelingen

3. Afghaanse documenten vanuit een IPR-rechtelijk oogpunt
    3.1. Geldigheidsduur buitenlandse akte
    3.2. Ontbrekende, of onmogelijk te verkrijgen akten van de burgerlijke stand
            3.2.1. Vervangend vonnis
            3.2.2. Consulair attest
    3.3. uitzonderlijke bevoegdheid Belgische rechter ingevolge art. 11 WIPR
    3.4. Legalisatie

4. Extra informatie
    4.1. Opsporingen van familieleden in Afghanistan
    4.2. UNHCR
    4.3. Landeninformatierapport van EASO over Afghanistan

 

1. Evacuatiemissie en bijstand Belgische overheid

1.1. Bijstand na stopzetting evacuatiemissie

De Belgische overheid startte vrijdag 20 augustus 2021 met het evacueren van bepaalde profielen uit Afghanistan. Op 25 augustus 2021 heeft de federale overheid, gelet op de evoluerende situatie in Afghanistan en in overeenstemming met andere Europese partners, de evacuatiemissie in Afghanistan stopgezet. Er worden momenteel geen evacuaties meer uitgevoerd.      

De stopzetting van de evacuatiemissie betekent het volgende voor de personen die zich nog in Afghanistan bevinden en die bijstand nodig hebben om het land te verlaten:

1.1.1. Bijstand voor Belgen en Afghanen met Belgische verblijfstitel

Belgen en Afghanen met een verblijfsrecht in België kunnen nog rekenen op bijstand van de Belgische overheid.

Om zich aan te melden of nieuwe informatie te signaleren, kunnen zij contact opnemen met: 

De FOD BuZa tracht de voornoemde profielen op de meest aangewezen manier te helpen:

Vluchten uit Kabul

Sinds enkele weken vinden er in beperkte mate opnieuw vluchten plaats van en naar Kabul. Zo hebben een aantal Belgen en Afghanen met een Belgisch verblijfsrecht Afghanistan kunnen verlaten met een vlucht van Qatar Airlines.
In het geval van vrije plaatsen op een vlucht wordt de FOD BuZa gecontacteerd om Belgen en Afghanen met Belgische verblijfstitel hierop te laten plaatsnemen. De FOD BuZa is zelf niet op de hoogte van data van eventuele volgende vluchten.

De FOD BuZa contacteert vervolgens rechtstreeks de Belgen en Afghanen met Belgische verblijfstitel die:

  • zijn geregistreerd bij de FOD BuZa (via een van de e-mailadressen hierboven) en
  • die in het bezit zijn van de nodige documenten om te mogen reizen (verblijfsvergunning België, identiteitsdocument, reisdocument,…). Hierbij wordt ook gekeken naar de documenten vereist door Qatar of Pakistan.

De gecontacteerde personen worden op de hoogte gebracht van de vluchtinformatie, maar moeten vervolgens zelf de nodige stappen ondernemen om de luchthaven te bereiken en zelf instaan voor de voortzetting van hun reis naar België.

Opgelet! Enkel Belgen en Afghanen met een Belgische verblijfstitel (die aldus gedomicilieerd zijn in België), kunnen hiervoor in aanmerking komen.

Administratieve ondersteuning grensovergang Afghanistan-Pakistan

Belgen en Afghanen met een Belgische verblijfstitel die de landsgrens met Pakistan willen oversteken, moeten in het bezit zijn van een geldig paspoort en zelf een e-visum bij de Pakistaanse autoriteiten bekomen. Dit visum moeten zij online aanvragen op de volgende website: https://visa.nadra.gov.pk/how-to-apply/. Het betreft een toeristenvisum geldig voor 30 dagen.

Wanneer zij in het bezit zijn van een e-visum, kunnen zij contact opnemen met de Belgische Ambassade in Islamabad met de vraag om administratieve bijstand om de grensovergang van Afghanistan naar Pakistan te faciliteren.

De FOD BuZa raadt nog steeds formeel af om zich naar de grens met Pakistan te begeven via de landroute, gezien de precaire veiligheidssituatie. Er wordt geadviseerd om een vlucht te nemen van Kabul naar Pakistan, aangezien er vanaf november in principe terug commerciële vluchten zullen doorgaan. Voor actuele informatie omtrent de situatie aan de landsgrenzen van Afghanistan, is het nuttig om de website van UNHCR in Afghanistan regelmatig te raadplegen.

Personen met de Belgische nationaliteit kunnen, zoals voorzien in het Consulaire Wetboek, steeds een aanvraag voor consulaire bijstand, of meer bepaald bijstand om terug te keren naar België, indienen als zij dit nodig achten. Dit ongeacht het land waarin zij zich bevinden.

Personen die zich in België bevinden en Belgische familieleden of Belgische kennissen hebben die zich nog in Afghanistan bevinden, kunnen contact opnemen met het Crisiscentrum van de FOD BuZa via het telefoonnummer: +32 2 501 4000. 

1.1.2. Bijstand voor Afghanen met visum voor België

Afghanen die in het bezit zijn van een visum voor België, kunnen enkel administratieve bijstand krijgen van de Belgische overheid om de landsgrens met Pakistan over te steken. Hiervoor moeten zij contact opnemen met de Belgische ambassade in Islamabad per e-mail (islamabad@diplobel.fed.be).

Deze personen moeten in het bezit zijn van een geldig paspoort en eerst zelf een e-visum bekomen bij de Pakistaanse autoriteiten, via de website https://visa.nadra.gov.pk/how-to-apply/. Het betreft een toeristenvisum geldig voor 30 dagen.

De FOD BuZa raadt nog steeds formeel af om zich naar de grens met Pakistan te begeven via de landroute, gezien de precaire veiligheidssituatie. Er wordt geadviseerd om een vlucht te nemen van Kabul naar Pakistan, aangezien er vanaf november 2021 in principe terug commerciële vluchten zullen doorgaan. Voor actuele informatie omtrent de situatie aan de landsgrenzen van Afghanistan, is het nuttig om de website van UNHCR in Afghanistan regelmatig te raadplegen.

1.1.3. Geen bijstand voor Afghanen zonder visum voor België

De Belgische overheid biedt momenteel geen bijstand aan Afghanen die geen verblijfstitel of visum hebben voor België. Om naar België te kunnen komen, moeten zij gebruik maken van de bestaande verblijfsprocedures (zie titel '2.1. Verblijfsprocedures vanuit Afghanistan'). De Belgische ambassade helpt hen niet bij het oversteken van de landsgrens met Pakistan.

Dit geldt ook voor Afghanen die tijdens de evacuatiemissie in augustus 2021 op de evacuatielijst stonden, maar die niet tijdig konden worden geëvacueerd en geen Belgische verblijfstitel of visum hebben. Zij krijgen geen bijstand van de Belgische overheid om Afghanistan te verlaten.

1.1.4. Bijstand personen geëvacueerd door andere EU-lidstaat

De staatssecretaris voor asiel en migratie liet weten dat personen die werden geëvacueerd door een andere EU-lidstaat zich naar België kunnen begeven, volgens bepaalde modaliteiten:

  • Belgen of derdelanders met een geldige verblijfstitel kunnen, met de eventuele hulp van de bevoegde Belgische diplomatieke post, naar België terugkeren zonder bijkomende voorwaarden. 
  • Voor andere personen zal de betrokken lidstaat een uitdrukkelijk verzoek richten aan de Belgische overheid, waarna onderzocht zal worden of zij op de evacuatielijst stonden. Indien dit het geval is, zullen zij vervolgens ook naar België kunnen reizen. 

1.2. Geëvacueerden na aankomst in België

1.2.1. Verblijf

Geëvacueerden die tijdens de evacuatiemissie in augustus 2021 aankwamen in België, werden geregistreerd als getroffene. Zij ontvingen hiervoor een specifiek registratieformulier. Zij die niet in het bezit waren van een verblijfsrecht voor België kregen een visumblad dat hen voorzag van een visum kort verblijf, geldig voor 15 dagen binnen een tijdsvak van één maand.

Om langer in België te mogen verblijven moeten zij vervolgens een verblijfsaanvraag indienen. De volgende verblijfsprocedures zijn onder meer mogelijk: een verzoek om internationale beschermingeen aanvraag gezinshereniging ten aanzien van een Belg, Unieburger of derdelandereen aanvraag 9ter (medische regularisatie)een aanvraag 9bis (humanitaire regularisatie)de bijzondere procedure voor niet-begeleide minderjarige;...

In de praktijk werden de geëvacueerde Afghanen doorverwezen naar:

  • de procedure gezinshereniging;
  • de procedure internationale bescherming.

a) Gezinshereniging

Of iemand in aanmerking komt voor een verblijfsrecht op grond van gezinshereniging hangt af van de nationaliteit en het verblijfsrecht van de referentiepersoon in België. De voorwaarden, documenten en te volgen procedure worden uitvoerig besproken op onze webpagina's gezinshereniging.  

Geëvacueerde Afghanen die een aanvraag gezinshereniging willen indienen, moeten de hiervoor bestaande procedures volgen, en aan de voorziene voorwaarden voldoen. Dit betekent dat de aanvrager het bewijs van betaling van de administratieve bijdrage moet voorleggen (tenzij hij/zij is vrijgesteld), en de materiële voorwaarden vervuld moeten zijn. Door de omstandigheden  waarin de betrokkenen Afghanistan hebben verlaten, kan het echter zijn dat zij niet in staat zijn alle vereiste documenten voor te leggen. Om hieraan tegemoet te komen, heeft Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) een aantal richtlijnen bepaald:

Voor familieleden van Afghanen met een verblijfsrecht in België:

  • Zij kunnen hun aanvraag tot gezinshereniging indienen bij de gemeente van hun woonplaats (artikel 12bis Verblijfswet). Het bestaan van buitengewone omstandigheden waardoor de aanvraag niet bij de ambassade in Islamabad kan worden ingediend, is erkend. Dit geldt in principe enkel voor de geëvacueerde Afghanen.
  • Na de indiening van de aanvraag, wordt een woonstcontrole zo snel mogelijk uitgevoerd;
  • Bij positieve woonstcontrole, moet de gemeente het  dossier opsturen naar DVZ, ook al is het dossier onvolledig.

Voor familieleden van Belgen:

  • Na de indiening van de aanvraag, wordt zo snel mogelijk een woonstcontrole uitgevoerd;
  • Bij positieve woonstcontrole, en op voorwaarde dat de aanvrager het bewijs van zijn bloed- of  aanverwantschapsband met de refertepersoon voorlegt, stuurt de gemeente het dossier door naar DVZ, en wordt de normale procedure gevolgd;
  • Indien de aanvrager geen officiële documenten kan voorleggen voor het bewijs van zijn bloed- of  aanverwantschapsband, neemt de gemeente contact op met DVZ. Een eerste evaluatie van het dossier door DVZ wordt dan uitgevoerd. Indien het bewijs van de bloed- of aanverwantschapsband aanvaard wordt door het gemeentebestuur of door DVZ, wordt de normale procedure voortgezet.

In het kader van voornoemde flexibiliteit bevestigde DVZ dat de Taskara (Afghaans identiteitsbewijs waarop enkel vaderlijke afstamming wordt vermeld) in rekening kan worden genomen bij het beoordelen van de vaderlijke verwantschapsband en identiteit naar aanleiding van een verblijfsaanvraag van een geëvacueerd familielid.

Over het bewijs van familieband, lees je meer onder titel 2.1.2. (ondertitel 'a) Flexibiliteit documenten').

b) Internationale bescherming

Voor de meeste personen die geëvacueerd werden omdat zij een verhoogd risico liepen (zoals bijvoorbeeld zij die gewerkt hebben voor het Ministerie van Defensie, mensenrechtenorganisaties,…), werd bij aankomst in België reeds een afspraak gemaakt voor het indienen van een verzoek om internationale bescherming. Zij die nog geen afspraak kregen, kunnen zich aanmelden bij het aanmeldcentrum van DVZ of telefonisch/per mail contact opnemen met DVZ. 

Het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen (CGVS) heeft aangegeven dat de verzoeken om internationale bescherming van deze personen met prioriteit worden behandeld. Het CGVS biedt bovendien ondersteuning bij het onderhoud bij DVZ. Als het CGVS meent dat de motieven duidelijk zijn, kan een beslissing zeer snel genomen worden en zal geen persoonlijk onderhoud meer worden gehouden door het CGVS.

1.2.2. Opvang

Bij aankomst in België werd opvang voorzien. Zo voorzagen het Ministerie van Defensie en enkele betrokken organisaties eigen opvang voor hun medewerkers/activisten. Andere profielen werden opgevangen door Fedasil in afwachting van hun verzoek om internationale bescherming.  

1.2.3. Andere rechten

De geëvacueerden die nog geen verblijfsrecht in België hadden, kregen in eerste instantie slechts een visumblad dat hen voorzag van een visum kort verblijf geldig voor 15 dagen binnen een tijdsvak van één maand.

Met dat visumblad kunnen zij zich al inschrijven voor lessen NT2 (Nederlands leren). Zij kunnen zich bij een regiowerking integratie en inburgering (AgII, Atlas, IN-Gent) of bij het Huis van het Nederlands Brussel aanbieden voor screening in welk NT2-aanbod zij terecht kunnen, en kunnen ook al starten met NT2. In geval van asielopvang (na een asielaanvraag) kunnen ze een attest van Fedasil vragen dat hen vrijstelt van betaling voor NT2. Anders betalen ze 0,60 euro per lesuur.

Hun verdere rechtspositie hangt af van de verblijfsprocedure die zij in België opstarten (zie titel 1.2.1.). Zo kunnen verzoekers van internationale bescherming na 4 maanden lopende asielprocedure ook nog inburgering volgen (als hun verzoek om internationale bescherming voor 1 september 2021 ingediend werd!), en werken. Wie gezinshereniging aanvraagt met een Belg of derdelander, is verplicht tot inburgering en kan meestal meteen werken. Afhankelijk van de verblijfsprocedure wordt een ziekteverzekering mogelijk en verplicht, als gerechtigde of als persoon ten laste. Ook over andere rechten en voorwaarden vind je meer info op onze thematische webpagina's.

2. Verblijfsprocedures voor Afghanen

2.1. Vanuit het buitenland

Voor het indienen van een verblijfsaanvraag en de afgifte van een visum gelden voor Afghanen die naar België willen komen de inhoudelijke en procedurele voorwaarden die in normale omstandigheden van toepassing zijn.

Concreet betekent dit dat enkel de volgende verblijfsprocedures kunnen worden doorlopen:

In de praktijk zullen voor Afghanen voornamelijk de eerste twee procedures relevant zijn. Bijgevolg wordt enkel de specificiteit van deze procedures in het kader van de Afghaanse situatie besproken.

2.1.1. Praktische verloop visumaanvraag

Wat hieronder wordt besproken, geldt zowel voor de procedure voor een visum gezinshereniging als voor een humanitair visum.

a) Documenten

Om een visumaanvraag in te dienen, moeten normaliter een aantal documenten verzameld worden in Afghanistan. Bijvoorbeeld: taskara’s, paspoorten, huwelijks-, geboorte- en overlijdensaktes, uittreksel strafregister, toestemming reizen voor kinderen, attest van verdwijning, enzovoort.  

Sinds de machtsovername van de Taliban zijn de Afghaanse overheidsdiensten echter tot nader order gesloten. Hierdoor is het in de praktijk vrijwel onmogelijk om de nodige documenten te verkrijgen. Er worden geen paspoorten noch taskara’s aangemaakt. Ook is de legalisatie van documenten door het Afghaanse ministerie van Buitenlandse zaken momenteel niet mogelijk.

Het departement van het Talibanregime dat bevoegd is voor paspoorten heeft aangekondigd dat het afleveren van paspoorten binnenkort zal worden heropgestart. Het is niet gekend of dit in de praktijk reeds het geval is.  

Of de Belgische overheid de documenten uitgereikt door het Talibanregime zal aanvaarden, is bovendien nog niet geweten. Dit hangt volledig af van het (nog niet bepaald) standpunt dat België (en de Europese Unie) zal innemen ten aanzien van het Talibanregime.

Om aan de moeilijkheden hieromtrent tegemoet te komen, aanvaarden de Belgische autoriteiten dat:

  • een onvolledige visumaanvraag wordt ingediend (zie titel 'b) Indiening verblijfsaanvraag' hieronder), en
  • de vereiste documenten geval per geval met enige flexibiliteit worden beoordeeld (zie titel '2.1.2 visum gezinshereniging').

b) Indiening verblijfsaanvraag

Plaats en wijze van indiening

Een visumaanvraag kan nog steeds enkel worden ingediend door de aanvrager zelf bij de bevoegde Belgische diplomatieke post. Er wordt geen alternatieve wijze van indiening voorzien voor Afghaanse visumaanvragen. Digitale indiening of indiening door de refertepersoon in België is tot nader order niet mogelijk.

De Belgische ambassade in Islamabad (Pakistan) blijft voor Afghanen de bevoegde diplomatieke post voor de indiening van een visumaanvraag.

Uitzondering: voor familieleden van begunstigden van internationale bescherming in België kan de aanvraag voor een visum gezinshereniging of humanitair visum in om het even welke Belgische diplomatieke post worden ingediend. Afghaanse familieleden van Belgen of Afghanen met een ander verblijfsrecht in België, kunnen uitzonderlijk hun aanvraag indienen bij een andere Belgische diplomatieke post indien zij kunnen aantonen dat zij zich onmogelijk naar Islamabad kunnen begeven.

Grensovergang

Om een visumaanvraag in te dienen, moeten personen die zich nog in Afghanistan bevinden zich dus naar de bevoegde Belgische diplomatieke posten begeven. De meeste grensovergangen met de buurlanden worden echter streng gecontroleerd.

Om naar Pakistan te kunnen afreizen moeten Afghaanse onderdanen een visum bekomen van de Pakistaanse autoriteiten:

  • Sinds 30 september 2021 leveren de Pakistaanse ambassade en consulaten in Afghanistan geen visumstickers meer af. Enkel online visa worden uitgereikt. Dat meldt de Pakistaanse ambassade in Kabul in een persmededeling.
  • Afghanen moeten een e-visum via deze website aanvragen. Het betreft een toeristenvisum geldig voor 30 dagen. Het zou ook mogelijk zijn om online een verlenging van het visum aan te vragen.
  • Om een e-visum te bekomen is een geldig paspoort vereist.
  • Het e-visum moet online per credit kaart betaald worden.

De officiële grensovergangen tussen Afghanistan en Iran zijn enkel open voor Afghanen met een geldig paspoort en visum voor Iran. Iran blijft Afghanen die worden aangehouden terwijl ze onwettig de grens trachten over te steken, terugsturen naar Afghanistan.

De FOD BuZa raadt nog steeds formeel af om zich naar de grens te begeven via de landroute, gezien de precaire veiligheidssituatie. Er wordt geadviseerd om de herneming van commerciële vluchten af te wachten. Vanaf november zouden in principe terug commerciële vluchten van Kabul naar Pakistan plaatsvinden. Voor actuele informatie omtrent de situatie aan de landsgrenzen van Afghanistan, is het nuttig om de website van UNHCR in Afghanistan te raadplegen.

Verloop indiening

Visumaanvragen moeten ingediend worden via de outsourcingspartner van de Belgische ambassade in Islamabad, met name één van de drie VFS Global kantoren in Pakistan (Islamabad, Lahore of Karachi). Voor Afghaanse aanvragers wordt er momenteel uitzonderlijk een ‘walk-in’-procedure voorzien voor de indiening van een visumaanvraag, waardoor zij niet verplicht zijn om een afspraak te maken. Het gaat om een tijdelijke maatregel.

De kosten van de aanvraag dienen ter plaatse bij de outsourcingpartner in cash te worden betaald. Het gaat om:

  • een ‘service fee’ van 45,50 EUR en
  • een ‘visum handling fee’ van 180 EUR.

Daar waar er in het visaonweb-formulier gevraagd wordt naar informatie over het reisdocument waarmee er naar België zal afgereisd worden, kan er bij gebrek aan een reisdocument uitzonderlijk en voorlopig een fictief documentnummer ingegeven worden. Dit meldt de Belgische ambassade in Islamabad.  

Voor meer informatie over het praktische verloop van het indienen van een visumaanvraag, zie de Engelstalige website van de Belgische ambassade in Islamabad.

In geval van problemen bij de indiening van de aanvraag (Visa On Web, afsprakensysteem, betaling service fee, inontvangstname van de aanvraag), wordt er best contact opgenomen met de Belgische ambassade in Islamabad (islamabad@diplobel.fed.be) en de FOD BuZa (infovisa@diplobel.fed.be).

Mogelijkheid indiening onvolledig dossier

Ten gevolge van de toestand in Afghanistan, kan een visumaanvraag uitzonderlijk en voorlopig worden ingediend zelfs al ontbreken bepaalde documenten. In dat geval wordt gevraagd om een begeleidende brief toe te voegen om de redenen voor het ontbreken van de vereiste documenten uit te leggen. Het is aan de betrokkene om proactief en uitvoerig te beargumenteren waarom hij in zijn specifiek geval niet aan de vooropgestelde wettelijke vereisten kan voldoen, indien mogelijk met bewijsstukken. De algemene veiligheidssituatie in Afghanistan voorziet Afghanen dus niet automatisch van bepaalde vrijstellingen.

In het kader hiervan heeft DVZ de outsourcingspartner geïnstrueerd om hun verplichting om de visumaanvragen en bijgevoegde documenten over te maken in de staat dat deze zich bevinden, eveneens in geval van onvolledige aanvragen, zeker na te komen.

Bij het indienen van de aanvraag, moet de aanvrager wel zijn identiteit aantonen. Hiervoor moet in beginsel een geldig reisdocument (Afghaans paspoort), of elk document dat de identiteit op geldige wijze aantoont, worden voorgelegd. De ambassade in Islamabad geeft aan alle beschikbare documenten te aanvaarden, en geval per geval te onderzoeken of deze documenten voldoen.

Specifiek voor familieleden van begunstigden van internationale bescherming stelt DVZ in het algemeen op zijn website dat een aanvraag aanvaard wordt zodra de volgende documenten worden voorgelegd:

  • een ingevuld, gedateerd en ondertekend aanvraagformulier;
  • het bewijs van de betaling van de visumleges, tenzij de aanvrager is vrijgesteld;
  • een persoonlijk reisdocument waarin een visum kan worden aangebracht, of, indien de aanvrager dit document niet kan voorleggen, een ander bewijs van zijn identiteit (of meerdere andere bewijzen van zijn identiteit) waaraan de bevoegde Belgische ambassade of het bevoegd Belgisch consulaat geloof hecht;
  • het bewijs dat de gezinshereniger een door België beschermde vreemdeling is (erkenning van de vluchtelingenstatus of toekenning van een subsidiaire bescherming door het CGVS of de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen).

c) Behandeling verblijfsaanvraag

Eens de aanvraag is ingediend, raadt de FOD BuZa aan om niet terug te keren naar Afghanistan, om veiligheidsredenen. In het kader hiervan is het van belang om tijdig een verlenging van het visum voor Pakistan, of het land waarin de betrokkene zich bevindt in afwachting van een beslissing over zijn visumaanvraag, aan te vragen. Op deze wijze worden onder meer problemen aan de grens bij het verlaten van het desbetreffende land vermeden (zie  ondertitel ‘f) reis naar België’)

DVZ tracht de visumaanvragen zorgvuldig en zo snel mogelijk te behandelen. Omwille van het hoog aantal aanvragen kan de duur van behandeling mogelijks hoog oplopen. Uit de huidige praktijk blijken de aanvragen momenteel echter zeer snel te worden behandeld. Momenteel is er sprake van een behandelingsduur van ongeveer 1 à 2 maanden.

Afghanen die al een visum gezinshereniging of humanitair visum hebben aangevraagd kunnen de status van de verwerking van hun aanvraag terugvinden op de website van DVZ.

d) DNA-test

Wanneer de voorgelegde documenten volgens DVZ niet volstaan om de familieband vast te stellen, wordt de aanvraag in het algemeen geweigerd ‘onder voorbehoud van een DNA-test’. Zo stelt DVZ de aanvrager in staat om de verwantschapsband met een DNA-test aan te tonen. De DNA-procedure wordt door DVZ voorgesteld ná een volledig onderzoek van de visumaanvraag, wanneer de visumaanvrager de wettelijk bepaalde leeftijd voor gezinshereniging niet overschrijdt en indien de rest van het dossier in orde is. De aanvrager kan dus niet zelf voor deze procedure kiezen. Indien de andere voorwaarden voor de gezinshereniging vervuld zijn, kan het visum aldus op basis van het positieve resultaat van de DNA-test worden afgegeven.

Meer informatie over de DNA-procedure vind je terug op de website van DVZ.

Gezien de uiterst zorgwekkende situatie in Afghanistan voerde de Belgische diplomatieke post in Islamabad na een tijdelijke stopzetting van de DNA-testen tot 15 oktober 2021 een speciale operatie uit om zoveel mogelijk bloedstalen af te nemen voor DNA-dossiers die administratief in orde zijn. Deze procedure is nu stopgezet. Om een DNA-test te laten afnemen, moet de visumaanvrager een afspraak maken bij de outsourcingspartner van de ambassade.

e) Afleveren visum

Wanneer een visum is toegekend, moet het in principe worden aangebracht op een door België erkend reisdocument om naar België te kunnen reizen. Personen voor wie een positieve beslissing werd genomen, krijgen een e-mail van de Belgische ambassade met instructies. Zo wordt er gevraagd om het paspoort van de betrokkene naar Gerry’s FedEx op te sturen, met een vluchtreservatie die 3 weken na het opsturen van het paspoort moet plaatsvinden. De vluchtreservatie wordt enkel gevraagd om de begindatum van het visum te kunnen bepalen. Dit is geen voorwaarde voor het afleveren van het visum. Het afgeleverd visum kan worden opgehaald bij de outsourcingspartner door een derde.

Voor wat betreft de geldigheidstermijn van het visum:

  • Voor visa die reeds werden afgegeven voor de escalatie van het conflict in Afghanistan, blijft de geldigheidstermijn van 6 maanden nog steeds van toepassing. Dit betekent dat na het verstrijken van de termijn van 6 maanden het visum verloopt en de betrokkene een nieuwe visumaanvraag moet indienen.
  • Visa die nu worden afgeleverd zijn ook nog steeds 6 maanden geldig vanaf de datum van afgifte. Indien de geldigheidstermijn van het visum riskeert te verstrijken vooraleer de betrokkene naar België kon reizen, is het aangeraden om de Belgische ambassade die het visum heeft afgeleverd, te contacteren.

f) Reis naar België

De aanvrager die geen geldig reisdocument heeft, kan een doorlaatbewijs (‘laissez-passer’) aanvragen. Dit doorlaatbewijs wordt echter niet automatisch afgegeven. De aanvrager moet uitleggen waarom hij geen geldig reisdocument kan voorleggen. Enkel indien deze uitleg geloofwaardig is, geeft DVZ een doorlaatbewijs af.

Het is nog niet gekend of de Pakistaanse autoriteiten een Belgisch doorlaatbewijs aanvaarden als geldig reisdocument om Pakistan te verlaten.

In principe moeten personen die Pakistan willen verlaten dezelfde documenten kunnen voorleggen die ze ook in het kader van hun binnenkomst in Pakistan moeten voorleggen. Het gaat meer bepaald om een geldige reispas met inreisstempel en een geldig visum. Bij vertrek krijgen ze een uitreisstempel.

Personen die op irreguliere wijze Pakistan zijn binnengekomen en nog steeds in onwettig verblijf in Pakistan zijn (personen die geen geldig visum en/of inreisstempel hebben) kunnen Pakistan bijgevolg niet zo maar verlaten en worden bij vertrek aan de grens tegengehouden. Deze personen moeten hun verblijf in Pakistan vooreerst regulariseren. Op de website van het Pakistaanse Ministerie van Binnenlandse Zaken wordt er de mogelijkheid voorzien om een ‘exit permit’ aan te vragen. In het kader hiervan moet er echter onder meer een geldig paspoort voorgelegd worden. Of er andere mogelijkheden zijn om het verblijf in Pakistan alsnog te regulariseren (bv. zonder paspoort) is nog onduidelijk.

De Iraanse autoriteiten aanvaarden een Belgisch doorlaatbewijs niet als reisdocument om het land te verlaten.

2.1.2. Visum gezinshereniging

Of iemand in aanmerking komt voor een visum gezinshereniging hangt onder meer af van de nationaliteit en het verblijfsrecht van de referentiepersoon in België. De voorwaarden, documenten en te volgen procedure worden uitvoerig besproken op onze webpagina's gezinshereniging.  

Met betrekking tot de beoordeling van aanvragen gezinshereniging gaat DVZ ook nog steeds uit van de normale wettelijke vereisten.

Concreet betekent dit het volgende:

  • Enkel de wettelijk bepaalde familieleden komen in aanmerking. Andere familieleden (zoals bijvoorbeeld broers, zussen, ooms, tantes, grootouders, enzovoort)  kunnen vaak enkel een humanitair visum aanvragen.
  • De materiële voorwaarden moeten vervuld zijn (indien van toepassing: toereikende, stabiele en regelmatige inkomsten; voldoende huisvesting; ziekteverzekering; geen gevaar voor volksgezondheid, openbare orde of nationale veiligheid). De wettelijke voorzien uitzonderingen of vrijstellingen blijven uiteraard van toepassing. Zo moet DVZ in het kader van de individuele behoefteanalyse en de verplichte evenredigheidstoets steeds rekening houden met alle individuele elementen van het dossier. Bijgevolg is het altijd nuttig om de individuele situatie van zowel de referentiepersoon in België, als het familielid in Afghanistan zoveel mogelijk te duiden en te staven met bewijzen. 
  • De administratieve bijdrage moet betaald worden, behalve voor familieleden die vrijgesteld zijn.

Binnen dit wettelijk kader wordt er wel een zekere ruimte gelaten voor flexibiliteit wat betreft:

  • bepaalde procedurele voorwaarden. Zoals besproken onder titel 2.1.1. kan de aanvraag uitzonderlijk worden ingediend bij een andere diplomatieke post dan de bevoegde ambassade in Islamabad, en kan de aanvraag worden ingediend zelfs al ontbreken er bepaalde documenten;
  • de beoordeling van de vereiste documenten.

a) Flexibiliteit documenten

Bij het ontbreken van bepaalde vereiste documenten zal DVZ zich naar eigen zeggen flexibel opstellen. In sommige gevallen is DVZ dit bij wet verplicht (art. 12bis, §§5 en 6 Verblijfswet, zie infra). DVZ beoordeelt in samenspraak met de Belgische ambassade in Islamabad geval per geval welke alternatieve, al dan niet gelegaliseerde, documenten aanvaard kunnen worden. Hierbij wordt er gekeken naar het geheel van documenten die worden voorgelegd. Zo wordt er rekening gehouden met de bewijswaarde van deze documenten en conformiteit met bestaande elementen in het dossier (bv. verklaringen van de refertepersoon tijdens zijn asielprocedure). In gevallen waar de aangebrachte documenten en informatie niet volstaan, kan beroep gedaan worden op een DNA-test (zie titel 2.1.1., ondertitel ‘d) DNA-test’).

Het is aan de betrokkene om proactief en uitvoerig te beargumenteren waarom hij in zijn specifiek geval niet aan de vooropgestelde wettelijke vereisten kan voldoen, indien mogelijk met bewijsstukken. De algemene veiligheidssituatie in Afghanistan voorziet Afghanen dus niet automatisch van bepaalde vrijstellingen. Het is dus cruciaal om te specifiëren welke dienst gesloten is, welke beschermingsrisico’s de aanvrager loopt, waarom hij daardoor niet de vereiste documenten kan verkrijgen, enzovoort.

Opgelet! Deze bijzondere flexibiliteit geldt enkel voor aanvragen ingediend sinds de machtsovername door de Taliban.

Voor het bewijs van de familieband voorziet de Verblijfswet zelf in alternatieve bewijsmodaliteiten via een cascadesysteem. Dit geldt in het algemeen, onafhankelijk van de specifieke situatie van Afghanistan, maar is in dit kader wel belangrijk.

Volgens de verblijfswet wordt de familieband door middel van de volgende bewijsmiddelen vastgesteld:

  1. officiële documenten die deze band aantonen, opgesteld overeenkomstig de regels van het internationaal privaatrecht, zowel wat de inhoudelijke en vormelijke voorwaarden als wat de legalisatie betreft. Over het algemeen gaat het om een letterlijk afschrift van het origineel van de akte die overeenkomstig artikel 30 van het Wetboek van internationaal privaatrecht gelegaliseerd werd.
  2. 'andere geldige bewijzen', indien het voor de vreemdeling niet mogelijk is om officiële documenten voor te leggen. Bij familie van begunstigden van internationale bescherming, met wie de familieband al bestond voor aankomst van de referentiepersoon in België, is DVZ verplicht hiermee rekening te houden (art. 12bis, §5 Verblijfswet). Ook mag DVZ de aanvraag niet weigeren om de enige reden dat er geen officiële documenten van de gezinsband werden voorgelegd (art. 11, §2, eerste lid Verblijfswet). Over de uitleg van dit principe door het Hof van Justitie, lees je meer in dit nieuwsbericht van april 2019. Over een toepassing hiervan door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV), lees je meer in dit nieuwsbericht van augustus 2020. Voor familie van begunstigden van internationale bescherming, met wie de familieband pas tot stand kwam na aankomst van de referentiepersoon in België, voor familie van andere derdelanders met verblijfsrecht in België (artikel 12bis, §6 Verblijfswet) en familieleden van Belgen en Unieburgers (artikel 44 Verblijfsbesluit) is deze mogelijkheid onderworpen aan de discretionaire beoordeling van DVZ. De RvV oordeelde dat DVZ deze discretionaire bevoegdheid wel op redelijke wijze moet uitoefenen (lees hierover ons nieuwsbericht).
  3. een onderhoud of een aanvullende analyse (een DNA-test), indien het familielid geen ‘andere geldige bewijzen’ kan voorleggen.

De omzendbrief van 17 juni 2009 houdende bepaalde verduidelijkingen en wijzigings- en opheffingsbepalingen inzake gezinshereniging verduidelijkt verder:

  • wanneer aanvaard wordt dat het ‘onmogelijk’ is om officiële documenten voor te leggen, en
  • welke 'andere geldige bewijzen' aanvaard kunnen worden.
  • Opgelet! De omzendbrief van 17 juni 2009 verzwaart de bewijslast door te stellen dat men de ‘onmogelijkheid’ moet bewijzen om officiële documenten voor te leggen, terwijl noch de verblijfswetgeving, noch de Gezinsherenigingsrichtlijn dit oplegt. Het familielid moet alleen aantonen dat het geen officiële documenten kan voorleggen, zonder dat dit daarom onmogelijk moet zijn. Bovendien blijkt intussen uit rechtspraak van het Hof van Justitie (lees hierover meer in dit nieuwsberichtdat, van zodra het familielid zijn samenwerkingsplicht ten aanzien van de lidstaat nakomt en er kennelijk geen sprake is van fraude, de lidstaat verplicht is om rekening te houden met andere bewijzen van de gezinsband, zelfs al vindt de lidstaat de uitleg voor het ontbreken van officiële documenten niet plausibel.

In de praktijk is het aangewezen dat de aanvrager alle mogelijke bewijzen van de gezinsband voorlegt en motiveert waarom hij, desgevallend, bepaalde documenten niet kan voorleggen. Ook hier voorziet de algemene veiligheidssituatie in Afghanistan Afghanen dus niet automatisch van een vrijstelling.

b) Termijnen en leeftijdsvoorwaarden

De huidige situatie in Afghanistan maakt zowel het verzamelen van de nodige documenten als de indiening van een visumaanvraag bij de bevoegde Belgische diplomatieke post bijzonder moeilijk, of zelfs onmogelijk. Dit heeft verregaande gevolgen voor gezinshereniging, aangezien er tal van termijnen en leeftijdsvoorwaarden gelden: als de aanvraag niet tijdig ingediend wordt zal er in sommige gevallen geen recht op gezinshereniging meer bestaan of gelden er strengere voorwaarden.

Voor wat betreft termijnen en leeftijdsvoorwaarden die specifiek gelden voor de familieleden van erkende vluchtelingen en subsidiair beschermden:

1. De Verblijfswet voorziet een vrijstelling op de vereisten van huisvesting, ziekteverzekering en bestaansmiddelen, op voorwaarde dat:

    • de familieband reeds bestond vooraleer de referentiepersoon België binnenkwam, en
    • de aanvraag is ingediend binnen het jaar na de erkenning als vluchteling of de toekenning van het statuut van subsidiair beschermde.

Uit rechtspraak van het Hof van Justitie en de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen blijkt evenwel dat wanneer een laattijdige aanvraag gezinshereniging objectief verschoonbaar is, termijnen niet strikt toegepast mogen worden. We bespraken deze rechtspraak in dit nieuwsbericht van januari 2019. 

2. Ouders van een niet-begeleide minderjarige vluchteling hebben een recht op gezinshereniging, ook al is hij/zij ondertussen meerderjarig op het moment van de aanvraag gezinshereniging.  Wel moeten de ouders hun aanvraag gezinshereniging indienen binnen een redelijke termijn na zijn erkenning als vluchteling of na de toekenning van de subsidiaire bescherming. Lees meer hierover in dit nieuwsbericht.

DVZ past in dergelijke situaties een strikte termijn van 3 maanden toe. Volgens de RvV moet deze ‘redelijke termijn’ echter in elk dossier concreet beoordeeld worden door DVZ. Deze rechtspraak wordt besproken in een nieuwsbericht van januari 2020. Ook moeten bijzondere omstandigheden die de laattijdige indiening objectief verschoonbaar maken, aanvaard worden (zie RvV 21 april 2020, nr. 235.415; RvV 17 december 2020, nr. 246.404; RvV 29 oktober 2019, nr. 228.228 (UDN), RvV 17 september 2020, nr. 241.134).

Bij een laattijdige indiening van de aanvraag, is het dus steeds zeer belangrijk dat het gezinslid expliciet de specifieke moeilijkheden of omstandigheden uiteenzet die de tijdige indiening hebben verhinderd buiten zijn wil om. Dit door aan te tonen dat hij er alles aan deed om tijdig een aanvraag in te dienen (dit wil zeggen vóór het verstrijken van een termijn of leeftijdsgrens), maar dat dit onmogelijk of bijzonder moeilijk was. Het is daarom nuttig om een spoor bij te houden van de gezette stappen, en de nodige bewijsstukken hiervan aan te brengen. Bijvoorbeeld:

  • Persartikels of rapporten omtrent de sluiting van de grensovergangen, van de Afghaanse openbare diensten, enzovoort
  • Een kopie van de aanvraag en de afgifte van het Pakistaans e-visum om de grens over te steken
  • Printscreens van de website van VFS indien er geen afspraken kunnen worden gemaakt in geval het ‘walk-in’ systeem wordt afgeschaft

Opdat deze omstandigheden worden aanvaard, is het bovendien sterk aanbevolen dat het familielid op voorhand en met name vóór het verstrijken van de wettelijke termijn, zijn intentie kenbaar maakt om een visum gezinshereniging aan te vragen. Dit door per mail contact op te nemen met de bevoegde Belgische diplomatieke post en DVZ. Hierbij is het belangrijk om zo gedetailleerd mogelijk uiteen te zetten en zoveel mogelijk aan te tonen dat het onmogelijk is om de grens over te steken en de aanvraag bij de outsourcingpartner van de bevoegde Belgische diplomatieke post in te dienen. Anderzijds vernietigde de RvV al een weigering van DVZ, omdat DVZ de bijzondere omstandigheden en verschoonbaarheid niet uit eigen beweging onderzocht, terwijl hij hiervan op de hoogte moest zijn omdat het algemeen gekend was (RvV 12 oktober 2020, nr. 242.087, besproken in dit nieuwsbericht).

2.1.3. Humanitair visum

a) Algemeen

Een humanitair visum wordt in uitzonderlijke situaties afgeleverd op grond van artikel 9 van de Verblijfswet. Voor de toekenning van een humanitair visum zijn er geen voorwaarden bij wet bepaald. DVZ heeft een grote beoordelingsmarge en beoordeelt elke aanvraag op individuele basis. Een humanitair visum wordt dus beschouwd als een gunst en geen recht. Verder is er geen wettelijke bepaalde behandelingstermijn, waardoor het soms tot een jaar kan duren vooraleer men antwoord heeft op de aanvraag. Gezien er geen wettelijke voorwaarden bestaan, is de uitkomst bovendien onzeker. Ten slotte kunnen de kosten van een aanvraag hoog oplopen, aangezien er naast de visumkosten ook een administratieve bijdrage per volwassen persoon moet betaald worden.

In de praktijk blijkt dat DVZ belang hecht aan de volgende elementen:

  • de financiële en affectieve afhankelijkheidsbanden met personen in België. Dit kan bijvoorbeeld worden aangetoond door geldoverschrijvingen naar het familielid, bewijs van regelmatige contacten, een voogdij- of adoptieakte, bewijs van gezinseenheid in het land van herkomst voor aankomst in België, bewijs dat het familielid geen inkomsten heeft (inschrijving school, …), enzovoort.
  • de humanitaire, precaire en/of geïsoleerde situatie van de verzoeker in het herkomstland. Verwijzen naar een algemene oorlogs- of veiligheidssituatie is onvoldoende. Het is belangrijk om dit steeds zoveel mogelijk te ‘individualiseren’. De veiligheidssituatie in Afghanistan kan wel als extra humanitair argument worden aangehaald. Dit is sterk afhankelijk van het individueel geval van de betrokkene maar kan bijvoorbeeld onder meer worden aangetoond met een attest van ongehuwdheid, landeninfo (over het gebrek aan toegang tot werkgelegenheid/huisvesting/gezondheidszorg of over veiligheidsrisico’s in het herkomstland) in combinatie met een bewijs van de individuele situatie, een medisch attest bij ziekte, een bewijs van isolement, enzovoort.
  • in beperktere mate de financiële situatie van de referentiepersoon in België, en met name de mogelijkheid om de aanvrager ten laste te nemen. Dit kan vooral doorslaggevend zijn als de eerste twee factoren minder zwaar doorwegen. Het kan worden aangetoond met een arbeidscontract, loonfiches, een geregistreerde huurovereenkomst, attest van de ziekteverzekering, bewijzen van integratie, enzovoort.

Los van de huidige veiligheidssituatie in Afghanistan, hebben bepaalde situaties een grotere kans op slagen. Het gaat voornamelijk om familieleden die net buiten het toepassingsgebied van het recht op gezinshereniging vallen, ook wel ‘verruimde gezinshereniging’ genoemd. De slaagkansen liggen bovendien het hoogst wanneer het gaat om familieleden van erkend vluchtelingen of subsidiair beschermden. 

Het gaat bijvoorbeeld om volgende familieleden: 

  • echtgenoot op basis van een niet-erkend religieus of gewoonterechtelijk huwelijk
  • broers en zussen van een niet-begeleide minderjarige vreemdeling met internationale bescherming (voor zover de ouders van de niet-begeleide minderjarige voor zichzelf een visum gezinshereniging aanvragen)
  • meerderjarige dochter/zoon van een derdelander met wettig verblijf in België
  • andere, meer uitzonderlijke, situaties zoals een ouder op hoge leeftijd, volledig geïsoleerde personen, feitelijk geadopteerde kinderen, kinderen onder buitenlandse voogdij of adoptie, enzovoort.

Deze lijst is uiteraard niet exhaustief. Extra informatie hierover verschijnt later op onze webpagina. Meer informatie over humanitaire visa vindt u ook hier

Opgelet! Aangezien elke situatie individueel wordt beoordeeld, is het noodzakelijk om de aanvraag goed te motiveren en te ondersteunen met relevante documenten en informatie. Het is daarom aan te raden om beroep te doen op een gespecialiseerde advocaat of hulpverlener voor het inschatten van de slaagkansen en het opstellen van een individueel dossier.

b) Beleid DVZ voor Afghanistan

Het huidig beleid ten aanzien van aanvragen voor een humanitair visum ingediend door Afghanen blijft beperkt:

  • Er is voorlopig nog geen informatie beschikbaar over de slaagkansen van een humanitaire visum voor bepaalde risicoprofielen uit Afghanistan. De Staatssecretaris voor Asiel en Migratie heeft benadrukt dat steeds een individuele analyse gemaakt wordt van het dossier, waarbij de huidige situatie in Afghanistan een rol speelt bij de beoordeling van de elementen in het dossier. Ook gaf hij reeds te kennen in het bijzonder rekening te houden met de profielen die in aanmerking kwamen voor evacuatie, met name personen die een verhoogd risico lopen (zoals bijvoorbeeld zij die gewerkt hebben voor het Ministerie van Defensie, mensenrechtenorganisaties, andere (inter)gouvernementele en internationale organisaties, journalisten, vrouwenbewegingen, enzovoort).
  • De administratieve bijdrage moet steeds betaald worden, met uitzondering van de wettelijk bepaalde vrijstellingen.
  • Zoals hierboven uiteengezet, kan de aanvraag uitzonderlijk ingediend worden bij een andere diplomatieke post dan de ambassade in Islamabad (zie titel 2.1.1., ondertitel ‘b) Indiening verblijfsaanvragen’).

2.2. Vanuit België

2.2.1. Behandeling van dossiers internationale bescherming

In een mededeling van 16 augustus 2021 liet het CGVS weten een tijdelijke, gedeeltelijke opschorting in te voeren van de betekening van beslissingen van verzoekers afkomstig uit Afghanistan. In een mededeling van 7 oktober 2021 gaf het CGVS aan deze opschorting te verlengen tot 15 november 2021. In een mededeling van 17 november 2021 kondigt het CGVS opnieuw een verlenging van deze opschorting aan tot 4 januari 2022 omwille van het gebrek aan de vereiste informatie over de situatie in Afghanistan.

Het gaat om een tijdelijke opschorting van:  

  • de beoordeling van de status van subsidiaire bescherming. Het gaat om de volgende beslissingen:
      • de toekenning van de status van subsidiaire bescherming
      • de weigering van de status van vluchteling en subsidiaire bescherming;
  • het nemen van niet-ontvankelijkheidsbeslissingen bij volgende verzoeken.  

De  organisatie van persoonlijke onderhouden blijft verder gewoon doorlopen.  

Er kan wél nog een beslissing worden genomen of betekend voor de volgende situaties:  

  • De erkenning van een status van vluchteling.  
  • De beslissing van niet-ontvankelijkheid voor een persoon met een status van bescherming in een andere lidstaat. 
  • De beslissing van ontvankelijkheid van een volgend verzoek. Het CGVS laat  weten dat de gewijzigde situatie in Afghanistan op zich niet automatisch een nieuw element uitmaakt. Elke verzoeker moet zijn individuele situatie uitvoerig motiveren. Een loutere verwijzing naar de actuele ontwikkelingen is niet voldoende. Kan men geen beslissing nemen tot ontvankelijkheid, dan wordt het dossier tijdelijk opgeschort (zie supra). 

Kritische nootDe parlementaire werken stellen uitdrukkelijk dat de kans dat een verzoeker om internationale bescherming aanspraak kan maken op de vluchtelingenstatus of subsidiaire beschermingsstatus aanzienlijk vergroot wanneer de “veiligheids- of mensenrechtensituatie in het land van herkomst van de asielzoeker dermate gewijzigd is dat er zich in voorliggend geval een nood aan internationale bescherming opdringt". (Parl.St. Kamer 2012-2013, nr. 53 2555/001, pagina 23)

Ook heeft de Raad van State reeds aanvaard “dat het aantonen van een algemene situatie, die bedreigend is voor de bevolking van een land of een regio, voldoende kan zijn om tot de subsidiaire bescherming te kunnen besluiten(arrest n° 165.470, 1 december 2006, in de zaak A.178.826/VII-36.755).

De wijziging van de situatie in Afghanistan, en met name de verslechtering van de veiligheids- en mensenrechtensituatie, zou dus wel degelijk een nieuw element op zich kunnen zijn op basis waarvan de kans op het verkrijgen van internationale bescherming wordt vergroot.

Ciré en Vluchtelingenwerk Vlaanderen hebben in het kader hiervan samen een begeleidende brief opgesteld voor Afghanen die een volgend verzoek willen indienen (Nederlandstalige versie/Franstalige versie).

Dublin-overdrachten van Afghaanse verzoekers om internationale bescherming aan de bevoegde lidstaten zouden, volgens de beschikbare informatie, niet worden opgeschort.

Momenteel zijn er bovendien geen beslissingen tot intrekking of opheffing van de internationale beschermingsstatus van Afghanen. Deze worden ook tijdelijk opgeschort door het CGVS.

2.2.2. Behandeling van aanvragen bijzondere verblijfsprocedure

Wanneer de voogd van een niet-begeleide minderjarige vreemdeling (NBMV) de bijzondere verblijfprocedure opstart, dient DVZ op zoek te gaan naar de duurzame oplossing in het hoger belang van het kind. In functie daarvan geeft DVZ opdracht aan de bevoegde Belgische ambassade om een family assessment uit te voeren. In dat kader onderzoekt de ambassade onder meer de lokale situatie, de familiale context, opvanggaranties, en de bereidheid van de familie om de NBMV terug op te vangen.

De huidige context laat het uitvoeren van family assessments in Afghanistan niet toe. DVZ heeft momenteel geen zicht op het heropstarten van de family assessments voor Afghaanse NBMV. De behandeling van de bijzondere verblijfprocedure van Afghaanse NBMV zal echter niet opgeschort worden. DVZ tracht een beslissing omtrent de duurzame oplossing te nemen gebaseerd op de elementen aanwezig in het dossier: dit is bijvoorbeeld de aanvraag van de voogd, het interview, informatie uit voorgaande procedures, landeninformatie, en best interest-elementen.

Indien DVZ er niet in slaagt de duurzame oplossing te bepalen voor de 18de verjaardag van de NBMV, eindigt de procedure.

2.2.3. Terugkeer naar Afghanistan

Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Sammy Mahdi liet aan de pers weten dat er voorlopig, wellicht tot eind september, geen gedwongen terugkeer naar Afghanistan van afgewezen verzoekers om internationale bescherming zal plaatsvinden.

UNHCR vaardigde op 17 augustus 2021 een niet-terugkeer advies uit voor Afghanistan:

  • UNHCR vraagt aan elk land om vluchtende Afghanen de toegang te verlenen tot het grondgebied en het non-refoulement principe ten allen tijde te respecteren. 
  • UNHCR acht het niet wenselijk om internationale bescherming te weigeren aan Afghanen omwille van een intern vluchtalternatief. 
  • UNHCR roept staten op om gedwongen terugkeer naar Afghanistan tijdelijk stop te zetten. 

IOM en Fedasil hebben tot nader order ook de mogelijkheid tot vrijwillige terugkeer naar Afghanistan opgeschort. De geplande vluchten worden geannuleerd.

2.2.4. Belgische reisdocumenten voor vreemdelingen

Ondanks de onmogelijkheid voor Afghanen om momenteel een paspoort te bekomen, blijft het beleid van de FOD BuZa ten aanzien van Belgische reisdocumenten voor vreemdelingen ongewijzigd. Een aanvraag voor een reisdocument voor vreemdelingen moet aan de vooropgestelde voorwaarden voldoen en verloopt volgens de bestaande procedure. Op deze webpagina vind je hieromtrent meer informatie.

3. Afghaanse documenten vanuit een IPR-rechtelijk oogpunt

Ook buiten de context van verblijfsaanvragen kan men geconfronteerd worden met praktische problemen om Afghaanse documenten te bekomen die voldoen aan alle wettelijke vereisten. Wat als men in België verblijft en een huwelijksaangifte wil doen, maar er dient een Afghaanse geboorteakte voorgelegd te worden: kan de gemeente dan vasthouden aan de voorwaarde van een gelegaliseerde geboorteakte uit het land van herkomst? Die daarenboven maximum 1 jaar oud mag zijn? In bepaalde gevallen zijn alternatieven mogelijk en niet elke voorwaarde die gesteld wordt, moet als absoluut beschouwd worden. 

3.1. Geldigheidsduur buitenlandse akten

Het is belangrijk om voor ogen te houden dat er geen wettelijke geldigheidstermijn is voorzien voor buitenlandse documenten. Vaak hanteren Belgische instanties een standaard maximum ouderdomstermijn van documenten. Een afschrift van een buitenlands document zou dan maximum 6 maanden oud mogen zijn, of voor andere instanties 1 jaar.

Hoewel het in sommige gevallen gerechtvaardigd kan zijn om zich er van te vergewissen dat het afschrift de meest actuele toestand reflecteert, met alle randmeldingen erbij, schrijft de wet nergens voor dat een afschrift slechts 6 maanden of 1 jaar oud mag zijn. Bovendien werken niet alle landen met randmeldingen, waardoor het zinloos is om vast te houden aan een formele benadering. De Vaste Commissie inzake de Burgerlijke Stand bevestigde hierover expliciet dat men terzake de nodige soepelheid moet hanteren, rekening houdend met de moeilijkheidsgraad om bepaalde documenten te bekomen, getuige punt 2.10.9 van de FAQ van de DABS.

De huidige situatie in Afghanistan kan één van die factoren zijn die het aannemelijk maakt dat het zeer moeilijk, zo niet onmogelijk is om recente afschriften van bepaalde documenten te bekomen.

3.2. Ontbrekende, of onmogelijk te verkrijgen akten van de burgerlijke stand

3.2.1. Vervangend vonnis

Indien het werkelijk onmogelijk is om de oorspronkelijke akten in het land van herkomst te bekomen, bestaat de mogelijkheid om een vervangend vonnis te vragen aan de familierechtbank in België. Artikel 26 Burgerlijk Wetboek voorziet die mogelijkheid indien de oorspronkelijke akte is verloren gegaan of vernietigd. De vernietiging of het verlies en de inhoud van de akte kan men bewijzen door geschriften, door andere authentieke bronnen of door getuigen. Deze mogelijkheid staat ook open voor buitenlandse akten die men onmogelijk kan bekomen. Eens er een Belgisch vonnis is, geldt dat vonnis als een volwaardige vervanging van de oorspronkelijke akte en zal dat vonnis voor alle toekomstige situaties gebruikt kunnen worden.

Indien men een Afghaanse akte van de burgerlijke stand nodig heeft en men kan aantonen dat het onmogelijk is om die te bekomen, kan men beroep doen op deze procedure in België.

3.2.2. Consulair attest

In het kader van een nationaliteitsaanvraag en een huwelijksaangifte is een Afghaans consulair attest ook voldoende. Hetzelfde geldt voor de aangifte van een erkenning: als de geboorteakte van het kind moet worden voorgelegd in het kader van een erkenning door de vader, en het kind is in Afghanistan geboren, dan kan deze geboorteakte ook worden vervangen door een consulair attest.

Opgelet! Omwille van de machtsovername van de taliban in Afghanistan is de Afghaanse ambassade in Brussel tot nader order gesloten. Hierdoor is het momenteel onmogelijk is om een dergelijk attest te bekomen.

3.3. Uitzonderlijke bevoegdheid Belgische rechter ingevolge art. 11 WIPR

Indien men een Afghaans vonnis moet voorleggen om een bepaalde situatie op afdoende wijze te staven en/of te regelen, is het goed om voor ogen te houden dat ook de Belgische rechter soms uitzonderlijk bevoegd kan zijn in zaken waar men zich normaal gezien tot de Afghaanse rechter zou moeten wenden. Artikel 11 van het Wetboek Internationaal Privaatrecht (WIPR) bepaalt namelijk dat de Belgische rechters uitzonderlijk bevoegd zijn wanneer het onredelijk zou zijn te eisen dat de vordering in het buitenland wordt ingesteld.Dit kan bijvoorbeeld toepassing vinden indien het gaat om een vordering inzake ouderlijke verantwoordelijkheid (in dat geval in combinatie met art. 12.3 Brussel IIbis Verordening), gerechtelijke vaststelling vaderschap,…

3.4. Legalisatie

Indien er redelijkerwijze geen twijfel is omtrent de authenticiteit van de buitenlandse akte, kan de ambtenaar van de burgerlijke stand een beroep doen op artikel 24, §2 WIPR om in specifieke gevallen vrijstelling te verlenen van de legalisatievereiste om te oordelen over de geldigheid van een buitenlandse akte. Deze bepaling spreekt over de rechter, maar ze dient overeenkomstig de Memorie van Toelichting ook als zijnde van toepassing op de ambtenaar van de burgerlijke stand beschouwd te worden. (Memorie van Toelichting Wetsvoorstel houdende Wetboek Internationaal Privaatrecht, Doc Sénat, 3-27/1, p. 54)

In bepaalde gevallen is het namelijk noodzakelijk om te oordelen over de geldigheid van buitenlandse akten, ook al zijn deze niet gelegaliseerd. Dat is bijvoorbeeld al het geval voor documenten uit Somalië die niet kunnen worden gelegaliseerd. In de huidige situatie kunnen we aannemen dat het ook voor Afghaanse documenten uiterst moeilijk kan zijn om documenten correct gelegaliseerd te krijgen. In die gevallen waarin de ambtenaar zich voldoende geïnformeerd acht, moet het mogelijk zijn om zeer welbepaalde documenten vrij te stellen van de legalisatievereiste voor buitenlandse akten. In het bijzonder in die gevallen waarin de legalisatie onmogelijk is omwille van aantoonbare overmacht, is het niet redelijk om vast te blijven houden aan de legalisatievereiste. Temeer daar de legalisatievereiste enkel een formaliteitsvereiste is, en verder geen uitsluitsel geeft over de inhoud of authenticiteit van het document. 

4. Extra informatie

4.1. Opsporingen van familieleden in Afghanistan 

Gezien de momenteel zeer veranderlijke en onduidelijke situatie in Afghanistan zullen veel personen zich nog verplaatsen binnen Afghanistan. Hierdoor bestaat er een risico op contactverlies met de rest van hun familie (die zich binnen of buiten Afghanistan bevinden).

Het Rode Kruis blijft aanwezig in Afghanistan waardoor opsporingen in Afghanistan mogelijk blijven, weliswaar met de volgende restricties:  

  1. Reeds bestaande dossiers worden verder opgevolgd. Er kunnen vertragingen optreden qua behandeltijd door een stijging in aanvragen en de algemene veiligheidssituatie die beweging op terrein bemoeilijkt.
  2. Nieuwe dossiers gelinkt aan de huidige situatie kunnen opgestart worden.

Woon je in Vlaanderen of Brussel, neem contact op met Rode Kruis - Vlaanderen via:

  • het contactformulier op de website: www.restoringfamilylinks.be
  • het telefoonnummer: 015 44 35 22 (van maandag tot vrijdag, tussen 9u en 12u30) 

Woon je in Wallonië of Brussel, neem contact op met Croix-Rouge de Belgique - Communauté francophone (dienst “Rétablissement des Liens Familiaux”) via:

4.2. UNHCR

Afghanen die zich in en rond Afghanistan bevinden en opzoek zijn naar hulp en/of informatie kunnen ook contact opnemen met UNHCR Afghanistan

  • via de 'Protection hotline' op het telefoonnummer: 0790691746 of 0704996168 (bereikbaar elke werkdag), of
  • het 'Protection' e-mailadres: afgkaprt@unhcr.org.  

UNHCR verzamelt bovendien per land belangrijke en nuttige informatie en links op zijn ‘help’-webpagina's voor personen die nood hebben aan bijstand. Naar aanleiding van de situatie in Afghanistan heeft UNHCR de webpagina 'Help Afghanistan' en ‘Help Pakistan’ tot stand gebracht. Deze webpagina's zullen regelmatig worden geactualiseerd door UNHCR.

4.3. Landeninformatierapport van EASO over Afghanistan