29 juni 2020

Vanaf 1 augustus 2020 worden de bedragen geïndexeerd van de retributie die gevraagd wordt bij het indienen van een verblijfsaanvraag. Nochtans verklaarde zowel de Raad van State (RvS) als de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) de huidige (niet-geïndexeerde) bedragen van de retributie onwettig omdat ze niet in redelijke verhouding staan tot de kostprijs van de geleverde dienst. Uiteraard geldt deze rechtspraak ook - en des te meer - voor hogere (= geïndexeerde) bedragen. Bovendien heeft de Raad van State ook de bevoegdheid van DVZ, de gemeente en de consulaire post vernietigd om onontvankelijkheidsbeslissingen te nemen. De RvV oordeelde ook al dat DVZ niet meer bevoegd is om een verblijfsaanvraag onontvankelijk te verklaren bij niet-betaling van de retributie: zie daarover ons nieuwsbericht.

Volgens de website van DVZ worden de bedragen retroactief geïndexeerd met ingang van 1 juni 2020. Maar er geldt een overgangsperiode tot en met 31 juli 2020, waardoor niet-betaling van de geïndexeerde bedragen maar zal leiden tot een beslissing tot niet-ontvankelijkheid vanaf 1 augustus 2020. Tot 31 juli 2020 zal het bewijs van betaling van de oude, niet-geïndexeerde bedragen dus nog aanvaard worden door DVZ.

Aangezien zowel de geïndexeerde, als de niet-geïndexeerde bedragen van de retributie onwettig zijn, kunnen ze integraal teruggevorderd worden voor de rechtbank van eerste aanleg. Wanneer een consulaire post, gemeente of DVZ een verblijfsaanvraag onontvankelijk verklaart wegens niet-betaling van de (al dan niet geïndexeerde) retributie, kan men de vernietiging vorderen van deze beslissing voor de RvV.