26 mei 2021

Vanaf 1 juni 2021 worden de bedragen van de retributie die gevraagd wordt bij het indienen van een verblijfsaanvraag opnieuw geïndexeerd. Dat gebeurt elk jaar op 1 juni van rechtswege. Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) blijft de retributie eisen. Nochtans verklaarde zowel de Raad van State (RvS) als de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) de huidige (niet-geïndexeerde) bedragen van de retributie onwettig omdat ze niet in redelijke verhouding staan tot de kostprijs van de geleverde dienst. Uiteraard geldt deze rechtspraak ook - en des te meer - voor hogere (= geïndexeerde) bedragen. Bovendien heeft de RvS ook de bevoegdheid van DVZ, de gemeente en de consulaire post vernietigd om onontvankelijkheidsbeslissingen te nemen. De RvV oordeelde ook al dat DVZ niet meer bevoegd is om een verblijfsaanvraag onontvankelijk te verklaren bij niet-betaling van de retributie: zie daarover ons nieuwsbericht.

Aangezien zowel de geïndexeerde, als de niet-geïndexeerde bedragen van de retributie onwettig zijn, kunnen ze in principe integraal teruggevorderd worden voor de rechtbank van eerste aanleg. Wanneer een consulaire post, gemeente of DVZ een verblijfsaanvraag onontvankelijk verklaart wegens niet-betaling van de (al dan niet geïndexeerde) retributie, kan men de vernietiging vorderen van deze beslissing voor de RvV.