24 november 2023

Laatst bijgewerkt op 1/3/2024

In brochure voor garanten van 3 januari 2024 over de tenlasteneming van een vreemdeling voor een kort verblijf in België lezen we een nieuwe beleidswijziging. Dienst Vreemdelingenzaken aanvaardt niet meer dat 'eenzelfde persoon meerdere verbintenissen tot tenlasteneming kan ondertekenen, als hij over voldoende inkomsten beschikt.' zoals beschreven in de brochure van brochure van 1 december 2023

  • Als algemene regel wordt maar één "actieve" verbintenis per garant aanvaard.
  • In afwijking hiervan kan een garant meerdere verbintenissen ondertekenen wanneer
    • de begunstigden familieleden zijn in de eerste graad (in rechte lijn of door huwelijk) én
    • deze verbintenissen tegelijkertijd worden ondertekend.
    • Bijvoorbeeld een zoon die zijn ouders ten laste neemt neemt in het kader van een familiebezoek.

Het is onduidelijk sinds wanneer de DVZ dit beleid toepast. Het wettelijk kader is echter niet veranderd. Artikel 3bis Verblijfswet en artikel 17/2 Verblijfsbesluit vermelden dat de garant 'persoonlijk over voldoende middelen van bestaan moet beschikken'. Het artikel legt geen beperking op qua aantal tenlastenemingen per garant of qua begunstigden.

Vanaf 1 december 2023 wijzigde de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) ook al het richtbedrag voor een verbintenis tot tenlasteneming bij kort verblijf naar 2.048,53 EUR netto per maand. Dit bedrag stemt overeen met 120% van het leefloon categorie samenwonende met gezinslast. Bepaalde vormen van inkomen waar de DVZ voorheen wel rekening mee hield zoals bijvoorbeeld de kinderbijslagen, zijn vanaf 1-12-2023 uitgesloten. Bij garantstellingen die ondertekend en gelegaliseerd zijn vóór 1 december 2023 zal de DVZ de oude richtbedragen en het oude beleid qua herkomst van de inkomsten nog toepassen. Het is onduidelijk waarom het beleid qua richtbedragen en herkomst van de inkomsten gewijzigd is. Het wettelijk kader is hetzelfde gebleven.

 

Persoonlijke, voldoende bestaansmiddelen

Derdelanders moeten voor een kort verblijf onder andere voldoende bestaansmiddelen kunnen bewijzen. Dat kunnen zij bewijzen met eigen middelen maar ook met een verbintenis tot tenlasteneming (bijlage 3bis) ondertekend door een garant en goedgekeurd door de DVZ. Daarbij verbindt de garant zich ten opzichte van de Belgische Staat, elk bevoegd OCMW en de derdelander om de kosten van gezondheidszorgen, verblijf en repatriëring ten laste te nemen. De gemeente legaliseert de handtekening van de garant en de Dienst Vreemdelingenzaken beoordeelt de kredietwaardigheid van de garant. Artikel 17/2 §2 Verblijfsbesluit vermeldt dat de garant persoonlijk over voldoende middelen van bestaan moet beschikken. De (oude) omzendbrief van 9 september 1998 bepaalde dat de beoordeling van de middelen een geval-tot-geval benadering vergt waarbij geen vaste bedragen vastgesteld kunnen worden. Om de kredietwaardigheid van de garant te beoordelen hanteert de Dienst Vreemdelingenzaken richtbedragen. In de "Brochures Garanten" specifieert de DZV met welke inkomsten hij rekening houdt. 

Welke inkomsten?

Brochure Garanten vóór 1 december 2023

In "Brochure Garanten geldig tot 30-11-2023" lezen we dat de inkomsten:

  • regelmatig moeten zijn én
  • in het kader van een activiteit in loondienst of een zelfstandige activiteit aangegeven worden

DVZ houdt ook rekening met:

  • door een openbare overheid gestorte toelagen (pensioen, werkloosheidsuitkeringen, kindergeld, gehandicaptenuitkeringen…)
  • regelmatig aangegeven inkomsten uit de verhuur van vastgoed waarvan de garant eigenaar is.

DVZ houdt geen rekening met: 

  • inkomsten uit tijdelijk werk
  • financiële OCMW-steun 

Brochure Garanten vanaf 1 december 2023

In "Brochure Garanten geldig vanaf 1-12-2023" lezen we dat de inkomsten:

  • stabiel en regelmatig moeten zijn én
  • in het kader van een activiteit in loondienst of een zelfstandige activiteit aangegeven worden

DVZ houdt ook rekening met:

  • aangegeven regelmatige inkomsten die voortvloeien uit het verhuren van onroerende goederen waarvan de garant de eigenaar is
  • rustpensioen dat door een openbare overheid wordt gestort
  • uitkeringen voor gehandicapte personen (inkomensvervangende tegemoetkoming, integratietegemoetkoming en invaliditeitsuitkering)
  • werkloosheidsuitkeringen

DVZ houdt geen rekening met:

  • sommige inkomsten uit aanvullende stelsels zoals
  • financiële OCMW-steun
  • aanvullende kinderbijslag
  • kinderbijslag
  • wachtuitkeringen 

Richtbedragen

Handtekening garant gelegaliseerd vóór 1 december 2023

Het basisbedrag waarover de garant moet beschikken hangt af van het soort bezoek. Voor een familiebezoek geldt een basisbedrag van 800 euro en voor vriendenbezoek een bedrag van 1000 euro netto per maand. Deze bedragen worden vermeerderd met een vast bedrag afhankelijk van het aantal personen ten laste en het aantal bezoekers. Bij familiebezoek is dat 150 euro per persoon ten laste en 150 euro per bezoeker. Bij vriendenbezoek is dat 150 per persoon ten laste en 200 euro per bezoeker.

Handtekening garant gelegaliseerd vanaf 1 december 2023

Vanaf 1 december 2023 echter moet de garant volgens de nieuwe praktijk van DVZ beschikken over inkomsten waarvan het bedrag minstens gelijk is aan 120% van het leefloonbedrag (categorie samenwonende met gezinslast). Dit bedrag is sinds 1 november 2023, naar aanleiding van de indexering van het leefloon, gelijk aan 2.048,53 euro netto per maand.

Gevolgen

In bepaalde situaties zal het richtbedrag voor de garant soms aanzienlijk hoger liggen vanaf 1 december 2023. Bijvoorbeeld een garant met twee personen ten laste die twee grootouders voor familiebezoek uitnodigt:

  • Vóór 1 december 2023: 800 + 150 + 150 + 150 + 150 = 1400 euro netto per maand
  • Vanaf 1 december 2023: 2.048,53 euro netto per maand

Bepaalde vormen van inkomen waar de DVZ voorheen wel rekening mee hield zoals bijvoorbeeld de kinderbijslagen, zijn vanaf 1 december 2023 uitgesloten. Ook de wachtuitkeringen (inschakelingsuitkering?) behoren tot deze categorie.

Het is onduidelijk waarom het beleid qua richtbedragen en herkomst van de inkomsten gewijzigd is. Als een concrete toepassing ervan niet meer zou voldoen aan de wettelijke normen, is een beroep mogelijk.