27 mei 2022

Het koninklijk besluit (KB) van 9 februari 2022 vervangt het vernietigde artikel 1/1/1 van het Verblijfsbesluit (Vb), zoals ingevoerd door het KB van 16 februari 2015. Hiermee komt de Belgische staat tegemoet aan de rechtspraak van de Raad van State (RvS arresten 245.403 en 245.404 van 11 september 2019). De RvS bepaalde toen dat de retributiebedragen voor het indienen van een verblijfsaanvraag in redelijke verhouding moeten staan tot wat de geleverde dienst (de behandeling van de verblijfsaanvraag door Dienst Vreemdelingenzaken) effectief kost. Dit was niet het geval. Uit het verslag aan de Koning bij het nieuwe KB blijkt dat de effectieve kosten werden herberekend en dat de nieuwe retributiebedragen hierop zijn afgestemd. De nieuwe bedragen zijn van toepassing vanaf 26 mei 2022. De historiek van de bedragen en van het juridisch kader over de retributies kan je hier raadplegen.

1.1 Welke bedragen gelden voor welke soort verblijfsaanvraag? (art. 1/1/1, §1 Vb)

Vanaf 26 mei 2022 gelden de volgende bedragen voor de volgende verblijfsaanvragen (elk jaar worden deze bedragen geïndexeerd):

  • 201 euro (vroeger 366):
    • voor aanvragen op basis van artikel 9 Vw (behalve door begunstigden van de associatieovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije: zij zijn vrijgesteld):
      • verblijfsaanvraag om aan een privé-onderwijsinstelling te studeren;
      • verblijfsaanvraag als zelfstandige met een beroepskaart of vrijstelling;
      • verblijfsaanvraag om humanitaire redenen;
      • aanvraag van een terugkeervisum.
  • 313 euro (vroeger 366):
    • voor aanvragen op basis van artikel 9bis Vw:
      • verblijfsaanvraag om humanitaire redenen bij de gemeente (in buitengewone omstandigheden)
  • 181 euro (vroeger 209 of 63):
    • voor aanvragen op basis van artikel 10 Vw (behalve door begunstigden van de associatieovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije, of door gezinsleden van erkende vluchtelingen of subsidiaire beschermden: zij zijn vrijgesteld) en artikel 10bis Vw (behalve door begunstigden van de associatieovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije: zij zijn vrijgesteld) en artikel 40ter Vw (behalve door familieleden van een Belg die zijn recht op vrij verkeer heeft uitgeoefend: zij zijn vrijgesteld):
      • aanvraag gezinshereniging als echtgenoot of partner van een vreemdeling met verblijfsrecht van onbepaalde duur
      • aanvraag gezinshereniging als echtgenoot of partner van een vreemdeling met verblijfsrecht van bepaalde duur
      • aanvraag gezinshereniging als echtgenoot, partner of niet-gehandicapte descendent die ouder is dan achttien jaar van een Belg die zijn recht op vrij verkeer niet heeft uitgeoefend
      • aanvraag gezinshereniging als vader of moeder van een minderjarig Belgisch kind
  • 168 euro (vroeger 366 of 63):
    • voor aanvragen op basis van artikel 19, §2 Vw (behalve door begunstigden van de associatieovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije, of door erkende vluchtelingen en hun gezinsleden: zij zijn vrijgesteld):
      • verblijfsaanvraag om naar België terug te keren, na een afwezigheid van meer dan een jaar
    • voor aanvragen op basis van artikel 61/7 Vw:
      • aanvraag voor tweede verblijf in België als langdurig ingezetene in een andere staat van de Europese Unie
  • 208 euro (vroeger 209):
    • voor aanvragen op basis van artikel 60 Vw:
      • verblijfsaanvraag om te studeren aan een door de overheid georganiseerde, erkende of gesubsidieerde instelling voor hoger onderwijs
  • 126 euro (vroeger 366):
    • voor aanvragen op basis van artikel 61/11; 61/26; 61/25-1; 61/29-4; 61/34; 61/45 Vw:
      • verblijfsaanvraag van een vreemdeling die als onderzoeker met een gastovereenkomst aan erkende instelling een project uitvoert.
      • verblijfsaanvraag als hoogopgeleid werknemer
      • aanvraag voor een gecombineerde vergunning
      • verblijfsaanvraag als seizoenarbeider
      • verblijfsaanvraag van een intra-corporate transferee

Ook bijdrage voor statuutswijziging om een van deze verblijfsredenen

Wie al een kort of tijdelijk verblijf in België heeft en een van bovengenoemde verblijfsaanvragen indient (van kort naar lang verblijf of van de ene naar de andere verblijfsreden in België), moet ook de bijdrage daarvoor betalen.

Vaak verloopt zo’n “statuutswijziging” via de procedure van artikel 25/2 van het Verblijfsbesluit (Vb). Als de wettelijke basis van de statuutswijziging een van bovengenoemde wetsartikelen is, dan is de bijhorende retributie verschuldigd voor de nieuwe verblijfsreden die men inroept.

1.2 In welke situaties moet er geen retributie betaald worden? (art. 1/1/1 §2 Vb, en art. 1/1 Vw)

Er zijn vrijstellingen van of gratis retributies voor:

  • de vreemdeling jonger dan 18 jaar
  • het alleenstaand gehandicapt kind dat ouder is dan achttien jaar dat gezinshereniging op basis van artikel 10, 10bis of 40ter Vw aanvraagt en dat een attest voorlegt van de Belgische diplomatieke of consulaire post dat het omwille van de handicap niet in de eigen behoeften kan voorzien
  • de vreemdeling die als student of onderzoeker een beurs heeft en verblijf aanvraagt op basis van artikel 9, 9bis, 60, 61/7 of 61/11 Vw. Hij moet de beurs bewijzen door een standaardformulier of attest voorleggen van de beurs die is toegekend door één van de onderstaande instanties:
    • de Belgische Staat in het kader van Belgische ontwikkelingssamenwerking
    • de gemeenschappen, de gewesten, de provincies en de gemeenten
    • de instellingen voor hoger onderwijs, georganiseerd, erkend of gesubsidieerd op grond van de federale of gemeenschapswetgeving
    • de internationale organisaties van publiek recht waarvan België lid is
    • de bij koninklijk besluit erkende stichtingen van openbaar nut
  • de vreemdeling die werd toegelaten tot de procedure van hervestiging in het kader van een hervestigingsprogramma onder toezicht van het Hoog Commissariaat van de Verenigde Naties voor de Vluchtelingen en die een aanvraag indient op basis van artikel 9 Vw.
  • de vreemdeling door de familierechtbank erkend als staatloze voor wie wordt vastgesteld dat zij hun nationaliteit buiten hun wil hebben verloren en die aantonen dat zij geen wettige en duurzame verblijfstitel kunnen verkrijgen in een andere Staat waarmee zij banden zouden hebben
  • de vreemdeling die machtiging op basis van artikel 9 Vw aanvraagt bij de bevoegde Belgische diplomatieke of consulaire post hij onvermogend is op voorwaarde dat hij:
    • het bewijs levert door de verleende kosteloosheid voor de consulaire rechten op basis van bewezen onvermogen zoals toegestaan door de Belgische diplomatieke of consulaire post en,
    • hij geen voldoende bestaansmiddelen moet aantonen als voorwaarde voor de verblijfsaanvraag.
  • zoals hierboven al vermeld zijn volgens artikel 1/1 Vw bepaalde categorieën vreemdelingen ook vrijgesteld van retributie voor bepaalde verblijfsaanvragen:
    • gezinsleden van erkende vluchtelingen of subsidiaire beschermden: voor een aanvraag artikel 10 Vw
    • erkende vluchtelingen en hun gezinsleden: voor een aanvraag artikel 19, §2 Vw
    • familieleden van een Belg die zijn recht op vrij verkeer heeft uitgeoefend: voor een aanvraag artikel 40ter Vw. (Meer info over de betekenis hiervan in Hof van Justitie arrest van 12 maart 2014.)
    • begunstigden van de associatieovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije (dat zijn Turkse werknemers en zelfstandigen of dienstverrichters, en hun gezinsleden) voor een aanvraag artikel 9, 10, 10bis, 19, §2 Vw
      • Opmerking: deze beperking qua vrijstellingen roept vragen op naar de verenigbaarheid hiervan met de standstill verplichting en het verbod op discriminatie van de associatieovereenkomst EU-Turkije:
        • Turkse werknemers of zelfstandigen die een aanvraag artikel 61/7, 61/11, 61/26, 61/25-1, 61/29-4, 61/34, 61/45 Vw indienen, zijn volgens de Verblijfswet niet vrijgesteld van retributie, terwijl hun gezinsleden die met hen gezinshereniging aanvragen (artikel 10 of 10bis Vw) wel vrijgesteld zijn van retributie.
        • Artikel 40ter Vw: het Hof van Justitie arrest Kahveci en Inan van 29 maart 2012 zegt dat een Turk met dubbele nationaliteit (bv. Belgisch en Turks) en zijn familie nog begunstigde van de associatieovereenkomst EU-Turkije kan zijn.

Er is ook geen bijdrage in de administratieve kost van andere verblijfsaanvragen, zoals:

  • een visum type C (toerisme, kort zakenverblijf, kort verblijf met oog op het afsluiten van een huwelijk of wettelijke samenwoning, ...)
  • een asielaanvraag, of de toelating tot verblijf na erkenning als vluchteling (artikel 49 Vw) of de machtiging tot verblijf na subsidiaire bescherming (artikel 49/2 Vw),
  • een medische regularisatie-aanvraag of –toekenning (artikel 9ter Vw),
  • het recht op terugkeer gedurende een jaar (artikel 19, §1 Vw),
  • het verblijf van een slachtoffer van mensenhandel of –smokkel (artikel 61/2 tot 61/5 Vw),
  • het verblijf als EU-burger of EER-onderdaan of Zwitser voor het vrij personenverkeer binnen de EU (artikel 40 Vw) en als hun familielid (artikel 40bis of 47/1 Vw)
    • Moeten echter wel betalen: EU-, EER- of Zwitserse burgers wiens verblijfsaanvraag gebaseerd is op gezinshereniging met een Belg (artikel 40ter Vw) of met een derdelander (artikel 10 of 10bis Vw) of op een humanitaire regularisatie (artikel 9bis) of op een andere verblijfsaanvraag waarvoor een bijdrage geldt.

Wel voor visum type D, niet voor inschrijving daarna:

  • De bijdrage in administratieve kost moet alleen betaald worden bij de aanvraag voor een machtiging of toelating tot verblijf op grond van de eerder genoemde wetsartikelen.
  • Zo is de bijdrage verschuldigd voor de aanvraag voor een visum type D op grond van een genoemd wetsartikel (bijvoorbeeld: artikel 9 Vw voor arbeidsmigratie, of artikel 10, 10bis of 40ter Vw voor gezinshereniging, of artikel 58 Vw voor derdelands studentenverblijf, …).
    • De bijdrage geldt niet voor wie een inschrijving op de gemeente vraagt op basis van een visum type D. Het visum type D is al een toelating of machtiging tot verblijf, waarvoor al een bijdrage betaald is als ze vereist is. 

Niet voor verlenging of vernieuwing van hetzelfde verblijfsstatuut:

  • De bijdrage is niet vereist voor verlengingen of vernieuwingen van een tijdelijke machtiging of toelating tot verblijf. De verlengingen of vernieuwingen gebeuren in feite op grond van artikel 13 Vw, en niet rechtstreeks op grond van bijvoorbeeld artikel 9 of 10 of 10bis of 58 Vw.
    • De bijdrage geldt wel voor een statuutswijziging (een verblijf voor een andere verblijfsreden): zie hierboven.

Niet voor C, D, E+, EU+, of F+ kaart:

  • Er geldt geen bijdrage voor aanvragen van een machtiging tot vestiging (C kaart) of van de status van langdurig ingezetene in België (D kaart) of van een duurzaam verblijfsrecht (E+, EU+, of F+ kaart).

1.3 Hoe moet de retributie betaald worden? (art. 1/1/1 §2 Vb)

De retributie moet in principe betaald worden per persoon. Maar er zijn uitzonderingen:

  • De retributie moet betaald worden per aanvraag wanneer
    • de rechtsgrond van de verblijfsaanvraag dezelfde is én
    • het een verblijfsaanvraag is voor zowel de vreemdeling als voor zijn echtgenoot/echtgenote of een wettelijk geregistreerd partner of voor de met hen samenwonende kinderen van minstens één van hen.
    • Bijvoorbeeld: Bij aanvragen 9bis of bij gezinshereniging met een minderjarige (niet-vluchteling) moet het gezin het bedrag maar één keer betalen. De betaling geldt voor alle gezinsleden, ook voor de meerderjarige kinderen die in dezelfde aanvraag zijn opgenomen.

De persoon die de betaling uitvoert, vermeldt in de mededeling bij de overschrijving de naam en voornaam van de vreemdeling, zijn geboortedatum en nationaliteit, volgens deze structuur: "NaamVoornaamNationaliteitDDMMJJJJ".

1.4 Hoe verloopt de procedure? (art. 1/2 Vb)

Je moet als aanvrager met een betalingsbewijs bij de verblijfs- of visumaanvraag aantonen dat de retributie betaald is.

  • Bij een volledig onbetaalde retributie verklaart de bevoegde overheid de visumaanvraag onontvankelijk (bijlage 42).
  • Bij een gedeeltelijk betaalde retributie moet de bevoegde overheid vragen om het resterende bedrag te betalen binnen de 30 dagen (bijlage 43). Als je niet betaalt binnen de 30 dagen, verklaart de bevoegde overheid de aanvraag onontvankelijk (bijlage 42).