31 maart 2020
Juridische documenten

Dit nieuwsbericht geeft een overzicht van de concrete gevolgen van de coronacrisis op verblijfsaanvragen, -procedures, -documenten en rechten van vreemdelingen. We volgen verdere ontwikkelingen op en blijven dit overzicht actualiseren.

Laatst bijgewerkt op 24 september 2020

 

Inhoudstafel

1. Inleiding en basisregelgeving

2. Dienstverlening burgerzaken

3. Verblijfsdocumenten en inschrijving in het rijksregister

4. Reizen
    4.1. Reizen naar België vanuit een EU+ land
    4.2. Reizen naar een EU+ land vanuit België
    4.3. Reizen naar België vanuit een derde land (niet EU+)
    4.4. Reizen met een Covid-document
    4.5. Terugkeervisum

5. Gezinshereniging
    5.1. Hervatting van het indienen van visumaanvragen en afgifte van visa
    5.2. Gevolgen voor gezinshereniging
    5.3. Bewijs bestaansmiddelen bij "tijdelijke werkloosheid COVID-19"
    5.4. DNA-procedure bij gezinshereniging gewijzigd

6. Arbeidsmigranten in België

7. Verzoek om internationale bescherming in België

    7.1. Toegang tot de asielprocedure
    7.2. Beperkte dienstverlening asielinstanties (DVZ, CGVS, RvV)
    7.3. Tewerkstelling tijdens asielprocedure    

8. Opvang tijdens asielprocedure
        8.1. Recht op opvang in afwachting van een afspraak bij DVZ
        8.2. Maatregelen in het opvangnetwerk
        8.3. Toeleiding naar werk vanuit opvang, en gevolgen voor opvang
        8.4. Maaltijdcheques bij vertrek uit opvang
        8.5. Niet-begeleide minderjarigen: leeftijdsbepaling, voogdij, opvang

9. Hervestiging geleidelijk hervat

10. Vrijwillige terugkeer tijdelijk opgeschort maar terugkeerloketten opnieuw open

11. Detentie

12. Verlenging verblijf wegens overmacht
    12.1. Derdelanders met kort verblijf: Covid-document
    12.2. Derdelanders met (al dan niet verstreken) tijdelijk verblijfsrecht (A kaart): Covid-document
    12.3. Derdelanders met bevel om het grondgebied te verlaten (BGV)

13. OCMW-steun
    13.1. Algemeen - organisatie hulpverlening
    13.2. OCMW-steun bij (onwettig) verblijf in België door overmacht
    13.3. OCMW-steun bij lopende verblijfsaanvraag maar zonder geldig verblijfsdocument
    13.4. OCMW-steun bij verblijf in buitenland door overmacht
    13.5. Dringende medische hulp
    13.6. Leeflooncategorie bij samenwoonst met asielzoeker met maaltijdcheques

14. Tijdelijke werkloosheid voor vreemdelingen
    14.1. Overmacht en vereenvoudigde procedure voor werkgevers en werknemers
    14.2. Tijdelijke werkloosheid telt mee als economische participatie voor Belgische nationaliteitsverklaring

15. Groeipakket voor vreemdelingen
    15.1. Verblijfsvoorwaarden
    15.2. Woonplaatsvoorwaarde

16. Coronapremie bij de gezinsbijslag in Brussel

17. Juridische procedures

    17.1. Hoven en Rechtbanken
    17.2. Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV)
    17.3. Raad van State (RvS)

18. Juridische bijstand

 

 

1. Inleiding en basisregelgeving

Op korte tijd zijn er wereldwijd door vele landen, door de Europese Unie en door België crisismaatregelen genomen ter bestrijding van de coronavirus-pandemie en ter bescherming van de gezondheid.

We geven hier een overzicht van de directe of indirecte impact op de mogelijkheden tot migratie, tot het indienen van en beslissen over verblijfsaanvragen, tot het voeren van een verblijfsprocedure en het uitvoeren van beslissingen, en tot het uitoefenen van rechten in, vanuit en naar België.

Vanaf 1 juli 2020 ging fase 4 in van de afbouw van de noodmaatregelen. De beperkingen van de loketwerking bij de gemeentebesturen werden opgeheven.

Voor de verblijfsprocedures wil dit concreet zeggen dat:

  • de verblijfsaanvragen en verlengingsaanvragen niet meer digitaal worden ingediend;
  • er opnieuw elektronische verblijfskaarten worden afgegeven en documenten zoals bijlage 3, 3ter, 8, 8bis, 15, 19, 19ter, 35, 49,… weer op papier afgeleverd worden;
  • de geldigheidsduur van de documenten bijlage 15 en 49 opnieuw 45 dagen is (of 30), indien nodig verlengbaar;
  • de gemeente opnieuw de handtekening van een tenlasteneming (bijlage 3bis) kan legaliseren;

Niettemin worden de geldende maatregelen continu geëvalueerd, en blijven onder meer volgende maatregelen van kracht:

  • Social distancing van 1,5 meter;
  • Beperken van contact tussen mensen, verplichting mondmaskers te dragen en aanbeveling tot telewerk;
  • Verbod van niet-essentiële reizen vanuit, en sinds 3 april 2020 ook naar België (minstens tot en met 31 augustus 2020, behalve sinds 15 juni 2020 voor reizen binnen de Schengenzone, de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk en sinds 1 juli 2020 mogelijk ook voor reizen naar en vanuit bepaalde derde landen);
  • Beperkingen op activiteiten waarbij grote groepen mensen samenkomen.
In België zijn of waren veel maatregelen een uitwerking van het Ministerieel besluit van 13 maart 2020, vervangen op 18 maart 2020, en opnieuw vervangen door het Ministerieel Besluit van 23 maart 2020, zoals gewijzigd op 24 maart, op 3, 17 en 30 april, op 8, 15, 25 en 30 mei, en op 5 juni 2020, en opnieuw vervangen door het Ministerieel Besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, zoals gewijzigd op 10, 24 en 28 juli, en op 22 augustus 2020.

De bijlage van dit M.B. somt essentiële diensten op die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de vitale belangen van de Natie en de behoeften van de bevolking, en die telethuiswerk en ´social distancing´ zoveel als mogelijk moeten toepassen, maar die niet moeten sluiten als dat niet kan. Daarbij horen ook onder andere:

  • de asiel- en migratiediensten met inbegrip van asielopvang en detentie in het kader van gedwongen terugkeer;
  • de integratie- en inburgeringsdiensten;
  • instellingen voor zorg, opvang en bijstand;
  • justitiediensten en rechtscolleges;
  • de wetgevende en uitvoerende machten, met al hun diensten.

Tot 30 juni 2020 kon de federale regering ook maatregelen vanaf 1 maart 2020 nemen met volmachtenbesluiten. Dat volgt uit de Wet van 27 maart 2020 die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (I) en (II).

We overlopen hierna punt per punt de concrete inhoud en gevolgen van de maatregelen op vlak van dienstverlening, voor diverse soorten verblijfsstatuten, en inzake verschillende rechten van vreemdelingen.

2. Dienstverlening burgerzaken

De afgelopen maanden namen gemeenten specifieke maatregelen om in de continuïteit van een aantal basisdiensten bij burgerzaken te voorzien.

Op basis van de instructies en aanbevelingen van de FOD Binnenlandse zaken (Omzendbrief van 24 maart 2020 van de FOD Binnenlandse Zaken , de FOD Justitie (Communicatie FOD Justitie 16 april 2020 over de implicaties voor de burgerlijke stand) en DVZ werd de dienstverlening bij burgerzaken opgedeeld in enerzijds essentiële dienstverlening aan het loket of via elektronische weg en anderzijds niet-essentiële dienstverlening. Ook niet-essentiële dienstverlening kon evenwel blijven gebeuren in geval van hoogdringendheid.

De FOD Justitie heeft in een Communicatie van 15 mei 2020 te kennen gegeven dat gemeenten, in het kader van de exit-strategie, stapsgewijs al hun diensten terug mogen aanbieden . Bij Omzendbrief van 20 mei 2020 liet de FOD Binnenlandse Zaken alsook weten dat de uitzonderlijk en voorlopig versoepelde administratieve maatregelen inzake de bevolkingsregisters en de elektronische identiteitskaarten geleidelijk opgeheven kunnen worden vanaf 1 juni 2020. Verder roept DVZ op om de afgifte en verlengingen van verblijfsdocumenten (attesten van immatriculatie, elektronische vreemdelingenkaarten,…) als prioritair te beschouwen. Het indienen van nieuwe verblijfsaanvragen of aanvragen tot verlenging van het verblijf kunnen nog tot 30 juni via digitale weg gebeuren. Hierna zullen de gebruikelijke procedures terug gevolgd worden, mits de op dat moment geldende regels van social distancing aan het loket gerespecteerd kunnen worden.  

In navolging van de versoepeling van de maatregelen kan er worden vastgesteld dat de dienstverlening bij burgerzaken intussen in de meeste gemeenten terug volledig is hervat. Aangezien de organisatie van de gemeentelijke dienstverlening de gemeenten toekomt, kan deze echter nog steeds verschillen van gemeente tot gemeente. Iedere gemeente moet namelijk in hun diensten kunnen voorzien met respect voor de regels rond afstand en andere veiligheidsregels. Veel gemeenten blijven dan ook op afspraak werken en gaan waar mogelijk nog steeds digitaal te werk. Het is aangewezen om de website van de gemeente te consulteren voor specifieke informatie en eventuele recente wijzigingen.

Omdat het mogelijk voor een aantal gemeenten of diensten nog van belang is, kan de opdeling in essentiële en niet-essentiële dienstverlening bij burgerzaken hier nog steeds worden geraadpleegd

3. Verblijfsdocumenten en inschrijving in het rijksregister

Sinds 1 juli 2020 gelden opnieuw de normale procedures voor zover de gemeenten de geldende veiligheidsmaatregelen (social distancing enz.) kunnen respecteren aan de loketten. Dat betekent dat verblijfsaanvragen niet meer via elektronische weg ingediend kunnen worden en dat de gemeente geen bijlagen (3, 3ter, 8, 8bis, 15, 19, 19ter, 35 enz.) meer bezorgt langs digitale weg (enkel nog afgifte van papieren versies aan het loket). Ook leveren gemeenten opnieuw elektronische vreemdelingenkaarten en attesten van immatriculatie af. AI's kunnen opnieuw verlengd worden. Gemeenten die nog niet in staat zijn de gewone activiteiten aan het loket te hervatten (omdat ze de veiligheidsmaatregelen niet kunnen respecteren) moeten volgens een interne instructie van DVZ prioriteit geven aan de afgifte van vreemdelingenkaarten en attesten van immatriculatie of hun verlenging. Uitzonderlijk kunnen deze gemeenten wel nog verblijfsaanvragen elektronisch laten indienen en bijlagen elektronisch afgeven tot wanneer ze hun normale activiteiten kunnen hervatten, met respect voor de geldende veiligheidsmaatregelen.

Ook woonstcontroles en inschrijvingen in het rijksregister kunnen volgens de normale procedures gebeuren, indien nodig door voorzorgsmaatregelen te nemen op gezondheidsgebied zoals gepreciseerd door de omzendbrief van 24 maart 2020 van de FOD Binnenlandse Zaken - Directie Bevolking betreffende versoepelde maatregelen over het houden van de bevolkingsregisters ten gevolge van het coronavirus. Lees meer daarover op deze pagina.

Lees hier meer over het belang van een inschrijving in het rijksregister en de afgifte van verblijfsdocumenten voor de rechten van vreemdelingen.

Meer info

4. Reizen

4.1. Reizen naar België vanuit een EU+ land

Sinds 15 juni is reizen naar België weer toegelaten vanuit alle landen van de EU+ (dit zijn de landen van de Europese Unie, de Schengenzone en het Verenigd Koninkrijk), behalve vanuit gebieden die aangeduid zijn als ‘rode zones’. Voor deze zones geldt er in principe een reisverbod naar België voor niet-essentiële reizen. Je vindt de rode zones terug op de website van de FOD Buitenlandse Zaken. Kom je toch vanuit een rode zone naar België, dan moet je:

  • je verplicht laten testen op het covid-19 virus
  • verplicht in quarantaine gaan

Meer info over de verplichte sanitaire maatregelen vind je hier.

Essentële reizen naar België vanuit een ander EU+ land zijn altijd toegelaten, ook vanuit 'rode zones'. Het gaat om reizen door personen die essentieel werk verrichten of een dwingende reden hebben (zie https://www.info-coronavirus.be/nl/faq/#faq, onder de rubriek ‘Internationaal’), zoals:

  • Gezondheidswerkers, onderzoekers op het gebied van gezondheid en beroepskrachten uit de ouderenzorg bij het uitoefenen van hun functie;
  • Grensarbeiders;
  • Seizoenarbeiders in de landbouw;
  • Vervoerspersoneel belast met goederenvervoer en ander vervoerspersoneel, voor zover nodig bij het uitoefenen van hun functie;
  • Diplomaten, personeel van internationale organisaties en door internationale organisaties uitgenodigde personen van wie fysieke aanwezigheid vereist is voor de goede werking van deze organisaties, militair personeel en humanitaire hulpverleners en civiele beschermingspersoneel bij het uitoefenen van hun functie;
  • Passagiers in transit;
  • Passagiers die om dwingende gezinsredenen reizen;
  • Zeelui bij het uitoefenen van hun functie;
  • Personen die internationale bescherming behoeven of om andere humanitaire redenen reizen, met inachtneming van het beginsel van ‘non-refoulement’;
  • Onderdanen van derde landen die voor studie reizen;
  • Hooggekwalificeerde en laaggeschoolde werknemers uit derde landen, bij het uitoefenen van hun functie, als hun werk economisch noodzakelijk is, niet kan worden uitgesteld of in het buitenland kan worden verricht;
  • Verplaatsingen naar het buitenland in het kader van professionele activiteiten, met inbegrip van woon-werk verplaatsingen;
  • Verplaatsingen van Belgische onderdanen of buitenlanders naar hun hoofdresidentie in het buitenland;
  • Verplaatsingen in het kader van de uitvoering van notariële akten (indien nodig en indien dit niet digitaal kan gebeuren).

Vanaf 1 augustus moeten alle personen die vanuit het buitenland naar België terugkeren met een vervoerder (vliegtuig of boot) verplicht een identificatieformulier (Passenger Locator Form) invullen. Je kan dit formulier elektronisch invullen en versturen of je kan de papieren versie hier downloaden. Je moet het ingevulde formulier voorleggen of bezorgen aan de vervoerder vóór boarding, zo niet moet de vervoerder het boarden weigeren. Personen die zonder vervoerder naar België reizen (bv. trein, bus of auto) en hier langer dan 48 uur verblijven of die terugkeren naar België bij een afwezigheid van meer dan 48 uur, moeten eveneens het Passenger Locator Form invullen en dit binnen de 48 uur voor aankomst in België. Dit kan opnieuw elektronisch of door de papieren versie te versturen naar PLFBelgium@health.fgov.be

Meer info

4.2. Reizen naar een EU+ land vanuit België

Vanaf 15 juni 2020 is het opnieuw toegelaten om vanuit België te reizen naar de meeste landen van de Europese Unie, de Schengenzone en het Verenigd Koninkrijk. Elk land beslist echter zelf of het zijn grenzen al dan niet opent en welke reisrestricties er eventueel nog gelden. Het is dan ook aangewezen om de reisadviezen afzonderlijk per land te raadplegen op de website van de FOD Buitenlandse Zaken. Hou er rekening mee dat de reisadviezen (dagelijks) kunnen wijzigen.

Door de diverse maatregelen die veel landen genomen hebben (quarantaine, sluiten van de grenzen,…) kan de normale doorgang over de grenzen momenteel nog steeds niet gegarandeerd worden. Bovendien is er een risico om in het buitenland geblokkeerd te geraken, onder meer door het beperkt aantal vluchten.

De website van de Europese Commissie lijst op welke (lid)staten in het licht van de COVID-19-crisis nog steeds grenscontroles uitvoeren.

Het opnieuw invoeren van grenscontroles gaat om een tijdelijke maatregel die genomen kan worden in geval van een ernstige bedreiging voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid (artikel 25 Schengengrenscode). De maatregel mag maximum dertig dagen duren of zolang men voorziet dat de ernstige bedreiging zal duren. De maatregel kan meerdere keren verlengd worden met maximum dertig dagen tot in totaal maximum zes maanden of twee jaar (in uitzonderlijke omstandigheden).

In geval van tijdelijk ingevoerde grenscontrole mag de grens van de betrokken lidstaat enkel worden overschreden via een officiële grensdoorlaatpost.

Op 16 maart 2020 vaardigde de Europese Commissie een aantal richtsnoeren uit die de lidstaten moeten respecteren bij hun grenscontroles zoals:

  • Lidstaten moeten altijd hun eigen onderdanen en vreemdelingen met een wettig verblijf toelaten tot hun grondgebied.
  • Lidstaten moeten de doorreis mogelijk maken van andere EU-burgers en ingezetenen die naar huis terugkeren.
  • Lidstaten moeten het verkeer van grensarbeiders mogelijk maken en faciliteren.
  • Lidstaten mogen gezondheidscontroles uitvoeren. Personen die duidelijk ziek zijn, mogen de toegang tot het grondgebied niet worden geweigerd maar moeten toegang hebben tot passende gezondheidszorg. Omwille van gevaar voor besmetting hebben lidstaten het recht personen tijdelijk in quarantaine te plaatsen.

Ook in zijn richtsnoeren van 30 maart 2020 pleitte de Europese Commissie voor een voortzetting van het vrij verkeer van werknemers (cruciale beroepen en andere), zowel voor grensarbeiders als voor gedetacheerde werknemers en seizoenarbeiders.

Het vrij personenverkeer van EU-burgers en hun familieleden binnen de EU staat momenteel onder druk door de verregaande maatregelen van sommige lidstaten. Daardoor is het vrij verkeer binnen de EU momenteel niet gegarandeerd.

De Europese Commissie wijst op het belang van een terugkeer naar het onbeperkte vrij verkeer van personen en naar het herstel van de integriteit van het Schengengebied, naarmate de gezondheidssituatie verbetert en de lidstaten erin slagen de verspreiding van het virus in te dammen. Op 13 mei deed de Europese Commissie in het kader hiervan een aantal aanbevelingen in verband met een gefaseerde heropening van de grenzen. In fase 1 zouden tussen een aantal landen die in een gelijkaardige epidemiologische situatie zitten de grenzen geopend kunnen worden met toepassing van een aantal extra veiligheidsmaatregelen. Dit zou in fase 2 moeten leiden tot een volledige heropening van de grenzen. De Europese Commissie somt een aantal criteria op waaraan deze versoepeling moet voldoen en benadrukt dat er bij de heropening van de grenzen voorrang gegeven moet worden aan grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders, en dat discriminatie van verschillende werknemers uit de EU vermeden moet worden.

4.3. Reizen naar België vanuit een derde land (niet EU+)

4.3.1. Niet-essentiële reizen naar België

Niet-essentiële reizen naar België vanuit derde landen zijn verboden sinds 3 april 2020. Deze maatregel werd intussen meermaals verlengd en geldt voorlopig tot en met 30 september 2020 (MB 22 augustus 2020). De maatregel kan, afhankelijk van de verdere ontwikkeling van de epidemiologische situatie binnen en buiten de EU, nog verlengd worden of inhoudelijk aangepast worden.

Op dit reisverbod gelden tot nu de volgende uitzonderingen:

1. Unieburgers in de zin van artikel 20, lid 1 VWEU en onderdanen van Schengenlanden.

  • Ook Belgen zijn Unieburgers in de zin van artikel 20, lid 1 VWEU en vallen dus onder de vrijstelling
  • Onderdanen van het VK moeten tot eind 2020 op dezelfde manier behandeld worden als Unieburgers. Ook zij genieten daarom van de vrijstelling (zie Mededeling van 16 maart 2020 van de Europese Commissie)

2. Familieleden van Unieburgers, onderdanen van Schengenlanden en het VK

  • Familieleden van statische Belgen (dit zijn Belgen die géén gebruik maakten van het vrij personenverkeer) vallen volgens DVZ niet onder deze vrijgestelde categorie;
  • Volgens de website van DVZ geldt deze uitzondering ook enkel voor familieleden bedoeld in artikel 2, lid 2 Burgerschapsrichtlijn, d.w.z.:
    • de echtgenoot;
    • de gelijkgestelde geregistreerde partner;
    • bloedverwanten in neergaande lijn;
    • bloedverwanten in opgaande lijn.
  • Volgens Aanbeveling 9208/20 van de Raad van de Europese Unie van 30 juni 2020 gaat het daarentegen om alle familieleden bedoeld in artikel 2, lid 2 én 3, lid 2 Burgerschapsrichtlijn. Dat is ook het standpunt van de EU-Commissie. In die intrepretatie worden ook gezien als vrijgestelde familieleden:
    • ‘andere familieleden’ dan bedoeld in artikel 2, lid 2 Burgerschapsrichtlijn die in het herkomstland ten laste zijn van of inwonen bij de Unieburger
    • ‘andere familieleden’ dan bedoeld in artikel 2, lid 2 Burgerschapsrichtlijn die omwille van ernstige gezondheidsredenen een persoonlijke verzorging nodig hebben van de Unieburger
    • de partner met wie de Unieburger een deugdelijk bewezen duurzame relatie heeft.
  • Om vrijgesteld te zijn van het verbod op niet-essentiële reizen moet het familielid in ieder geval:
    • in het bezit zijn van de vereiste binnenkomstdocumenten
    • zijn hoedanigheid van ‘familielid’ kunnen bewijzen

3. Derdelanders met een verblijfsrecht (van meer dan drie maanden) in de EU of met een D-visum, en hun familieleden.

  • Volgens de website van DVZ gaat het alleen om derdelanders die in het bezit zijn van een Schengenverblijfskaart (of D-visum). De Europese Commissie spreekt in zijn mededeling van 11 juni 2020 echter over “onderdanen van derdelanden die legaal in de EU verblijven”. Ook derdelanders met een verblijfsrecht in een niet-Schengen EU-land zijn dus vrijgesteld van het verbod op niet-essentiële reizen.
  • Volgens de website van DVZ zijn alleen de derdelanders zelf vrijgesteld van het reisverbod, maar geldt dit niet voor hun familieleden. Deze interpretatie druist volledig in tegen het standpunt van de Europese Commissie en de Raad van de EU, die ook de familieleden expliciet vrijstellen. Dat is ook het standpunt van het Nationaal Crisiscentrum in hun FAQ ophttps://www.info-coronavirus.be/nl/faq/#faq (onder de rubriek ‘Internationaal’).

4. [In samenwerking met de lidstaten stelde de Europese Commissie een lijst op van 11 derde landen waarvoor de beperking op niet-essentiële reizen vanaf 1 juli 2020 opgeheven kan worden, mits beslissing door elke lidstaat (Aanbeveling 9208/20 van de Raad van 30 juni 2020, gewijzigd door Aanbeveling EU/2020/1186 van 7 augustus 2020). Tot op heden geeft België onderdanen van die landen géén toegang tot het Belgisch grondgebied. Van zodra België de reisrestricties voor deze onderdanen opheft, zal de landenlijst gepubliceerd worden op de website van de FOD Buitenlandse Zaken]

Passagiers die met een vervoerder (vliegtuig of boot) naar België reizen zijn verplicht een identificatieformulier (Passenger Locator Form) in te vullen. Je kan dit formulier elektronisch invullen en versturen of je kan de papieren versie hier downloaden. Je moet het ingevulde formulier voorleggen of bezorgen aan de vervoerder vóór boarding, zo niet moet de vervoerder het boarden weigeren. Personen die zonder vervoerder naar België reizen (bv. trein, bus of auto) en hier langer dan 48 uur verblijven of die terugkeren naar België bij een afwezigheid van meer dan 48 uur, moeten eveneens het Passenger Locator Form invullen en dit binnen de 48 uur voor aankomst in België. Dit kan opnieuw elektronisch of door de papieren versie te downloaden. Bij aankomst in de EU+ moet je het papieren formulier overhandigen aan de grenspolitie op je punt van binnenkomst. 

4.3.2. Essentiële reizen naar België

Er geldt geen reisbeperking voor essentiële reizen naar België vanuit derde landen. Wie een essentiële reis onderneemt, kan een visum C of D aanvragen. Deze visa worden op dit moment ook afgeleverd. Worden beschouwd als ‘essentiële reizen’, reizigers met een essentiële functie of behoefte:

  • alle vormen van arbeidsmigratie: de reizen met visum type D-B34 of type D-B29 worden beschouwd als essentieel. Dit staat nog niet zo op de website van DVZ, maar werd ons door enkele overheidsbronnen bevestigd, en werd bijvoorbeeld wel al zo opgenomen op de website van de Belgische diplomatieke vertegenwoordiging in de Verenigde Staten.
  • diplomaten in functie, personeel van internationale organisaties en door internationale organisaties uitgenodigde personen wier fysieke aanwezigheid vereist is voor de goede werking van deze organisaties, militair personeel, het personeel van de Federale Politie, het personeel van de civiele bescherming, het personeel van de openbare ordediensten, het personeel van de Dienst Vreemdelingenzaken, het douanepersoneel en humanitaire werkers, wanneer de reis noodzakelijk is bij de uitoefening van hun functie
  • professionele verplaatsingen van het zorgpersoneel, onderzoekers op het gebied van gezondheid en beroepskrachten uit de ouderenzorg
  • professionele verplaatsingen van grensarbeiders
  • professionele verplaatsingen van seizoensarbeiders in de landbouw
  • professionele verplaatsingen van het vervoerspersoneel
  • professionele verplaatsingen van zeevarenden
  • onderdanen van derde landen die reizen voor studiedoeleinden, waaronder verplaatsingen van leerlingen, studenten, stagiairs die in het kader van hun studies een vorming volgen en onderzoekers met een gastovereenkomst
  • passagiers op doorreis, zowel extra-Schengen (komende uit een land buiten Schengen) als intra-Schengen (komende uit een land binnen Schengen)
  • passagiers die reizen om dwingende gezinsredenen. Het gaat om:
      • reizen in kader van gezinshereniging (zowel C-visa met oog op het afsluiten van een huwelijk of wettelijke samenwoning, als D-visa gezinshereniging)
      • bezoeken aan een geregistreerde echtgenoot of partner die in België woont, als de geregistreerde echtgenoten of partners, om professionele of persoonlijke redenen, niet samenwonen
      • (vanaf 1 september 2020) bezoeken aan een 'niet-geregistreerde partner die niet onder hetzelfde dak woont' (= feitelijke partner). Dat besliste de nationale veiligheidsraad van 20 augustus 2020. Het gaat om een bezoek van maximum 90 dagen aan een persoon met wie men een duurzame en stabiele relatie heeft. Volgens de website van DVZ is er sprake van een duurzame en stabiele relatie wanneer het koppel:
              • onafgebroken in België of een ander land samengewoond heeft gedurende minstens één jaar voorafgaand aan de aanvraag van het C-visum (voor visumplichtige nationaliteiten) of aan de voorziene reisdatum  (niet-visumplichtige nationaliteiten); of
              • elkaar minstens twee jaar kent voorafgaand aan de aanvraag van het C-visum (voor visumplichtige nationaliteiten) of aan de voorziene reisdatum (niet-visumplichtige nationaliteiten), regelmatig contact onderhoudt met elkaar (telefonisch, via briefwisseling of via elektronische berichten) en ze elkaar driemaal ontmoet hebben voor een totale duur van tenminste 45 dagen in de twee jaar voorafgaand aan de visumaanvraag of de voorziene reisdatum; of
              • ze hebben een gemeenschappelijk kind.  
      • reizen in het kader van co-ouderschap
      • reizen in het kader van begrafenissen of crematies. Dit geldt alleen voor familieleden in de eerste en tweede graad verwantschap
      • reizen in het kader van burgerlijke en religieuze huwelijken. Dit geldt alleen voor familieleden in de eerste en tweede graad verwantschap
  • personen die internationale bescherming behoeven of om andere humanitaire redenen reizen, waaronder reizen om dwingende medische redenen of de verderzetting van een dringende medische behandeling

Om te kunnen reizen naar België moet je:

  • voor een lang verblijf in België (>90 dagen) een D-visum hebben  
  • voor een kort verblijf in België (<90 dagen):
      • een C-visum hebben als de reiziger visumplichtig is en een attest van essentiële reis als het visum afgeleverd werd vóór 18 maart 2020
      • een C-visum hebben als de reiziger visumplichtig is en het visum afgeleverd werd ná 18 maart 2020. In principe is dan geen attest van essentiële reis nodig, maar soms kan dit toch aangewezen zijn, bv. als er geen rechtstreekse vlucht is naar België.
      • een attest van essentiële reis als de reiziger niet visumplichtig is. Een attest van essentiële reis wordt afgegeven door de bevoegde diplomatieke post in het herkomstland als de reiziger aantoont dat de geplande reis essentieel is. DVZ meldt op zijn website dat een attest van essentiële reis toch niet nodig is wanneer het essentieel karakter van de reis al blijkt uit documenten in het bezit van de reiziger. Zoals een zeemansboekje voor zeelui, een vliegtuigticket voor transitpassagiers, een diplomatiek paspoort voor diplomaten.
  • voldoen aan de overige binnenkomstvoorwaarden (reisverzekering, voldoende bestaansmiddelen en terugkeergaranties)

De toegang tot het Belgische grondgebied van onderdanen van derde landen is onderworpen aan een verplichte quarantaine van 14 dagen.  De reizigers worden verzocht zich strikt te houden aan de maatregelen die de Belgische gezondheidsreglementering oplegt en zich te informeren via de website van de Belgische FOD Buitenlandse Zaken, aangezien er u bijkomende gezondheidsmaatregelen kunnen worden opgelegd.

Passagiers die met een vervoerder (vliegtuig of boot) naar België reizen zijn verplicht een identificatieformulier (Passenger Locator Form) in te vullen. Je kan dit formulier elektronisch invullen en versturen of je kan de papieren versie hier downloaden. Je moet het ingevulde formulier voorleggen of bezorgen aan de vervoerder vóór boarding, zo niet moet de vervoerder het boarden weigeren. Personen die zonder vervoerder naar België reizen (bv. trein, bus of auto) en hier langer dan 48 uur verblijven of die terugkeren naar België bij een afwezigheid van meer dan 48 uur, moeten eveneens het Passenger Locator Form invullen en dit binnen de 48 uur voor aankomst in België. Dit kan opnieuw elektronisch of door de papieren versie te downloaden. Bij aankomst in de EU+ moet je het papieren formulier overhandigen aan de grenspolitie op je punt van binnenkomst.

4.4. Reizen met een Covid-document 

Derdelanders met een kort of lang verblijf die België niet tijdig kunnen verlaten om redenen van overmacht gerelateerd aan covid 19 (quarantaine, annulering van een vlucht, sluiting van een grens,…), kunnen een verlenging vragen van hun verblijf in België. De gemeente levert dan onder bepaalde voorwaarden een zogenaamd ‘Covid-document’ af. Bedoeling is dat de vreemdeling hiermee kan verblijven in afwachting van zijn terugkeer naar zijn herkomstland. De verlenging is enkel geldig in België en laat geen verlengd verblijf toe in een ander Schengenland. Omdat het niet altijd mogelijk is voor een derdelander om vanuit België terug te keren naar zijn herkomstland, mag de vreemdeling ook naar een ander Schengen- of EU-land (m.u.v. het VK en Ierland) reizen om van daaruit naar huis terug te keren (dit volgt uit de nieuwe bijlage 2A van de Handleiding voor de behandeling van visumaanvragen en de wijziging van afgegeven visa). De vreemdeling moet tijdens zijn reis in het bezit zijn van volgende documenten :

  • een geldig paspoort
  • het Covid-document
  • het bewijs dat hij naar het ander Schengen- of EU-land afreist om naar zijn herkomstland of land van verblijf terug te keren (bv. vliegticket, treinticket..)

Op zijn website raadt DVZ aan om vóór het vertrek contact op te nemen met de consulaire overheden (in België) van het andere Schengen- of EU-land, om zich ervan te verzekeren dat de vreemdeling ook effectief kan transiteren over het grondgebied van dit land (of landen).

4.5. Terugkeervisum

Vreemdelingen met een wettig verblijf in België die tijdelijk in het buitenland verblijven, behouden in de regel hun verblijfsrecht en hun recht op terugkeer gedurende een periode van een jaar op voorwaarde dat ze:

  • bij terugkeer in het bezit zijn van een geldige verblijfskaart en
  • zich binnen vijftien dagen na terugkeer aanmelden bij de gemeente in geval van een afwezigheid van meer dan drie maanden (art. 39, §1 Vb).

Voor erkende vluchtelingen (A of B kaart), langdurig ingezetenen (D kaart), houders van een Europese blauwe kaart (H kaart) en familieleden van Unieburgers met een duurzaam verblijfsrecht (F+ kaart) geldt een verruimd recht op terugkeer (art. 19, §1 Vw).

Als de verblijfskaart verstrijkt tijdens het voorgenomen verblijf in het buitenland moet de vernieuwing van de verblijfskaart worden aangevraagd vóór het vertrek naar het buitenland (artikel 39, §4 Vb).

DVZ heeft via aanbevelingen aan de gemeenten laten weten dat vreemdelingen die door de COVID-19-pandemie in het buitenland vastzitten met een verstreken verblijfskaart en die naar België wensen terug te keren, een terugkeervisum (type C) kunnen bekomen op voorlegging van volgende documenten:

  • het bewijs dat betrokkene minder dan een jaar (of minder dan de duur van het verruimd recht op terugkeer) uit België afwezig was
  • het bewijs dat hij bij de gemeente de nodige stappen had gezet om zijn verblijfskaart te vernieuwen vóór het verstrijken ervan (zoals een document waaruit blijkt dat de vernieuwing werd aangevraagd vóór het vertrek naar het buitenland, bewijs van een contact met de verblijfsgemeente, bewijs van een afspraak bij de gemeente)

Vreemdelingen die vóór hun vertrek naar het buitenland geen contact hebben gehad met de gemeente met het oog op de vernieuwing van hun verblijfskaart, kunnen dit dus alsnog (bijvoorbeeld per mail) doen vanuit het buitenland voor zover hun verblijfskaart nog niet verstreken is.

Het is niet duidelijk of ook vreemdelingen die ten gevolge van de COVID-19-pandemie niet naar België zijn kunnen terugkeren waardoor hun verblijfskaart ondertussen verstreken is, van deze regeling gebruik kunnen maken.

Op voorlegging van het terugkeervisum levert de gemeente een nieuwe verblijfskaart af. In het geval van een A of H kaart worden eerst de verlengingsvoorwaarden gecontroleerd.

Meer info

5. Gezinshereniging

5.1. Hervatting van indienen van visumaanvragen en afgifte van visa

Sinds 6 juli 2020 vermeldt de website van DVZ "dat de visumaanvragen met het oog op gezinshereniging opnieuw kunnen worden ingediend". Sinds 6 augustus wordt ook vermeld dat visa weer afgegeven kunnen worden, maar geleidelijk aan en voor zover mogelijk. De absolute voorwaarde voor deze hervatting is dat de outsourcingspartner waarmee de ambassade of het consulaat samenwerkt (VFS Global of TLS Contact) weer operationeel is". Meer info kan je vinden op de websites van deze outsourcingpartners.

Er werd ook door DVZ bevestigd dat het is toegestaan om met een C-visum met het oog op het afsluiten van een huwelijk of wettelijke samenwoning en een D-visum gezinshereniging naar België te reizen. DVZ beschouwt dit als essentiële reizen om dwingende gezinsredenen.

Personen in het bezit van een verstreken visum gezinshereniging of visum C met het oog op het afsluiten van een huwelijk of wettelijke samenwoning, afgeleverd vóór de inwerkingtreding van de reisbeperkingen (d.w.z. vóór 18/03/2020), en die door de reisbeperkingen niet konden reizen naar België vóór het verstrijken van hun visum, kunnen een nieuw visum vragen bij de bevoegde post. De post kan dit visum dan ambtshalve afgeven. 

De ambtshalve afgifte van een visum gezinshereniging is mogelijk onder de volgende voorwaarden:

  • na controle door de post van de administratieve situatie van de gezinshereniger: de geldigheid van zijn identiteitskaart of verblijfstitel en zijn (behoud van) inschrijving in het rijksregister (de gezinshereniger mag intussen niet geschrapt zijn uit het rijksregister)
  • de gezinshereniger heeft zich bij de post of DVZ niet uitdrukkelijk verzet tegen de komst van de aanvrager/familielid
  • de aanvrager legt een ingevuld, gedateerd en ondertekend visumaanvraagformulier voor en een kopie van het reisdocument met het verstreken visum.

De ambtshalve afgifte van een visum C met het oog op het afsluiten van een huwelijk of wettelijke samenwoning is mogelijk onder de volgende voorwaarden:

  • na controle door de post van de administratieve situatie van de toekomstige echtgenoot of partner: de geldigheid van zijn identiteitskaart of verblijfstitel en zijn (behoud van) inschrijving in het rijksregister (de toekomstige echtgenoot of partner mag intussen niet geschrapt zijn uit het rijksregister)
  • na controle door de post van de intentie van de toekomstige echtgenoot of partner om het huwelijks- of samenwoningsproject uit te voeren (= schriftelijke bevestiging van het project)
  • de aanvrager legt een ingevuld, gedateerd en ondertekend visumaanvraagformulier voor, een kopie van het reisdocument met het verstreken visum en een reisverzekering die 90 dagen geldig is.

De aanvrager moet géén nieuwe retributie of handling fee betalen.

De geldigheidsduur van positieve beslissingen van DVZ over aanvragen visa gezinshereniging, wordt automatisch verlengd met 3 maanden. Tot nader order is een beslissing van DVZ dus 9 maanden geldig (6 maanden + 3 maanden). Bijgevolg mogen posten die een positieve beslissing ontvangen hebben maar die beslissing nog niet konden uitvoeren door de reisbeperkingen, toch nog een visum afgeven indien DVZ de positieve beslissing minder dan 9 maanden geleden nam.

Indien de positieve beslissing meer dan 9 maanden geleden genomen werd, moet elk geval afzonderlijk onderzocht worden. Naast de administratieve situatie van de gezinshereniger (geldigheid van de identiteitskaart of de verblijfstitel en niet geschrapt zijn uit het rijksregister) zal DVZ controleren of de voorwaarden voor gezinshereniging nog steeds vervuld zijn en of de gezinshereniger zich niet uitdrukkelijk verzet heeft tegen de komst van de aanvrager.  

Geldigheidsduur van buitenlandse documenten. In principe vraagt DVZ dat documenten die voorgelegd worden bij een aanvraag voor een visum gezinshereniging of een visum C met het oog op het afsluiten van een huwelijk of wettelijke samenwoning, niet ouder zijn dan zes maanden. Personen die al een afschrift van een akte van de burgerlijke stand bekomen hadden, maar hun aanvraag niet tijdig konden indienen door de reisbeperkingen mogen deze documenten toch nog indienen bij de post voor legalisatie, zelfs al zijn ze intussen ouder dan zes maanden. Ook als de afschriften al gelegaliseerd waren meer dan zes maanden vóór de indiening van de aanvraag, blijft de legalisatie geldig. Hetzelfde geldt voor een ouderlijke toestemming ouder dan zes maanden, tenzij de persoon die de toestemming gaf zich uitdrukkelijk verzet tegen het vertrek van het kind en zijn definitieve vestiging in België. Vermoedelijk kunnen ook afschriften van buitenlandse vonnissen, ouder dan zes maanden, gelegaliseerd en ingediend worden maar dit blijkt niet duidelijk uit de website van DVZ. Andere documenten, zoals een attest ongehuwdheid, een uittreksel uit het strafregister of een medisch attest mogen niet ouder zijn dan zes maanden. Deze documenten zullen dus mogelijk opnieuw opgevraagd moeten worden in het herkomstland. 

5.2. Gevolgen voor gezinshereniging

Dat er tijdelijk geen visumaanvragen meer ingediend kunnen worden kan verregaande gevolgen hebben voor gezinshereniging. Bij gezinshereniging gelden er tal van termijnen en leeftijdsvoorwaarden: als de aanvraag niet tijdig ingediend wordt zal er in sommige gevallen geen recht op gezinshereniging meer bestaan of gelden er (veel) strengere voorwaarden:

  • De echtgenoot, partner, minderjarige kinderen en meerderjarig gehandicapte kinderen van een persoon met internationale bescherming (IB) of een persoon die medisch geregulariseerd is, zijn vrijgesteld van de voorwaarden voor gezinshereniging voor zover de aanvraag ingediend wordt binnen het jaar na de toekenning van de status van IB of medische regularisatie (en voor zover de verwantschapsband al bestond voor de persoon met IB of medisch geregulariseerde een verblijfsrecht in België bekwam). Dient men de aanvraag in na een jaar dan gelden de normale regels en zal de referentiepersoon onder meer moeten bewijzen dat hij een stabiel en toereikend inkomen heeft.
  • De derdelander met een onbeperkt verblijfsrecht in België, de persoon met IB of medische geregulariseerde die zich ‘alleen’ laat vervoegen door zijn minderjarig kind, moet geen stabiele, regelmatige en toereikende bestaansmiddelen bewijzen. Deze vrijstelling geldt alleen tijdens de minderjarigheid van het kind.
  • Een derdelander met verblijfsrecht in België kan zich alleen laten vervoegen door zijn minderjarige kinderen. Van zodra de kinderen 18 jaar zijn vervalt dus hun recht op gezinshereniging.
  • Een Belg en Unieburger kan zich laten vervoegen door zijn (klein)kinderen. Van zodra het (klein)kind 21 jaar is geldt de bijkomende voorwaarde dat het (klein)kind ten laste moet zijn van de Belg/Unieburger.
  • Een minderjarige persoon met IB of medisch geregulariseerde die het land binnenkwam als niet-begeleide minderjarige vreemdeling (NBMV) kan zich alleen gedurende de minderjarigheid laten vervoegen door zijn ouders, met uitzondering van het kind dat tijdens de asiel- of 9terprocedure meerderjarig werd: in dat geval behouden de ouders gedurende tenminste drie maanden na de toekenning van de IB of medische regularisatie het recht op gezinshereniging. Ook personen met IB of medisch geregulariseerden die hun status bekwamen minder dan drie maanden voor de meerderjarigheid, kunnen zich gedurende tenminste drie maanden na de toekenning van de IB of medische regularisatie laten vervoegen door hun ouders (zie HvJ 12 april 2018, nr. C-550/16 en RvV 30 augustus 2019, nr. 225.451). We bespraken deze rechtspraak in een nieuwsbericht van januari 2020. In ´Meer info´ vind je een link.
  • Een ouder kan zich alleen vervoegen met zijn Belgisch kind zolang het kind minderjarig is. Van zodra het kind 18 jaar is, vervalt dus het recht op gezinshereniging.

Om te voorkomen dat een familielid ná de opheffing van de COVID-19-maatregelen géén recht op gezinshereniging meer heeft of alleen nog gezinshereniging kan vragen onder strengere voorwaarden, is het aangewezen dat dit familielid nu zijn intentie kenbaar maakt om een visum gezinshereniging aan te vragen. Dit kan door:

  • het online aanvraagformulier in te vullen op de website van het visa application center en/of
  • per mail je intentie te uiten aan de Belgische post en DVZ om een tijdige aanvraag in te dienen. Voeg in bijlage alle vereiste documenten toe. Vermeld daarbij uitdrukkelijk dat je wegens overmacht ten gevolge van de COVID-19-maatregelen (sluiting visa application center en/of onmogelijkheid om visumaanvragen in te dienen), onmogelijk tijdig je visumaanvraag kon indienen.

Uit rechtspraak van het Hof van Justitie (HvJ) volgt dat wanneer een laattijdige aanvraag gezinshereniging objectief verschoonbaar is op grond van overmacht, termijnen niet strikt toegepast mogen worden. We bespraken deze rechtspraak in een nieuwsbericht van januari 2019. In ´Meer info´ vind je een link.

Het is dus belangrijk dat je aantoont dat je er alles aan deed om tijdig een aanvraag in te dienen (dit wil zeggen vóór het verstrijken van een termijn of leeftijdsgrens), maar dat dit onmogelijk was door redenen onafhankelijk van je wil.

Op zijn website meldt DVZ dat hij de COVID-19-maatregelen in de herkomstlanden zal beschouwen als ‘uitzonderlijke omstandigheden’ (= overmacht) die de indiening van de aanvraag verhinderd hebben op het moment waarop het familielid een recht op gezinshereniging had of aan minder strenge voorwaarden moest voldoen.

Maar DVZ waarschuwt dat hiermee niet onbeperkt rekening gehouden wordt: als aan de leeftijdsvoorwaarde niet (meer) voldaan was vooraleer de COVID-19-maatregelen van kracht werden zullen deze maatregelen de laattijdige indiening van de aanvraag niet kunnen rechtvaardigen. Deze beperking is ook van toepassing op het familielid dat zijn aanvraag niet indiende binnen een termijn die hem in staat stelde om van minder strenge voorwaarden te genieten. Anderzijds moet het familielid volgens DVZ ook bewijzen dat het alle noodzakelijke maatregelen genomen heeft om zijn aanvraag in te dienen zodra dit opnieuw mogelijk zal zijn.

Ook aanvragen gezinshereniging in België konden of kunnen soms maar met vertraging ingediend worden bij de gemeente ten gevolge van de COVID-19-maatregelen in België of in de herkomstlanden. Bijvoorbeeld omdat het familielid in het herkomstland geen recent afschrift kan bekomen van een akte van verwantschap, nodig om een aanvraag te kunnen indienen. Of omdat het familielid niet in staat was om een elektronische aanvraag in te dienen toen elektronische dienstverlening nog de regel was. Ook hier kan de niet-tijdige aanvraag ertoe leiden dat er geen recht op gezinshereniging meer bestaat of slechts tegen minder gunstige voorwaarden. Als je aantoont dat je er alles aan deed om tijdig een aanvraag in te dienen (dit wil zeggen vóór het verstrijken van een termijn of leeftijdsgrens), maar dat dit onmogelijk was door redenen onafhankelijk van je wil, zal DVZ hiermee rekening moeten houden bij de behandeling van je aanvraag.

5.3. Bewijs bestaansmiddelen bij ‘tijdelijke werkloosheid’ ten gevolge van COVID-19

Wat als de referentiepersoon (Belg of derdelander) op het moment van het indienen/poging tot indiening of tijdens een lopende aanvraag gezinshereniging tijdelijk werkloos wordt ten gevolge van COVID-19?

Volgens de Verblijfswet komt een werkloosheidsuitkering alleen in aanmerking als bestaansmiddel bij gezinshereniging als de referentiepersoon ook bewijst actief op zoek te zijn naar werk. Maar tijdelijk werklozen moeten pas na drie maanden werkloosheid (bij overmacht) respectievelijk zes maanden werkloosheid (bij economische oorzaken) beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt en werkzoekend zijn (zie artikel 34 en 35 MB van 26 november 1991 houdende toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering).

Gelet op de rechtspraak van het GwH (nr 121/13 B.17.6.4 en B.55.3) kan moeilijk geëist worden van de gezinshereniger dat hij bewijst actief op zoek te zijn naar werk als het MB van 26 november 1991 hem (tijdelijk) van die verplichting vrijstelt. Vermeld daarom zeker bij je aanvraag dat de referentiepersoon tijdelijk werkloos is ten gevolge van de COVID-19-crisis en dat er ingevolge het MB van 26-11-1991 de eerste drie of zes maanden niet actief gezocht moet worden naar werk.

Het is mogelijk dat het bedrag van de bestaansmiddelen, ten gevolge van de tijdelijke werkloosheid, minder dan 120% van het leefloontarief bedraagt. In principe moet DVZ dan een individuele behoefteanalyse uitvoeren om na te gaan of jij en je gezin kan rondkomen met dit lager bedrag zonder ten laste te vallen van de sociale bijstand.

In de praktijk verwacht DVZ dat de aanvrager zelf proactief de bewijzen, nodig voor de individuele behoefteanalyse, overmaakt bij zijn aanvraag (niettegenstaande andersluidende rechtspraak, die we bespraken in een nieuwsbericht van september 2019. In ´Meer info´ vind je een link.). Maak dus best alle stukken over die daarvoor relevant kunnen zijn (bv. lage vaste kosten, extra inkomsten, spaargelden, het tijdelijke karakter van de verminderde inkomsten ten gevolge van COVID-19).

Artikel 17 richtlijn 2003/86/EG (gezinshereniging met een derdelander) en artikel 42 Verblijfswet (gezinshereniging met een Belg) verplichten DVZ bij een eventuele weigering van een aanvraag gezinshereniging rekening te houden met alle individuele elementen van het dossier. De huidige COVID-19-crisis is een relevant element waarmee rekening gehouden moet worden.

Op zijn website bevestigt DVZ dat het rekening zal houden met de mogelijke impact van de COVID-19-crisis op de situatie van de gezinshereniger. Volgens DVZ kan het voor een gezinshereniger die tijdelijk werkloos is, (tijdelijk) moeilijk zijn om te bewijzen dat hij over stabiele, regelmatige en voldoende inkomsten, huisvesting of een ziekteverzekering beschikt.

5.4. DNA-procedure bij gezinshereniging gewijzigd

DVZ wijzigde de DNA-procedure in het kader van een visumaanvraag gezinshereniging. Alle informatiesessies worden uitgesteld naar een latere datum. Sinds juli activeert DVZ opnieuw DNA-procedures voor personen die uitgenodigd waren in maart en april en wiens afspraak geannuleerd werd. De procedure wordt uitzonderlijk per e-mail verder gezet. Afspraken voor bloedafnamen van familieleden in België in het Erasmus ziekenhuis worden geleidelijk aan hervat. Verschillende posten in het buitenland nemen echter nog steeds geen bloedmonsters meer af. Dit wordt overgelaten aan het oordeel van de posten, afhankelijk van de gezondheidssituatie ter plaatse. 

Meer info

6. Arbeidsmigranten in België

Ook de gewesten passen hun dienstverlening aan naar aanleiding van COVID-19. Zo worden onder meer de volgende maatregelen genomen in verband met arbeidsmigranten:

  • Wie het Schengengrondgebied door overmacht niet kan verlaten en van DVZ een verlenging voor 90 dagen kort verblijf krijgt, kan via een versnelde procedure een arbeidskaart bekomen om in deze periode te werken.
  • Aanvragen voor arbeidskaarten en gecombineerde vergunningen kunnen per mail worden ingediend in plaats van per post.
  • Er wordt rekening gehouden met periodes van tijdelijke werkloosheid bij de berekening van jaarlijkse salarisbarema’s.

Een overzicht vind je hier:

Verder zullen door de gemeente afgeleverde bijlages 49 uitzonderlijk 90 dagen geldig zijn, zowel bij een eerste toelating als bij een verlenging van de gecombineerde vergunning. Deze bijlage 49 zal via mail in pdf aan de betrokkene bezorgd worden. Bij een eerste machtiging dient de betrokkene wel nog een foto te bezorgen aan de gemeente.

  

7. Verzoek om internationale bescherming in België

7.1. Toegang tot asiel

7.1.1. UNHRC roept op tot respecteren internationale wetgeving

In de nota “Belangrijke juridische overwegingen over de toegang tot het grondgebied voor personen die internationale bescherming behoeven in het kader van COVID-19” van 16 maart 2020, vestigt UNHCR de aandacht erop dat de maatregelen die regeringen nemen verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor personen die internationale bescherming zoeken. Maatregelen om de volksgezondheid te beschermen zijn nodig, maar ze mogen er niet toe leiden dat mensen geen enkele mogelijkheid meer hebben om bescherming te vragen. Dit zou in strijd zijn met:

  • het recht om asiel te vragen (artikel 18 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie) en
  • het non-refoulementbeginsel.

Staten hebben de plicht om ten aanzien van personen die aan hun grenzen zijn aangekomen, onafhankelijk onderzoek te doen naar de nood aan internationale bescherming en ervoor te zorgen dat zij geen risico lopen op refoulement. Deze personen moeten informatie krijgen in een taal die ze begrijpen en de mogelijkheid om een formeel asielverzoek in te dienen bij de bevoegde autoriteit.

De maatregelen die de staten nemen, mogen niet discriminerend zijn en moeten noodzakelijk, evenredig en redelijk zijn in verhouding tot het doel van de bescherming van de volksgezondheid. In het algemeen de toegang weigeren aan vluchtelingen, asielzoekers of personen met een bepaalde nationaliteit of nationaliteit, zonder bewijs van een gezondheidsrisico en zonder maatregelen ter bescherming tegen refoulement, is discriminerend en voldoet niet aan de internationale normen.

Indien gezondheidsrisico's worden vastgesteld kunnen andere maatregelen worden genomen, zoals tests en/of quarantaine, om de komst van asielzoekers op een veilige manier te beheren. Wanneer deze maatregelen neerkomen op detentie, mag deze niet willekeurig of discriminerend zijn, en moet ze voor een beperkte periode zijn en in overeenstemming met wettelijk voorziene procedurele waarborgen en de internationale normen.

Het verhinderen dat mensen bescherming kunnen vragen, zou er bovendien voor zorgen dat deze mensen verder doorreizen, op zoek naar een staat die bereid is hen wel op te vangen, wat op zich dan weer kan bijdragen aan de verdere verspreiding van het virus, aldus UNHRC.

In een nota van 18 maart 2020 reageert UNHCR in dezelfde lijn op de specifieke maatregelen die de Europese Commissie uitvaardigde over de interne en externe grenzen.

Op 9 april publiceerde UNHCR een nota met praktische aanbevelingen en goede praktijken binnen de Europese lidstaten. De nota focust op toegang tot het grondgebied, registratie, opvang, detentie, de asielprocedure, en het informeren van vluchtelingen en staatlozen. Zo raadt UNHCR aan een basisregistratie verder te zetten. Zo blijft de vaststelling van een legaal verblijf en de toegang tot de rechten verzekerd. Bovendien ontstaat zo geen grote achterstand in de behandeling van dossiers. In landen waar elk direct contact verboden is, kan een digitaal systeem waarbij een aanvraag tot registratie moet gedaan worden, volgens UNHCR een tijdelijke oplossing bieden. Bijstand bij het doen van deze aanvraag kan de kwaliteit verhogen. Bijstand geven kan bijvoorbeeld via telefoon, online of door culturele bemiddelaars. De afgifte en/of verlenging van verblijfdocumenten kan als algemene maatregel worden afgekondigd of kan volledig worden geautomatiseerd, bijvoorbeeld via e-mail. Deze documenten, met inbegrip van bewijzen van registratie, zorgen immers voor legaal verblijf en toegang tot diensten, waaronder gezondheidsdiensten. Dit is ook essentieel vanuit het oogpunt van de volksgezondheid. In sommige landen werden verblijfsdocumenten automatisch verlengd (vb. Portugal, Ierland, en Italië), of werd ‘een bewijs van de intentie om internationale bescherming te vragen’ afgeleverd (vb. Bosnië).

Meer info

7.1.2. Aanmeldcentrum gesloten: verzoek om internationale bescherming kan enkel op afspraak

DVZ besloot in overleg met de minister van Asiel en Migratie Maggie De Block om vanaf 17 maart 2020, en voor onbepaalde tijd, geen nieuwe verzoekers om IB meer te registreren in het aanmeldcentrum in het Klein Kasteeltje. Dat betekende concreet dat nieuwe verzoekers om IB sindsdien ook geen opvang meer kregen in ons land.

Op vrijdag 3 april 2020 startte DVZ met een systeem van online registratie. Personen die een verzoek om IB willen doen, moeten eerst een afspraak maken via dit aanvraagformulier. Ook personen die eerder een negatieve Dublinbeslissing (bijlage 26quater) kregen maar waarvoor de overdrachtstermijn verstreken is, moeten een afspraak maken via dit online formulier.

Het gaat om een digitaal formulier opgesteld in het Nederlands en Frans, waarop de verzoekers hun identiteits- en contactgegevens moeten invullen en een foto en identiteitsdocumenten uploaden. Deze scans of foto’s moeten aan een aantal vereisten voldoen. Deze zijn omschreven in de toelichting die bij het formulier hoort. Onderaan deze pagina staan vertalingen in verschillende talen van deze toelichting.

  • Zo mag het niet om familiefoto’s of foto’s uit het dagelijks leven gaan, maar moeten ze voldoen aan de normen voor een pasfoto.
  • Van de identiteitskaart, het paspoort en andere reisdocumenten van elk gezinslid, ook minderjarige kinderen, moet een kwaliteitsvolle foto van elke pagina of elke kant van het document toegevoegd worden.

Elke volwassene binnen het gezin, dus ook meerderjarige kinderen, moet een apart formulier invullen. Minderjarige kinderen moeten enkel vermeld worden op het formulier van de moeder, als zij ook een verzoek om IB wil doen.

Na de online indiening van het formulier ontvangt de verzoeker een afspraak op het mailadres dat hij heeft vermeld. De aanmelding moet samen met het hele gezin gebeuren. Het is niet toegelaten om buiten de datum en het uur van de afspraak naar het aanmeldcentrum te gaan. DVZ verwerkt er de registratie en de indiening van het verzoek simultaan. Wanneer er gegevens ontbreken in het online fomulier, worden die verder aangevuld.

De opvang gebeurt de eerste dagen in het aanmeldcentrum, waar een sociale en medische screening gebeurt. Sinds 24 april worden alle nieuwkomers in het aanmeldcentrum getest op Covid-19. Wie positief test of symptomen vertoont, moet (eventueel samen met de familie) in isolatie blijven in het medische gedeelte van het aanmeldcentrum tot hij of zij genezen is.

Op voorwaarde dat ze geen ziektesymptomen hebben, worden de verzoekers na dit eerste verblijf naar een opvangcentrum in de tweede fase getransfereerd, waar ze gedurende de verdere asielprocedure kunnen verblijven. Het vademecum van 30 juni 2020 stelt dat de transfers sinds einde juni terug naar alle opvangcentra kunnen gebeuren, en niet langer enkel naar de recent geopende. De bezettingsgraad mag immers terug stijgen; er moeten minder plaatsen gereserveerd worden voor een eventuele quarantaine. Het vademecum beschrijft wel enkele bijkomende voorbereidingen voor een eventuele toename van Covid-19 besmettingen, zoals een samenwerking met een externe zorgpartner waar zieke bewoners tijdelijk opgevangen kunnen worden.

Iedere persoon die een toewijzing aan het opvangnetwerk krijgt, ontvangt een masker voor zijn verplaatsing.

Niet-begeleide minderjarige vreemdelingen worden naar een observatie-en oriëntatiecentrum overgebracht.

Volgens communicatie in de pers zou er in eerste instantie voorrang gegeven worden aan gezinnen met kinderen, NBMV, zwangere vrouwen en andere kwetsbare personen, om het opvangnetwerk niet verder te overbelasten. Ook in de instructies van Fedasil geeft men aan dat het aantal asielaanvragen beperkt zal blijven tot de operationele capaciteit van DVZ en Fedasil en dat er voorrang wordt gegeven aan de meest kwetsbaren. Het aantal uitnodigingen bleef tot hiertoe dan ook beperkt.

Het infopunt van Fedasil binnen het aanmeldcentrum blijft gesloten. Enkel de volgende personen kunnen zich daar aanbieden voor opvang:

  • Personen die uitgenodigd zijn door Fedasil in het kader van een veroordeling of een tijdelijke uitsluiting
  • Personen die zijn vrijgelaten uit gesloten centra en recht hebben op opvang (het gaat om personen in een lopende asielprocedure of personen die internationale bescherming bekwamen in het gesloten centrum)
  • NBMV

Er is dus momenteel geen re-integratie in het opvangnetwerk mogelijk voor verzoekers die hun opvangplaats hadden verlaten.

Meer info

7.1.3. Kritische noot van Vluchtelingenwerk Vlaanderen

De volledige sluiting van het aanmeldcentrum voor nieuwe verzoeken om IB was niet conform de richtlijnen van UNHCR en in strijd met het recht om asiel aan te vragen en het beginsel van non-refoulement. Personen die een verzoek om IB wilden doen, kwamen voor een gesloten deur te staan zonder enige informatie en kregen ook geen opvang. Daaronder ook NBMV´s die niet als ´kwetsbaar´ worden aangemerkt.

De regering nam intussen maatregelen om de registratieprocedure aan te passen en voorziet nu een digitale aanmelding, wat een positieve stap is. Alleen vrezen wij dat een digitaal formulier dat enkel in het Nederlands en Frans is opgesteld, en dat strikte voorwaarden oplegt over de op te laden foto’s en documenten weinig toegankelijk is voor veel verzoekers om IB. Uit de communicatie in de pers blijkt dat hiervoor op de bijstand van NGO’s wordt gerekend, maar dit werd niet afgestemd met die NGO's.

Verder blijft het belangrijk dat mensen die zich spontaan aanmelden aan het aanmeldcentrum in verschillende talen ingelicht worden over het online afsprakensysteem en hulp krijgen bij het invullen ervan.  De vraag stelt zich ook hoe de maatregel bekend werd gemaakt aan de verzoekers die eerder voor een gesloten deur stonden en zelf een oplossing moesten zoeken op vlak van opvang.

Uit de praktijk blijkt dat vele praktische drempels de digitale aanmelding bemoeilijken. Veel verzoekers zijn niet vertrouwd zijn met het gebruik van e-mail. Zij hebben ook niet steeds toegang tot internet, of de mogelijkheid om hun gsm op te laden. Dit geldt zeker voor verzoekers die op straat verblijven. Dit zorgt ervoor dat ze afhankelijk zijn van de hulp van anderen om het formulier in te vullen én nadien op de hoogte te blijven van de afspraak die hen toegezonden wordt. Bovendien wachten verzoekers doorgaans lang op een afspraak. De wachttijden veriëren van een week tot meer dan een maand (zie ook verslag contactvergadering van 17 juni 2020). In tussentijd verblijven velen op straat of bij kennissen, vrienden of familie, zonder bewijs van een wettig verblijf. De arbeidsrechtbank veroordeelde Fedasil inmiddels tot opvang van betrokkenen in afwachting van de afspraak bij DVZ (zie punt 8.1).

We stellen ons dan ook de vraag of deze digitale registratie voldoet aan de richtlijnen van het UNHCR. De digitale registratie wordt immers niet geflankeerd door ondersteunende maatregelen die ervoor zorgen dat iedereen die een nood aan bescherming heeft, ook effectief toegang vindt tot de asielprocedure en opvang.

Meer info

Communicatie van Vluchtelingenwerk Vlaanderen

 

7.2. Beperkte dienstverlening asielinstanties

7.2.1. Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ)

Voor personen met een afspraak nadat ze het online formulier invulden, doet DVZ zowel de registratie als de indiening van het verzoek om IB in het aanmeldcentrum.

Geplande interviews en afspraken in het Pachecogebouw zijn uitgesteld. DVZ informeert de verzoeker zelf over een nieuwe datum. De personen voor wie het interview niet kon doorgaan, mogen zich dus niet op eigen initiatief aanbieden. Het is daarom heel belangrijk alle adreswijzigingen te blijven communiceren aan DVZ en aan het CGVS, via aangetekende zending en door middel van dit formulier:

https://www.cgvs.be/sites/default/files/formulieren/verklaring_wijziging_gekozen_woonplaats.pdf

Sinds 6 juli 2020 krijgen sommige verzoekers ook rechtstreeks een datum voor een gehoor op hun bijlage 26. De datum van de oproeping ligt normaal binnen de zeven werkdagen na de aanmelding in het aanmeldcentrum, behalve bij uitzonderlijke gevallen die vooral te maken hebben met de aanwezigheid van bepaalde tolken. Voor zover mogelijk verblijven deze personen in het aanmeldcentrum in afwachting van hun afspraak in Pacheco.

De meerderheid van de verzoekers zal echter nog steeds op een later tijdstip worden uitgenodigd. Op basis van een lijst die door DVZ aan Fedasil werd bezorgd zijn in mei bewoners geïdentificeerd die aan de criteria voldoen: in de eerste fase worden enkel alleenstaanden en koppels zonder kinderen uitgenodigd. Nu zullen gezinnen met kinderen worden uitgenodigd, maar de ouders worden apart opgeroepen zodat de kinderen niet mee moeten komen.

Zijn uitgesloten:

  • Zieke bewoners (covid-19 symptomen of bevestigd, andere)
  • Bewoners die behoren tot de covid-19 risicogroep of de bewoners die in quarantaine geplaatst zijn.
  • Bewoners met een extreem kwetsbaar profiel (bvb meerdere medische problemen, ernstige psychologische problematiek…).
  • Bewoners met kind(eren) omdat ze niet naar het interview kunnen gaan of in het opvangcentrum kunnen worden achtergelaten. Ouders worden apart opgeroepen, zodat één ouder op de kinderen kan letten.
  • Bewoners die tijdens het interview incidenten kunnen veroorzaken. Het betreft hier bewoners zich niet aan de Covid-preventiemaatregelen hebben gehouden.

Op basis van de lijst met geselecteerde bewoners stuurt DVZ een uitnodiging naar de verzoeker. Dat gebeurt via het mailadres dat de centra hebben doorgegeven. Er zitten minimaal 7 kalenderdagen tussen het verzenden van de mail en de dag van de afspraak. Bij de mail voegt DVZ ook richtlijnen toe over de preventie van besmetting van Covid-19.  Het centrum informeert de bewoner over de preventieve maatregelen zoals de verplichting een mondmasker te dragen op het openbaar vervoer, en bij binnenkomst en gedurende hun verblijf in het Pachecogebouw. De verzoeker moet ook een tweede mondmasker bijhebben wanneer de reis langer dan 8 uren duurt.

Wanneer de verzoeker niet naar de afspraak kan komen, informeert het centrum DVZ daarvan. Het kan gaan om ziekte, maar ook om andere reden zoals wanneer een bewoner het centrum verlaten heeft onder de regeling met de maaltijdcheques of vanwege logies bij de werkgever in het kader van seizoensarbeid. Het centrum moet wel eerst de verzoeker contacteren en nagaan of deze al dan niet naar de afspraak kan gaan. DVZ zal de bewoner  zelf uitnodigen op een later tijdstip.

Wanneer de verzoeker van bij aankomst in het aanmeldcentrum een afspraak mee krijgt op de bijlage 26 moet deze zelf DVZ informeren via mail wanneer hij of zij niet aanwezig kan zijn.

Als de verzoeker niet op de afspraak opdaagt, zonder een reden te hebben gecommuniceerd, stuurt DVZ een convocatie per aangetekende zending naar de gekozen woonplaats. Als de persoon daarna nog steeds niet naar de afspraak komt zonder een reden op te geven, zal DVZ de asielprocedure afsluiten en een bevel om de grondgebied te verlaten (BGV) betekenen. Op het einde van de termijn hiervan, betekent het centrum ook het einde van de materiële hulp.

DVZ zegt intussen begonnen te zijn met het uitnodigen van mensen die op een privé-adres verblijven (verslag contactvergadering van 17 juni 2020), en kondigt ook aan dat gehoren van niet-begeleide minderjarige verzoekers om IB terug opgestart worden (zie punt 8.5).

DVZ stelde ook een groot aantal personen die in detentie waren in vrijheid. Daaronder bevinden zich personen die een verzoek om IB deden aan de grens. Zij zouden een brief meegekregen hebben dat zij zich bij het aanmeldcentrum kunnen aanmelden voor een opvangplaats (zie hierboven).

De cel Dublin binnen de DVZ zet het werk verder. Er worden nog steeds bijlagen 26quater afgeleverd.

Vragen kunnen per e-mail worden gesteld op volgend adres: infodesk@ibz.fgov.be.

Vragen in  verband met het eerste interview bij DVZ kunnen gesteld worden aan:

Noot van Vluchtelingenwerk Vlaanderen:

Wanneer de verzoeker, zonder een reden te hebben gecommuniceerd, niet opdaagt op de afspraak voor een eerste gehoor, die DVZ aan het centrum mailde, stuurt DVZ een nieuwe convocatie per aangetekende zending. Als de verzoeker na deze tweede uitnodiging nog niet naar de afspraak komt zonder een reden op te geven, sluit DVZ de asielprocedure af en betekent een bevel om het grondgebied te verlaten (BGV).

Deze bepaling in het vademecum is volgens ons niet in overeenstemming met artikel 50, §3, laatste lid van de Verblijfswet. Dit bepaalt dat een verzoek om IB dat wordt gedaan, maar vervolgens op de aangewezen datum niet daadwerkelijk wordt ingediend, van rechtswege vervalt, tenzij de vreemdeling aantoont dat dit te wijten was aan omstandigheden waarop hij geen invloed had. Als de verzoeker zich op een latere datum toch aanmeldt om zijn verzoek daadwerkelijk in te dienen, dan wordt het dossier heropend en het verzoek opnieuw geregistreerd, maar nu als een daadwerkelijk ingediend verzoek.

Als DVZ omwille van de niet-aanmelding voor het eerste interview nu echter een BGV aflevert, betekent dat dat het verzoek, als de persoon zich nadien terug aanmeldt, geregistreerd zal worden als een volgend verzoek. Dat heeft verregaande gevolgen voor de asielprocedure en het recht op opvang.

Volgens artikel 57/6/5 §1, 1° van de verblijfswet kan het CGVS een beslissing tot beëindiging van de behandeling van het verzoek om IB nemen wanneer de verzoeker zich niet aanmeldt op de vastgestelde datum en hiervoor binnen een bepaalde termijn geen geldige reden opgeeft. Maar dit gaat niet over de fase van indiening van het verzoek, noch over een beslissing van DVZ.

Verder voerde een instructie van Fedasil van 20 januari 2020 de toepassing in van artikel 4, §1, 2° van de Opvangwet. Dat bepaalt dat Fedasil het recht op materiële hulp kan beperken wanneer een verzoeker gedurende een redelijke termijn niet voldoet aan de meldingsplicht, aan verzoeken om informatie te verstrekken of te verschijnen voor een persoonlijk onderhoud. De instructie voerde een procedure in om vanuit de opvangcentra meer controle uit te oefenen over de effectieve opvolging van de asielprocedure door de verzoeker. Ze is er specifiek op gericht te vermijden dat de verzoeker niet zou overgaan tot de daadwerkelijke indiening van het verzoek en geen bijlage 26 bekomt. De instructie laat toe dat de opvangstructuren het recht op opvang beperken tot medische hulp (toekenning van een code 207 no show) wanneer de verzoeker geen stappen onderneemt om de situatie te regulariseren. Van zodra hij de situatie regulariseert en in het bezit komt van de bijlage 26, kan hij zich terug aanmelden voor opvang.

Het laatste vademecum, dat stelt dat DVZ een BGV zal afleveren bij niet-aanmelding, gaat echter veel verder, gezien dit de verzoeker om IB in onwettig verblijf plaatst en het recht op opvang beëindigt.

We stelden de afgelopen tijd vast dat veel verzoekers praktische problemen ondervinden bij het gebruik van email en internet.  Veel verzoekers die omwille van de maatregelen in het kader van Covid-19 niet mogen (re-)integreren in het opvangnetwerk bevinden zich bovendien in precaire opvangsituaties. Het is voor gvelen niet evident om een gekozen woonplaats te communiceren. Voor hen dreigt deze bepaling in het vademecum ernstige gevolgen te hebben.

DVZ is van mening dat artikel 50 §3 Verblijfswet niet van toepassing is op deze situatie, omdat het artikel gaat over de fase tussen het “doen” en het “indienen” van het verzoek om IB. In de huidige regeling met het online afsprakensysteem vallen het doen en indienen samen op de dag van de afspraak. De regeling van het vademecum richt zich op verzoekers die niet opdagen voor het eerste gehoor, wat volgens DVZ niet onder artikel 50, 3§ valt (verslag contactvergadering van 17 juni 2020). Daarbij blijft het wel onduidelijk wat de wettelijke basis dan wel is. Artikel 52/3 Verblijfswet voorziet in deze situatie geen mogelijkheid om een BGV af te leveren. Er is eerst een beslissing van het CGVS nodig. 

Meer info

7.2.2. Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS)

Heropstart gehoren CGVS

Sinds 8 juni is het CGVS terug begonnen met persoonlijke onderhouden. In de eerste fase werden bewoners van opvangcentra uitgenodigd. Vanaf augustus herneemt het CGVS geleidelijk ook de persoonlijke onderhouden van verzoekers die op een privéadres verblijven, NBMV (zie punt 8.5.) en verzoekers die bijstand wensen van een vertrouwenspersoon. Vanaf dan worden ook koppels met kinderen uitgenodigd, maar het CGVS streeft ernaar de partners op aparte dagen uit te nodigen zodat het niet nodig is om kinderen mee te nemen. Wanneer partners toch op dezelfde dag worden uitgenodigd, moeten ze zelf voor kinderopvang zorgen. Slechts uitzonderlijk kunnen ze hun kind(eren) meenemen en in de wachtzaal op hen letten tijdens het persoonlijk onderhoud van hun partner. 

De uitnodigingen voor bewoners in centra verlopen gelijkaardig aan die voor het eerste gehoor bij DVZ:

Op basis van een lijst die het CGVS naar de hoofdzetel van Fedasil stuurde, zijn de bewoners die in aanmerking komen geïdentificeerd. De volgende groepen worden daarbij uitgesloten:

  • Zieke bewoners (covid-19 symptomen of bevestigd, andere)
  • Bewoners die behoren tot de covid-19 risicogroep of de bewoners die in quarantaine geplaatst zijn.
  • Bewoners met een extreem kwetsbaar profiel (bvb meerdere medische problemen, ernstige psychologische problematiek…) die de aanwezigheid van een vertrouwenspersoon tijdens het gehoor wensen.
  • Bewoners die tijdens het interview incidenten kunnen veroorzaken. Het betreft bewoners zich niet aan de Covid-preventiemaatregelen hebben gehouden.

Het CGVS stuurt de uitnodiging naar het mailadres dat de centra hebben doorgegeven. Er zitten minimaal 8 kalenderdagen tussen het verzenden van de mail en de dag van de afspraak.

Het centrum informeert de bewoner over de preventieve maatregelen die in het CGVS moeten gerespecteerd worden.

Wanneer de verzoeker niet naar de afspraak kan komen, informeert het centrum het CGVS per mail. Het CGVS zal de bewoner, indien de reden gegrond (overmacht of één van de bovenstaande uitsluitingscriteria) is, zelf uitnodigen op een later tijdstip.

Als de verzoeker niet op de afspraak opdaagt, zonder een reden te hebben gecommuniceerd, stuurt het CGVS een convocatie per aangetekende zending op. Als de persoon daarna nog steeds niet naar de afspraak komt zonder een reden op te geven, zal het CGVS de asielprocedure afsluiten met een “technische weigering”.

Het CGVS heeft de balies gevraagd dat zij de advocaten informeren over de veiligheidsvoorwaarden die het CGVS hanteert en dat ze de rechtsbijstand aan de verzoekers moeten verzekeren door beschikbaar te zijn voor de voorbereiding van het persoonlijk onderhoud en er ook fysiek bij aanwezig te zijn.

Het CGVS omschrijft in een communicatie de verschillende maatregelen die genomen zijn in detail. Zo worden verzoekers gespreid opgeroepen en het aantal gehoren per dag is beperkt. Dit aantal zal gradueel toenemen Een gehoorlokaal wordt slechts één keer gebruikt per dag en er zijn plexiwanden voorzien tussen de aanwezige personen. Een mondmasker wordt ter beschikking gesteld wanneer iemand hier niet over beschikt. Wanneer documenten overhandigd worden, bewaart de protection officer deze eerst 24u in een map, om besmetting te voorkomen. Documenten kunnen ook verstuurd worden via e-mail naar cgra-cgvs.dispatching@ibz.fgov.be met duidelijke vermelding van de naam en het dossiernummer. Er mogen maximum 4 personen aanwezig zijn tijdens het gehoor: de protection officer, tolk, advocaat en de verzoeker. 

Van 22 juni tot en met 3 juli liep een pilootproject waar een beperkte groep van niet begeleide minderjarige gehoord wordt via videoconferentie. In de convocatiebrief zal het CGVS vragen om zo mogelijk vooraf per mail een kopie van alle stukken over te maken. Het CGVS onderzoekt deze mogelijkheid in het kader van aanbevelingen van EASO om alternatieven te onderzoeken om een onafgebroken behandeling te garanderen in crisissituaties.

De verzoekers van wie het CGVS het persoonlijk onderhoud annuleerde, krijgen een nieuwe oproepingsbrief. Ze hoeven hiervoor geen contact op te nemen met het CGVS.

Beslissingen en attesten

Het CGVS gaat sinds het begin van de maatregelen verder met het nemen van beslissingen voor dossiers die in behandeling zijn en waarvoor al een persoonlijk onderhoud plaats vond.

  • Ze werken dossiers af waarin al een persoonlijk onderhoud plaatsvond
  • Ze gaan na voor welke dossiers ze een beslissing kunnen nemen zonder persoonlijk onderhoud. het gaat in de praktijk vooral om nationaliteiten met een hoge erkenningsgraad, zoals Syrië, Jemen en Eritrea. Het CGVS neemt enkel een beslissing zonder de betrokkene te horen wanneer het om een erkenning als vluchteling gaat (verslag contactvergadering 17 juni 2020).

Tot 31 juli nam het CGVS verder beslissingen, ook wanneer de verzoeker, advocaat of voogd, door de omstandigheden niet de gelegenheid had om tijdig opmerkingen over te maken over de notities van het persoonlijk onderhoud. Er werd tijdelijk geen beroep gedaan op artikel 57/5quater, § 3, vijfde lid, van de Verblijfswet, dat stelt dat een verzoeker wordt geacht in te stemmen met de notities van het persoonlijk onderhoud wanneer deze geen opmerkingen doorstuurt voordat het CGVS de beslissing neemt, waardoor opmerkingen nog voor de RvV konden worden gemaakt. Sinds 1 augustus 2020 wordt artikel 57/5 quater, §3, 5e lid echter opnieuw toegepast. De aanvraag van een kopie van het persoonlijk onderhoud moet het CGVS dus terug binnen de twee werkdagen na het persoonlijk onderhoud bereiken. Eventuele opmerkingen moeten binnen de acht werkdagen na de betekening van de kopie gemaakt worden.

Erkende vluchtelingen die een attest omtrent vrouwelijke genitale verminking (VGV) moeten voorleggen, kunnen normaal terug een afspraak met hun arts maken en na deze afspraak meteen het attest aan het CGVS bezorgen.  Wanneer zij toch moeilijkheden ondervinden, kunnen ze contact opnemen met de verantwoordelijke dienst (cgra-cgvs.FGM@ibz.fgov.be).

Vragen tot het bekomen van attesten worden behandeld. Erkende vluchtelingen en staatlozen kunnen hun vragen en aanvragen om documenten te verkrijgen, aan de helpdesk voor erkende vluchtelingen stellen, via cgrefugees@ibz.fgov.be of via telefoon op 02/205 53 07.

Adreswijzigingen en post

Het is heel belangrijk alle adreswijzigingen te blijven communiceren aan het CGVS. Verzoekers kunnen hun adreswijziging momenteel ook per mail sturen naar cgra-cgvs.advocate@ibz.fgov.be. Het CGVS beschouwt het doorgegeven adres in dat geval enkel als een effectieve woonplaats en niet als de gekozen woonplaats. Het blijft dus belangrijk om de adreswijziging ook via een aangetekende zending aan het CGVS  en DVZ mee te delen. Enkel zo kan men de gekozen woonplaats vaststellen voor verdere briefwisseling.

Het CGVS stuurt zoals voordien de beslissing via aangetekende zending naar de verzoeker en per gewone post naar de advocaat. Daarnaast versturen ze momenteel, uitzonderlijk, een e-mail naar de advocaat met daarin een kopie van de beslissing. Verzoekers om internationale bescherming die woonplaats hebben gekozen bij het CGVS en die willen weten of een beslissing is genomen, kunnen hiervoor telefonisch of per mail contact opnemen met de helpdesk advocaten. Verzoekers die een kopie van hun beslissing willen, kunnen hun vraag per mail stellen, met daarin duidelijk het rijksregisternummer vermeld. De helpdesk asielprocedure/advocaten kan je bereiken via cgra-cgvs.advocate@ibz.fgov.be of via telefoon op 02/205 53 05.

Als een maatschappelijk werker inzage wil in een dossier moet de verzoeker hem daartoe machtigen. Daarvoor moet hij een ondertekend document met volmacht bezorgen aan het CGVS

Het onthaal van het CGVS is enkel open voor mensen die een oproeping voor een persoonlijk onderhoud ontvangen hebben. Anderen die zich toch aanbieden, krijgen een folder met uitleg over de wijze waarop zij terecht kunnen bij het CGVS of andere diensten (bv. DVZ indien zij zich als verzoeker om IB willen aanmelden).

7.2.3. Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV)

Tot en met 18 mei 2020 gingen enkel zittingen door in het kader van de beroepen in uiterst dringende noodzakelijkheid en in het kader van de versnelde procedures.

Vanaf 19 mei 2020 herneemt de RvV stelselmatig de reguliere zittingen. In het begin zal een beperkt aantal zaken per zitting worden behandeld. Daarbij gelden enkele maatregelen:

  • Enkel de personen die opgeroepen zijn, krijgen toegang tot het gebouw. Per zaak gaat het om de advocaat van de verzoeker, de verzoeker als hij of zij in persoon wil verschijnen, de advocaat of de vertegenwoordiger van het betrokken bestuur en, indien nodig, een tolk. Aan advocaten vraagt de RvV om waar mogelijk de cliënt te vertegenwoordigen. De partijen worden verzocht om hun oproepingsbrief bij te hebben ter controle aan de ingang.
  • Bij binnenkomst kan de temperatuur van bezoekers worden gemeten. Bij koorts kan de toegang tot het gebouw ontzegd worden.
  • Elke bezoeker moet een eigen mondmasker dragen. Dit mondmasker mag enkel worden afgezet wanneer de voorzitter het aangeeft tijdens de zitting en indien de minimale afstand van 1,5 meter kan worden gerespecteerd.
  • Er worden geen toga’s of kluisjes ter beschikking gesteld.
  • Alle aanwezigen moeten de minimale afstand van 1,5 meter tot elkaar te respecteren.
  • Na het voorkomen van de eigen zaak moeten de partijen direct het gebouw verlaten. Enkel advocaten, tolken en vertegenwoordigers van het bestuur die nog een zaak op de zitting hebben kunnen blijven.

De RvV vraagt advocaten om vooraf contact op te nemen met hun cliënt en deze te informeren over deze veiligheidsmaatregelen.

Het onthaal van de RvV blijft open tussen 08.30 u en 14.00 u. Tijdens deze openingsuren is de RvV ook telefonisch bereikbaar.

De beroepstermijnen en andere wettelijke en reglementaire bepalingen over de procedure werden tijdelijk gewijzigd in de periode april-mei 2020 (zie punt 16.2)

Voor vragen kan je terecht op 02/791.60.00 of info.rvv-cce@rvv-cce.fgov.be

Meer info

7.3. Tewerkstelling tijdens asielprocedure

Verzoekers om internationale bescherming kunnen in principe op basis van artikel 18, 3° van het KB van 2 september 2018 werken na een wachttermijn van 4 maanden na het indienen van hun verzoek om internationale bescherming als het CGVS in deze periode nog geen beslissing nam en zij in het bezit zijn van een Attest van Immatriculatie (AI). In het kader van de Covid-19 crisis en om het tekort aan arbeidskrachten in bepaalde sectoren op te vangen, werd de voorwaarde van dit artikel door een bijzonder machtenbesluit opgeschort tot 30 juni 2020. Hierdoor konden verzoekers om internationale bescherming werken zonder wachttermijn van 4 maanden.

Er golden echter twee belangrijke voorwaarden:

  • de werkgever voorziet opvang voor de verzoeker om internationale bescherming;
  • het verzoek om internationale bescherming werd ten laatste geregistreerd op 18 maart 2020.

Deze maatregel werd niet verder verlengd na 30 juni 2020.

Zie ook: 8.3. Toeleiding naar werk vanuit asielopvang, en gevolgen voor de opvang.

Meer info:

Bijdrage van Vluchtelingenwerk Vlaanderen

 

8. Asielopvang

8.1. Recht op opvang in afwachting van afspraak bij DVZ en ook tijdens volgend verzoek of bij Dublinweigering

 

In verschillende beschikkingen en arresten stelden de arbeidsrechtbank en het arbeidshof van Brussel dat Fedasil tijdens de COVID-19 pandemie gehouden is tot opvang van een asielzoeker, zelfs in de situatie:

  • dat het verzoek nog niet is geregistreerd, omdat er nog geen afspraak met DVZ gekregen werd;
  • dat het een tweede of volgend verzoek tot internationale bescherming betreft;
  • dat betrokkene een beslissing kreeg tot niet-ontvankelijkheid op grond van de Dublin III-Verordening.

De arbeidsrechtbank en het arbeidshof veroordeelden in al deze situaties Fedasil tot opvang in een opvangcentrum, een LOI, of een hotel of elke andere aangepaste plaats indien geen plaatsen beschikbaar zijn. Dit tot het einde van de asielprocedure. Er zijn intussen nog tientallen andere veroordelingen.

Bij verzoekers IB die wachten op een afspraak bij DVZ oordeelde de arbeidsrechtbank dat er sinds het begin van de maatregelen tegen de verspreiding van COVID-19 tal van beroepen zijn ingediend tegen de weigering van opvang door Fedasil, en dat in het kader van deze maatregelen Fedasil niet langer haar wettelijke taak vervult om verzoekers op te vangen, door te wachten tot verzoekers een afspraak krijgen bij DVZ. Er is nog steeds sprake van een pandemie. De verzoekers moeten op straat overleven en dit maakt hen kwetsbaar voor besmetting. Zo kunnen ze op hun beurt zelf ook een gevaar worden voor anderen. Als verzoeker om IB hebben ze recht op opvang die hen in staat moet stellen om een leven te leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid, op basis van artikel 3 en 6 van de opvangwet.

In het geval van de asielzoeker met volgend verzoek, stelde het arbeidshof dat volgens artikel 4, §1, 3° van de opvangwet Fedasil het recht op materiële hulp kan beperken of, in uitzonderlijke gevallen, intrekken wanneer een verzoeker een volgend verzoek heeft gedaan, maar dat Fedasil hierbij rekening moet houden met de specifieke situatie van de betrokkene, eventuele kwetsbaarheid, en met het evenredigheidsbeginsel (artikel 4 §3 en §4 Opvangwet). In casu diende de verzoeker tijdens de pandemie als kwetsbaar persoon beschouwd te worden;

In het geval van de asielzoeker met Dublinweigering, oordeelde het Hof dat de beslissing van Fedasil de man verplichte om gebruik te maken van een precaire en collectieve noodopvang en hem zo verhinderde de quarantainemaatregelen in het kader van COVID-19 te respecteren.

Een volledige bespreking en links naar de rechtspraak zelf vind je in dit nieuwsbericht.

8.2. Maatregelen in het opvangnetwerk

Fedasil publiceerde op 13, 19 en 27 maart 2020 instructies en infofiches met alle maatregelen binnen het opvangnetwerk. Op 10 april werden deze gebundeld in een vademecum, dat continu geactualiseerd wordt. De laatste actualisatie gebeurde op 4 augustus 2020.

Fedasil maakte een inventarisatie van bewoners die behoren tot risicogroepen. Het gaat om mensen:

  • met ernstige, onstabiele hart-, long- of nieraandoeningen, bijvoorbeeld in de terminale fase van de ziekte
  • met diabetes Type 2 gecombineerd met overgewicht, hoge bloeddruk, hart- en vaataandoeningen of nieraandoeningen
  • met immunosuppressie, hematologische maligniteiten, actieve neoplasie die de immuniteit beïnvloeden
  • boven de 70 jaar
  • met een risicovolle zwangerschap
  • volwassenen met ernstige obesitas

Er vinden voor hen transfers plaats naar meer aangepaste opvang en er worden omwille van hen plaatsen vrijgemaakt. In het vademecum beschrijft Fedasil ook andere maatregelen die de opvangstructuren ten aanzien van deze groep moeten nemen.

Verder geeft Fedasil richtlijnen over hygiëne en het behouden van voldoende afstand. Informatie in verschillende talen staat op de website www.fedasilinfo.be/nl/maatregelen-coronavirus.

In de laatste update van het vademecum, van 4 augustus 2020, introduceert Fedasil kleurencodes voor de collectieve opvangstructuren. Die bepalen de maatregelen die nodig zijn in de betrokken centra. Daarnaast moet ook rekening gehouden worden met de nationale, regionale en lokale maatregelen die van kracht zijn. We geven hieronder enkele regels mee. Voor een volledig overzicht kan je het vademecum raadplegen.

Het dragen van een mondmasker is verplicht in alle binnenruimten van de opvangstructuren. Enkel in de kamer mag het masker afgenomen worden, tenzij om te eten of te drinken. Sportactiviteiten moeten zoveel mogelijk in de open lucht doorgaan, en bij voorkeur binnen het domein van het centrum. Buiten het centrum mogen activiteiten niet plaatsvinden op drukke plaatsen waar de afstand niet kan gegarandeerd worden. Contactsporten zijn niet toegestaan.  Groepsactiviteiten, met maximum 10 personen en bij voorkeur in openlucht, kunnen als de afstandsregels en andere preventieve maatregelen worden gerespecteerd. Het vademecum van 30 juni 2020 liet terug toe toelating te geven aan bewoners om enkele nachten buiten het centrum te blijven, maar sinds 29 juli 2020 is dit opnieuw verboden. Dit minstens tot eind augustus. Vertrek met ondersteuning via maaltijdcheques kan wel nog steeds, of met een eenmalige uitzonderlijke permissie van minstens 1 maand zonder ondersteuning via maaltijdcheques. Mensen die de afgelopen weken de toelating hadden gekregen, mogen nog terugkeren naar het opvangcentrum. In sommige situaties kunnen bewoners geen bezoek brengen aan anderen, bijvoorbeeld wanneer zij zelf een verhoogd risico lopen. Of bezoek  in een opvangcentrum toegelaten is, hangt af van de geldende kleurencode. In individuele structuren hangt het ervan af of er gedeelde ruimtes zijn en van de inschatting van de lokale besturen.

Bewoners kunnen het centrum verlaten om te gaan werken, mits ze de algemene preventiemaatregelen respecteren.

Op vlak van onderwijs gelden voor kinderen in het opvangnetwerk dezelfde maatregelen als voor andere kinderen. Er zijn verschillende instrumenten om de terugkeer naar school te verduidelijken. In Vlaanderen, werd een film in 10 talen gemaakt: https://www.youtube.com/channel/UCUYktD0xMT_wuhPk1yw2K4A/videos In Wallonië ontwikkelde het Rode Kruis een tutorial: http://www.croix-rouge.be/tuto-deconfinement/ 

Er moet volgens het vademecum ingezet worden op sensibilisering van de bewoners. Op de website www.fedasilinfo.be is informatie over de preventiemaatregelen, over het testen en de contactopvolging te vinden in 12 talen, waarvan 8 in audioversie. Er zijn ook affiches beschikbaar voor de opvangstructuren.

Sanctionering volgens de bestaande, wettelijke sancties en ordemaatregelen is mogelijk wanneer de regels niet worden nageleefd. Buiten de opvangstructuren, wordt het respecteren van de maatregelen gecontroleerd door de politie. In de update van 20 april 2020 voegde Fedasil een hoofdstuk toe rond de sanctionering van provocerend gedrag, zoals het bewust overtreden van de geldende regels of moedwillig spuwen, niezen of hoesten. In dat geval vraagt Fedasil de opvangstructuren de politie te contacteren.

Fedasil heeft in het vademecum ook richtlijnen en adviezen toegevoegd over het psychologisch welzijn van zowel het personeel als de bewoners. GAMS vzw voorziet een permanentie in meerdere talen via chat voor slachtoffers van gendergerelateerd geweld, zie: https://www.we-access.eu/.

Elke verzoeker die zich aanmeldt bij het aanmeldcentrum wordt bij het binnengaan van het gebouw getest op COVID-19. Een persoon met ziektesymptomen wordt niet toegewezen aan het opvangnetwerk, maar blijft tot de genezing in het aanmeldcentrum (Zie punt 7.1.2).

In elke update van het vademecum omschrijft Fedasil de geldende richtlijnen in geval van zieke bewoners, zowel voor collectieve centra als voor individuele opvang. Ook de organisatie van de medische diensten in de centra wordt regelmatig geüpdatet. Er is ook een flowchart beschikbaar over wat te doen bij zieke bewoners.

De update van het vademecum van 17 juni 2020 kondigt aan dat onder bepaalde voorwaarden weer meer soorten transfers mogelijk zijn. Het gaat om:

  • transfers vanuit het aanmeldcentrum en observatie-en oriëntatiecentra voor NBMV naar tweede fase opvang. Dit geldt ook voor jongeren in de OOC’s die meerderjarig zijn verklaard.
  • transfers met het oog op het beschermen van personen die behoren tot de risicogroepen, met name naar individuele opvang of geïndividualiseerde plaatsen
  • transfers naar individuele opvang van personen met een hoge beschermingsgraad of met een positieve beslissing
  • transfers aangepaste plaats voor medische redenen.
  • transfers aangepaste plaats voor gezinseenheid
  • disciplinaire transfers
  • ordemaatregelen

Het vademecum van 30 juni 2020 kondigt aan dat toewijzingen aan Dublin- of open terugkeerplaatsen hervat zijn op 22 juni 2020. De herstart van de toewijzingen aan de Dublinplaatsen vindt plaats in overleg met DVZ, met het oog op het realiseren van een feitelijke overdracht naar de andere lidstaat. De toewijzingen aan de open terugkeerplaatsen gebeurt op basis van informatie van IOM over de mogelijkheid van een vrijwillige terugkeer. De heropstart gebeurt geleidelijk en zal wekelijks worden geëvalueerd. In eerste instantie zullen enkel alleenstaande personen toewijzingen krijgen. Fedasil werkt intussen ook aan andere pistes rond uitstroom in geval van een negatieve beslissing.

Of een transfer wel of niet kan, hangt af van de gezondheidssituatie in het versturende en het ontvangende centrum, en van de betrokkene. Er gebeuren geen transfers van zieke of symptomatische personen, of mensen die hoge risicocontacten hebben gehad. In het vademecum is een schema opgenomen over welke transfers mogen gebeuren en welke voorzorgsmaatregelen moeten genomen worden (p. 19-21). 

De regels met betrekking tot einde steun, aanvragen tot verlenging en uitstel, en aanvragen uitzonderingen open terugkeer- en Dublinplaatsen blijven gelden. Dat betekent dat opvangstructuren een einde steun-beslissing moeten geven aan bewoners die een definitieve negatieve beslissing ontvangen en een bevel om het grondgebied te verlaten (BGV).

Aanvragen verlenging van de materiële opvang moeten ingediend worden volgens de geldende procedures. In het vademecum van 30 juni 2020 geeft Fedasil aan dat de behandeling van aanvragen tot verlenging terug intensiever is hernomen.

In het kader van aanvragen tot uitstel van vertrek in geval van een toekenning van een machtiging tot verblijf van meer dan drie maanden, houdt Fedasil, volgens de laatste update van het vademecum, rekening met het feit dat tussen 13 maart en 27 mei 2020 de mogelijkheden om een eigen woning te vinden beperkt waren. In een aanvraag tot uitstel moet de bewoner aangeven wat al dan niet mogelijk was, wat er nog moet gebeuren in het kader van de transitie, en of er nog bijzondere zaken zijn waar Fedasil rekening mee moet houden, zoals het feit dat het om een risicopatiënt gaat. Het vademecum meldt dat sinds 20 mei 2020 huisbezoeken weer zijn toegestaan en dat de zoektocht naar een woning dus kan hernomen worden. De update van het vademecum van 4 augustus 2020 vermeldt wel dat ook rekening zal worden gehouden met eventuele belemmeringen door de nieuw genomen coronamaatregelen in augustus.

Fedasil stelde praktische fiches op met betrekking tot:

  • het functioneren van de opvangstructuren
  • ziekte en het vaststellen van een mogelijk geval van besmetting
  • het aanmelden van een mogelijk geval van besmetting
  • preventie in het opvangcentrum
  • richtlijnen met betrekking tot de opvang van minderjarigen
  • info voor zieke of besmette persoon in individuele opvang
  • maatregelen per dienst in collectieve centra (medische dienst, logistiek, NBMV)
  • mogelijk geval COVID-19 – regels isolatiezone
  • overlijden COVID-19
  • medisch materiaal (dragen van maskers, bestelling van medisch materiaal)
  • mentale en psychosociale impact COVID-19 op personeel
  • zorg voor bewoners tijdens COVID-19: basisadvies (medisch personeel)
  • psychologische effecten van isolatie en quarantaine + copingstrategieën tijdens COVID-19: wat zorgverleners in gedachten moeten houden (medisch personeel)
  • psychologische (en psychiatrische) consultatie via video-consultatie: voorwaarden en richtlijnen voor medisch personeel
  • de Ramadan
  • werken in seizoensarbeid (zie hoger, onder punt 12.3)
  • heropstart en uitbreiding zorg in de medische diensten
  • EHBO en reanimatie bij persoon met mogelijke Covid-19 besmetting
  • praktische fiche testing en tracing (contactopvolging)
  • het gebruik van mondmaskers in opvangstructuren
  • communicatie voor bewoners
  • sociaal tolken

Meer info

 

8.3. Toeleiding naar werk vanuit asielopvang

Fedasil en de VDAB stelden samen een stappenplan op om bewoners uit de opvangstructuren die korte opdrachten willen werken in de land- en tuinbouw toe te leiden naar de VDAB en Forem. In het vademecum nam Fedasil hier een hoofdstuk over op. 

VDAB maakte affiches met informatie over de verschillende mogelijke teelten en taken, die verspreid zullen worden in het opvangnetwerk. Er is ook een handleiding over hoe deze vacatures geconsulteerd kunnen worden op de website van de VDAB.

Geïnteresseerde bewoners kunnen dit melden bij hun begeleider die samen met hen een formulier (regio noord en LOI’s) of online CV (regio zuid) zal invullen. De VDAB neemt vanaf de ontvangst van deze sollicitatie de communicatie met de bewoner over en leidt hem toe naar de werkgever. Als de bewoner nog niet ingeschreven is bij de VDAB faciliteert het centrum de eerste intake door een vervoersbewijs voor de verplaatsing naar de VDAB te geven. Verdere verplaatsingen vallen volgens het vademecum niet meer ten laste van de opvangstructuur.

Zowel de werkgever als de bewoner kunnen na een eerste proefdag beslissen om niet verder samen te werken.

Welke gevolgen heeft dit tijdelijk werk op de asielopvang?

Bewoners kunnen bij de werkgever verblijven gedurende de hele periode van hun contract, maar de toeleiding door de VDAB gebeurt ook naar andere vacatures.

Indien een verblijf bij de werkgever voorzien is, kunnen de bewoners om de periode tussen de start van het contract en het verkrijgen van het eerste loon te overbruggen, de eerste twee weken ondersteuning krijgen via maaltijdcheques (zie 8.4.).

Het vademecum van 30 juni 2020 stelt dat de opvangplaatsen van deze bewoners niet langer gegarandeerd worden. Als de werkgever een verblijfplaats voorziet, wordt de bewoner uitgeschreven (de code 207 wordt dan op no-show privéadres gezet). De bewoner moet zelf de adreswijziging doorgeven aan DVZ en het CGVS. Bij het einde van het contract of wanneer hij een vervroegde terugkeer wenst, moet de bewoner het oude opvangcentrum contacteren. Het centrum neemt contact op met de dienst Dispatching om een afspraak voor de bewoner vast te leggen. Indien mogelijk wordt de toewijzing gedaan aan het oorspronkelijke centrum, of in ieder geval een centrum in hetzelfde taalgebied.

Vanaf het moment dat een verzoeker om IB werkt, moet hij zich inschrijven bij een mutualiteit. De medische begeleiding gebeurt sinds het vademecum van 30 juni 2020 volgens dezelfde procedure als andere personen waarbij de code 207 op “no-show” staat.

Meer info

8.4. Ondersteuning met maaltijdcheques bij vertrek uit het opvangcentrum

In aparte instructies geeft Fedasil voor onbepaalde tijd de mogelijkheid aan bewoners uit collectieve opvangcentra om vrijwillig de opvang te verlaten en bij vrienden of familie te gaan wonen. Hiermee wil Fedasil het aantal beschikbare bedden verhogen, zodat bewoners die ziek zijn geïsoleerd kunnen worden en zodat personen uit de risicogroepen gescheiden kunnen worden van de zieke personen. Het vademecum van 30 juni 2020 verlengt deze mogelijkheid verder.

De voorwaarden zijn:

  • een onafgebroken verblijf van minimum één maand in het opvangcentrum
  • een lopende asielprocedure (DVZ, CGVS, of schorsend beroep bij de RvV)

Ook niet-begeleide minderjarige vreemdelingen (NBMV) komen hiervoor in aanmerking op voorwaarde dat:

  • ze in een veilige en stabiele context kunnen verblijven
  • ze minstens 16 jaar oud en voldoende autonoom zijn, wat geattesteerd moet worden door de sociaal werker
  • de NBMV contactgegevens voorlegt van de persoon bij wie hij zal verblijven (naam, adres, kopie identiteitskaart, telefoonnummer)
  • de voogd schriftelijk en expliciet akkoord gaat
  • de NBMV telefonisch bereikbaar blijft gedurende de hele periode

De maatregel is niet van toepassing op personen met een bijlage 26quater.

Wie hierop intekent krijgt om de twee weken maaltijdcheques ter waarde van 140 euro per volwassene of NBMV en 60 euro per minderjarig kind, tot het einde van het recht op materiële opvang of tot re-integratie in het opvangnetwerk.

Administratief blijft de code 207 op het opvangcentrum. Het gaat dus niet om een opheffing van de code 207. De bewoner kan nog steeds vragen stellen aan de sociaal werker, per mail of telefoon, maar kan niet langer langskomen. Ook voor medische zaken moet hij contact opnemen met het centrum. Er wordt niet gewerkt met requisitoria. De bewoner moet wel zelf zijn adreswijziging doorgeven aan zowel DVZ als het CGVS (via dit formulier) en aan de advocaat. De medische dienst geeft wel een specifiek requisitorium COVID-19 mee waarmee de betrokkenen wanneer ze symptomen van COVID-19 vertonen zich kunnen aanmelden bij een huisarts, een triagepunt of spoedafdeling. Dit na telefonische contactname met een huisarts. De medische dienst van het centrum moet zo mogelijk ook medicatie mee geven voor een overbruggingsperiode van een maand.

Om de twee weken controleert het centrum het recht op opvang. Wanneer de bewoner

  • een bijlage 26quater ontvangt, stopt de uitbetaling en moet hij contact opnemen met het centrum. Dat contacteert het Infopunt in het aanmeldcentrum of maakt er een afspraak voor de bewoner.
  • een verblijf van meer dan drie maanden bekomt, ontvangt hij maaltijdcheques voor twee maanden om de transitietermijn te overbruggen. Hij moet zelf het OCMW van zijn woonplaats contacteren.
  • een bevel om het grondgebied te verlaten (BGV) ontvangt na een negatieve beslissing van de RvV (of na verloop van de beroepstermijn zonder een beroep te hebben ingediend) en deze termijn verstrijkt, stopt de uitbetaling. In dat geval moet hij, voor de termijn van het BGV verstrijkt, contact opnemen met het centrum, dat voor hem het infopunt contacteert.

Zolang hij nog recht heeft op opvang, kan de bewoner terug een opvangplaats vragen. Deze moet daarvoor contact opnemen met het opvangcentrum waar hij verbleef. Vanaf 26 juni is er echter geen garantie meer dat de plaats in het centrum vrij blijft. Als er nog een plaats beschikbaar is, stuurt het centrum een mail naar de dienst dispatching om een nieuwe toewijzing te vragen. Als er geen plaats meer is, vraagt het centrum een afspraak bij het Infopunt in het aanmeldcentrum voor de bewoner. Re-integratie in het opvangnetwerk gebeurt in principe alleen aan het einde van de periode van de maaltijdcheques. Wanneer het uitzonderlijk vroeger gebeurt, moet de bewoner het resterende bedrag terugbetalen bij zijn terugkeer in de opvang.

Bij re-integratie in de opvang vindt niet systematisch een coronatest plaats, maar er wordt wel een monitoring van eventuele symptomen gedaan via een vragenlijst.

Specifiek voor NBMV kan de voogd vragen de uitbetaling van maaltijdcheques stop te zetten indien hij of zij oordeelt dat de leefomstandigheden van de minderjarige ongunstig zijn en een terugkeer naar het opvangnetwerk noodzakelijk is. De voogd moet deze vraag richten aan het oude opvangcentrum. Het centrum vraagt dan een toewijzing aan het Infopunt in het aanmeldcentrum.

Er is voor bewoners die gebruik maken van deze maatregel geen recht op maatschappelijke dienstverlening van het OCMW. Pas wanneer de bewoner erkend wordt als vluchteling of subsidiaire bescherming krijgt, kan deze aanspraak maken op maatschappelijk integratie.

Wanneer een persoon die leefloon ontvangt een begunstigde van deze maatregel huisvest, zal het OCMW via het sociaal onderzoek oordelen of het gaat om ´samenwonen´, en dus of de betrokkenen onder hetzelfde dak leven en de huishoudelijke aangelegenheden gemeenschappelijk regelen. Wanneer aan deze voorwaarden is voldaan, moet volgens de POD MI in principe het bedrag voor een samenwonende worden toegekend. De POD MI raadt, tijdens deze crisisperiode, aan om het element ´de huishoudelijke aangelegenheden gemeenschappelijk regelen´ soepel te analyseren.

Aanpassing instructie transitie

Fedasil paste naar aanleiding van deze maatregel ook de instructies van 20 juli 2016 “Transitie van materiële hulp naar maatschappelijke dienstverlening: maatregelen voor bewoners van collectieve opvangstructuren en begeleiding in de transitiefase” aan, op 10 april 2020.

Wanneer een bewoner een machtiging tot verblijf van meer dan drie maanden krijgt terwijl hij in een collectief centrum verblijft moet hij kiezen tussen:

  • maaltijdcheques voor twee maanden (voordien betrof het maaltijdcheques voor 1 maand): het gaat om een bedrag van 560 euro per volwassene en 240 euro per minderjarig kind. In dat geval moet de bewoner het centrum verlaten binnen de drie werkdagen volgend op het ontvangen van de cheques.
  • een transfer naar een LOI of in geval van kwetsbaarheid naar een woning van een NGO (dit bleef dus ongewijzigd)

Wanneer de bewoner kiest voor de tweede optie, maar Fedasil vindt geen geschikte individuele opvangplaats, kan hij binnen de drie werkdagen alsnog beslissen gebruik te maken van de eerste optie. Indien de bewoner echter de toegewezen individuele opvangplaats zelf weigert, kan hij geen gebruik meer maken van de eerste optie en moet hij het centrum verlaten.

Een bewoner die beroep doet op de eerste optie doet afstand van het recht op materiële opvang gedurende de uitstoomtermijn van twee maanden. Re-integratie in het opvangnetwerk is niet mogelijk. Volgens de POD MI zijn de cheques een niet-regelmatige gift en dus een vrijgesteld bestaansmiddel in het kader van de toekenning van een (equivalent) leefloon.

Deze instructie is niet van toepassing op NBMV.

Meer info

 

8.5. Maatregelen met betrekking tot NBMV

 

De botscans voor bepaling van de min- of meerderjarigheid worden sinds 11 mei geleidelijk aan terug georganiseerd.

Na afloop van de observatieperiode en indien de leeftijdstest de minderjarigheid bevestigt, wordt de jongere toegewezen aan een plaats voor NBMV in de tweede fase opvang en wordt er een voogd aangesteld.

In uitzonderlijke situaties en op verzoek van het OOC kan ook vooraf een voogd worden aangesteld.

De termijnen voor een beroep bij de Raad van State tegen de leeftijdsbepaling, die zijn afgelopen tussen 9 april 2020 en 3 mei 2020, worden automatisch verlengd tot dertig dagen na 3 mei, dus tot en met 2 juni 2020.

Wat betreft de toegang tot opvang voor NBMV maakt de update van het vademecum van 13 mei 2020 een onderscheid tussen een aanmelding binnen en buiten de kantooruren.

  • Binnen de kantooruren:
    • NBMV die na het maken van een afspraak via het online registratieformulier een verzoek om IB hebben ingediend bij DVZ en opvang wensen worden toegewezen aan een OOC,  
    • Jongeren die door de Dienst Voogdij worden aangemeld en opvang wensen  en jongeren die zich spontaan aanmelden bij het aanmeldcentrum, zullen na medische controle een opvangplaats in een OOC krijgen.
  • Buiten de kantooruren worden kwetsbare jongeren die door de Dienst Voogdij worden aangemeld, opgevangen in een OOC.

Het gaat om deze categorieën van kwetsbaarheid:

  • Meisjes
  • Jongeren met een beperking, psychische of medische problematiek
  • Jongens tot en met 15 jaar
  • Jongens die niet op het territorium mogen (in luchthaven, op grens)
  • Potentiële slachtoffers van mensenhandel

Dus jongens tussen 15 en 18 vallen niet onder deze groep van kwetsbare personen. Maar als Dienst Voogdij dit noodzakelijk acht, vraagt Dienst Voogdij ook voor hen opvang aan Fedasil. Zo nodig tracht Dienst Voogdij alternatieve oplossingen te voorzien, bijvoorbeeld binnen de bijzondere jeugdhulp of bij NGO’s.

Indien de NBMV symptomen van COVID-19 vertoont, wordt hij ook direct opgevangen in een OOC, waar hij in isolatie wordt geplaatst en begeleid wordt op medisch vlak.

Jongeren die de observatie- en oriëntatiefase doorlopen hebben, kunnen doorstromen naar een opvangstructuur in tweede fase. Momenteel is er enkel doorstroom naar de nieuwe collectieve opvangstructuren en, voor de meest kwetsbaren, naar de opvangstructuren van AGAJ en AJW. Ook jongeren met leeftijdstwijfel die doorstromen worden enkel aan de nieuwe opvangstructuren toegewezen.

NBMV uit de tweede fase die een verblijfstitel verkrijgen kunnen doorstromen naar een individuele opvangplaats.

In de update van het vademecum van 13 mei 2020 versoepelt Fedasil de mogelijkheid voor voogden om hun pupil te bezoeken. Bezoek kan, na voorafgaandelijk contact met het opvangcentrum en mits het dragen van een mondmasker en het respecteren van de veiligheidsinstructies. Een tolk en/of advocaat mogen enkel mee komen indien dit noodzakelijk is en mits voorafgaande toestemming van het opvangcentrum. Er gelden ook enkele voorwaarden. Zo moeten zowel de pupil als de voogd reeds minstens twee weken symptoomvrij zijn en moeten ze beide een mondmasker dragen tijdens het bezoek.

Transfers in het kader van de Time Out-procedure zijn beperkt terug mogelijk volgens de update van het vademecum van 29 mei 2020. Ze kunnen wel georganiseerd worden indien de continuïteit van het begeleidingstraject in gedrang komt. Indien het echter niet mogelijk is de NBMV terug te laten keren naar het centrum, moet een disciplinaire transfer aangevraagd worden. Het vademecum stelt ook expliciet dat het bestaande sanctieregime blijft gelden en dat in situaties met een ernstige en concrete bedreiging voor de veiligheid van bewoners, medewerkers of omgeving een (tijdelijke) uitsluiting nog steeds kan overwogen worden.

De gehoren in het kader van de asielprocedure van NBMV bij DVZ zijn hernomen sinds 3 juli 2020 en de gehoren in het kader van de bijzondere verblijfsprocedure sinds 23 juni 2020. DVZ stuurt de uitnodiging in het kader van de asielprocedure zowel naar de voogd als naar de opvangstructuur waar de NBMV verblijft. Fedasil geeft een lijst met de e-mailadressen van de verschillende opvangstructuren aan DVZ. De uitnodiging in het kader van de bijzondere verblijfsprocedure wordt enkel naar de voogd verzonden. Indien de NBMV geen gevolg kan geven aan de uitnodiging informeert het centrum de voogd. Het is de voogd die DVZ moet informeren.

Ook de persoonlijke onderhouden voor NBMV bij het CGVS zijn herstart. Voogden worden vanaf 9 juli gecontacteerd om het gehoor met hun pupil vast te leggen. Jongeren die het langst in procedure zitten worden in principe het eerst opgeroepen, evenals kinderen jonger dan 12 jaar. De oproepingsprocedure blijft zoals vroeger: de voogd ontvangt de oproeping per aangetekende brief, de NBMV ontvangt deze per gewone post. Voogden ontvangen samen met de oproeping een brief waarin zij worden uitgenodigd de nodige documenten en stavingstukken vóór het gehoor van hun pupil neer te leggen. Ze ontvangen ook de veiligheidsrichtlijnen die in acht moeten worden genomen in het kader van COVID-19. Indien de NBMV geen gevolg kan geven aan de uitnodiging, informeert het opvangcentrum het CGVS en de voogd en moet deze informatie in het sociaal dossier bewaard worden.

Meer info

Bijdrage van Vluchtelingenwerk Vlaanderen

 

9.  Hervestiging geleidelijk hervat

UNHCR en IOM hebben op 18 juni 2020 in een persbericht aangekondigd dat de hervestigingsreizen voor vluchtelingen terug hervat worden. Hervestigingsreizen waren sinds 17 maart 2020 tijdelijk opgeschort naar aanleiding van de veiligheidsmaatregelen die werden genomen als gevolg van de COVID-19 pandemie. Gezien veel hervestigingslanden hun reisbeperkingen beginnen op te heffen, wordt verwacht dat er binnenkort terug meer vluchtelingen kunnen vertrekken. UNHCR en IOM  hopen dan ook zo snel mogelijk terug te keren naar de normale werking, indien de situatie in de betrokken landen dit toelaat.

De tijdelijke stopzetting van hervestigingsreizen vertraagden het vertrek van ongeveer 10 000 vluchtelingen naar hervestigingslanden. De afgelopen maanden zijn UNHCR en IOM echter wel doorgegaan met het verwerken van hervestigingsdossiers, en werden er tientallen noodgevallen en dringende gevallen hervestigd.

Bovendien hebben intussen tal van hervestigingslanden hun capaciteiten op punt gesteld of uitgebreid  zodat zij gebruik kunnen maken van flexibele verwerkingsmodaliteiten, waardoor de continuïteit van hun hervestigingsprogramma’s kan worden gewaarborgd in onvoorspelbare omstandigheden.

Meer info

  

10. Vrijwillige terugkeer tijdelijk opgeschort maar terugkeerloketten opnieuw open

Verzoekers om internationale bescherming, uitgeprocedeerde verzoekers en migranten zonder wettig verblijf die vrijwillig willen terugkeren naar hun herkomstland maar daarvoor niet de nodige financiële middelen hebben, kunnen een beroep doen op  hulp van de overheid. Deze hulp kan (afhankelijk van het verblijfsstatuut van de betrokkene) bestaan uit betaling van de vervoerskosten, bijstand bij terugkeer, een terugkeerpremie en/of een re-integratiepremie.  

De meeste vrijwillige terugkeerreizen  zijn sinds 16 maart 2020 opgeschort in het kader van de maatregelen ter bestrijding van de verspreiding van Covid-19.

Toch bieden Fedasil, de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) en Caritas International ook nu ondersteuning aan personen die wensen terug te keren naar hun herkomstland aan.

  • Voor personen voor wie al een vrijwillig terugkeer-dossier was opgestart, proberen Fedasil en de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) in de mate van het mogelijke  een terugreis te organiseren.
  • Personen die nog geen bijstand bij vrijwillige terugkeer hebben aangevraagd, kunnen  een dossier indienen bij IOM volgens de bestaande procedure.
  • Caritas en IOM blijven bereikbaar om vragen te beantwoorden en een eventueel reïntegratietraject voor te bereiden. Caritas en IOM verzekeren counseling op afstand (via WhatsApp, Viber, Skype) om eventuele re-integratie voor te bereiden.
    • Caritas International:
    • 0474/69 04 16 (NL maandag tot vrijdag, behalve op dinsdagochtend)
    • 0470/22 39 37 (FR dinsdag, woendsag en donderdag)
    • 0470/25 85 61 (FR maandag en vrijdag)
    • IOM:
    • 0499/64 80 94 (NL)
    • 0491/56 05 23 (FR

Zodra het luchtverkeer weer normaal is, zal IOM de vlucht zo snel mogelijk organiseren.De vijf terugkeerlokketten (in Brussel, Antwerpen, Gent, Charleroi en Luik) zijn sinds 15 juni 2020  opnieuw geopend   . De terugkeerloketten bieden informatie en begeleiding aan rond vrijwillige terugkeer. Het is wel nodig op voorhand telefonisch een afspraak te maken via het gratis nummer 0800 32 745 (elke werkdag van 9.00-12.30u en van 13.30-16u). De werktalen zijn Nederlands, Engels en Frans.

  • Ter plaatse gelden volgende veiligheidsmaatregelen in het kader van de bestrijding van covid-19: mondmasker dragen, 1,50 meter afstand bewaren, handen wassen en ontsmetten.
  • Er wordt slechts één persoon per gesprek aanvaard. De betrokkene moet zich alleen aanbieden aan het loket.
  • Personen die symptomen van besmetting met covid-19 vertonen, worden gevraagd thuis te blijven.
  • Het terugkeerloket van Charleroi is verhuisd. Het nieuwe adres is: Boulevard Frans Dewandre 1A, 6000 Charleroi.

Het outreachteam van Fedasil dat informatie biedt aan transmigranten, heeft zijn activiteiten opnieuw hervat.

Meer info

11. Detentie

Administratieve vasthouding of detentie van vreemdelingen (onder andere art. 7, 27, 51/5, 52/4, 54, 74/5, 74/6 Verblijfswet) is enkel toegelaten in geval van:

  • risico op onderduiken of
  • ontwijking/belemmering van de voorbereiding van de terugkeer of de verwijderingsprocedure
  • én als bovendien andere afdoende maar minder dwingende maatregelen niet doeltreffend kunnen worden toegepast.

De Verblijfswet bepaalt niet wat verstaan moet worden onder ´andere afdoende maar minder dwingende maatregelen´ maar bepaalt wel dat ´preventieve maatregelen´ kunnen worden opgelegd om het risico op onderduiken te vermijden (art. 74/14, §2, lid 2 Vw). Volgens het Verblijfsbesluit kunnen ´preventieve maatregelen´ bestaan uit een aanmeldingsplicht, de betaling van een borgsom en de overhandiging van een kopie van de identiteitsdocumenten (art. 110 quatordecies, §1 Vb). Daarnaast voorziet de Verblijfswet ook in de mogelijkheid om huisarrest op te leggen tijdens de termijn voor de uitvoering van het BGV (art. 7, lid 4, art. 22, lid 1, art. 73, lid 2, 74/14,§2, lid 1 Vw).

Detentie is bovendien enkel toegestaan voor de duur die strikt noodzakelijk is voor de uitvoering van de verwijderingsmaatregel met een maximum van twee maanden. Deze termijn is verlengbaar met telkens twee maanden tot maximum vijf maanden (tenzij in geval van openbare orde tot acht maanden) op voorwaarde dat:

  • de nodige stappen om de vreemdeling te repatriëren werden genomen binnen zeven werkdaggen na de opsluiting;
  • die stappen worden voortgezet met de vereiste zorgvuldigheid;
  • én de effectieve repatriëring nog steeds mogelijk is.

In het licht van de COVID-19-crisis lijkt aan deze voorwaarden niet in alle gevallen van detentie voldaan te zijn, gezien de beperkte mogelijkheid tot repatriëring. In voorkomend geval moet betrokkene dan ook in vrijheid worden gesteld. Tegen een maatregel van vrijheidsberoving kan beroep worden ingesteld bij de raadkamer van de correctionele rechtbank.

In zijn richtsnoeren van 16 april 2020 roept de Europese Commissie de lidstaten onder meer op om:

  • te beslissen over invrijheidstelling op basis van een individuele beoordeling en rekening te houden met de maximale duur van detentie, de periode die de betrokkene al in detentie heeft doorgebracht en de vraag of de procedures voor identificatie, verstrekking van nieuwe documenten en/of overname zorgvuldig zijn uitgevoerd;
  • wanneer een derdelander wordt vrijgelaten, indien zulks nodig en evenredig is, maatregelen te gebruiken ter voorkoming van onderduiken die minder dwingend zijn dan detentie (zoals de verplichting om op een bepaalde plaats te verblijven of documenten aan de autoriteiten af te geven) (artikel 15 Terugkeerrichtlijn);
  • gebruik te maken van alternatieven voor detentie die de naleving van de nationale volksgezondheidsmaatregelen waarborgen (zoals regelmatige melding via videogesprekken) met inachtneming van de voorschriften inzake gegevensbescherming om ervoor te zorgen dat de minder dwingende maatregelen in overeenstemming zijn met de geldende nationale volksgezondheidsmaatregelen om de verspreiding van COVID-19 te voorkomen en in te perken.

Meer info

 

12. Verlenging verblijf wegens overmacht

12.1. Derdelanders met kort verblijf: Covid-document

Derdelanders met een kort verblijf die België niet tijdig kunnen verlaten om redenen van overmacht (quarantaine, annulering van een vlucht, sluiting van een grens,…), kunnen een verlenging van hun verblijf vragen. Dit geldt ook voor vreemdelingen die niet in het bezit zijn van een aankomstverklaring omdat ze hun aanwezigheid op het Belgisch grondgebied niet (tijdig) hebben gemeld aan de gemeente. 

12.1.1. De praktijk van DVZ inzake verlengingen

In een mededeling van 12 juni 2020 laat DVZ aan de gemeenten weten dat er vanaf 22 juni een nieuwe procedure geldt om een tijdelijke verlenging van een kort verblijf aan te vragen, en dat de verlenging gebeurt aan de hand van een zogenaamd Covid-document. Dit document is geldig tot 30 september 2020.

Het Covid-document bevat de vermelding dat het gaat om een verlenging van een tijdelijk verblijf op het Belgisch grondgebied in afwachting van terugkeer naar het herkomstland of het land van wettig verblijf, dat het niet geldt in een ander Schengenland, en dat het geen visumverlenging en geen verlenging van een machtiging tot voorlopig verblijf is.

De verlengingsaanvraag wordt ingediend bij de gemeente van de verblijfplaats, en niet meer rechtstreeks bij DVZ, zoals vóór 22 juni 2020 mogelijk was. De aanvraag wordt in principe sinds 1 juli opnieuw ingediend bij de gemeente ter plaatse (en niet langer elektronisch), tenzij de gemeente de regels inzake social distancing niet kan garanderen. De aanvraag moet volgende documenten en gegevens bevatten:

  • een kopie van het paspoort (nummer en geldigheid, persoonlijke gegevens, gebruikte pagina’s)
  • een kopie van de aankomstverklaring (bijlage 3) als ze werd opgemaakt
  • een brief met toelichting waarom betrokkene niet op de voorziene datum de Schengenzone kan verlaten
  • eventuele stavingstukken van de overmacht
  • een bewijs van reisziekteverzekering die geldig is tot 30 september 2020 of tot de dag na de retourvlucht en die een minimumdekking heeft van 30 000 euro en geldig is voor het hele Schengengebied.
         -De dag van de retourvlucht mag 31 oktober 2020 niet overschrijden
         -Een attest van de mutualiteit or een Europese ziekteverzekeringskaart wordt niet aanvaard
  • het verblijfsadres van betrokkene in België
  • het mailadres waarop de betrokkene kan worden gecontacteerd
  • indien mogelijk: een kopie van het vliegticket met de nieuwe retourdatum
  • indien van toepassing: een kopie van de eerdere Covid verlenging(en) afgeleverd door de dienst ‘Kort Verblijf’ van DVZ (voor zover deze nog niet in het gemeentelijk dossier zit(ten))

De vreemdeling die vóór 22 juni 2020 al een eerdere verlenging gekregen heeft, krijgt van het gemeentebestuur ambtshalve een verdere verlening van dit verblijf.

Van een vreemdeling met een kort verblijf die nog geen enkele verlenging van DVZ heeft gekregen wegens de Covid maatregelen, stuurt de gemeente de aanvraag met de stavingstukken door naar DVZ. DVZ onderzoekt de aanvraag zo snel mogelijk en maakt de beslissing over aan de gemeente voor betekening. 

De verlenging van het verblijf gebeurt aan de hand van het Covid-document. Het Covid-document is enkel geldig in België laat niet toe in een andere Schengenlidstaat te verblijven. Het document wordt wel door de andere Schengenlidstaten erkend in geval van grensoverschrijding voor het nemen van buitenlandse vluchten. De website van DVZ meldt dat iemand met een Covid-document "zich naar een andere Schengenstaat mag begeven om naar huis terug te keren. Hij moet echter in het bezit zijn van een geldig paspoort, de door de Dienst Vreemdelingenzaken gestuurde brief en het bewijs dat hij zich naar deze staat begeeft om naar zijn land van herkomst of verblijf terug te keren (vliegticket, treinticket...)."

12.1.2. Regelgevend kader verblijfsverlengingen wegens overmacht

De verlenging van verblijf door middel van een Covid-document heeft zoals gezegd geen rechtsgrond in de Belgische wetgeving.

Wat zegt de Europese regelgeving? De verlenging van een kort verblijf wegens overmacht of humanitaire/bijzondere omstandigheden wordt geregeld in de Visumcode en de Schengenuitvoeringsovereenkomst.

  • Voor visumplichtige derdelanders voorziet de Visumcode dat de geldigheidsduur van en/of de duur van het verblijf met een afgegeven visum – kosteloos – wordt verlengd indien de bevoegde autoriteit van een lidstaat oordeelt dat de visumhouder heeft aangetoond dat hij wegens overmacht of om humanitaire redenen niet in staat is om het grondgebied van de lidstaat vóór het verstrijken van de geldigheidsduur of het einde van de toegestane verblijfsduur te verlaten (artikel 33, lid 1).
  • Voor visumvrijgestelde derdelanders bepaalt de Schengenuitvoeringsovereenkomst dat de lidstaten het recht hebben om in bijzondere omstandigheden de verblijfstermijn van drie maanden van vreemdelingen op haar grondgebied te verlengen (artikel 20, lid 2).

In een mededeling van 30 maart 2020 geeft de Europese Commissie een leidraad aan de lidstaten om met de overschrijding van de toegestane verblijfsduur die te wijten is aan de reisbeperkingen om te gaan.

  • Het toegestane verblijf van visumhouders die zich in het Schengengebied bevinden maar bij het verstrijken van de geldigheid van hun visum voor kort verblijf niet kunnen vertrekken, kan verlengd worden tot ten hoogste 90 dagen binnen een termijn van 180 dagen. Als de visumhouder ook na afloop van de verlengde periode van 90/180 dagen niet kan vertrekken, moeten de lidstaten een nationaal visum voor langere duur of een tijdelijke verblijfsvergunning afgeven.
  • Aan visumvrijgestelde derdelanders die na afloop van de periode van 90/180 dagen niet kunnen vertrekken, moeten de lidstaten een nationaal visum voor langere duur of een tijdelijke verblijfsvergunning afgeven.
  • Lidstaten mogen geen administratieve sancties of boetes opleggen aan derdelanders die ten gevolge van de reisbeperkingen hun grondgebied niet kunnen verlaten. Als een reiziger wegens de reisbeperkingen de toegestane verblijfsduur overschrijdt, mag dat geen negatieve gevolgen hebben voor de behandeling van toekomstige visumaanvragen.

Conclusie: De Belgische praktijk om een Covid-document af te geven, dat wel het verblijf verlengt, maar uitdrukkelijk niet het visum, de aankomstverklaring of de verblijfskaart verlengt, kent geen Belgische rechtsgrond en volgt ook niet de mededeling van 30 maart 2020 van de Europese Commissie. De Europese Commissie voorziet dat de lidstaten een nationaal visum voor langere duur of een tijdelijke verblijfsvergunning afgeven aan vreemdelingen die na afloop van een (verlengde) periode van 90/180 dagen niet kunnen terugkeren naar hun herkomstland wegens de Covid-maatregelen.

12.1.3. Statuutswijziging vanuit verlengd kort verblijf wegens covid-19?

Een statuutwissel aanvragen in België kan in principe enkel vanuit een legaal (kort of lang) verblijf. In geval van een onwettig verblijf moet de betrokkene het bestaan van buitengewone omstandigheden aantonen die hem verhinderen om de aanvraag voor een verblijf van meer dan drie maanden te gaan indienen in zijn herkomstland.

DVZ liet in een e-mail van 19 juni 2020 aan het AgII weten dat het “Covid-document” dat wordt afgeleverd aan derdelanders die België niet kunnen verlaten wegens overmacht:

  • geen juridische basis heeft en
  • geen verlenging van een aankomstverklaring of van een visum betreft maar een uitzonderlijke toestemming van DVZ om het kort verblijf te verlengen.

Er moeten volgens DVZ bijgevolg buitengewone omstandigheden aangetoond worden bij een eventuele aanvraag tot statuutwissel.

  • Het covid-document op zich volstaat niet om buitengewone omstandigheden aan te tonen maar wordt door DVZ meegenomen bij de beoordeling.
  • Betrokkene moet daarnaast ook in zijn specifieke geval aantonen dat hij niet kon terugkeren naar zijn herkomstland.

Meer info

12.2. Derdelanders met (al dan niet verstreken) tijdelijk verblijfsrecht (A kaart): Covid-document

Derdelanders met een (al dan niet verstreken) tijdelijk verblijfsrecht (A kaart) die hun verblijfskaart niet willen of kunnen verlengen maar die door de Covid-19-crisis niet in staat zijn België te verlaten, kunnen hun verblijf met een kort verblijf verlengen.

Derdelanders die vrijgesteld zijn van de visumplicht voor een kort verblijf hebben recht op een kort verblijf van 90 dagen dat onmiddellijk aansluit op hun lang verblijf (A kaart).

  • Op verzoek van de betrokkene en op voorlegging van zijn paspoort en A kaart levert de gemeente van verblijf ambtshalve een aankomstverklaring  af, die geldig is 90 dagen te rekenen vanaf de vervaldatum van de A kaart).
  • De aanvraag wordt sinds 1 juli opnieuw ingediend bij de gemeente ter plaatse (en niet langer elektronisch), tenzij de gemeente de regels inzake social distancing niet kan garanderen.

Derdelanders die visumplichtig zijn voor een kort verblijf kunnen in principe hun lang verblijf niet verlengen met een kort verblijf zonder een nieuw geldig Schengenvisum (wat een terugkeer naar hun herkomstland veronderstelt). Door de Covid-19-crisis kunnen ook zij toch een verlenging van hun verblijf vragen bij de gemeente, op voorleggen van volgende documenten:

  • een kopie van de A kaart
  • een kopie van het paspoort (incl. alle gebruikte pagina’s)
  • een verklaring waarom betrokkene het land niet kan verlaten met eventueel bewijsstukken van gereserveerde vliegtuigtickets
  • een kopie van een geldige reisverzekering (een attest van de mutualiteit wordt aanvaard)
  • het verblijfsadres van betrokkene in België 

Sinds 22 juni verlengt de gemeente na aanvraag ambsthalve het verblijf van visumplichtige derdelanders aan de hand van een zogenaamd Covid-document dat geldig is tot 30 september 2020. 

  • Indien betrokkene een vliegtuigticket voorlegt met een terugkeerdatum later dan 30 september 2020, wordt de datum van dit vliegtuigticket ingevuld + 1 dag. Deze datum kan maximum 31 oktober 2020 zijn.
  • De verlengingsdatum op het Covid-document mag in geen geval de einddatum van de reisziektekostenverzekering en de datum van 31 oktober 2020 overschrijden.
  • Het Covid-document kan door de gemeente elektronisch in pdf worden afgeleverd aan betrokkene.

Deze regeling werd meegedeeld in een instructie ten aanzien van de gemeentebesturen en is niet gepubliceerd.

Het Covid-document is enkel geldig in België laat niet toe in een andere Schengenlidstaat te verblijven. Het document wordt wel door de andere Schengenlidstaten erkend in geval van grensoverschrijding voor het nemen van buitenlandse vluchten. De website van DVZ meldt dat iemand met een Covid-document "zich naar een andere Schengenstaat mag begeven om naar huis terug te keren. Hij moet echter in het bezit zijn van een geldig paspoort, de door de Dienst Vreemdelingenzaken gestuurde brief en het bewijs dat hij zich naar deze staat begeeft om naar zijn land van herkomst of verblijf terug te keren (vliegticket, treinticket...)."

Meer info

 

12.3. Derdelanders met bevel om het grondgebied te verlaten (BGV)

Derdelanders met een bevel om het grondgebied te verlaten (BGV) die door de Covid-19-crisis niet in staat zijn België te verlaten, kunnen op basis van artikel 74/14 Vw een gemotiveerde aanvraag indienen om de termijn op hun BGV te verlengen. Die bepaling stelt dat de termijn van het BGV:

  • wordt verlengd als betrokkene aantoont dat hij niet kan terugkeren naar zijn herkomstland binnen de toegekende termijn.
  • kan verlengd worden om rekening te houden met de specifieke omstandigheden eigen aan de situatie zoals de duur van het verblijf, het bestaan van schoolgaande kinderen, het afronden van de organisatie van het vrijwillig vertrek en andere familiale en sociale banden.

Het is geen vereiste dat het BGV nog geldig is om de aanvraag te kunnen indienen.

In zijn richtsnoeren van 16 april 2020 laat de Europese Commissie weten dat:

  • de termijn in het terugkeerbesluit met een passende periode moet worden verlengd als het onmogelijk is om de in het terugkeerbesluit toegekende termijn voor vrijwillig vertrek te respecteren. Lidstaten moeten hierbij rekening houden met de specifieke omstandigheden van het individuele geval, de duur en de aard van de beperkende maatregelen en de beschikbaarheid van vervoer naar het derde land van terugkeer (artikel 7, lid 2 Terugkeerrichtlijn).
  • lidstaten een langere termijn voor vrijwillig vertrek moeten toekennen dan 30 dagen als het van meet af aan duidelijk is dat de betrokken derdelander niet binnen 30 dagen zal kunnen vertrekken. Hierbij moeten lidstaten rekening houden met de specifieke omstandigheden van het geval, in het bijzonder de beschikbaarheid van vervoer naar het derde land van terugkeer.
  • wanneer lidstaten de termijn voor vrijwillig vertrek verlengen en de tenuitvoerlegging van het besluit tijdelijk opschorten, zij onwettig verblijvende vreemdelingen daarvan schriftelijke bevestiging moeten geven (artikel 14 Terugkeerrichtlijn).
  • lidstaten geen inreisverbod mogen opleggen of een reeds uitgevaardigd verbod moeten intrekken wanneer de termijn voor vrijwillig vertrek niet kan worden gerespecteerd omdat er geen vervoer is naar het derde land van terugkeer. Hetzelfde geldt als de termijn niet kan worden gerespecteerd om andere redenen van overmacht die verband houden met de Corona-maatregelen.
  • als het nodig en evenredig is om tijdens de termijn voor vrijwillig vertrek bepaalde maatregelen op te leggen om het risico op onderduiken te beperken (artikel 7, lid 3 Terugkeerrichtlijn) de lidstaten worden opgeroepen om te kiezen voor de verplichting om op een bepaalde plaats te verblijven, identiteits- of reisdocumenten aan de overheid af te geven of regelmatige melding door middel van videogesprekken.

Waar indienen?

In principe zal de dienst van DVZ die het BGV heeft afgegeven de aanvraag tot verlenging behandelen. Op elk BGV staat in principe een functioneel e-mailadres vermeld: de gemotiveerde vraag tot verlenging wordt best naar dat e-mailadres gezonden. Tenzij in volgende gevallen:

  • Aanvragen voor verlengingen in toepassing van de omzendbrief van schoolgaande kinderen van onregelmatige verblijvende vreemdelingen, voor uitstel van terugkeer omwille van ziekte (met de nodige bewijzen) of zwangerschap / recente bevalling, voor de praktische organisatie van de vrijwillige terugkeer (extra tijd nodig voor verkrijgen van documenten, reservatie van vlucht, organisatie van de re-integratie) naar een land van herkomst, kunnen doorgestuurd worden naar return@ibz.fgov.be;
  • Personen voor wie een verlenging van het BGV nodig is, en die verblijven in een open terugkeerplaats onder de verantwoordelijkheid van Fedasil, moeten hun gemotiveerde aanvraag (organisatie van vrijwillige terugkeer naar herkomstland) verzenden naar otp@ibz.fgov.be;
  • Personen met bijlage 26quater of 25quater voor wie een verlenging van het BGV nodig is, en die verblijven in een open terugkeerplaats onder de verantwoordelijkheid van Fedasil, moeten hun gemotiveerde aanvraag in functie van de organisatie van vrijwillige terugkeer naar de verantwoordelijke lidstaat voor hun aanvraag internationale bescherming verzenden naar asylum.dublin@ibz.fgov.be.

In de praktijk beoordeelt DVZ elke aanvraag individueel en maakt daarbij een afweging of een verlenging noodzakelijk is. Een duidelijke en grondige motivering van de aanvraag tot verlenging is nodig.

Daarnaast biedt artikel 74/17, §2 Vw de mogelijkheid aan DVZ om ambtshalve, zonder aanvraag, te beslissen om de uitvoering van een BGV tijdelijk uit te stellen en de vreemdeling hiervan schriftelijk in kennis te stellen. Tot nu toe wordt dit in de praktijk door DVZ niet toegepast.

Meer info

  

13. OCMW-steun

13.1. Algemeen - organisatie hulpverlening

De werking van de OCMW’s wordt gegarandeerd tijdens de periode van de COVID-19-maatregelen.

De POD Maatschappelijke Integratie (POD MI) publiceert op haar website richtlijnen en aanbevelingen voor een veilige werkwijze voor alle betrokkenen. POD MI houdt de richtlijnen courant met de laatste voorschriften van de nationale veiligheidsraad.

POD MI heeft een lijst met vragen en antwoorden ontwikkeld voor de vragen rond de praktische toepassing van de wettelijke missies van de OCMW’s in deze uitzonderlijke periode.

De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) omschrijft op haar website de praktische werking van een OCMW in het kader van de opvolging van een steundossier, of bij een nieuwe aanvraag.

Meer info

 

13.2. OCMW-steun bij (onwettig) verblijf in België door overmacht

Vreemdelingen die onwettig in het land verblijven en die om redenen onafhankelijk van hun wil niet kunnen terugkeren naar hun herkomstland, kunnen in principe aanspraak maken op maatschappelijke dienstverlening vanwege het OCMW, en dus onder meer op financiële steun (omzendbrief 26 april 2005).

  • Hierbij moet een recent bewijs van overmacht geleverd worden dat door DVZ bevestigd werd.
  • Volgende situaties komen bijvoorbeeld in aanmerking als overmacht: technische overmacht (zoals quarantaine, annulatie van een vlucht, sluiting van een grens,…), medische overmacht, of de onmogelijkheid voor de Belgische overheid om de nationaliteit te bepalen, en het land waarnaar moet worden uitgewezen.
  • Ook de hoogste rechtscolleges in België hebben geoordeeld dat er dan een principieel recht op maatschappelijke dienstverlening is (Grondwettelijk Hof 30 juni 1999 en HvC van 18 december 2000).
  • Hoewel de OCMW’s in dergelijke gevallen meestal steun weigeren, passen de arbeidsrechters deze rechtspraak toe en veroordelen zij het betrokken OCMW tot steunverlening.

De POD Maatschappelijke Integratie liet in een email van 30 juli 2020 aan het Agentschap Integratie en Inburgering weten dat het zogenaamde Covid-document inderdaad beschouwd kan worden als een vaststelling door de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) dat de betrokken vreemdeling zich in de absolute onmogelijkheid bevindt om het Belgisch grondgebied te verlaten.

  • Het Covid-document wordt door DVZ afgeleverd aan vreemdelingen met kort verblijf, die het grondgebied niet tijdig kunnen verlaten wegens de maatregelen in de strijd tegen Covid-19.
  • Het algemene rechtsprincipe van overmacht kan worden toegepast van zodra DVZ dit Covid-document aflevert waarin wordt geoordeeld dat er sprake is van een overmachtssituatie omtrent de terugkeermogelijkheden.
  • De betrokken vreemdeling kan gedurende de geldigheidsduur van dit document een recht op maatschappelijke dienstverlening openen indien uit het sociaal onderzoek blijkt dat de betrokkene behoeftig is en niet in staat is om een menswaardig bestaan te leiden. Het OCMW dient voorafgaandelijk wel na te gaan of de betrokkene nog beschikt over een reisverzekering en of een borgsteller bestaat.
  • De kosten van de maatschappelijke dienstverlening worden ten laste genomen door de Belgische Staat gedurende de termijn van het Covid-document, binnen de grenzen vastgelegd door het Ministerieel Besluit van 30 januari 1995, en voor zover een voorafgaand sociaal onderzoek het bestaan en de omvang van de nood heeft kunnen vaststellen.

Vreemdelingen die een verlenging hebben gekregen van hun BGV, ongeacht of zij al steuntrekkend waren op het moment van de betekening van het BGV, kunnen volgens de POD Maatschappelijke Integratie financiële steun van het OCMW krijgen in onderstaande twee gevallen die de POD eerder al toelichtte in een FAQ:

  • Een vreemdeling aan wie een uitvoerbaar BGV is betekend en die van de DVZ een verlenging van het BGV heeft gekregen op grond van zwangerschap, geboorte of medische redenen, kan aanspraak maken op financiële steun gedurende de termijn van de verlenging van het BGV. De POD MI betaalt de kosten van de financiële steun die wordt toegekend gedurende de termijn van de verlenging van het BGV terug aan het OCMW. De POD MI doet dit binnen de grenzen vastgelegd door het Ministerieel Besluit van 30 januari 1995, en voor zover een voorafgaand sociaal onderzoek het bestaan en de omvang van de nood aan steun vaststelt.
  • Er is ook terugbetaling als het OCMW veroordeeld werd tot steunverlening door de arbeidsrechter op grond van (medische) overmacht (ook als er geen verlenging van het BGV wegens zwangerschap, geboorte of medische redenen werd toegekend).

Vreemdelingen die al maatschappelijke dienstverlening genoten op het moment dat hen een BGV werd betekend, behouden dat recht op steun tijdens de termijn om het uitwijzingsbevel uit te voeren en ook bij een eventuele verlenging (art. 57, §2, lid vijf OCMW-wet).

Vreemdelingen die geen recht op maatschappelijke dienstverlening hadden op het moment dat hun een uitwijzingsbevel werd betekend zonder de bedoeling om dat bevel te verlengen, hebben enkel recht op dringende medische hulp (tenzij volgens de rechtspraak, wanneer zij overmacht aantonen, zie hierboven).

Meer info

13.3. OCMW-steun bij lopende aanvraag maar verstreken of afwezig verblijfsdocument

Om aanspraak te kunnen maken op maatschappelijke dienstverlening (waaronder financiële steun) of leefloon (maatschappelijke integratie) vanwege het OCMW moeten vreemdelingen voldoen aan een bepaalde verblijfsvoorwaarde. Door de teruggeschroefde dienstverlening bij gemeenten in het licht van de COVID-19-crisis ontvangen vreemdelingen die een verblijfs- of verlengingsaanvraag hebben ingediend soms andere verblijfsdocumenten (ontvangstbewijs, bepaalde bijlage) dan wettelijk voorzien.

De POD Maatschappelijke Integratie laat in een FAQ op haar website weten dat de alternatieve documenten zoals ontvangstbewijzen en bijlagen die vreemdelingen krijgen in het kader van hun verblijfs- of verlengingsaanvraag aanvaard worden om (verdere) steun te genieten.

Meer info

13.4. Steun bij verblijf in het buitenland door overmacht

13.4.1. Maatschappelijke integratie - leefloon

Bij een verblijf in het buitenland van niet meer dan vier (al dan niet opeenvolgende) weken per kalenderjaar wordt het leefloon verder uitbetaald (artikel 23, §5 Leefloonwet).

De betaling van het leefloon wordt in principe geschorst wanneer het verblijf in het buitenland langer is dan vier (al dan niet opeenvolgende) weken per kalenderjaar.

Het OCMW kan beslissen de betaling van het leefloon toch niet te schorsen in uitzonderlijke omstandigheden, op voorwaarde dat betrokkene zijn meldingsplicht heeft vervuld.

  • Ieder verblijf in het buitenland van een week of meer moet vóór het vertrek gemeld worden aan het OCMW. Bij het niet vervullen van de meldingsplicht kan het OCMW beslissen de uitbetaling van het leefloon te schorsen wegens het afleggen van onjuiste of onvolledige verklaringen die het bedrag van het leefloon beïnvloeden (artikel 30, §1 Leefloonwet).

De POD MI aanvaardt onder andere als uitzonderlijke omstandigheden:

  • het volgen van studies of een stage in het buitenland in het kader van een opleiding tot het behalen van een volwaardig diploma
  • het bijstaan van een ernstig ziek familielid

In een FAQ op zijn website laat de POD MI weten dat zij ook het niet kunnen terugkeren naar België ten gevolge van de COVID-19-pandemie beschouwen als uitzonderlijke omstandigheden in de zin van artikel 23, §5 Leefloonwet die een verlenging van het verblijf in het buitenland verantwoorden. Van zodra de grenzen opnieuw worden geopend, wordt er van de gerechtigden gevraagd om regelingen te treffen om naar België terug te keren. Gelet op de huidige omstandigheden (tarieven vliegtuigtickets, gebrek aan tickets, andere specifieke situaties) moet het OCMW flexibel zijn bij de beoordeling van de haalbaarheid om terug te keren naar België. 

13.4.2. Maatschappelijke dienstverlening – equivalent leefloon

In de organieke OCMW-wet staat niet expliciet dat de uitbetaling van equivalent leefloon bij een verblijf in het buitenland wordt geschorst. In een FAQ op zijn website stelt de POD MI dat de voorwaarden voor maatschappelijke dienstverlening niet langer voldaan zijn als de betrokkene afwezig is van het grondgebied.

Om recht te hebben op equivalent leefloon is onder meer vereist dat de betrokkene zijn gewoonlijke verblijfplaats in België heeft.

In het verleden oordeelde een arbeidsrechter (bijvoorbeeld Arbeidshof Brussel, nr. 50.854 van 23 april 2009) al dat de gewoonlijke verblijfplaats in België behouden blijft bij een tijdelijk verblijf in het buitenland als

  • de betrokkene het OCMW ervan voorafgaandelijk op de hoogte heeft gebracht en
  • hij de intentie heeft om naar zijn gewone verblijfplaats terug te keren.

Een tijdelijk verblijf in het buitenland sluit verdere OCMW-dienstverlening bijgevolg niet per definitie uit.

Meer info

 

13.5. Dringende medische hulp

De POD MI versoepelt tijdelijk de administratieve verplichtingen met betrekking tot dringende medische hulp (DMH) aan mensen zonder wettig verblijf.

De versoepelde werking werd op 27 maart 2020 opgenomen in de lijst met vragen en antwoorden in verband met de wettelijke missies van de OCMW’s tijdens de COVID-19-maatregelen:

  • POD MI laat weten dat er tijdelijk – om de gezondheidswerkers zo veel mogelijk te ontlasten - geen attesten DMH gevraagd worden voor alle medische zorg verleend tussen de periode van 14 maart tot en met 31 mei 2020. Alle zorg aan personen zonder wettig verblijf wordt tijdens deze periode als DMH gezien.
  • Bijkomend mogen OCMW’s beslissingen nemen rond medische kaarten ingevoerd in Mediprima, die een dekking bieden langer dan 3 maanden.

RIZIV heeft in het kader van de Corona-maatregelen nieuwe codes ontwikkeld die toestaan dat een arts vergoedbare consultaties en verstrekkingen op afstand kunnen uitvoeren. POD voorziet in terugbetaling bij deze codes. Er is hiervoor geen beperking in tijd voorzien. 

Meer info

 

13.6. Leeflooncategorie bij samenwoonst met asielzoeker die maaltijdcheques krijgt

In een FAQ op haar website van 6 april 2020 adviseert de POD MI de OCMW’s om soepel om te gaan met de voorwaarde van ‘het gemeenschappelijk regelen van de huishoudelijke aangelegenheden’ bij de bepaling van de leeflooncategorie in geval een verzoeker om internationale bescherming gaat inwonen bij een persoon die leefloon geniet.

In principe moet de leeflooncategorie ‘samenwonende’ worden toegekend (en niet langer die van ‘alleenstaande’) wanneer de samenwoonst de begunstigde van het leefloon een economisch-financieel voordeel oplevert.

Een begunstigde van het leefloon kan op basis van die aanbeveling van de POD MI toch leeflooncategorie ‘alleenstaande’ blijven genieten ook al krijgt de persoon die bij hem komt inwonen maaltijdcheques van Fedasil nadat hij de collectieve opvangstructuur vrijwillig verlaten heeft.

Meer info

  

14. Tijdelijke werkloosheid voor vreemdelingen

14.1. Overmacht en vereenvoudigde procedure voor werkgevers en werknemers

Ten gevolge van de verspreiding van COVID-19 worden heel wat werknemers tijdelijk werkloos. Omwille van het groot aantal aanvragen, vereenvoudigde de regering de procedure voor werkgevers en werknemers.

Bovendien werd bepaald dat elke tijdelijke werkloosheid omwille van COVID-19 als overmacht beschouwd kan worden. Vreemde werknemers die tijdelijk werkloos zijn moeten in dit geval niet aantonen voldoende arbeidsdagen gewerkt te hebben om recht te hebben op een werkloosheidsuitkering.

Overmacht

Vanaf 13 maart 2020 aanvaardt de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) een soepele toepassing van het begrip overmacht. Alle situaties van tijdelijke werkloosheid door COVID-19 worden beschouwd als tijdelijke werkloosheid wegens overmacht. Deze maatregel geldt voorlopig tot 19 april maar kan verlengd worden tot 30 juni.

Ondernemingen die voor 13 maart 2020 tijdelijke werkloosheid wegens economische oorzaken meldden, worden aangeraden over te stappen op tijdelijke werkloosheid wegens overmacht. In die regeling zijn soepelere procedures van toepassing.

Werkloosheidsuitkering

In het stelsel van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht, dient de werknemer niet te voldoen aan de toelaatbaarheidsvoorwaarden. Vreemde werknemers zullen dus niet moeten aantonen een voldoende aantal arbeidsdagen in loondienst gewerkt te hebben.

Voor het stelsel van tijdelijke werkloosheid wegens economische oorzaken, gelden de toelaatbaarheidsvoorwaarden in principe wel. Maar ook hier maakte de regering een uitzondering op: deze voorwaarden zijn niet van toepassing voor tijdelijke werkloosheid wegens economische oorzaken gelegen in de periode van 1 februari 2020 tot 30 juni 2020.

Procedure

De regering versoepelt de aanvraagprocedure voor werkgever en werknemer.

  • Werkgevers moeten bij de elektronische aangifte van sociaal risico scenario 5 ‘Maandelijkse aangifte van de uren tijdelijke werkloosheid of uren schorsing bedienden’ de tijdelijke werkloosheid aangeven als overmacht en als reden ‘coronavirus’ opgeven. Dit volstaat als vereiste mededeling. De werkgever moet ook geen controlekaarten afleveren aan de werknemers.
  • Werknemers doen een aanvraag bij de uitbetalingsinstelling naar keuze. Deze voorzien een formulier C3.2-werknemer-corona. Er zijn geen verdere formaliteiten.

Meer info

 

14.2. Tijdelijke werkloosheid telt mee als economische participatie voor Belgische nationaliteitsverklaring

Om Belg te worden heb je soms een bewijs van werk nodig. In sommige hypotheses van nationaliteitsverklaring moet je immers een bewijs van ‘economische participatie’ voorleggen. Dat wil zeggen: aantonen dat je 468 dagen gewerkt hebt.

Het Wetboek van de Belgische nationaliteit verwijst naar de werkloosheidsreglementering om te bepalen

  • welke dagen als arbeidsdagen en
  • welke dagen als met arbeidsdagen gelijkgestelde dagen beschouwd kunnen worden.

Niet alleen de effectieve arbeidsdagen tellen dus mee, maar ook met arbeidsdagen gelijkgestelde dagen, zoals betaalde vakantiedagen en ziektedagen.

De dagen waarvoor je een vergoeding hebt gekregen omwille van tijdelijke werkloosheid, worden beschouwd als gelijkgestelde dagen. Dat geldt dus ook voor tijdelijke werkloosheid in het kader van COVID-19. Die dagen mag je meetellen bij het berekenen van de vereiste arbeidsdagen om je economische participatie te bewijzen.

Meer info

  

15. Groeipakket voor vreemdelingen

Kinderen die wonen in Vlaanderen kunnen recht hebben op het Groeipakket, het geheel van gezinsbijslagen, schooltoelagen en andere financiële tegemoetkomingen. Om recht te hebben op het Groeipakket, moet het kind voldoen aan bepaalde verblijfs- en woonplaatsvoorwaarden.

De maatregelen met betrekking tot de afgifte en verlenging van verblijfsdocumenten en de woonstcontroles kunnen een invloed hebben op het Groeipakket. Het Vlaams Agentschap Uitbetaling Groeipakket (VUTG) verduidelijkte daarom in een Mededeling van 27 april 2020 wat de impact is van deze maatregelen op het Groeipakket.

 

15..1. Verblijfsvoorwaarden groeipakket

Het rechtgevend kind met vreemde nationaliteit moet "toegelaten of gemachtigd zijn om in België te verblijven". Indien het kind niet voldoet aan de verblijfsvoorwaarden, worden deze gecontroleerd via een ouder. Of aan de verblijfsvoorwaarden voldaan is, blijkt volgens het VUTG uit het hebben van een elektronische verblijfskaart, in bepaalde gevallen een bijlage 15, of een attest van immatriculatie (AI) voor slachtoffers van mensenhandel of mensensmokkel of niet-begeleide minderjarigen. Meer info over de verblijfsvoorwaarden is te vinden in Toelichtingsnota 2bis.

Nieuwe aanvragen voor het Groeipakket:

Volgens DVZ kunnen gemeentes de afgifte of vernieuwing van elektronische verblijfskaarten opschorten. Indien het een derdelander betreft, dient de gemeente in plaats van de elektronische kaart een bijlage 15 af te leveren met daarop het achtste vakje aangekruist. De gemeente moet de bijlage 15 registreren in het rijksregister. In dit geval veronderstelt het VUTG dat aan de verblijfsvoorwaarde is voldaan.

Indien uit de gegevens van het rijksregister blijkt dat het kind of de ouder voordien reeds over een elektronische verblijfskaart beschikte, aanvaardt het VUTG de bijlage 15 eveneens wanneer vakje 1, 2, 3 of 4 is aangekruist.

Unieburgers krijgen bij het indienen van hun verblijfsaanvraag bij de gemeente een bijlage 19. Bij goedkeuring van het verblijfsrecht, kan de gemeente in plaats van de elektronische E kaart een papieren bijlage 8 afleveren en deze registeren in het rijksregister. Het VUTG oordeelt dat Unieburgers aan de verblijfsvoorwaarde voldoen bij de afgifte en registratie van de bijlage 8. Dit geldt met terugwerkende kracht tot de inschrijving in het rijksregister.

Niet-begeleide minderjarigen en slachtoffers van mensenhandel hebben recht op het Groeipakket met een AI. Volgens DVZ kunnen de gemeentes kunnen de afgifte of verlenging van het AI opschorten. De gemeenten kunnen het AI echter wel in het rijksregister registreren. Op deze basis kan het Groeipakket opgestart worden en behouden blijven. Dit geldt ongeacht de effectieve aflevering of verlenging van het AI.

Actieve dossiers:

Het VUTG volgt de elektronische kaarten niet actief op. De verblijfsvoorwaarde blijft vervuld, ook al kan het rechtgevend kind of diens ouder geen verblijfskaart krijgen omwille van de maatregelen voor de bestrijding van het coronavirus. Enkel wanneer de gemeente kind en beide ouders afvoert wegens het verlies van verblijfsrecht, beschouwt het VUTG de verblijfsvoorwaarde niet langer als vervuld en zal het Groeipakket worden stopgezet.

In het geval een kind reeds Groeipakket kreeg, zal dit dus niet worden stopgezet omwille van het feit dat een verblijfskaart niet verlengd wordt.

 

15.2. Woonplaatsvoorwaarde groeipakket

Om het recht te openen op het Groeipakket, dient het rechtgevend kind zijn woonplaats te hebben in het Nederlands taalgebied. Een inschrijving in de bevolkingsregisters is in dit geval niet noodzakelijk, ook een feitelijke verblijfsplaats volstaat. Het VUTG aanvaardt in dit kader het ontvangstbewijs van de aangifte van inschrijving of adreswijziging, ook al gebeurt de woonstcontrole niet binnen de vereiste 15 dagen of gebeurt de inschrijving op basis van andere bewijsstukken.

Meer info

15.3 Covid-19-toeslag groeipakket

Vanaf 15 juni 2020 kunnen gezinnen de COVID-19-toeslag aanvragen. De aanvraag moet ten laatste op 31 oktober 2020 gebeuren.  De COVID-19-toeslag bedraagt 120 euro en wordt uitbetaald in schijven van 40 euro voor de maand van de aanvraag en de twee daaropvolgende maanden. De gezinnen kunnen hierop aanspraak maken voor de kinderen die aanspraak maken op het basisbedrag wanneer:

  • er in de maanden maart, april, mei of juni 2020 een inkomensdaling van minstens 10 % is ten opzichte van januari of februari 2020;
  • het gezinsinkomen over de maanden maart, april, mei of juni 2020 niet hoger is dan 2.213,30 euro;
  • het kadastraal inkomen vreemd gebruik (onroerend goed dat niet zelf is bewoont of dient voor beroepsdoeleinden) niet te hoog is in vergelijking met het gezinsinkomen.

De mededeling van het VUTG van 12 juni 2020 verduidelijkt de voorwaarden en aanvraag procedure.

Meer info

 16. Coronapremie bij de gezinsbijslag in Brussel

 Alle gezinnen die een sociale toeslag ontvangen bovenop hun gezinsbijslag, hebben recht op een bijkomende coronapremie. De premie bedraagt 100 euro en wordt éénmalig uitbetaald, op 1 september 2020.

De coronapremie wordt automatisch uitbetaald aan alle gezinnen met recht op een sociale toeslag. Of een gezin recht heeft op een sociale toeslag in 2020 werd bepaald aan de hand van het gezinsinkomen in 2019. 

17. Juridische procedures en juridische bijstand

Naar aanleiding van de maatregelen tegen COVID-19 werden zowel de vervaltermijnen als de werking van de hoven, rechtbanken en administratieve rechtscolleges aangepast.

 

17.1. Hoven en rechtbanken

Voor de hoven en rechtbanken werd tijdelijk een afwijkende regeling voorzien door het KB nr. 2 van 9 april 2020 (BS 9 april 2020). De regeling gold enkel voor burgerlijke zaken of strafzaken voor zover het over het burgerlijke aspect gaat.

Alle termijnen die zouden vervallen in de periode van 9 april tot en met 17 mei 2020, werden verlengd tot één maand na het einde van die periode, dus tot 17 juni 2020. Alle daaropvolgende termijnen worden met een maand verlengd, en als daardoor de laatste termijn minder dan een maand voor de terechtzitting valt, wordt de terechtzitting verdaagd.

Alle zaken die voor behandeling vastgesteld waren in de periode van 11 april 2020 tot en met 17 juni 2020 en waarvoor conclusies zijn neergelegd, werden van rechtswege in beraad genomen zonder mondelinge pleidooien. Wanneer alle partijen zich verzetten, werd de zaak uitgesteld. In de andere gevallen had de rechter de keuze om te oordelen op basis van de voorgelegde stukken, hetzij de zaak uit te stellen, hetzij toch een zitting te organiseren.

Meer info

 

17.2. Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV)

De tijdelijk afwijkende regels voor de RvV werden geregeld in het bijzondere machtenbesluit nr. 19 van 5 mei 2020 met betrekking tot de verlenging van de termijnen van de rechtspleging bij de Raad voor vreemdelingenbetwistingen en de schriftelijke behandeling van de zaken (BS 6 mei 2020). Er geldt een verschillende regeling voor gewone procedures en voor dringende zaken.

17.2.1. Gewone procedures (schorsing, annulatie, volle rechtsmacht)

Voor de gewone procedures van schorsing, annulatie of van beroepen in volle rechtsmacht geldt dat alle termijnen die zouden vervallen zijn in de periode van 9 april 2020 tot 3 mei 2020 werden verlengd tot 30 dagen na het einde van de lockdown (voorlopig 3 mei + dertig dagen = dinsdag 2 juni 2020). Het gaat om alle termijnen die gelden voor de partijen en ook voor de RvV zelf, met name de termijnen voor het indienen van het beroep en de nota met opmerkingen en de synthesememory, of voor de termijn van 8 dagen na mededeling van de nota van verwerende partij om te laten weten of verzoeker een synthesememorie kan indienen.

De RvV kan ook in alle zaken, ongeacht of het verzoeken betreft die ingediend werden voor, tijdens of na die periode, beslissen om een zaak te behandelen zonder openbare zitting. Dat kan tot 29 augustus 2020. De periode loopt van 6 mei 2020 tot 30 juni en tot 60 dagen daarna (30 juni + 60 dagen = zaterdag 29 augustus). Partijen krijgen hiervan wel kennisgeving. Het gaat om de toepassing van artikel 39/73 Vw, maar:

  • zonder het recht van partijen om een zitting te eisen, en
  • met de mogelijkheid van het indienen van pleitnota’s binnen 15 dagen.

In dit geval kunnen stukken, pleidooien en kennisgevingen via e-mail gebeuren. De Wet spreekt van “kunnen”, maar volgens het Verslag aan de Koning geldt er een verplichting. De RvV stelt een tijdschema op en binnen dit schema gebeurt de communicatie uitsluitend via e-mail, tenminste als deze uitgaat van een overheid of advocaat. Een vreemdeling die zelf optreedt, zou niet verplicht worden e-mail te gebruiken.

17.2.2. Dringende procedures

Voor de dringende procedures of procedures met verkorte termijnen geldt de verlenging van termijnen tot 2 juni niet.

Het gaat om een verzoek tot schorsing in uiterst dringende noodzakelijkheid en desgevallend tot voorlopige maatregelen, en om de beroepen tegen een beslissing van het Commissariaat Generaal Vluchtelingen en Staatlozen ingediend vanuit een gesloten centrum (artikelen 39/77, 39/77/1, 39/82, § 4, tweede lid, 39/84 en 39/85 van de Verblijfswet). De termijnen in deze procedures worden niet verlengd, maar de organisatie van de rechtspleging wijzigt wel. Deze zaken kunnen nu doorgaan zonder openbare zitting en per e-mail.

Voor de andere korte procedures (artikel 39/57 §1, tweede lid Verblijfswet), namelijk beroepen uitgaande van vreemdelingen in een gesloten centrum of tegen beslissingen van onontvankelijkheid wegens veilig derde land of herhaaldelijk verzoek om bescherming, gold zowel een nieuwe termijn (15 dagen in plaats van 10 of 5 dagen), als een aangepaste organisatie.

Let wel: Alleen als de termijn om dit beroep in te dienen verviel tussen 9 april en 3 mei, dan wordt de termijn gewijzigd in 15 dagen. In andere gevallen kan wel eventueel nog een beroep gedaan worden op het algemeen principe van overmacht.

Alle deze zaken kunnen behandeld worden zonder openbare zitting, en dit vanaf 6 mei 2020 en tot en met 30 juni 2020. Hierbij geldt dat:

  • de beslissing om zonder zitting te behandelen moet genomen zijn ten laatste op 30 juni 2020
  • de uiteindelijke uitspraak moet volgen ten laatste dertig dagen na 30 juni (zijnde 30 juli 2020).

Artikel 4 van het besluit bepaalt dat in alle zaken waarin beslist wordt op basis van deze wet om geen zitting te houden, de communicatie kan verlopen via e-mail. Het Verslag aan de Koning stelt echter dat in deze zaken alle stukken per e-mail moeten worden ingediend als het door een advocaat of overheid gebeurt. Dat geldt niet voor vreemdelingen die zelf optreden en mogelijk geen toegang hebben tot internet.

17.2.3. Contact met RvV per e-mail

De e-mailadressen zijn:

Deze e-mailadressen mogen niet gebruikt worden door partijen wiens zaak niet in toepassing van deze uitzonderingswet worden behandeld.

De RvV kan namelijk in dezelfde periode te allen tijde beslissen om wel een zitting te houden, mits inachtname van bijzondere voorzorgen (zie nota op de website van de RvV).

De RvV kan ook tijdens de behandeling van een zaak zonder zitting nog steeds beslissen de zaak naar de rol te verwijzen om ze later opnieuw te behandelen, onder de reguliere procedure. Dan gelden weer de normale regels. In het Verslag aan de Koning wordt gemeld dat vanaf 19 mei 2020 in principe terug normale zittingen zouden kunnen gebeuren.

Meer info

17.3. Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak (RvS)

De afwijkende regeling die gold voor procedures voor het cassatieberoep bij de Raad van State tegen beslissingen genomen door de RvV, wordt geregeld door het KB nr. 12 van 21 april 2020 (BS 22 april 2020).

De termijnen voor het instellen en behandelen van procedures die afliepen tijdens de periode van 9 april 2020 tot en met 3 mei 2020, werden automatisch verlengd tot dertig dagen na 3 mei, dus tot en met 2 juni 2020.

Vorderingen tot schorsing in uiterst dringende noodzakelijkheid werden evenwel behandeld; dat gebeurde via een schriftelijke procedure of via een zitting via Skype.

Van 9 april 2020 tot en met 30 juni 2020 kon de RvS vorderingen en beroepen die klaar zijn om vastgesteld te worden, behandelen zonder openbare zitting, op voorwaarde wel dat alle partijen akkoord gaan. De zaak kan dan afgehandeld worden tot dertig dagen na die einddatum, dus tot en met 30 juli 2020.

In al deze zaken kunnen de partijen hun processtukken insturen per e-mail via dringend@raadvst-consetat.be, of op elk ander e-mailadres dat de bevoegde kamer meedeelt. De Raad zelf kan in de periode van 9 april 2020 tot en met 30 juni 2020 in alle zaken alle kennisgevingen en mededelingen doen via e-mail, behalve aan particulieren die niet over internet beschikken.

Meer info

  

18. Juridische bijstand

De eerstelijns rechtshulp aan vreemdelingen en de juridische ondersteuning die door diverse organisaties wordt aangeboden, loopt voornamelijk digitaal en telefonisch verder. Zoek naar actuele contactinfo via ons Overzicht van gespecialiseerde diensten in verblijfsprocedures en rechten van vreemdelingen per stad of provincie.

De juridische helpdesk van het Agentschap Integratie en Inburgering heeft nieuwe contactgegevens tijdens de coronacrisis:

  • Vragen over internationaal familierecht: enkel per mail aan juridesk@integratie-inburgering.be
  • Vragen over asielrecht aan Vluchtelingenwerk Vlaanderen: enkel per mail aan info@vluchtelingenwerk.be
  • Vragen over vreemdelingenrecht: enkel per telefoon op ons nieuw tijdelijk nummer 02 701 75 55, elke werkdag van 9 tot 12.30 uur, en op woensdag ook van 13.30 tot 17 uur

Ook vragen en info over de concrete gevolgen van coronamaatregelen op de rechtspositie van vreemdelingen kunnen terecht op deze juridische helpdesk.