31 maart 2020
Juridische documenten

Dit nieuwsbericht geeft een overzicht van de concrete gevolgen van de coronacrisis op verblijfsaanvragen, -procedures, -documenten en rechten van vreemdelingen. We volgen verdere ontwikkelingen op en blijven dit overzicht actualiseren.

Laatst bijgewerkt op 2 juni 2020

 

Inhoudstafel

1. Inleiding en basisregelgeving

2. Dienstverlening burgerzaken
    2.1. Essentiële dienstverlening
    2.2. Niet-essentiële dienstverlening

3. Verblijfsdocumenten en inschrijving in het rijksregister
    3.1. Geen woonstcontroles en attest van immatriculatie? Gevolgen en alternatief
    3.2. Bijlage 35
    3.3. Verlengingen en statuutswijzigingen tijdig aanvragen
    3.4. Geen afgifte nieuwe elektronische vreemdelingenkaarten?

4. Reizen
    4.1. Tijdelijke inreisbeperking voor de EU
    4.2. Toegang tot België voor derdelanders
    4.3. Intra-Schengenreizen
    4.4. Reizen naar het buitenland
    4.5. Terugkeervisum

5. Visumaanvragen in het buitenland
    5.1. Geen aanvragen en afgifte visa
    5.2. Gevolgen voor gezinshereniging
    5.3. DNA-procedure bij gezinshereniging gewijzigd

6. Gezinshereniging in België
    6.1. Elektronische aanvraag gezinshereniging
    6.2. Geen attest van immatriculatie?
    6.3. Bewijs bestaansmiddelen bij ‘tijdelijke werkloosheid COVID-19'

7. Unieburgers (lang verblijf) in België

8. Arbeidsmigranten in België

9. Kort verblijf in België

10. Medische regularisatie in België
    10.1. De aanvraagprocedure 9ter
    10.2. Na positieve beslissing over de 9ter-aanvraag

11. Humanitaire regularisatie in België
    11.1. De aanvraagprocedure 9bis
    11.2. Na positieve beslissing over de 9bis-aanvraag

12. Internationale bescherming en opvang in België
    12.1. Toegang tot de asielprocedure
    12.2. Beperkte dienstverlening asielinstanties (DVZ, CGVS, RvV)
    12.3. Tewerkstelling tijdens asielprocedure
    12.4. Asielopvang
        12.4.1. Maatregelen in het opvangnetwerk
        12.4.2. Toeleiding naar werk vanuit opvang, en gevolgen voor opvang
        12.4.3. Maaltijdcheques bij vertrek uit opvang
        12.4.4. Niet-begeleide minderjarigen: leeftijdsbepaling, voogdij, opvang
    12.5. De afgifte van verblijfsdocumenten (AI, A kaart,...) in het kader van asiel
    12.6. Hervestiging (resettlement) opgeschort

13. Bijzondere verblijfprocedure voor niet-begeleide minderjarigen in België

14. Procedure voor slachtoffers mensenhandel en mensensmokkel

15. Vrijwillige terugkeer opgeschort en terugkeerloketten gesloten

16. Detentie

17. Verlenging verblijf wegens overmacht
    17.1. Derdelanders met kort verblijf
    17.2. Derdelanders met (al dan niet verstreken) tijdelijk verblijfsrecht (A kaart)
    17.3. Derdelanders met bevel om het grondgebied te verlaten (BGV)

18. OCMW-steun
    18.1. Algemeen - organisatie hulpverlening
    18.2. OCMW-steun bij (onwettig) verblijf in België door overmacht
    18.3. OCMW-steun bij lopende verblijfsaanvraag maar zonder geldig verblijfsdocument
    18.4. OCMW-steun bij verblijf in buitenland door overmacht
    18.5. Dringende medische hulp
    18.6. Leeflooncategorie bij samenwoonst met asielzoeker met maaltijdcheques

19. Tijdelijke werkloosheid voor vreemdelingen
    19.1. Overmacht en vereenvoudigde procedure voor werkgevers en werknemers
    19.2. Tijdelijke werkloosheid telt mee als economische participatie voor Belgische nationaliteitsverklaring

20. Groeipakket voor vreemdelingen
    20.1. Verblijfsvoorwaarden
    20.2. Woonplaatsvoorwaarde

21. Juridische procedures
    21.1. Hoven en Rechtbanken
    21.2. Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV)
    21.3. Raad van State (RvS)

22. Juridische bijstand

 

 

1. Inleiding en basisregelgeving

Op korte tijd zijn er wereldwijd door vele landen, door de Europese Unie en door België crisismaatregelen genomen die noodzakelijk en doelgericht zijn ter bestrijding van de coronavirus-pandemie en ter bescherming van de gezondheid, maar die ook een brede maatschappelijke en persoonlijke impact hebben. We geven hier een overzicht van de directe of indirecte impact op de mogelijkheden tot migratie, tot het indienen van en beslissen over verblijfsaanvragen, tot het voeren van een verblijfsprocedure en het uitvoeren van beslissingen, en tot het uitoefenen van rechten in, vanuit en naar België.

Er zijn nieuwe administratieve praktijken die passen in bestaande wettelijke mogelijkheden om rechten en vrijheden te beperken ter bescherming van de volksgezondheid. Veel diensten doen hun uiterste best om essentiële dienstverlening te blijven voorzien, op een aangepaste manier. Er zijn ook enkele knelpunten waardoor essentiële rechten en dienstverlening in het gedrang kunnen komen.

Onder elk item van dit nieuwsbericht vind je ook nieuwe regelgeving en soft-law die nu aangenomen is.

In België zijn veel maatregelen een uitwerking van het Ministerieel besluit van 13 maart 2020, vervangen op 18 maart 2020, en opnieuw vervangen door het Ministerieel Besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, zoals gewijzigd op 24 maart, op 3, 17 en 30 april, en op 8, 15 en 25 mei 2020. Onder andere de volgende strikte maatregelen gelden vanaf 18 maart 2020 tot en met 7 juni 2020, en worden stapsgewijze afgebouwd of verlengd of bijgestuurd:

  • verbod om zich op de openbare weg en in openbare plaatsen te bevinden tenzij noodzakelijk en mits ´social distancing´ van 1,5 meter
  • verbod van niet-essentiële reizen vanuit, en sinds 3 april 2020 ook naar België (deze maatregel geldt minstens tot en met 8 juni 2020);
  • sluiting van niet-essentiële bedrijven en verbod van allerlei activiteiten waarbij groepen mensen samenkomen.

De bijlage van dit M.B. somt essentiële diensten op die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de vitale belangen van de Natie en de behoeften van de bevolking, en die telethuiswerk en ´social distancing´ zoveel als mogelijk moeten toepassen, maar die niet moeten sluiten als dat niet kan. Daarbij horen ook onder andere:

  • de asiel- en migratiediensten met inbegrip van asielopvang en detentie in het kader van gedwongen terugkeer;
  • de integratie- en inburgeringsdiensten;
  • instellingen voor zorg, opvang en bijstand;
  • justitiediensten en rechtscolleges;
  • de wetgevende en uitvoerende machten, met al hun diensten.

Tot 30 juni 2020 kan de federale regering ook maatregelen vanaf 1 maart 2020 nemen met volmachtenbesluiten. Dat volgt uit de Wet van 27 maart 2020 die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (I) en (II).

We overlopen hierna punt per punt de concrete inhoud en gevolgen van de maatregelen op vlak van dienstverlening, voor diverse soorten verblijfsstatuten, en inzake verschillende rechten van vreemdelingen.

  

2. Dienstverlening burgerzaken

Gemeenten nemen specifieke maatregelen om in de continuïteit van een aantal basisdiensten bij burgerzaken te voorzien.

De Vlaamse Vereniging van Ambtenaren en Beambten Burgerlijke Stand (Vlavabbs) publiceerde op haar website een aparte pagina waarop voorbeelden van maatregelen vanuit diverse gemeenten en relevante aanbevelingen en instructies van de hogere overheid worden gebundeld. Ook de Vereniging van de Stad en de Gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (VSGB) stelt via haar website informatie ter beschikking aangaande de continuïteit van de dienstverlening aan de burger. De Omzendbrief van 24 maart 2020 van de FOD Binnenlandse Zaken - Directie Bevolking zet enkele uitzonderlijk en voorlopig versoepelde administratieve maatregelen uiteen. Verder deed DVZ een aantal aanbevelingen aan gemeenten over de procedures met betrekking tot de verwerking van vreemdelingendossiers.

Op basis van de voornoemde instructies en aanbevelingen kan de dienstverlening bij burgerzaken opgedeeld worden in enerzijds essentiële dienstverlening aan het loket of via elektronische weg en anderzijds, tenzij er sprake is van hoogdringendheid, niet-essentiële dienstverlening. Deze opdeling zal in het kader van de exit-strategie stilaan worden afgebouwd, zodat de doorstart van uitsluitend essentiële en dringende dienstverlening naar ook niet-essentiële dienstverlening kan worden gemaakt. Bij Omzendbrief van 20 mei 2020 laat de FOD Binnenlandse Zaken meer bepaald weten dat de uitzonderlijk en voorlopig versoepelde administratieve maatregelen inzake de bevolkingsregisters en de elektronische identiteitskaarten geleidelijk opgeheven kunnen worden vanaf 1 juni 2020. De uitbreiding van de mogelijkheid tot dienstverlening aan het loket wordt momenteel door gemeenten bekeken, zodat deze met respect voor de regels inzake social distancing kan plaatsvinden. In de tussentijd blijft men voornamelijk inzetten op elektronische dienstverlening bij burgerzaken.

De wijze waarop gemeenten dit in de praktijk organiseren kan onderling verschillen. Het is dan ook aangewezen om de website van de gemeente te consulteren voor specifieke informatie en eventuele recente wijzigingen.

 

2.1. Essentiële dienstverlening

2.1.1. Aan het loket

Voor het verlenen van sommige essentiële diensten zijn loketbezoeken mogelijk. Enkele voorbeelden hiervan zijn:

  • Opmaak van de geboorteakte, desnoods op basis van de (elektronische) kennisgeving van geboorte door ziekenhuis, arts, vroedvrouw,… en desnoods op basis van elektronische kennisgeving door de ouders van hun naamkeuze. De geboorteaangifte door de ouders moet in principe binnen de 15 dagen, maar kan desnoods door de ouders uitgesteld worden.
  • Erkenning van kind.
  • Voltrekken van gepland huwelijk. Het MB van 15 mei 2020 houdende wijziging van het MB van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, staat huwelijken toe in het bijzijn van maximum 30 personen. Iedereen moet 1,5 meter afstand kunnen houden.
  • Aanvraag en afgifte elektronische identiteits- of vreemdelingenkaarten wanneer er sprake is van dwingende en noodzakelijke redenen.

De meeste gemeenten voorzien in specifieke voorzorgsmaatregelen om de regels van ´social distancing´ en de gezondheidsregels van de FOD Volksgezondheid aan het loket te respecteren. In veel gemeenten wordt er bijvoorbeeld enkel nog op afspraak gewerkt om wachtrijen te vermijden. Daarnaast worden burgers opgeroepen om enkel voor dringende en strikt noodzakelijke dienstverleningen zich nog naar het loket te begeven.

Ongeacht de huidige omstandigheden moeten bepaalde situaties die verbonden zijn aan specifieke termijnen die verstrijken in de periode van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad, nog steeds gebeuren binnen de wettelijk bepaalde termijn. Zo stelt de FOD Justitie in haar communicatie van 16 april 2020 voorop dat reeds opgestarte procedures nog steeds binnen de wettelijk bepaalde termijn moeten worden verwerkt (bijvoorbeeld: de nationaliteitsverklaring, de aangifte van huwelijk na ontvangstbewijs, rechterlijke procedures en beslissingen) en dat onder meer de verklaring van naamskeuze na geboorte/adoptie/vaststelling tweede afstammingsband (art. 12 wet van 8 mei 2014 en art. 335, §3 en 335ter, §2 BW) nog steeds tijdig door de burger moet worden ingediend.

 

2.1.2. Elektronisch af te handelen

 
Met betrekking tot het houden van de bevolkingsregisters

Gemeenten moeten hun dienstverlening zoveel mogelijk op elektronische wijze aanbieden. De volgende diensten aangaande het houden van de bevolkingsregisters kunnen per mail, per brief of via het e-loket worden afgehandeld:

  • Aangifte overlijden
  • Het verzenden van de verschillende modellen voor de bevolkingsregistratie (2, 2bis, 3, 4, 5, 5bis, 6, 7, 8, 8bis, 9, 10 en 10bis)
  • Aangifte van de verandering van verblijfplaats
  • Afgifte van uittreksels en attesten opgemaakt aan de hand van de bevolkingsregisters (10 attesten beschikbaar via Mijn Dossier: uittreksel uit de registers, attest van hoofdverblijfplaats, attest van verblijfplaats met het oog op een huwelijk, attest van gezinssamenstelling, attest van leven, attest van Belgische nationaliteit, attest van Belgische kiezer, attest van wettelijke samenwoning, attest van wijze van teraardebestelling en/of rituelen)
  • Akten van burgerlijke stand (akten die werden opgemaakt vanaf 31-03-2019 zijn beschikbaar via Mijn Dossier)
  • Inzage en verbetering van de informatiegegevens opgenomen in het dossier van de burger

Burgers worden aangemoedigd om waar mogelijk de toepassing ´Mijn Dossier´ te gebruiken. De vier laatste diensten die hierboven genoemd worden zijn via deze toepassing beschikbaar.

Met betrekking tot vreemdelingendossiers (verblijfswetgeving)

De aanbevelingen van DVZ aan de gemeenten stellen ook een voornamelijk elektronische dienstverlening voorop. De volgende diensten voor vreemdelingen kunnen bijvoorbeeld elektronisch afgehandeld worden:

  • Aankomstverklaring en melding aanwezigheid
  • Verlenging kort verblijf
  • Verlenging van het verblijf na tijdelijk lang verblijf dat ten einde is
  • Indienen verblijfsaanvraag
  • Aanvraag verlenging verblijfsrecht of statuutswijziging
  • Aanvraag gezinshereniging

Het indienen van nieuwe verblijfsaanvragen of aanvragen tot verlenging van het verblijf kan al zeker tot 15 juni 2020 via digitale weg gebeuren.

We bespreken dit uitgebreid verder in dit nieuwsbericht.

 

2.2. Niet-essentiële dienstverlening

Hierna volgen een aantal voorbeelden van minder dringende dienstverlening.

Gelet op de huidige uitzonderlijke context kunnen deze diensten, tenzij de burger dwingende en noodzakelijke redenen kan aantonen op basis van een bewijs of attest van urgentie, voorlopig worden uitgesteld:

  • Huwelijksaangifte. De ambtenaar van burgerlijke stand kan al wel de gewenste huwelijksdatum registreren, de aangifte kan vervolgens gebeuren na de huidige periode van afzondering.
  • Verklaring van wettelijke samenwoning.
  • Aanvraag Belgische nationaliteit, ingediend door een meerderjarige vreemdeling, conform artikel 12bis en 24 WBN.
  • Uitschrijven uit bevolkingsregister.
  • Adreswijziging op chip.
  • Annulering niet-afgehaalde kaarten.
  • Onderzoek naar de reële verblijfplaats (tenzij er sprake is van ´dringende situaties´ of indien er andere bewijsstukken door de gemeente aanvaard worden, zie Omzendbrief 24-03-2020). We bespreken dit verder in deze nieuwsbrief onder punt 3.1.

Aangezien alle reizen naar het buitenland door de FOD Buitenlandse Zaken voor onafzienbare tijd worden afgeraden, kunnen de volgende diensten, onder voorbehoud, ook uitgesteld worden:

  • Aanvraag en afgifte elektronische identiteits- en vreemdelingenkaarten (let op: dat was zo volgens DVZ maar intussen roept DVZ op om dit wel opnieuw als prioritair te beschouwen, en ook FOD Binnenlandse Zaken roept op om vanaf 1 juni 2020 terug zoveel mogelijk de normale dienstverlening burgerzaken aan te bieden; verder is de algemene regel dat wie niet onmiddellijk het normale verblijfsdocument kon krijgen wel een bijlage 15 of 49 moet krijgen; en ook voor een essentiële reis of om andere dwingende en noodzakelijke redenen moet de elektronische kaart toch afgeleverd worden, zie verder ook punten 3 en 3.4)
  • Aanvraag en afgifte Kids-ID
  • Reistoelating minderjarige

Voor personen die moeten reizen om ‘essentiële redenen’, moeten gemeenten de mogelijkheid voorzien om op afspraak te komen voor de nodige documenten.

Meer info

  

3. Verblijfsdocumenten en inschrijving in het rijksregister

3.1. Geen woonstcontroles en attest van immatriculatie? Gevolgen en alternatief

Voor de woonstcontrole verwijst DVZ in zijn aanbevelingen aan de gemeenten naar de omzendbrief van 24 maart 2020 van de FOD Binnenlandse Zaken - Directie Bevolking betreffende versoepelde maatregelen over het houden van de bevolkingsregisters ten gevolge van het coronavirus.

Die omzendbrief bepaalt dat er toch een woonstcontrole uitgevoerd kan worden in dringende situaties door voorzorgsmaatregelen te nemen op gezondheidsgebied. Als voorbeeld van een ‘dringende situatie’ vermeldt de omzendbrief expliciet “een noodzakelijke inschrijving ter verkrijging van bepaalde rechten en voordelen”. Dat is onder meer het geval bij vreemdelingen met een lopende aanvraag gezinshereniging, verzoekers om IB en aanvragers van een medische regularisatie.

Ook stelt de omzendbrief dat gemeenten tijdens de ‘risico’-periode kunnen aanvaarden om bepaalde burgers in te schrijven in het rijksregister zonder voorafgaande woonstcontrole, op basis van bepaalde (andere) bewijsstukken (zoals een huurcontract, opening van meters, energiefacturen, internetabonnement enzovoort). Achteraf moet de gemeente het onderzoek naar de reële verblijfplaats uitvoeren ter verificatie.

Ook de Vlaamse Vereniging van Ambtenaren en Beambten Burgerlijke Stand vzw (Vlavabbs) vermeldt de mogelijkheid om alternatieve bewijzen te aanvaarden bij een woonstcontrole.

Dit is in lijn met de Ministeriële Besluiten van 18 en 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus te beperken, waarin de asiel- en migratiediensten, de integratie en inburgeringsdiensten en de uitbetalingsinstellingen van sociale prestaties gedefinieerd worden als ‘essentiële diensten’ die noodzakelijk zijn om de vitale belangen van de natie en de behoeften van de bevolking te beschermen.

De afgifte van het attest van immatriculatie (AI) kan volgens DVZ wel uitgesteld worden, behalve wanneer de vreemdeling werkt. De verlenging van het AI van verzoekers om internationale bescherming (die werken) kan nu steeds met vier maanden gebeuren (in plaats van maandelijks na twee jaar asielprocedure).

Nochtans is de inschrijving in het rijksregister (wachtregister, vreemdelingenregister of bevolkingsregister) en/of het bewijs van een wettig verblijf en/of de reden of aard van de juiste verblijfssituatie een praktisch noodzakelijke voorwaarde voor de uitoefening van tal van rechten, zoals onder meer:

  • het recht om te werken;
  • het recht en de plicht tot inburgering, de toegang tot volwassenenonderwijs (bv. voor lessen Nederlands als tweede taal);
  • het recht op OCMW-steun, werkloosheidsuitkering, gezinsbijslag en andere sociale rechten;
  • het recht en de plicht tot ziekteverzekering;
  • het openen van een bankrekening, het kopen van een prepaid telefoonkaart, en andere praktische rechten.

In alle gevallen waarin de gemeente onmogelijk onmiddellijk kan overgaan tot inschrijving in het rijksregister of tot afgifte van een verblijfsdocument waarop de vreemdeling recht heeft, verplicht artikel 119 Verblijfsbesluit de gemeente om minstens een bijlage 15 af te geven. De bijlage 15 bewijst een wettig verblijf, en afhankelijk van het hokje dat aangekruist wordt bewijst de bijlage 15 al dan niet een inschrijving in het rijksregister. Het bezit van dit document kan van belang zijn voor het recht op werken, op steun, op ziekteverzekering, inburgering,… van sommige categorieën vreemdelingen. Volgens DVZ zou de bijlage 15 nu uitzonderlijk voor 90 dagen kunnen afgeleverd worden, in pdf per e-mail.

In zijn aanbevelingen stelt DVZ dat gemeenten geen bijlage 15 mogen afgeven ter vervanging van een AI. Volgens DVZ slaat de zinsnede in artikel 119 Verblijfsbesluit “In alle gevallen waarin de gemeente onmogelijk onmiddellijk kan overgaan “hetzij tot inschrijving van de vreemdeling die zich aanmeldt, hetzij tot afgifte van de verblijfs- of vestigingsvergunning of van om het even welk verblijfsdocument” waarop de vreemdeling recht heeft”, niet op het AI. DVZ stelt dat artikel 119 Verblijfsbesluit pas ingevoerd werd in 2007 bij de overgang naar de elektronische vreemdelingenkaarten. Omdat de aanmaak van die kaarten enige tijd in beslag neemt, werd voorzien in de afgifte van een papieren bijlage 15. Deze dekt het verblijf tijdelijk. De term ‘verblijfsdocument’ zou alleen betrekking gehad hebben op de verklaring van inschrijving van Unieburgers.

Opmerkingen:

  • De interpretatie van DVZ is historisch onjuist. Het Verblijfsbesluit bevat al zeker sinds de jaren 1990 in artikel 119 Verblijfsbesluit de verplichting om een bijlage 15 af te geven telkens wanneer de gemeente niet onmiddellijk “[…] de verblijfs- of vestigingsvergunning of […] om het even welk verblijfsdocument” kan afleveren. Enkel de geldigheidsduur werd in 2007 gewijzigd van 15 naar 45 dagen. De verplichting van de gemeenten om een bijlage 15 af te geven, staat dus los van de invoering van de elektronische vreemdelingenkaarten.
  • Zo moeten gemeenten ook in normale (niet-corona) omstandigheden een bijlage 15 afgeven in afwachting van een woonstcontrole (bv. voor de afgifte van een AI).
  • Uit de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten blijkt duidelijk dat AI’s vallen onder het begrip ‘verblijfsdocument’ (zie artikel 6 §1 van die wet: “De gemeente geeft aan de Belgen een identiteitskaart, aan de vreemdelingen die toegelaten of gemachtigd zijn om voor een langere termijn dan drie maanden in het Rijk te verblijven of die gemachtigd zijn zich er te vestigen een vreemdelingenkaart, en aan de vreemdelingen die om een andere reden ingeschreven worden in de bevolkingsregisters overeenkomstig de bepalingen van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen een verblijfsdocument. De identiteitskaart, de vreemdelingenkaart en het verblijfsdocument gelden als bewijs van inschrijving in de bevolkingsregisters.”)
  • De interpretatie van DVZ is onredelijk. Volgen de letter en de geest van artikel 119 Verblijfsbesluit moeten gemeenten een bijlage 15 afgeven als zij ten gevolge van COVID-19 niet onmiddellijk een AI kunnen afgeven.

Meer info

 

3.2. Bijlage 35

Volgens de aanbevelingen van DVZ aan de gemeenten kan zowel de eerste afgifte, als de verlenging van de bijlage 35 (dat het verblijf dekt van de vreemdeling tijdens een automatisch schorsende beroepsprocedure bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV)), via elektronische weg bezorgd worden aan de vreemdeling (in pdf). De bijlage 35 kan uitzonderlijk met drie maanden verlengd worden (in plaats van 1 maand). Wanneer de beroepsprocedure beëindigd is zal de bijlage 35 niet meer verlengd worden.

Opmerkingen:

  • Deze aanbeveling van DVZ wordt enkel gegeven bij de bijlage 35 afgegeven in het kader van een procedure gezinshereniging en een verzoek om IB. Maar een bijlage 35 wordt ook afgegeven in andere schorsende beroepsprocedures, zoals beroepen tegen beslissingen ten aanzien van Unieburgers, derdelands studenten, enzovoort (zie art. 39/79 Vw). Het lijkt logisch dat de aanbeveling ook geldt voor de andere bijlagen 35.

 

3.3. Verlengingen en statuutswijzigingen tijdig aanvragen

De oproepingen die de gemeente moet versturen voor het vervallen van de elektronische vreemdelingenkaarten B, C, D, E, E+, F en F+ worden per post of per e-mail aan de betrokken vreemdeling bezorgd. De gemeente maakt hierbij gebruik van het e-mailadres dat werd geregistreerd in het rijksregister. Op de oproeping moet de gemeente de datum vermelden waarop men zich bij de dienst bevolking moet aanmelden. Gezien de huidige situatie stelt de omzendbrief van 24 maart 2020 betreffende versoepelde maatregelen over het houden van de bevolkingsregisters ten gevolge van het coronavirus voorop dat burgers (met respect voor de regels inzake ´social distancing´) zich vanaf mei, onder voorbehoud van de verdere evolutie van de gezondheidscrisis, zouden kunnen aanmelden voor de vernieuwing van hun kaart.

Aanvragen tot verlenging van een verblijfsrecht of een statuutswijziging moeten nog altijd op tijd ingediend worden bij de gemeente. Uitzonderlijk kan dit via elektronische weg.

Als de A kaart vervalt en de verlenging werd tijdig met alle nodige bewijzen aangevraagd, stuurt de gemeente een bijlage 15 of 49 in pdf met een geldigheid van 90 dagen (in plaats van de gebruikelijke 45 dagen). De gemeente moet dan het tweede hokje aanvinken op de bijlage 15 (´om de vernieuwing van zijn verblijfs- of vestigingsvergunning of zijn EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene aan te vragen. (art. 33 of 101)´). Als een vreemdeling de verlenging van zijn A kaart op basis van medische regularisatie (9ter Vw) tijdig aangevraagd heeft, maar nog geen medisch attest kan voorleggen, omdat zijn behandelende arts niet beschikbaar is ten gevolge van de COVID-19-pandemie, kan er uitzonderlijk toch een bijlage 15 afgegeven worden, geldig voor 90 dagen.

Bij een statuutswijziging die tijdig aangevraagd wordt, met alle bewijzen, bezorgt de gemeente via elektronische weg een attest van inontvangstname in de vorm van een bijlage 1 (bij de omzendbrief 21 juni 2007). Dit geldt niet voor een statuutswijziging naar zelfstandige (met voorlegging beroepskaart of bewijs vrijstelling).

Bij een positieve beslissing over de verlenging of de statuutswijziging kan de gemeente een bijlage 15 bezorgen in pdf. De gemeente moet dan het laatste hokje aanvinken (´om het verblijfsdocument, de verblijfs-of vestigingsvergunning of de EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene waarop hij recht heeft te ontvangen (art. 119)´).

 

3.4. Geen afgifte nieuwe elektronische vreemdelingenkaarten?

Volgens DVZ moest de gemeente van midden maart tot mei alleen in geval van dwingende en noodzakelijke redenen voor vreemdelingen de mogelijkheid voorzien om toch op afspraak een (nieuwe) elektronische kaart aan te vragen. Het gaat om de gevallen waar de vreemdeling wel een verblijfsrecht heeft, maar (nog) geen kaart. Als voorbeelden van dwingende en noodzakelijke redenen gaf DVZ telewerk en essentiële reizen. Maar dit is een niet-limitatieve opsomming. Ook wanneer het bezit van de kaart noodzakelijk is ter verkrijging van bepaalde rechten, moet de aanvraag van een kaart bijvoorbeeld mogelijk zijn (zie, naar analogie de omzendbrief van 24 maart 2020 en de website van Vlavabbs, besproken in punt 3.1.).

In alle andere gevallen krijgt de vreemdeling, in afwachting van zijn kaart, een bijlage 15 of 49 die de gemeente in pdf bezorgt via elektronische weg.

De gemeente moet telkens het laatste hokje aanvinken op de bijlage 15 (´om het verblijfsdocument, de verblijfs-of vestigingsvergunning of de EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene waarop hij recht heeft te ontvangen (art. 119)´). Deze bijlage 15 is uitzonderlijk 90 dagen geldig.

Alleen als het derdelands familielid van een Unieburger een F+ kaart wil aanvragen en zijn F kaart vervalt, krijgt hij naast de bijlage 22 een bijlage 15 waarop het eerste hokje aangeduid is (´om een aanvraag voor een machtiging tot vestiging of een aanvraag voor het verkrijgen van de status van EU-langdurig ingezetene in te dienen (art. 30)´). Deze bijlage 15 is geldig voor de resterende duur van de aanvraag van de F+ kaart (= maximum vijf maanden).

Sinds mei 2020 roept DVZ de gemeenten op om de afgifte en verlenging van de verblijfsdocumenten als prioritair te beschouwen. Ook de omzendbrief van de FOD Binnenlandse Zaken van 20 mei 2020 stelt dat de gemeenten vanaf 1 juni 2020 terug zoveel mogelijk de normale dienstverlening burgerzaken moeten aanbieden.

  

4. Reizen

4.1. Tijdelijke inreisbeperking voor de EU

Sinds 17 maart 2020 zijn de Europese buitengrenzen (EU+ IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland) tijdelijk gesloten voor derdelanders die een niet-essentiële reis ondernemen. De maatregel werd genomen om de verdere verspreiding van COVID-19 tegen te gaan. Hij gold in eerste instantie voor dertig dagen maar werd intussen verlengd tot 7 juni 2020. De Europese Commissie vraagt de lidstaten om reizen naar de EU te verbieden tot 15 juni 2020 (EU COM(2020)222) .

Niet-ingezeten onderdanen van derde landen kunnen

  • de toegang tot het grondgebied geweigerd worden wegens gevaar voor de volksgezondheid wanneer zij relevante symptomen vertonen of sterk aan besmettingsgevaar zijn blootgesteld (artikel 2, punt 21, artikel 6, lid 1, e) en artikel 14 Schengengrenscode)
  • in isolatie of quarantaine worden geplaatst.

Inreizen in de Schengenzone blijft wel mogelijk voor:

  • Onderdanen van de EU-lidstaten, IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland en hun familieleden
  • Onderdanen van derde landen die langdurig ingezetene zijn op grond van de richtlijn langdurig ingezetenen en personen die hun verblijfsrecht aan andere EU-richtlijnen of aan het nationale recht ontlenen of over een nationaal visum voor verblijf van langere duur beschikken
  • Buitenlandse diplomaten, personeel van internationale organisaties, militair personeel en humanitaire hulpverleners en civiele beschermingspersoneel bij de uitoefening van hun functie
  • Gezondheidswerkers, onderzoekers op het gebied van gezondheid en beroepskrachten uit de ouderenzorg
  • Grensarbeiders
  • Seizoensarbeiders in de landbouw
  • Reizigers in transit (met inbegrip van personen die zijn gerepatrieerd door middel van consulaire bijstand)
  • Vervoerspersoneel
  • Passagiers die om dwingende gezinsredenen reizen
  • Britse onderdanen
  • Personen die internationale bescherming behoeven of om andere humanitaire redenen reizen, met inachtneming van het beginsel van non-refoulement. 

Meer info

 

4.2. Toegang tot België voor derdelanders

Verbod op niet-essentiële reizen

Niet-essentiële reizen naar België zijn verboden sinds 3 april 2020. Deze maatregel werd intussen meermaals verlengd en geldt voorlopig tot en met 7 juni 2020 (MB 23 maart 2020 zoals gewijzigd door MB 15 mei 2020). De website van DVZ meldt dat het verbod geldt tot 15 juni 2020.

De werking van Belgische ambassades en consulaten is drastisch teruggeschroefd:

  • Het is voorlopig onmogelijk om een visumaanvraag voor een kort verblijf in te dienen, behalve voor essentiële reizen.
  • Reeds ingediende visumaanvragen worden nog behandeld. Als een positieve beslissing wordt genomen over de visumaanvraag, wordt het visum enkel afgegeven wanneer het een essentiële reis betreft. Voor niet-essentiële reizen wordt het visum pas afgegeven wanneer de situatie genormaliseerd is en op voorwaarde dat de betrokkene nog aan de binnenkomstvoorwaarden voldoet.

Personen die een geldig visum kort verblijf hebben, moeten elke niet-essentiële reis uitstellen tot de situatie genormaliseerd is. Als de geldigheidsduur van het uitgereikte visum op dat moment niet volstaat om de duur van de uitgestelde reis te dekken, kan een nieuw visum worden aangevraagd met volgende documenten:

  • het visumaanvraagformulier met de nieuwe data van de reis,
  • het betalingsbewijs van de handling fee,
  • een kopie van het reisdocument en het visum dat voor de uitgestelde reis werd afgegeven,
  • stavingstukken in verband met de nieuwe reis zoals een nieuwe uitnodiging, een nieuwe datum die vastgelegd is voor een conferentie, zakelijke ontmoeting,…
  • een reisziekteverzekering die de duur dekt van de nieuwe reis.

Personen die een geldig visum lang verblijf hebben (bijvoorbeeld gezinshereniging, werk, studies), moeten elke niet-essentiële reis uitstellen tot de situatie genormaliseerd is. Als de geldigheidsduur van het uitgereikte visum op dat moment niet volstaat om de duur van de uitgestelde reis te dekken, kan een nieuw visum aangevraagd worden met volgende documenten:

  • het visumaanvraagformulier met de nieuwe data van de reis,
  • het betalingsbewijs van de handling fee,
  • een kopie van het reisdocument en het visum dat voor de uitgestelde reis werd afgegeven,

De consulaten van de lidstaten (en mogelijk ook de externe dienstverleners die visumaanvragen verzamelen) moeten de visumaanvragen van de volgende categorieën reizigers wél aanvaarden en behandelen:

  • familieleden van EU-burgers die onder Richtlijn 2004/38/EG vallen,
  • gezondheidswerkers, onderzoekers op het gebied van gezondheid en beroepskrachten uit de ouderenzorg,
  • grensarbeiders,
  • vervoerspersoneel,
  • diplomaten, personeel van internationale organisaties, militair personeel en humanitaire hulpverleners bij de uitoefening van hun functie,
  • reizigers die tussen aansluitende vluchten buiten het Schengengebied via internationale luchthaventransitzones moeten reizen,
  • passagiers die om dwingende gezinsredenen reizen.

De visumaanvragen worden behandeld op grond van de Visumcode en de richtsnoeren inzake minimale dienstverlening.

De Europese Commissie beveelt aan om standaard meervoudige inreisvisa en visa voor meervoudige luchthaventransits af te geven met een geldigheidsduur van ten minste zes maanden en een toegestane verblijfsduur van 90 dagen (behalve voor luchthaventransitvisa).

Doorreis en facilitering van doorreis

In een mededeling laat de Europese Commissie weten dat de lidstaten de doorreis moeten faciliteren van

  • EU-burgers en hun familieleden, ongeacht hun nationaliteit,
  • alsmede onderdanen van derde landen die houder zijn van een verblijfsvergunning en personen te hunnen laste,

die terugkeren naar de lidstaat waarvan zij de nationaliteit hebben of waar zij wonen.

Dit geldt met name voor EU-burgers en hun familieleden die na in het buitenland gestrand te zijn naar de EU worden gerepatrieerd, ongeacht of zij aankomen op commerciële vluchten, op chartervluchten of met vliegtuigen van de nationale overheid.

De lidstaten wordt verzocht de luchtvaartmaatschappijen in kennis te stellen van de vrijstelling van de tijdelijke reisbeperking voor de EU-burgers die naar huis reizen.

Meer info

 

4.3. Intra-Schengenreizen

Om de verdere verspreiding van het COVID-19-virus tegen te gaan, voeren verschillende Europese lidstaten op dit moment opnieuw grenscontroles uit aan hun grenzen.

Het gaat om een tijdelijke maatregel die genomen kan worden in geval van een ernstige bedreiging voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid (artikel 25 Schengengrenscode). De maatregel mag maximum dertig dagen duren of zolang men voorziet dat de ernstige bedreiging zal duren. De maatregel kan meerdere keren verlengd worden met maximum dertig dagen tot in totaal maximum zes maanden of twee jaar (in uitzonderlijke omstandigheden).

De website van de Europese Commissie lijst op welke (lid)staten in het licht van de COVID-19-crisis tijdelijke grenscontroles hebben ingevoerd aan (een deel van) hun grenzen en voor hoelang. Het gaat momenteel om België, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Hongarije, Letland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Spanje, Tsjechië en Zwitserland.

In geval van tijdelijk ingevoerde grenscontrole mag de grens van de betrokken lidstaat enkel worden overschreden via een officiële grensdoorlaatpost.

Op 16 maart 2020 vaardigde de Europese Commissie een aantal richtsnoeren uit die de lidstaten moeten respecteren bij hun grenscontroles zoals:

  • Lidstaten moeten altijd hun eigen onderdanen en vreemdelingen met een wettig verblijf toelaten tot hun grondgebied.
  • Lidstaten moeten de doorreis mogelijk maken van andere EU-burgers en ingezetenen die naar huis terugkeren.
  • Lidstaten moeten het verkeer van grensarbeiders mogelijk maken en faciliteren.
  • Lidstaten mogen gezondheidscontroles uitvoeren. Personen die duidelijk ziek zijn, mogen de toegang tot het grondgebied niet worden geweigerd maar moeten toegang hebben tot passende gezondheidszorg. Omwille van gevaar voor besmetting hebben lidstaten het recht personen tijdelijk in quarantaine te plaatsen.

Het vrij personenverkeer van EU-burgers en hun familieleden binnen de EU en het recht van wettig verblijvende derdelanders om kort te verblijven op het grondgebied van andere Schengenlidstaten staat momenteel onder druk door de verregaande maatregelen van sommige lidstaten. Daardoor is het vrij verkeer binnen de EU momenteel niet gegarandeerd.

De Europese Commissie wijst op het belang van een terugkeer naar het onbeperkte vrij verkeer van personen en naar het herstel van de integriteit van het Schengengebied, naarmate de gezondheidssituatie verbetert en de lidstaten erin slagen de verspreiding van het virus in te dammen. Op 13 mei deed de Europese Commissie in het kader hiervan een aantal aanbevelingen in verband met een gefaseerde opening van de grenzen. In fase 1 zouden tussen een aantal landen die in een gelijkaardige epidemiologische situatie zitten de grenzen geopend kunnen worden met toepassing van een aantal extra veiligheidsmaatregelen. Dit zou in fase 2 moeten leiden tot een volledige heropening van de grenzen. De Europese Commissie somt een aantal criteria op waaraan deze versoepeling moet voldoen en benadrukt dat er bij de heropening van de grenzen voorrang gegeven moet worden aan grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders, en dat discriminatie van verschillende werknemers uit de EU moet worden vermeden.

Meer info

4.4. Reizen naar het buitenland

In het licht van de COVID-19-crisis zijn alle niet-essentiële reizen vanuit België verboden sinds 23 maart 2020. De maatregel geldt voorlopig tot en met 7 juni 2020.

De FOD Buitenlandse Zaken raadt alle reizen naar het buitenland af. Steeds meer landen nemen maatregelen (quarantaine, sluiten van de grenzen,…) waardoor de normale doorgang over de grenzen momenteel niet gegarandeerd kan worden. Er is bovendien een risico om in het buitenland geblokkeerd te geraken want er worden steeds minder vluchten georganiseerd.

Vreemdelingen die om essentiële redenen moeten reizen naar het buitenland en die een verblijfskaart hebben waarvan de geldigheidsduur tijdens hun afwezigheid uit België zal verstrijken, moeten vóór hun vertrek de vernieuwing van hun verblijfskaart aanvragen. Zonder geldige verblijfskaart is voor derdelanders in principe een visum vereist om de Schengenzone opnieuw te kunnen betreden.

Meer info

 

4.5. Terugkeervisum

Vreemdelingen met een wettig verblijf in België die tijdelijk in het buitenland verblijven, behouden in de regel hun verblijfsrecht en hun recht op terugkeer gedurende een periode van een jaar op voorwaarde dat ze:

  • bij terugkeer in het bezit zijn van een geldige verblijfskaart en
  • zich binnen vijftien dagen na terugkeer aanmelden bij de gemeente in geval van een afwezigheid van meer dan drie maanden (art. 39, §1 Vb).

Voor erkende vluchtelingen (A of B kaart), langdurig ingezetenen (D kaart), houders van een Europese blauwe kaart (H kaart) en familieleden van Unieburgers met een duurzaam verblijfsrecht (F+ kaart) geldt een verruimd recht op terugkeer (art. 19, §1 Vw).

Als de verblijfskaart verstrijkt tijdens het voorgenomen verblijf in het buitenland moet de vernieuwing van de verblijfskaart worden aangevraagd vóór het vertrek naar het buitenland (artikel 39, §4 Vb).

DVZ heeft via aanbevelingen aan de gemeenten laten weten dat vreemdelingen die door de COVID-19-pandemie in het buitenland vastzitten met een verstreken verblijfskaart en die naar België wensen terug te keren, een terugkeervisum (type C) kunnen bekomen op voorlegging van volgende documenten:

  • het bewijs dat betrokkene minder dan een jaar (of minder dan de duur van het verruimd recht op terugkeer) uit België afwezig was
  • het bewijs dat hij bij de gemeente de nodige stappen had gezet om zijn verblijfskaart te vernieuwen vóór het verstrijken ervan (zoals een document waaruit blijkt dat de vernieuwing werd aangevraagd vóór het vertrek naar het buitenland, bewijs van een contact met de verblijfsgemeente, bewijs van een afspraak bij de gemeente)

Vreemdelingen die vóór hun vertrek naar het buitenland geen contact hebben gehad met de gemeente met het oog op de vernieuwing van hun verblijfskaart, kunnen dit dus alsnog (bijvoorbeeld per mail) doen vanuit het buitenland voor zover hun verblijfskaart nog niet verstreken is.

Het is niet duidelijk of ook vreemdelingen die ten gevolge van de COVID-19-pandemie niet naar België zijn kunnen terugkeren waardoor hun verblijfskaart ondertussen verstreken is, van deze regeling gebruik kunnen maken.

Op voorlegging van het terugkeervisum levert de gemeente een nieuwe verblijfskaart af. In het geval van een A of H kaart worden eerst de verlengingsvoorwaarden gecontroleerd.

Meer info

  

5. Visumaanvragen in het buitenland

5.1. Geen aanvragen en afgifte visa

Tot nader order aanvaarden de Belgische posten geen visumaanvragen meer en leveren ze geen visa meer af, behalve in het geval van een essentiële reis (dit wil zeggen dat de aanvrager een essentiële functie of behoefte heeft). De meeste visa application centers zijn gesloten. Meer info hierover en de behandeling van hangende visumaanvragen, vind je op de website van DVZ.

 

5.2. Gevolgen voor gezinshereniging

Dat er momenteel geen visumaanvragen meer ingediend kunnen worden kan verregaande gevolgen hebben voor gezinshereniging. Bij gezinshereniging gelden er tal van termijnen en leeftijdsvoorwaarden: als de aanvraag niet tijdig ingediend wordt zal er in sommige gevallen geen recht op gezinshereniging meer bestaan of gelden er (veel) strengere voorwaarden:

  • De echtgenoot, partner, minderjarige kinderen en meerderjarig gehandicapte kinderen van een persoon met internationale bescherming (IB) of een persoon die medisch geregulariseerd is, zijn vrijgesteld van de voorwaarden voor gezinshereniging voor zover de aanvraag ingediend wordt binnen het jaar na de toekenning van de status van IB of medische regularisatie (en voor zover de verwantschapsband al bestond voor de persoon met IB of medisch geregulariseerde een verblijfsrecht in België bekwam). Dient men de aanvraag in na een jaar dan gelden de normale regels en zal de referentiepersoon onder meer moeten bewijzen dat hij een stabiel en toereikend inkomen heeft.
  • De derdelander met een onbeperkt verblijfsrecht in België, de persoon met IB of medische geregulariseerde die zich ‘alleen’ laat vervoegen door zijn minderjarig kind, moet geen stabiele, regelmatige en toereikende bestaansmiddelen bewijzen. Deze vrijstelling geldt alleen tijdens de minderjarigheid van het kind.
  • Een derdelander met verblijfsrecht in België kan zich alleen laten vervoegen door zijn minderjarige kinderen. Van zodra de kinderen 18 jaar zijn vervalt dus hun recht op gezinshereniging.
  • Een Belg en Unieburger kan zich laten vervoegen door zijn (klein)kinderen. Van zodra het (klein)kind 21 jaar is geldt de bijkomende voorwaarde dat het (klein)kind ten laste moet zijn van de Belg/Unieburger.
  • Een minderjarige persoon met IB of medisch geregulariseerde die het land binnenkwam als niet-begeleide minderjarige vreemdeling (NBMV) kan zich alleen gedurende de minderjarigheid laten vervoegen door zijn ouders, met uitzondering van het kind dat tijdens de asiel- of 9terprocedure meerderjarig werd: in dat geval behouden de ouders gedurende tenminste drie maanden na de toekenning van de IB of medische regularisatie het recht op gezinshereniging. Ook personen met IB of medisch geregulariseerden die hun status bekwamen minder dan drie maanden voor de meerderjarigheid, kunnen zich gedurende tenminste drie maanden na de toekenning van de IB of medische regularisatie laten vervoegen door hun ouders (zie HvJ 12 april 2018, nr. C-550/16 en RvV 30 augustus 2019, nr. 225.451). We bespraken deze rechtspraak in een nieuwsbericht van januari 2020. In ´Meer info´ vind je een link.
  • Een ouder kan zich alleen vervoegen met zijn Belgisch kind zolang het kind minderjarig is. Van zodra het kind 18 jaar is vervalt dus het recht op gezinshereniging.

Om te voorkomen dat een familielid ná de opheffing van de COVID-19-maatregelen géén recht op gezinshereniging meer heeft of alleen nog gezinshereniging kan vragen onder strengere voorwaarden, is het aangewezen dat dit familielid nu zijn intentie kenbaar maakt om een visum gezinshereniging aan te vragen. Dit kan door:

  • het online aanvraagformulier in te vullen op de website van het visa application center en/of
  • per mail je intentie te uiten aan de Belgische post en DVZ om een tijdige aanvraag in te dienen. Voeg in bijlage alle vereiste documenten toe. Vermeld daarbij uitdrukkelijk dat je wegens overmacht ten gevolge van de COVID-19-maatregelen (sluiting visa application center en/of onmogelijkheid om visumaanvragen in te dienen), onmogelijk tijdig je visumaanvraag kon indienen.

Uit rechtspraak van het Hof van Justitie (HvJ) volgt dat wanneer een laattijdige aanvraag gezinshereniging objectief verschoonbaar is op grond van overmacht, termijnen niet strikt toegepast mogen worden. We bespraken deze rechtspraak in een nieuwsbericht van januari 2019. In ´Meer info´ vind je een link.

Het is dus belangrijk dat je aantoont dat je er alles aan deed om tijdig een aanvraag in te dienen (dit wil zeggen vóór het verstrijken van een termijn of leeftijdsgrens), maar dat dit onmogelijk was door redenen onafhankelijk van je wil.

Op zijn website meldt DVZ dat het de COVID-19-maatregelen in de herkomstlanden zal beschouwen als ‘uitzonderlijke omstandigheden’ (= overmacht) die de indiening van de aanvraag verhinderd hebben op het moment waarop het familielid een recht op gezinshereniging had of aan minder strenge voorwaarden moest voldoen.

Maar DVZ waarschuwt dat hiermee niet onbeperkt rekening gehouden wordt: als aan de leeftijdsvoorwaarde niet (meer) voldaan was vooraleer de COVID-19-maatregelen van kracht werden zullen deze maatregelen de laattijdige indiening van de aanvraag niet kunnen rechtvaardigen. Deze beperking is ook van toepassing op het familielid dat zijn aanvraag niet indiende binnen een termijn die hem in staat stelde om van minder strenge voorwaarden te genieten. Anderzijds moet het familielid volgens DVZ ook bewijzen dat het alle noodzakelijke maatregelen genomen heeft om zijn aanvraag in te dienen zodra dit opnieuw mogelijk zal zijn.

 

5.3. DNA-procedure bij gezinshereniging gewijzigd

DVZ wijzigde de DNA-procedure in het kader van een visumaanvraag gezinshereniging. Alle informatiesessies worden uitgesteld naar een latere datum. Afspraken voor bloedafnamen van familieleden in België worden opgeschort en verschillende posten in het buitenland nemen geen bloedmonsters meer af. Meer informatie vind je op de website van DVZ.

Meer info

 

6. Gezinshereniging in België

6.1. Elektronische aanvraag gezinshereniging

Je kan de aanvraag uitzonderlijk indienen bij de gemeente via e-mail. Op voorlegging van het bewijs van de verwantschap of partnerschap en van een identiteitsdocument maakt de gemeente de bijlage 19ter op (gezinshereniging met een Belg/Unieburger), 15bis (gezinshereniging met een derdelander met onbeperkt verblijfsrecht) of 41bis (gezinshereniging met een derdelander met beperkt verblijfsrecht) en verstuurt die in pdf naar de aanvrager. De behandelingstermijn begint zoals normaal te lopen op de datum van de bijlage 19ter/15bis/41bis.

Opmerking AgII: Volgens de verblijfswetgeving moeten gemeenten een bijlage 19ter afgeven op voorlegging van (alleen) het bewijs van verwantschap. Het bewijs van identiteit mag tot drie maanden na datum van de bijlage 19ter geleverd worden. Daarentegen mag een bijlage 15bis en 41bis volgens de verblijfswetgeving alleen afgeleverd worden na indiening van alle vereiste documenten (dus ook, indien van toepassing, een bewijs van voldoende huisvesting, bestaansmiddelen enzovoort). De aanbevelingen van DVZ wijken dus af van de verblijfswetgeving.

 

6.2. Geen attest van immatriculatie?

De afgifte van het attest van immatriculatie (AI) kan (maar moet niet) volgens DVZ opgeschort worden, behalve wanneer de vreemdeling moet werken.

Opmerking AgII: Nochtans is het bewijs van een wettig verblijf en/of de reden of aard van de juiste verblijfssituatie een praktisch noodzakelijke voorwaarde voor de uitoefening van tal van rechten, zie hierboven punt 3.1. In alle gevallen waarin de gemeente onmogelijk onmiddellijk kan overgaan tot de afgifte van een verblijfsdocument waarop de vreemdeling recht heeft, verplicht artikel 119 Verblijfsbesluit de gemeente om minstens een bijlage 15 af te geven. De bijlage 15 bewijst een wettig verblijf, en afhankelijk van het hokje dat aangekruist wordt bewijst de bijlage 15 al dan niet een inschrijving in het rijksregister. Het bezit van dit document kan van belang zijn voor het recht op werken, op steun, op ziekteverzekering, inburgering,… van sommige categorieën vreemdelingen. Volgens DVZ zou de bijlage 15 nu uitzonderlijk voor 90 dagen kunnen afgeleverd worden, in pdf per e-mail.

 

6.3. Bewijs bestaansmiddelen bij ‘tijdelijke werkloosheid’ ten gevolge van COVID-19

Wat als de referentiepersoon (Belg of derdelander) op het moment van het indienen/poging tot indiening of tijdens een lopende aanvraag gezinshereniging tijdelijk werkloos wordt ten gevolge van COVID-19?

Volgens de Verblijfswet komt een werkloosheidsuitkering alleen in aanmerking als bestaansmiddel bij gezinshereniging als de referentiepersoon ook bewijst actief op zoek te zijn naar werk. Maar tijdelijk werklozen moeten pas na drie maanden werkloosheid (bij overmacht) respectievelijk zes maanden werkloosheid (bij economische oorzaken) beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt en werkzoekend zijn (zie artikel 34 en 35 MB van 26 november 1991 houdende toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering).

Gelet op de rechtspraak van het GwH (nr 121/13 B.17.6.4 en B.55.3) kan moeilijk geëist worden van de gezinshereniger dat hij bewijst actief op zoek te zijn naar werk als het MB van 26 november 1991 hem (tijdelijk) van die verplichting vrijstelt. Vermeld daarom zeker bij je aanvraag dat de referentiepersoon tijdelijk werkloos is ten gevolge van de COVID-19-crisis en dat er ingevolge het MB van 26-11-1991 de eerste drie of zes maanden niet actief gezocht moet worden naar werk.

Het is mogelijk dat het bedrag van de bestaansmiddelen, ten gevolge van de tijdelijke werkloosheid, minder dan 120% van het leefloontarief bedraagt. In principe moet DVZ dan een individuele behoefteanalyse uitvoeren om na te gaan of jij en je gezin kan rondkomen met dit lager bedrag zonder ten laste te vallen van de sociale bijstand.

In de praktijk verwacht DVZ dat de aanvrager zelf proactief de bewijzen, nodig voor de individuele behoefteanalyse, overmaakt bij zijn aanvraag (niettegenstaande andersluidende rechtspraak, die we bespraken in een nieuwsbericht van september 2019. In ´Meer info´ vind je een link.). Maak dus best alle stukken over die daarvoor relevant kunnen zijn (bv. lage vaste kosten, extra inkomsten, spaargelden, het tijdelijke karakter van de verminderde inkomsten ten gevolge van COVID-19).

Artikel 17 richtlijn 2003/86/EG (gezinshereniging met een derdelander) en artikel 42 Verblijfswet (gezinshereniging met een Belg) verplichten DVZ bij een eventuele weigering van een aanvraag gezinshereniging rekening te houden met alle individuele elementen van het dossier. De huidige COVID-19-crisis is een relevant element waarmee rekening gehouden moet worden.

Op zijn website bevestigt DVZ dat het rekening zal houden met de mogelijke impact van de COVID-19-crisis op de situatie van de gezinshereniger. Volgens DVZ kan het voor een gezinshereniger die tijdelijk werkloos is, (tijdelijk) moeilijk zijn om te bewijzen dat hij over stabiele, regelmatige en voldoende inkomsten, huisvesting of een ziekteverzekering beschikt.

Meer info

 

7. Unieburgers (lang verblijf) in België

Bijlagen 19 kunnen elektronisch aangevraagd worden bij de gemeente, met een kopie van het bewijs van Unieburgerschap. De gemeente stuurt de bijlage 19 vervolgens in pdf naar de Unieburger. De gemeente schrijft een Unieburger ook onmiddellijk in het wachtregister in (op het verklaarde adres).

Volgens de verblijfswetgeving gebeurt de woonstcontrole bij Unieburgers pas achteraf. Wanneer de gemeente bevoegd is om zelf een aanvraag goed te keuren (bijvoorbeeld bij een aanvraag van een EU-werknemer, -zelfstandige, -student; zie artikel 51 §3 Verblijfsbesluit) kan het digitaal een bijlage 8 in pdf bezorgen.

Unieburgers die een verlenging van hun E kaart vragen of een E+ kaart wensen, kunnen van de gemeente via elektronische weg een bijlage 8 of 8bis in pdf-vorm krijgen.

Unieburgers die voor het eerst een E+ kaart willen aanvragen kunnen op digitale wijze een bijlage 22 indienen. Als de E kaart vervalt tijdens de aanvraag van de E+ kaart kan de gemeente een bijlage 8 in pdf bezorgen.

 

8. Arbeidsmigranten in België

Ook de gewesten passen hun dienstverlening aan naar aanleiding van COVID-19. Zo worden onder meer de volgende maatregelen genomen in verband met arbeidsmigranten:

  • Wie het Schengengrondgebied door overmacht niet kan verlaten en van DVZ een verlenging voor 90 dagen kort verblijf krijgt, kan via een versnelde procedure een arbeidskaart bekomen om in deze periode te werken.
  • Aanvragen voor arbeidskaarten en gecombineerde vergunningen kunnen per mail worden ingediend in plaats van per post.
  • Er wordt rekening gehouden met periodes van tijdelijke werkloosheid bij de berekening van jaarlijkse salarisbarema’s.

Een overzicht vind je hier:

Verder zullen door de gemeente afgeleverde bijlages 49 uitzonderlijk 90 dagen geldig zijn, zowel bij een eerste toelating als bij een verlenging van de gecombineerde vergunning. Deze bijlage 49 zal via mail in pdf aan de betrokkene bezorgd worden. Bij een eerste machtiging dient de betrokkene wel nog een foto te bezorgen aan de gemeente.

 

9. Kort verblijf in België

Derdelanders en Unieburgers die niet op hotel verblijven, moeten in principe hun aankomst op het Belgisch grondgebied melden aan de gemeente van hun verblijf binnen de 3 respectievelijk 10 werkdagen. De gemeente levert dan aan de betrokkene een aankomstverklaring (bijlage 3) respectievelijk melding van aanwezigheid (bijlage 3ter) af als bewijs van aanmelding.

In zijn aanbevelingen aan de gemeenten laat DVZ weten dat:

  • de betrokkene zich voor de aanmelding momenteel niet fysiek naar de gemeente hoeft te begeven. Het volstaat om een e-mail te sturen naar de gemeente met in bijlage een kopie van het paspoort en visum (in voorkomend geval) of van de nationale identiteitskaart. De gemeente maakt dan de aankomstverklaring of melding van aanwezigheid per e-mail aan de betrokkene over.
  • de gemeenten ook een bijlage 3 of een bijlage 3ter mogen afleveren aan vreemdelingen die hun aankomst niet binnen de wettelijk voorziene termijn aan de gemeente hebben gemeld maar nog geen 90 dagen op het grondgebied verblijven.

Meer info

  

10. Medische regularisatie in België

In de medische verblijfsprocedure volgens artikel 9ter Verblijfswet wordt er een onderscheid gemaakt tussen twee situaties:

 

10.1. Betrokkene ontving nog geen beslissing over de 9ter-aanvraag of heeft al een AI maar nog geen beslissing ten gronde

Als DVZ het dossier ontvankelijk verklaart, geeft DVZ normalerwijze aan de gemeente instructie om betrokkene in het vreemdelingenregister in te schrijven na woonstcontrole en een attest van immatriculatie (AI) af te leveren.

Volgens de aanbevelingen van DVZ kan de afgifte van het AI door de gemeente uitgesteld worden. Het af te geven AI kan door de gemeente wel al geregistreerd worden in het vreemdelingenregister.

Wanneer er geen (positieve) woonstcontrole plaatsvindt, kan een vreemdeling volgens DVZ niet ingeschreven worden in het vreemdelingenregister en kan er dus ook geen AI afgeleverd worden. DVZ verwijst wel naar de omzendbrief van 24 maart 2020 en stelt dat het mogelijk is dat het onderzoek naar de reële verblijfplaats (punt 1.2. omzendbrief) kan gebeuren met inachtneming van de nodige voorzorgsmaatregelen. Het zal dan later noodzakelijk zijn het onderzoek naar de reële verblijfplaats uit te voeren, zelfs indien het onderzoek werd uitgesteld of voorlopig werd aanvaard op basis van bepaalde bewijsstukken.

Ook de verlenging van een AI kan volgens DVZ uitgesteld worden. Maar ook de verlenging kan al geregistreerd worden in het vreemdelingenregister.

Opmerking: In alle gevallen waarin de gemeente niet onmiddellijk het verblijfsdocument kan geven waarop de vreemdeling recht heeft, verplicht artikel 119 Verblijfsbesluit de gemeente om minstens een bijlage 15 af te geven. DVZ betwist echter dat de bijlage 15 nu in plaats van een AI kan afgeleverd worden. Dat klopt echter niet, zie punt 3.1.

 

10.2. Betrokkene ontving een positieve beslissing over de 9ter-aanvraag

10.2.1. Afgifte van elektronische vreemdelingenkaarten (A of B)

Er gelden uitzonderlijk en voorlopig versoepelde administratieve maatregelen voor de oproepingen die de gemeente moet versturen ingeval van verval van een B kaart zoals omschreven in de omzendbrief van 24 maart 2020 (punt 2.1.).

Een afgifte van een elektronische vreemdelingenkaart kan volgens DVZ uitgesteld worden, omdat alle reizen naar het buitenland door de FOD Buitenlandse Zaken afgeraden worden. De gemeente moet in afwachting een bijlage 15 geven, wat uitzonderlijk in een pdf per e-mail kan doorgestuurd worden door de gemeente aan de vreemdeling. De vreemdeling moet dan wel nog een foto bezorgen aan de gemeente als het gaat om een eerste machtiging. De geldigheid van deze bijlage is uitzonderlijk 90 dagen.

Voor personen die omwille van dwingende en noodzakelijke redenen (zoals telewerk en essentiële reizen) toch een kaart nodig hebben, moet de gemeente wel de mogelijkheid voorzien om op afspraak een nieuwe kaart aan te vragen.

 

10.2.2. Aanvragen verlenging A kaarten

De aanvragen tot verlenging dienen nog steeds tijdig ingediend te worden.

Er bestaat wel de mogelijkheid deze elektronisch in te dienen bij de gemeente. De gemeente stuurt deze zoals gebruikelijk door naar de bevoegde dienst per e-mail.

Door de corona-epidemie, is het voor sommige vreemdelingen niet mogelijk om de nodige medische attesten te bekomen omdat hun behandelende artsen niet beschikbaar zijn.

In het kader van de 9ter procedure heeft Medimmigrant een beveiligde WORD versie ontworpen voor het standaard medisch attest, door DVZ goedgekeurd. Dit document kan voortaan ook digitaal ingevuld worden door de arts.

Als de A kaart vervalt en de verlenging werd tijdig aangevraagd met de nodige bewijsstukken dan moet de gemeente een bijlage 15 afgeven, ook als er nog geen medisch attest wordt voorgelegd. Uitzonderlijk kan dit via elektronische weg in pdf overgemaakt worden en is de geldigheid van deze bijlage 90 dagen.

Meer info

Webpagina Medische regularisatie (9ter)

 

11. Humanitaire regularisatie in België (9bis)

11.1. Procedure

Nadat de gemeente een 9bis-aanvraag per post ontvangt, gaat deze normalerwijze over tot een woonstcontrole. Na een positieve woonstcontrole stuurt de gemeente de aanvraag door naar DVZ.

Zoals de omzendbrief van 24 maart 2020 betreffende versoepelde maatregelen over het houden van de bevolkingsregisters ten gevolge van het coronavirus vooropstelt, kunnen gemeenten deze woonstcontroles uitvoeren met inachtneming van de nodige voorzorgsmaatregelen of op basis van alternatieve bewijsstukken.

Indien de woonstcontrole op deze wijze positief is, kan de gemeente het attest van inontvangstname (bijlage 3 van de omzendbrief van 21 juni 2007) opstellen en uitzonderlijk in pdf naar de aanvrager versturen. Vervolgens zal de aanvraag overgemaakt worden aan DVZ.

Indien de woonstcontrole niet kan gebeuren, moet deze op een latere datum ingepland worden. Er kan dus geen niet in overwegingneming (bijlage 2 van de omzendbrief van 21 juni 2007) door de gemeente opgemaakt worden aangezien er geen negatieve woonstcontrole is.

 

11.2. Betrokkene ontving een positieve beslissing

De aanvraag en afgifte van de nieuwe elektronische vreemdelingenkaart kan voorlopig uitgesteld worden, tenzij er sprake is van dwingende en noodzakelijke redenen. In afwachting van deze afgifte ontvangt de vreemdeling van de gemeente een bijlage 15 die in pdf per e-mail wordt verstuurd. De geldigheid van deze bijlage is uitzonderlijk 90 dagen. Bij een eerste machtiging dient de vreemdeling een foto te bezorgen aan de gemeente.

Indien er een positieve woonstcontrole kan plaatsvinden, kan de betrokkene reeds in het vreemdelingenregister ingeschreven worden na een positieve beslissing van DVZ. Er zal noodzakelijkerwijze op latere datum dan nog wel een onderzoek naar de reële verblijfplaats uitgevoerd worden, zelfs indien het onderzoek werd uitgesteld of voorlopig werd aanvaard op basis van bepaalde bewijsstukken.

Meer info

Webpagina Humanitaire regularisatie (9bis)

 

12. Internationale bescherming en opvang in België

12.1. Toegang tot asiel

12.1.1. UNHRC roept op tot respecteren internationale wetgeving

In de nota “Belangrijke juridische overwegingen over de toegang tot het grondgebied voor personen die internationale bescherming behoeven in het kader van COVID-19” van 16 maart 2020, vestigt UNHCR de aandacht erop dat de maatregelen die regeringen nemen verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor personen die internationale bescherming zoeken. Maatregelen om de volksgezondheid te beschermen zijn nodig, maar ze mogen er niet toe leiden dat mensen geen enkele mogelijkheid meer hebben om bescherming te vragen. Dit zou in strijd zijn met:

  • het recht om asiel te vragen (artikel 18 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie) en
  • het non-refoulementbeginsel.

Staten hebben de plicht om ten aanzien van personen die aan hun grenzen zijn aangekomen, onafhankelijk onderzoek te doen naar de nood aan internationale bescherming en ervoor te zorgen dat zij geen risico lopen op refoulement. Deze personen moeten informatie krijgen in een taal die ze begrijpen en de mogelijkheid om een formeel asielverzoek in te dienen bij de bevoegde autoriteit.

De maatregelen die de staten nemen, mogen niet discriminerend zijn en moeten noodzakelijk, evenredig en redelijk zijn in verhouding tot het doel van de bescherming van de volksgezondheid. In het algemeen de toegang weigeren aan vluchtelingen, asielzoekers of personen met een bepaalde nationaliteit of nationaliteit, zonder bewijs van een gezondheidsrisico en zonder maatregelen ter bescherming tegen refoulement, is discriminerend en voldoet niet aan de internationale normen.

Indien gezondheidsrisico's worden vastgesteld kunnen andere maatregelen worden genogmen, zoals tests en/of quarantaine, om de komst van asielzoekers op een veilige manier te beheren. Wanneer deze maatregelen neerkomen op detentie, mag deze niet willekeurig of discriminerend zijn, en moet ze voor een beperkte periode zijn en in overeenstemming met wettelijk voorziene procedurele waarborgen en de internationale normen.

Het verhinderen dat mensen bescherming kunnen vragen, zou er bovendien voor zorgen dat deze mensen verder doorreizen, op zoek naar een staat die bereid is hen wel op te vangen, wat op zich dan weer kan bijdragen aan de verdere verspreiding van het virus, aldus UNHRC.

In een nota van 18 maart 2020 reageert UNHCR in dezelfde lijn op de specifieke maatregelen die de Europese Commissie uitvaardigde over de interne en externe grenzen.

Op 9 april publiceerde UNHCR een nota met praktische aanbevelingen en goede praktijken binnen de Europese lidstaten. De nota focust op toegang tot het grondgebied, registratie, opvang, detentie, de asielprocedure, en het informeren van vluchtelingen en staatlozen. Zo raadt UNHCR aan een basisregistratie verder te zetten. Zo blijft de vaststelling van een legaal verblijf en de toegang tot de rechten verzekerd. Bovendien onstaat zo geen grote achterstand in de behandeling van dossiers. In landen waar elk direct contact verboden is, kan een digitaal systeem waarbij een aanvraag tot registratie moet gedaan worden, volgens UNHCR een tijdelijke oplossing bieden. Bijstand bij het doen van deze aanvraag kan de kwaliteit verhogen. Bijstand geven kan bijvoorbeeld via telefoon, online of door culturele bemiddelaars. De afgifte en/of verlenging van verblijfdocumenten kan als algemene maatregel worden afgekondigd of kan volledig worden geautomatiseerd, bijvoorbeeld via e-mail. Deze documenten, met inbegrip van bewijzen van registratie, zorgen immers voor legaal verblijf en toegang tot diensten, waaronder gezondheidsdiensten. Dit is ook essentieel vanuit het oogpunt van de volksgezondheid. In sommige landen werden verblijfsdocumenten automatisch verlengd (vb. Portugal, Ierland, en Italië), of werd ‘een bewijs van de intentie om internationale bescherming te vragen’ afgeleverd (vb. Bosnië).

Meer info

 

12.1.2. Aanmeldcentrum gesloten: verzoek om internationale bescherming kan enkel op afspraak

DVZ besloot in overleg met de minister van Asiel en Migratie Maggie De Block om vanaf 17 maart 2020, en voor onbepaalde tijd, geen nieuwe verzoekers om IB meer te registreren in het aanmeldcentrum in het Klein Kasteeltje. Dat betekende concreet dat nieuwe verzoekers om IB sindsdien ook geen opvang meer kregen in ons land.

Op vrijdag 3 april 2020 startte DVZ met een systeem van online registratie. Personen die een verzoek om IB willen doen, moeten eerst een afspraak maken via dit aanvraagformulier. Ook personen die eerder een negatieve Dublinbeslissing (bijlage 26quater) kregen maar waarvoor de overdrachtstermijn verstreken is, moeten een afspraak maken via dit online formulier.

Het gaat om een digitaal formulier opgesteld in het Nederlands en Frans, waarop de verzoekers hun identiteits- en contactgegevens moeten invullen en een foto en identiteitsdocumenten uploaden. Deze scans of foto’s moeten aan strikte vereisten voldoen. Deze zijn omschreven in de toelichting die bij het formulier hoort. Onderaan deze pagina staan vertalingen in verschillende talen van deze toelichting.

  • Zo mag het niet om familiefoto’s of foto’s uit het dagelijks leven gaan, maar moeten ze voldoen aan de normen voor een pasfoto.
  • Van de identiteitskaart, het paspoort en andere reisdocumenten van elk gezinslid, ook minderjarige kinderen, moet een kwaliteitsvolle foto van elke pagina of elke kant van het document toegevoegd worden.

Elke volwassene binnen het gezin, dus ook meerderjarige kinderen, moet een apart formulier invullen. Minderjarige kinderen moeten enkel vermeld worden op het formulier van de moeder, als zij ook een verzoek om IB wil doen.

Na de online indiening van het formulier ontvangt de verzoeker een afspraak op het mailadres dat hij heeft vermeld. De aanmelding moet samen met het hele gezin gebeuren. Het is niet toegelaten om buiten de datum en het uur van de afspraak naar het aanmeldcentrum te gaan. DVZ verwerkt er de registratie en de indiening van het verzoek simultaan.

De opvang gebeurt de eerste dagen in het aanmeldcentrum, waar een sociale en medische screening gebeurt. Sinds 24 april worden alle nieuwkomers in het aanmeldcentrum getest op Covid-19. Wie positief test of symptomen vertoont, moet (eventueel samen met de familie) in isolatie blijven in het medische gedeelte van het aanmeldcentrum tot hij of zij genezen is. In het merendeel van de gevallen, vindt op de vijfde dag in het aanmdcentrum of in het OOC voor NBMV nog een tweede test plaats bij personen die bij aankomst geen sumptimen vertoonden en negatief testten. In geval van een positief resultaat, verhuist de betrokkene naar een kamer in de isolatie-eenheid en wordt een contactopvolging opgestart.

Op voorwaarde dat ze geen ziektesymptomen hebben, worden de verzoekers na dit eerste verblijf naar een opvangcentrum in de tweede fase, meer bepaald de nieuwe opvangstructuren in Sijsele, Marcinelle, Etterbeek en Herbeumont, waar ze gedurende de verdere asielprocedure kunnen verblijven. De transfers gebreuren sinds 6 mei in principe terug met het openbaar vervoer. NBMV worden met een taxi overgebracht, of vertrekken in groep, waarbij een privé-bus wordt ingelegd.

Iedere persoon die een toewijzing aan het opvangnetwerk krijgt, ontvangt een masker voor zijn verplaatsing.

NBMV worden naar een observatie-en oriëntatiecentrum overgebracht.

Volgens communicatie in de pers zou er in eerste instantie voorrang gegeven worden aan gezinnen met kinderen, NBMV, zwangere vrouwen en andere kwetsbare personen, om het opvangnetwerk niet verder te overbelasten. Ook in de instructies van Fedasil geeft men aan dat het aantal asielaanvragen beperkt zal blijven tot de operationele capaciteit van DVZ en Fedasil en dat er voorrang wordt gegeven aan de meest kwetsbaren. Het aantal uitnodigingen bleef tot hiertoe dan ook beperkt.

Het infopunt van Fedasil binnen het aanmeldcentrum blijft gesloten. Enkel de volgende personen kunnen zich daar aanbieden voor opvang:

  • Personen die uitgenodigd zijn door Fedasil in het kader van een veroordeling of een tijdelijke uitsluiting
  • Personen die zijn vrijgelaten uit gesloten centra en recht hebben op opvang (het gaat om personen in een lopende asielprocedure of personen die internationale bescherming bekwamen in het gesloten centrum)
  • Kwetsbare NBMV

Er is dus momenteel geen re-integratie in het opvangnetwerk mogelijk voor verzoekers die hun opvangplaats hadden verlaten.

Verzoekers om IB die reeds in het aanmeldcentrum verbleven, kunnen er blijven. De dienst Dispatching van Fedasil binnen het aanmeldcentrum regelt verder transfers vanuit het aanmeldcentrum naar tweede fase opvang.

Meer info

 

12.1.3. Kritische noot van Vluchtelingenwerk Vlaanderen

De volledige sluiting van het aanmeldcentrum voor nieuwe verzoeken om IB was niet conform de richtlijnen van UNHCR en in strijd met het recht om asiel aan te vragen en het beginsel van non-refoulement. Personen die een verzoek om IB wilden doen, kwamen de afgelopen weken voor een gesloten deur te staan zonder enige informatie en kregen ook geen opvang. Daaronder ook NBMV´s die niet als ´kwetsbaar´ worden aangemerkt.

De regering nam intussen maatregelen om de registratieprocedure aan te passen en voorziet nu een digitale aanmelding, wat een positieve stap is. Alleen vrezen wij dat een digitaal formulier dat enkel in het Nederlands en Frans is opgesteld, en dat strikte voorwaarden oplegt over de op te laden foto’s en documenten weinig toegankelijk is voor veel verzoekers om IB. Uit de communicatie in de pers blijkt dat hiervoor op de bijstand van NGO’s wordt gerekend, maar dit werd niet afgestemd met die NGO's.

Verder blijft het belangrijk dat mensen die zich spontaan aanmelden aan het aanmeldcentrum in verschillende talen ingelicht worden over het online registratiesysteem en over diensten en organisaties die daarbij kunnen helpen (na afstemming met deze diensten). De vraag stelt zich ook hoe de maatregel bekend werd gemaakt aan de verzoekers die eerder voor een gesloten deur stonden en zelf een oplossing moesten zoeken op vlak van opvang.

Uit de praktijk blijkt dat vele praktische drempels de digitale aanmelding bemoeilijken. Veel verzoekers zijn niet vertrouwd zijn met het gebruik van e-mail. Zij hebben ook niet steeds toegang tot internet, of de mogelijkheid om hun gsm op te laden. Dit geldt zeker voor verzoekers die op straat verblijven. Dit zorgt ervoor dat ze afhankelijk zijn van de hulp van anderen om het formulier in te vullen én nadien op de hoogte te blijven van de afspraak die hen toegezonden wordt. Bovendien krijgt niet elke verzoeker snel een afspraak. Sommigen wachten reeds meer dan een week. In tussentijd verblijven velen op straat of bij kennissen, vrienden of familie, zonder bewijs van een wettig verblijf.

We stellen ons dan ook de vraag of deze digitale registratie voldoet aan de richtlijnen van het UNHCR. De digitale registratie wordt immers niet geflankeerd door ondersteunende maatregelen die ervoor zorgen dat iedereen die een nood aan bescherming heeft, ook effectief toegang vindt tot de asielprocedure en opvang.

Meer info

Communicatie van Vluchtelingenwerk Vlaanderen

 

12.2. Beperkte dienstverlening asielinstanties

12.2.1. Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ)

De dienst Asiel van de DVZ op de Pachecolaan blijft gesloten. Voor personen met een afspraak nadat ze het online formulier invulden, doet DVZ zowel de registratie als de indiening van het verzoek om IB in het aanmeldcentrum.

Geplande interviews en afspraken in het Pachecogebouw zijn uitgesteld. DVZ zal de verzoeker zelf informeren over een nieuwe datum. De personen voor wie het interview niet kon doorgaan, of voor wie er een toekomstige datum op de bijlage 26(quinquies) staat, mogen zich dus niet op eigen initiatief aanbieden. Het is daarom heel belangrijk alle adreswijzigingen te blijven communicerenv aan DVZ en aan het CGVS, via aangetekende zending en door middel van dit formulier:

https://www.cgvs.be/sites/default/files/formulieren/verklaring_wijziging_gekozen_woonplaats.pdf

DVZ is intussen in samenspraak met Fedasil bewoners uit het opvangnetwerk beginnen uitnodigen. In de weken van 4 en 11 mei ging het enkel om bewoners in het aanmeldcentrum en bewoners uit het opvangcentrum in Zaventem. Vanaf 18 mei worden ook bewoners uit andere opvangcentra opgeroepen. Op basis van een lijst die door DVZ aan Fedasil werd bezorgd zijn bewoners geïdentificeerd die aan de criteria voldoen, omschreven in het vademecum van 13 mei 2020 van Fedasil:In de eerste fase worden enkel alleenstaanden en koppels zonder kinderen uitgenodigd. Als de procedure op punt staat, zullen ook andere verzoekers worden uitgenodigd.

Zijn uitgesloten:

  • Zieke bewoners (covid-19 symptomen of bevestigd, andere)
  • Bewoners die behoren tot de covid-19 risicogroep of de bewoners die in quarantaine geplaatst zijn.
  • Bewoners met een extreem kwetsbaar profiel (bvb meerdere medische problemen, ernstige psychologische problematiek…).
  • Bewoners met kind(eren)
  • Bewoners die tijdens het interview incidenten kunnen veroorzaken. Het betreft hier bewoners zich niet aan de Covid-preventiemaatregelen hebben gehouden.

Op basis van de lijst met geselecteerde bewoners stuurt DVZ een uitnodiging naar de verzoeker. Dat gebeurt via het mailadres dat de centra hebben doorgegeven. Er zitten minimaal 7 kalenderdagen tussen het verzenden van de mail en de dag van de afspraak. Bij de mail voegt DVZ ook richtlijnen toe over de preventie van besmetting van Covid-19.  Het centrum informeert de bewoner over de preventieve maatregelen zoals de verplichting een mondmasker te dragen op het openbaar vervoer, en bij binnenkomst en gedurende hun verblijf in het Pachecogebouw. De verzoeker moet ook een tweede mondmasker bijhebben wanneer de reis langer dan 8 uren duurt. Het centrum geeft de bewoner ook een attest van verplaatsing mee waarop staat dat de verplaatsing kadert in het verzoek om internationale bescherming en dus essentieel is.

Wanneer de verzoeker niet naar de afspraak kan komen, informeert het centrum DVZ daarvan. Het kan gaan om ziekte, maar ook om andere reden zoals wanneer een bewoner het centrum verlaten heeft onder de regeling met de maaltijdcheques of vanwege logies bij de werkgever in het kader van seizoensarbeid. Het centrum moet wel eerst de verzoeker contacteren en nagaan of deze al dan niet naar de afspraak kan gaan. DVZ zal de bewoner  zelf uitnodigen op een later tijdstip.

Als de verzoeker niet op de afspraak opdaagt, zonder een reden te hebben gecommuniceerd, stuurt DVZ een convocatie per aangetekende zending op. Als de persoon daarna nog steeds niet naar de afspraak komt zonder een reden op te geven, zal DVZ de asielprocedure afsluiten en een bevel om de grondgebied te verlaten (BGV) betekenen. Op het einde van de termijn hiervan, betekent het centrum ook het einde van de materiële hulp.

DVZ stelde ook een groot aantal personen die in detentie waren in vrijheid. Daaronder bevinden zich personen die een verzoek om IB deden aan de grens. Zij zouden een brief meegekregen hebben dat zij zich bij het aanmeldcentrum kunnen aanmelden voor een opvangplaats (zie hierboven).

De cel Dublin binnen de DVZ zet het werk verder. Er worden nog steeds bijlagen 26quater afgeleverd, samen met de nieuwe bijlage ´verklaring vrijwillige terugkeer´ (De nieuwe bijlage bespraken we in een nieuwsbericht. Je vindt een link hieronder).

Vragen kunnen per e-mail worden gesteld op volgend adres: infodesk@ibz.fgov.be.

Vragen in  verband met het eerste interview bij DVZ kunnen gesteld worden aan:

NL-dossiers: asiel.interviews@ibz.fgov.be

FR-dossiers: asile.interviews@ibz.fgov.be

Noot van Vluchtelingenwerk Vlaanderen:

Wanneer de verzoeker, zonder een reden te hebben gecommuniceerd, niet opdaagt op de afspraak die DVZ aan het centrum mailde, stuurt DVZ een nieuwe convocatie per aangetekende zending. Als de verzoeker na deze tweede uitnodiging nog niet naar de afspraak komt zonder een reden op te geven, sluit DVZ de asielprocedure af en betekent een bevel om het grondgebied te verlaten (BGV).

Deze bepaling in het vademecum is volgens ons niet in overeenstemming met artikel 50, §3, laatste lid van de Verblijfswet. Dit bepaalt dat een verzoek om IB dat wordt gedaan, maar vervolgens op de aangewezen datum niet daadwerkelijk wordt ingediend, van rechtswege vervalt, tenzij de vreemdeling aantoont dat dit te wijten was aan omstandigheden waarop hij geen invloed had. Als de verzoeker zich op een latere datum toch aanmeldt om zijn verzoek daadwerkelijk in te dienen, dan wordt het dossier heropend en het verzoek opnieuw geregistreerd, maar nu als een daadwerkelijk ingediend verzoek.

Als DVZ omwille van de niet-aanmelding voor het eerste interview nu echter een BGV aflevert, betekent dat dat het verzoek, als de persoon zich nadien terug aanmeldt, geregistreerd zal worden als een volgend verzoek. Dat heeft verregaande gevolgen voor de asielprocedure en het recht op opvang.

Volgens artikel 57/6/5 §1, 1° van de verblijfswet kan het CGVS een beslissing tot beëindiging van de behandeling van het verzoek om IB nemen wanneer de verzoeker zich niet aanmeldt op de vastgestelde datum en hiervoor binnen een bepaalde termijn geen geldige reden opgeeft. Maar dit gaat niet over de fase van indiening van het verzoek, noch over een beslissing van DVZ.

Verder voerde een instructie van Fedasil van 20 januari 2020 de toepassing in van artikel 4, §1, 2° van de Opvangwet. Dat bepaalt dat Fedasil het recht op materiële hulp kan beperken wanneer een verzoeker gedurende een redelijke termijn niet voldoet aan de meldingsplicht, aan verzoeken om informatie te verstrekken of te verschijnen voor een persoonlijk onderhoud. De instructie voerde een procedure in om vanuit de opvangcentra meer controle uit te oefenen over de effectieve opvolging van de asielprocedure door de verzoeker. Ze is er specifiek op gericht te vermijden dat de verzoeker niet zou overgaan tot de daadwerkelijke indiening van het verzoek en geen bijlage 26 bekomt. De instructie laat toe dat de opvangstructuren het recht op opvang beperken tot medische hulp (toekenning van een code 207 no show) wanneer de verzoeker geen stappen onderneemt om de situatie te regulariseren. Van zodra hij de situatie regulariseert en in het bezit komt van de bijlage 26, kan hij zich terug aanmelden voor opvang.

Het laatste vademecum, dat stelt dat DVZ een BGV zal afleveren bij niet-aanmelding, gaat echter veel verder, gezien dit de verzoeker om IB in onwettig verblijf plaatst en het recht op opvang beëindigt.

We stelden de afgelopen tijd vast dat veel verzoekers praktische problemen ondervinden bij het gebruik van email en internet.  Veel verzoekers die omwille van de maatregelen in het kader van Covid-19 niet mogen (re-)integreren in het opvangnetwerk bevinden zich bovendien in precaire opvangsituaties. Het is voor velen niet evident om een gekozen woonplaats te communiceren. Voor hen dreigt deze bepaling in het vademecum ernstige gevolgen te hebben.

Meer info

 

12.2.2. Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS)

 

Heropstart gehoren CGVS

Sinds 13 maart vonden er geen persoonlijke onderhouden op het CGVS meer plaats. De interviews via videoconferentie in gesloten centra gingen enkel door indien er voldoende garanties waren voor het respecteren van ‘social distancing’ in het gehoorlokaal.

Vanaf 8 juni begint het CGVS terug met persoonlijke onderhouden. In de eerste fase zullen bewoners van opvangcentra worden uitgenodigd. Personen in individuele opvang en die op een privéadres verblijven, worden in deze fase niet of slechts zeer uitzonderlijk uitgenodigd. De werkwijze is gelijkaardig aan de heropstart van de gehoren bij DVZ.

Het gaat in het begin enkel om alleenstaanden en koppels zonder kinderen. Dit om te vermijden dat teveel personen zich tegelijkertijd op dezelfde plaats bevinden.

De volgende groepen worden voorlopig uitgesloten:

  • Zieke bewoners (covid-19 symptomen of bevestigd, andere)
  • Bewoners die behoren tot de covid-19 risicogroep of de bewoners die in quarantaine geplaatst zijn.
  • Bewoners met een extreem kwetsbaar profiel (bvb meerdere medische problemen, ernstige psychologische problematiek…) die de aanwezigheid van een vertrouwenspersoon tijdens het gehoor wensen.
  • Bewoners met kind(eren)
  • Bewoners die tijdens het interview incidenten kunnen veroorzaken. Het betreft bewoners zich niet aan de Covid-preventiemaatregelen hebben gehouden.

Op basis van een lijst die het CGVS naar de hoofdzetel van Fedasil stuurde, zijn de bewoners die in aanmerking komen geïdentificeerd. Sinds 26 mei is het CGVS gestart met uitnodigingen sturen via het mailadres dat de centra hebben doorgegeven. Er zitten minimaal 8 kalenderdagen tussen het verzenden van de mail en de dag van de afspraak.

Het centrum informeert de bewoner over de preventieve maatregelen zoals de verplichting een mondmasker te dragen op het openbaar vervoer, en in het gebouw van het CGVS. Tijdens het persoonlijk onderhoud mag het mondmasker wel uit omdat in de gehoorlokalen de veiligheid door andere maatregelen voldoende gegarandeerd wordt. Het centrum geeft de bewoner ook een attest mee waarop staat dat de verplaatsing kadert in het verzoek om internationale bescherming en dus essentieel is.

Wanneer de verzoeker niet naar de afspraak kan komen, informeert het centrum het CGVS per mail. Het CGVS zal de bewoner, indien de reden gegrond (overmacht of één van de bovenstaande uitsluitingscriteria) is, zelf uitnodigen op een later tijdstip.

Als de verzoeker niet op de afspraak opdaagt, zonder een reden te hebben gecommuniceerd, stuurt het CGVS een convocatie per aangetekende zending op. Als de persoon daarna nog steeds niet naar de afspraak komt zonder een reden op te geven, zal het CGVS de asielprocedure afsluiten met een “technische weigering”.

Het CGVS heeft de balies gevraagd dat zij de advocaten informeren over de veiligheidsvoorwaarden die het CGVS hanteert en dat ze de rechtsbijstand aan de verzoekers moeten verzekeren door beschikbaar te zijn voor de voorbereiding van het persoonlijk onderhoud en er ook fysiek bij aanwezig te zijn.

Het CGVS omschrijft in een communicatie de verschillende maatregelen die genomen zijn in detail. Zo worden verzoekers gespreid opgeroepen en het aantal gehoren per dag is beperkt. Dit aantal zal gradueel toenemen Een gehoorlokaal wordt slechts één keer gebruikt per dag en er zijn plexiwanden voorzien tussen de aanwezige personen. Een mondmasker wordt ter beschikking gesteld wanneer iemand hier niet over beschikt. Er mogen maximum 4 personen aanwezig zijn tijdens het gehoor: de protection officer, tolk, advocaat en de verzoeker. Gehoren waarbij meer personen aanwezig zijn, zoals een voogd of vertrouwenspersoon bij niet-begeleide minderjarige verzoekers, kunnen in de eerste fase niet plaatsvinden. Een beperkte groep van niet begeleide minderjarige verzoekers kan volgens deze communicatie van het CGVS echter in het kader van een pilootproject gehoord worden via skype. In de convocatiebrief zal het CGVS vragen om zo mogelijk vooraf per mail een kopie van alle stukken over te maken.

De verzoekers van wie het CGVS het persoonlijk onderhoud annuleerde, krijgen een nieuwe oproepingsbrief. Ze hoeven hiervoor geen contact op te nemen met het CGVS.

Beslissingen en attesten

Het CGVS gaat sinds het begin van de maatregelen verder met het nemen van beslissingen voor dossiers die in behandeling zijn en waarvoor al een persoonlijk onderhoud plaats vond.

  • Ze werken dossiers af waarin al een persoonlijk onderhoud plaatsvond
  • Ze gaan na voor welke dossiers ze een beslissing kunnen nemen zonder persoonlijk onderhoud.

Het CGVS neemt verder beslissingen, ook wanneer de verzoeker, advocaat of voogd, door de huidige omstandigheden niet de gelegenheid had om tijdig opmerkingen over te maken over de notities van het persoonlijk onderhoud. Er wordt tijdelijk geen beroep gedaan op artikel 57/5quater, § 3, vijfde lid, van de Verblijfswet, dat stelt dat een verzoeker wordt geacht in te stemmen met de notities van het persoonlijk onderhoud wanneer deze geen opmerkingen doorstuurt voordat het CGVS de beslissing neemt. Verzoekers kunnen dus momenteel nog opmerkingen maken bij een eventueel beroep bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV). Dit geldt voor kopieën van notities van het persoonlijk onderhoud die vanaf 2 maart 2020 tot het einde van de inperkingsperiode per aangetekende brief zijn verstuurd.

Erkende vluchtelingen die een attest omtrent vrouwelijke genitale verminking (VGV) moeten voorleggen, moeten van zodra dit terug mogelijk is een afspraak met hun arts maken en na deze afspraak meteen het attest aan het CGVS bezorgen.

Vragen tot het bekomen van attesten worden behandeld. Erkende vluchtelingen en staatlozen kunnen hun vragen en aanvragen om documenten te verkrijgen, aan de helpdesk voor erkende vluchtelingen stellen, via cgrefugees@ibz.fgov.be of via telefoon op 02/205 53 07.

Adreswijzigingen en post

Het is heel belangrijk alle adreswijzigingen te blijven communiceren aan het CGVS. Verzoekers kunnen hun adreswijziging momenteel ook per mail sturen naar cgra-cgvs.advocate@ibz.fgov.be. Het CGVS beschouwt het doorgegeven adres in dat geval enkel als een effectieve woonplaats en niet als de gekozen woonplaats. Het blijft dus belangrijk om de adreswijziging ook via een aangetekende zending aan het CGVS mee te delen. Enkel zo kan men de gekozen woonplaats vaststellen voor verdere briefwisseling.

Het CGVS stuurt zoals voordien de beslissing via aangetekende zending naar de verzoeker en per gewone post naar de advocaat. Daarnaast versturen ze momenteel, uitzonderlijk, een e-mail naar de advocaat met daarin een kopie van de beslissing. Verzoekers om internationale bescherming die woonplaats hebben gekozen bij het CGVS en die willen weten of een beslissing is genomen, kunnen hiervoor telefonisch of per mail contact opnemen met de helpdesk advocaten. Verzoekers die een kopie van hun beslissing willen, kunnen hun vraag per mail stellen, met daarin duidelijk het rijksregisternummer vermeld. De helpdesk asielprocedure/advocaten kan je bereiken via cgra-cgvs.advocate@ibz.fgov.be of via telefoon op 02/205 53 05.

Als een maatschappelijk werker inzage wil in een dossier moet de verzoeker hem daartoe machtigen. Daarvoor moet hij een ondertekend document met volmacht bezorgen aan het CGVS

Het onthaal van het CGVS is enkel open voor mensen die een oproeping voor een persoonlijk onderhoud ontvangen hebben. Anderen die zich toch aanbieden, krijgen een folder met uitleg over de wijze waarop zij terecht kunnen bij het CGVS of andere diensten (bv. DVZ indien zij zich als verzoeker om IB willen aanmelden).

Noot van Vluchtelingenwerk Vlaanderen

Het is nog niet duidelijk in welke dossiers het CGVS een beslissing zal nemen zonder dat een persoonlijk onderhoud heeft plaats gevonden.

Volgens artikel 57/5ter van de Verblijfswet moet elke verzoeker minstens eenmaal opgeroepen worden voor een persoonlijk onderhoud. De enige mogelijke uitzonderingen zijn wanneer:

  • het CGVS je kan erkennen als vluchteling op basis van het beschikbare bewijs;
  • het CGVS van oordeel is dat je niet kan gehoord worden als gevolg van blijvende omstandigheden waar je geen invloed op hebt. Bij twijfel kan het CGVS hierover een arts raadplegen. In dit geval worden de nodige inspanningen gedaan om je de kans te geven om de nodige informatie te verstrekken;
  • het om een volgend verzoek gaat en het CGVS een beslissing kan nemen op basis van de nieuwe elementen die bij DVZ werden voorgelegd.

 

12.2.3. Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV)

Tot en met 18 mei 2020 gingen enkel zittingen door in het kader van de beroepen in uiterst dringende noodzakelijkheid en in het kader van de versnelde procedures.

Vanaf 19 mei 2020 herneemt de RvV stelselmatig de reguliere zittingen. In het begin zal een beperkt aantal zaken per zitting worden behandeld. Daarbij gelden enkele maatregelen:

  • Enkel de personen die opgeroepen zijn, krijgen toegang tot het gebouw. Per zaak gaat het om de advocaat van de verzoeker, de verzoeker als hij of zij in persoon wil verschijnen, de advocaat of de vertegenwoordiger van het betrokken bestuur en, indien nodig, een tolk. Aan advocaten vraagt de RvV om waar mogelijk de cliënt te vertegenwoordigen. De partijen worden verzocht om hun oproepingsbrief bij te hebben ter controle aan de ingang.
  • Bij binnenkomst kan de temperatuur van bezoekers worden gemeten. Bij koorts kan de toegang tot het gebouw ontzegd worden.
  • Elke bezoeker moet een eigen mondmasker dragen. Dit mondmasker mag enkel worden afgezet wanneer de voorzitter het aangeeft tijdens de zitting en indien de minimale afstand van 1,5 meter kan worden gerespecteerd.
  • Er worden geen toga’s of kluisjes ter beschikking gesteld.
  • Alle aanwezigen moeten de minimale afstand van 1,5 meter tot elkaar te respecteren.
  • Na het voorkomen van de eigen zaak moeten de partijen direct het gebouw verlaten. Enkel advocaten, tolken en vertegenwoordigers van het bestuur die nog een zaak op de zitting hebben kunnen blijven.

De RvV vraagt advocaten om vooraf contact op te nemen met hun cliënt en deze te informeren over deze veiligheidsmaatregelen.

Het onthaal van de RvV blijft open tussen 08.30 u en 14.00 u. Tijdens deze openingsuren is de RvV ook telefonisch bereikbaar.

De beroepstermijnen en andere wettelijke en reglementaire bepalingen over de procedure zijn tijdelijk gewijzigd door het bijzondere machtenbesluit nr. 19 van 5 mei 2020. Dit besluit wordt toegelicht onder punt 21.2.

Voor vragen kan je terecht op 02/791.60.00 of info.rvv-cce@rvv-cce.fgov.be

Meer info

 

12.3. Tewerkstelling tijdens asielprocedure

Verzoekers om internationale bescherming kunnen in principe op basis van artikel 18, 3° van het KB van 2 september 2018 werken na een wachttermijn van 4 maanden na het indienen van hun verzoek om internationale bescherming als het CGVS in deze periode nog geen beslissing nam en zij in het bezit zijn van een Attest van Immatriculatie (AI). In het kader van de Covid-19 crisis wordt de voorwaarde van dit artikel door een bijzonder machtenbesluit opgeschort tot 30 juni 2020. Hierdoor kunnen verzoekers om internationale bescherming werken zonder wachttermijn van 4 maanden.

Er gelden echter twee belangrijke voorwaarden:

  • de werkgever voorziet opvang voor de verzoeker om internationale bescherming;
  • het verzoek om internationale bescherming werd ten laatste geregistreerd op 18 maart 2020.

Uit het verslag aan de Koning blijkt dat de opschorting van de wachttermijn voornamelijk bedoeld is om het tekort aan arbeidskrachten in bepaalde sectoren op te vangen. Door de inreisbeperkingen is er immers een tekort aan seizoenarbeiders. Volgens het verslag aan de Koning wordt deze maatregel ook aan verzoekers om internationale bescherming opgelegd om het aantal verplaatsingen te beperken, maar het is voor seizoenarbeiders ook gebruikelijk dat de werkgever in opvang voorziet. De regeling is echter niet beperkt tot seizoenarbeid. Verzoekers om internationale bescherming wiens aanvraag geregistreerd werd voor 18 maart 2020 kunnen dus ook in andere sectoren aan de slag indien de werkgever opvang voorziet.

Voor de toeleiding naar seizoensarbeid vanuit het opvangcentrum werd door Fedasil en VDAB een stappenplan opgesteld.

Volgens een toelichting op de website van de FOD WASO kan het recht om te werken afgeleid worden uit:

  • de bijlage 26 wanneer deze dateert van voor 19 maart 2020
  • en het Attest van Immatriculatie als zij dat al hebben ontvangen, zelfs wanneer hierop vermeld staat dat er geen toegang tot de arbeidsmarkt is. De vermelding op dit AI moet in dat geval ook niet worden aangepast.

In principe blijft het bezit van het Attest van Immatriculatie noodzakelijk voor de toegang tot de arbeidsmarkt, zoals geregeld in artikel 18, lid 1 van het KB van 2 september 2018. In de praktijk wordt hier nu van afgeweken omdat niet altijd onmiddellijk tot de afgifte van het Attest van Immatriculatie kan worden overgegaan door de gemeente. Een bijlage 26 die dateert van voor 19 maart 2020 is dus voldoende in de praktijk indien het Attest van Immatriculatie nog niet werd afgeleverd. Hoewel in de toelichting van FOD WASO enkel de bijlage 26 vermeld wordt, kunnen ook andere documenten volstaan op voorwaarde dat zij recht geven op een Attest van Immatriculatie. Het gaan dan om de volgende documenten:

  • de bijlage 26quinquies wanneer deze dateert van voor 19 maart 2020 + ontvankelijkheidsbeslissing van het volgend verzoek door het CGVS
  • de bijlage 25 wanneer deze dateert van voor 19 maart 2020, indien de verzoeker werd vrijgelaten uit detentie
  • de bijlage 25quinquies wanneer deze dateert van voor 19 maart 2020 + ontvankelijkheidsbeslissing van het volgend verzoek door het CGVS, indien de verzoeker werd vrijgelaten uit detentie

Personen die binnen vier maanden een beslissing ontvangen hebben van het CGVS en die momenteel een beroepsprocedure hebben lopen bij RVV, kunnen ook van deze uitzonderingsmaatregel gebruik maken op basis van hun attest van immatriculatie. 

De datum 18 maart 2020 werd gekozen omdat dit de datum is van het eerste Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken. Enkel verzoekers om internationale bescherming die hun aanvraag hebben ingediend voor de coronacrisis kunnen zo beroep doen op de versoepelde regeling. Volgens het verslag aan de Koning wil men op die manier misbruiken voorkomen.

Het valt verder nog op te merken dat het bijzondere machtenbesluit stelt dat het verzoek “geregistreerd” moet zijn ten laatste op 18 maart 2020. De bijlage 26 wordt echter pas afgeleverd op het moment dat het verzoek effectief wordt ingediend, wat niet noodzakelijk hetzelfde moment als de registratie is. Uit navraag bij de bevoegde instanties blijkt dat dit in de praktijk geen problemen zou mogen opleveren. Alle verzoekers wiens aanvraag voor of op 18 maart geregistreerd werd, zouden in het bezit gesteld zijn van een bijlage 26 die dateert van voor 19 maart. Mocht er zich in een individueel geval toch een probleem voordoen, kan contact worden opgenomen met Dienst Vreemdelingenzaken.

Hoewel het bijzondere machtenbesluit dateert van 27 april en gepubliceerd werd in het Belgisch staatsblad op 28 april, treedt deze regeling retroactief in werking op 1 april 2020 en uit werking op 30 juni 2020. Het kan dus voorvallen dat personen die gebruik maken van deze versoepeling na 30 juni 2020 opnieuw (tijdelijk) niet mogen werken.

Zie ook 12.4.2: toeleiding naar werk vanuit asielopvang, en gevolgen voor de opvang.

Meer info:

 

12.4. Asielopvang

12.4.1. Maatregelen in het opvangnetwerk

Fedasil publiceerde op 13, 19 en 27 maart 2020 instructies en infofiches met alle maatregelen binnen het opvangnetwerk. Op 10 april werden deze gebundeld in een vademecum, dat continu geactualiseerd wordt. De laatste actualisatie gebeurde op 29 mei 2020, waarin een versoepeling van de maatregelen wordt aangekondigd.

Fedasil maakte een inventarisatie van bewoners die behoren tot risicogroepen. Het gaat om mensen:

  • met ernstige, onstabiele hart-, long- of nieraandoeningen, bijvoorbeeld in de terminale fase van de ziekte
  • met diabetes die niet onder controle is
  • met immunosuppressie, hematologische maligniteiten, actieve neoplasie die de immuniteit beïnvloeden
  • boven de 70 jaar
  • met een risicovolle zwangerschap

Er vinden voor hen transfers plaats naar meer aangepaste opvang en er worden omwille van hen plaatsen vrijgemaakt. In het vademecum beschrijft Fedasil ook andere maatregelen die de opvangstructuren ten aanzien van deze groep moeten nemen.

Verder geeft Fedasil richtlijnen over hygiëne en het behouden van voldoende afstand. Informatie in verschillende talen staat op de website www.fedasilinfo.be/nl/maatregelen-coronavirus.

Sportactiviteiten buiten het centrum en in openlucht zijn volgens het laatste vademecum van 29 mei 2020 toegestaan als de preventiemaatregelen gerespecteerd worden. Opleidingen en andere activiteiten buiten het centrum kunnen in overleg met de betrokken organisaties ook worden hervat. Vrijwilligerswerk is nog steeds mogelijk in de essentiële sectoren. Groepsactiviteiten binnen het centrum zijn terug toegestaan in beperkte groep als de preventiemaatregelen worden gerespecteerd en indien mogelijk moeten ze in openlucht plaatsvinden. Vrijwilligers tot 65 jaar zijn terug toegelaten in de centra. Individuele gesprekken tussen de werknemers van het centrum en de bewoner zijn toegestaan, zeker om de opvolging van de procedure te garanderen.

Activiteiten buiten kunnen enkel in gezinsverband of met maximum twee andere personen. Niet-essentiële vergaderingen en groepsvorming zijn nog steeds verboden. Het centrum kan een attest geven aan de verzoeker wanneer deze zich moet verplaatsen met het openbaar vervoer, zodat hij of zij kan aantonen dat het om een essentiële verplaatsing gaat. Een mondmasker is in dat geval verplicht. Bewoners kunnen sinds 11 mei net zoals iedereen terug naar winkels gaan, mits ze de algemene veiligheidsnormen naleven.

Ze mogen ook aan maximum 4 personen een bezoek brengen. Er overnachten mag echter niet. In sommige situaties kunnen bewoners volgens de update van het vademecum van 13 mei 2020 geen bezoek brengen aan anderen, bijvoorbeeld wanneer het hele centrum in lockdown is of wanneer zij zelf een verhoogd risico lopen. Bewoners kunnen sinds 23 maart geen toestemming meer krijgen om het opvangcentrum voor enkele nachten te verlaten en moeten dus kiezen tussen een verblijf in het opvangcentrum en een verblijf bij vrienden of familie (zie 12.4.3). Bezoek in een opvangcentrum is niet toegelaten. In individuele structuren hangt het ervan af of er gedeelde ruimtes zijn en de inschatting van de lokale besturen.

Wat betreft tolken heeft online of telefonisch tolken de voorkeur, tenzij het absoluut noodzakelijk is dat een tolk ter plaatse komt.

Gaan werken is een essentiële verplaatsing. Bewoners kunnen dus het centrum verlaten om te gaan werken, voor zover de situatie in het opvangcentrum dit toelaat en ze de maatregelen rond hygiëne en sociale afstand maximaal opvolgen. Er is een mogelijkheid tot tewerksteling bij een werkgever die zelf instaat voor de huisvesting, bijvoorbeeld bij tijdelijke tewerkstelling in de land- en tuinbouw. In dit geval geldt er geen wachttermijn van vier maanden (zie hoger, 12.3). Samenwerking met VDAB en Forem voor toeleiding naar seizoensarbeid.

Op vlak van onderwijs gelden voor kinderen in het opvangnetwerk dezelfde maatregelen als voor ander kinderen. Afhankelijk van de specifieke aanpak van de school en het leerjaar wordt het onderwijs dus geleidelijk terug opgestart. Voor OKAN-leerlingen is een heropstart niet steeds mogelijk. Soms bieden leerkrachten op vrijwillige basis aan om naar het opvangcentrum te komen. 

Er moet volgens het vademecum ingezet worden op sensibilisering van de bewoners. Op de website www.fedasilinfo.be is informatie over de preventiemaatregelen en gover het testen en de contactopvolging te vinden in 12 talen, waarvan 8 in audioversie. Er zijn ook affiches beschikbaar voor de opvangstructuren.

Sanctionering volgens de bestaande, wettelijke sancties en ordemaatregelen is mogelijk wanneer de regels niet worden nageleefd. Buiten de opvangstructuren, wordt het respecteren van de maatregelen gecontroleerd door de politie. In de update van 20 april 2020 voegde Fedasil een hoofdstuk toe rond de sanctionering van provocerend gedrag, zoals het bewust overtreden van de geldende regels of moedwillig spuwen, niezen of hoesten. In dat geval vraagt Fedasil de opvangstructuren de politie te contacteren.

Fedasil heeft in het vademecum ook richtlijnen en adviezen toegevoegd over het psychologisch welzijn van zowel het personeel als de bewoners. GAMS vzw voorziet een permanentie in meerdere talen via chat voor slachtoffers van gendergerelateerd geweld, zie: https://www.we-access.eu/.

Elke verzoeker die zich aanmeldt bij het aanmeldcentrum wordt bij het binnengaan van het gebouw gescreend op COVID-19 door een verpleegkundige, eventueel met behulp van een tolk. Wanneer er aanwijzingen zijn voor een infectie, zijnde koorts of een acute infectie aan de luchtwegen, zal de persoon toegewezen worden aan een individuele kamer in het aanmeldcentrum. Een persoon met ziektesymptomen wordt niet toegewezen aan het opvangnetwerk, maar blijft tot de genezing in het aanmeldcentrum (Zie punt 12.1.2).

In het vademecum omschrijft Fedasil de richtlijnen in geval van zieke bewoners. Zo worden personen die symptomen vertonen van covid-19 getest. Als er 2 bevestigde gevallen zijn (uit verschillende gezinnen), moeten andere mogelijke besmettingen in dezelfde collectiviteit niet meer bevestigd worden met een test. Als ze symptomen vertonen, worden betrokken personen voor minstens 7 dagen in isolatie geplaatst. Personen die de isolatie verlaten, moeten daarna gedurende ten minste 7 dagen contact met risicopersonen vermijden. De centra moeten dagelijks een lijst van bewoners in isolatie bezorgen aan de hoofdzetel van Fedasil en de provinciale gezondheidsinspectie. Deze informatie wordt ook op anonieme wijze met de burgemeester gedeeld. Ook voor besmette bewoners van de opvangcentra wordt aan contactopsporing gedaan. Fedasil omschrijft de procedure en richtlijnen hiervoor in een specifieke fiche in het vademecum. Er is ook een flowchart beschikbaar over wat te doen bij zieke bewoners.

Transfers worden volgens de instructies tot het essentiële beperkt. Het gaat om:

  • transfers vanuit het aanmeldcentrum en observatie-en oriëntatiecentra voor NBMV naar tweede fase opvang. Dit geldt ook voor jongeren in de OOC’s die meerderjarig zijn verklaard.
  • transfers met het oog op het beschermen van personen die behoren tot de risicogroepen, met name naar individuele opvang of geïndividualiseerde plaatsen
  • transfers naar individuele opvang van personen met een hoge beschermingsgraad of met een positieve beslissing

Transfers tussen collectieve opvangcentra worden zoveel mogelijk vermeden. Fedasil vraagt in het vademecum verder dat LOI’s geen transfers weigeren of plaatsen schorsen omwille van de gezondheidscrisis, zodat er maximaal plaatsen ter beschikking blijven.

De regels met betrekking tot einde steun, aanvragen tot verlenging en uitstel, en aanvragen uitzonderingen open terugkeer- en Dublinplaatsen blijven gelden. Dat betekent dat opvangstructuren een einde steun-beslissing moeten geven aan bewoners die een definitieve negatieve beslissing ontvangen en een bevel om het grondgebied te verlaten (BGV). Voor bewoners die in afwachting zijn van een Dublinplaats moet er volgens het vademecum van Fedasil echter geen einde aan de materiële hulp betekend worden. Bewoners die een bijlage 26quater krijgen, zullen dus in afwachting van hun vertrek naar de bevoegde lidstaat in hun huidige opvangcentrum kunnen blijven.

Aanvragen verlenging van de materiële opvang kunnen nog steeds ingediend worden volgens de geldende procedures. Zo kan tot 30 juni een verlenging van de materiële opvang gevraagd worden op basis van einde schooljaar (artikel 7, §2, 1° Opvangwet). De opvangstructuur kan deze aanvraag indienen, of een reeds bestaande aanvraag voor verlenging aanvullen met dit element.

Er gebeuren geen toewijzingen meer aan Dublin- of open terugkeerplaatsen. Personen die al een toewijzing ontvingen, moeten een uitzondering aanvragen volgens de geldende regels.

In het kader van aanvragen tot uitstel van vertrek in geval van een toekenning van een machtiging tot verblijf van meer dan drie maanden, houdt Fedasil, volgens de laatste update van het vademecum van 29 mei 2020, rekening met het feit dat tussen 13 maart en 27 mei de mogelijkheden om een eigen woning te vinden beperkt waren. In een aanvraag uitstel moet de bewoner aangeven wat al dan niet mogelijk was, wat er nog moet gebeuren in het kader van de transitie, en of er nog bijzondere zaken zijn waar Fedasil rekening mee moet houden, zoals het feit dat het om een risicopatiënt gaat. Het vademecum meldt dat sinds 20 mei huisbezoeken weer zijn toegestaan en dat de zoektocht naar een woning dus kan hernomen worden. Verplaatsingen in dat kader worden als essentieel beschouwd. Het centrum kan hiervoor een attest aan de bewoner geven. 

Fedasil stelde praktische fiches op met betrekking tot:

  • het functioneren van de opvangstructuren
  • ziekte en het vaststellen van een mogelijk geval van besmetting
  • het aanmelden van een mogelijk geval van besmetting
  • preventie in het opvangcentrum
  • richtlijnen met betrekking tot de opvang van minderjarigen
  • info voor zieke of besmette persoon in individuele opvang
  • maatregelen per dienst in collectieve centra (medische dienst, logistiek, NBMV)
  • mogelijk geval COVID-19 – regels isolatiezone
  • overlijden COVID-19
  • medisch materiaal (dragen van maskers, bestelling van medisch materiaal)
  • mentale en psychosociale impact COVID-19 op personeel
  • zorg voor bewoners tijdens COVID-19: basisadvies (medisch personeel)
  • psychologische effecten van isolatie en quarantaine + copingstrategieën tijdens COVID-19: wat zorgverleners in gedachten moeten houden (medisch personeel)
  • psychologische (en psychiatrische) consultatie via video-consultatie: voorwaarden en richtlijnen voor medisch personeel
  • de Ramadan
  • werken in seizoensarbeid (zie hoger, onder punt 12.3)
  • heropstart en uitbreiding zorg in de medische diensten
  • EHBO en reanimatie bij persoon met mogelijke Covid-19 besmetting
  • praktische fiche testing en tracing (contactopvolging)
  • het gebruik van mondmaskers in opvangstructuren
  • communicatie voor bewoners
  • sociaal tolken

Meer info

Bijdrage van Vluchtelingenwerk Vlaanderen

 

12.4.2. Toeleiding naar werk vanuit asielopvang

Fedasil en de VDAB stelden samen een stappenplan op om bewoners uit de opvangstructuren die korte opdrachten willen werken in de land- en tuinbouw toe te leiden naar de VDAB en Forem. In de update van het vademecum van 20 april 2020 nam Fedasil hier een hoofdstuk over op. Er geldt in dit geval geen wachttermijn van vier maanden na het indienen van een verzoek IB (zie 12.3)

VDAB maakte affiches met informatie over de verschillende mogelijke teelten en taken, die verspreid zullen worden in het opvangnetwerk. Er is ook een handleiding over hoe deze vacatures geconsulteerd kunnen worden op de website van de VDAB.

Geïnteresseerde bewoners kunnen dit melden bij hun begeleider die samen met hen een formulier (regio noord en LOI’s) of online CV (regio zuid) zal invullen. De VDAB neemt vanaf de ontvangst van deze sollicitatie de communicatie met de bewoner over en leidt hem toe naar de werkgever. Als de bewoner nog niet ingeschreven is bij de VDAB faciliteert het centrum de eerste intake door een vervoersbewijs voor de verplaatsing naar de VDAB te geven. Verdere verplaatsingen vallen volgens het vademecum niet meer ten laste van de opvangstructuur.

De VDAB verwijst op vraag van Fedasil hoofdzakelijk door naar vacatures:

  • van minimum twee weken
  • waarbij de bewoner bij de werkgever kan logeren voor de volledige duur van het contract (dus ook op de dagen dat er niet gewerkt wordt)
  • en op voorwaarde dat veiligheidsmaatregelen in het kader van Covid-19 op de werkplek nageleefd kunnen worden.

Zowel de werkgever als de bewoner kunnen na een eerste proefdag beslissen om niet verder samen te werken.

Welke gevolgen heeft dit tijdelijk werk op de asielopvang?

Bewoners moeten bij de werkgever verblijven gedurende de hele periode van hun contract en mogen zolang het contract loopt dus niet naar het centrum terugkeren.

Om de periode tussen de start van het contract en het verkrijgen van het eerste loon te overbruggen, kunnen de bewoners de eerste twee weken ondersteuning krijgen via maaltijdcheques (zie 12.4.3).

Een bewoner die een arbeidscontract heeft dat afloopt voor 29 mei 2020, de (voorlopige) einddatum voor de reservatie van de opvangplaats in het kader van vertrek uit het centrum met ondersteuning van maaltijdcheques:

  • blijft ingeschreven in het opvangcentrum en krijgt uitzonderlijk de toestemming om langer afwezig te blijven uit het opvangcentrum.
  • heeft tijdens het verblijf bij de werkgever geen recht op zakgeld vanuit het opvangcentrum.
  • krijgt geen sociale begeleiding in het opvangcentrum. De bewoner krijgt bij vertrek wel een e-mailadres of telefoonnummer van de persoon in het opvangcentrum aan wie hij alle procedurele en sociale vragen kan stellen. Het centrum neemt ook contact op met de bewoner in geval van post, zoals bij ontvangst van een oproeping.

Een bewoner die een contract heeft dat vervalt na 29 mei:

  • wordt uitgeschreven en de code 207 wordt op “no-show privé-adres” gezet. De bewoner moet ook een adreswijziging naar DVZ en CGVS sturen.
  • kan na het einde van het contract of bij een vraag om een vervroegde terugkeer een aanvraag tot re-integratie indienen door een e-mail te sturen of te bellen naar het door zijn centrum opgegeven e-mailadres of telefoonnummer. Het centrum neemt contact op met dispatching om een afspraak voor de bewoner vast te leggen. Indien mogelijk wordt de toewijzing opnieuw gedaan aan het oorspronkelijke centrum, of in ieder geval hetzelfde taalgebied. Door de verzadiging van het netwerk kan Fedasil echter niet garanderen dat de toewijzing aan hetzelfde opvangcentrum zal gebeuren.

Vanaf het moment dat een verzoeker om IB werkt, moet hij zich inschrijven bij een mutualiteit. Er kan wel medische begeleiding door het opvangcentrum georganiseerd worden. De bewoners krijgen geen requisitoria. Ze moeten bij medische problemen de medische dienst in het opvangcentrum bellen en hun symptomen beschrijven. Het opvangcentrum zorgt voor een doorverwijzing. Als er een diagnose of vermoeden van Covid-19 is, kan deze bewoner terugkeren naar het opvangcentrum om daar in isolatie te gaan, indien hij of zij daar ingeschreven is gebleven.

Meer info

12.4.3. Ondersteuning met maaltijdcheques bij vertrek uit het opvangcentrumg

In aparte instructies geeft Fedasil voor onbepaalde tijd de mogelijkheid aan bewoners uit collectieve opvangcentra om vrijwillig de opvang te verlaten en bij vrienden of familie te gaan wonen. Hiermee wil Fedasil het aantal beschikbare bedden verhogen, zodat bewoners die ziek zijn geïsoleerd kunnen worden en zodat personen uit de risicogroepen gescheiden kunnen worden van de zieke personen.

De voorwaarden zijn:

  • een onafgebroken verblijf van minimum één maand in het opvangcentrum
  • een lopende asielprocedure (DVZ, CGVS, of schorsend beroep bij de RvV)

Ook niet-begeleide minderjarige vreemdelingen (NBMV) komen hiervoor in aanmerking op voorwaarde dat:

  • ze in een veilige en stabiele context kunnen verblijven
  • ze minstens 16 jaar oud en voldoende autonoom zijn, wat geattesteerd moet worden door de sociaal werker
  • de NBMV contactgegevens voorlegt van de persoon bij wie hij zal verblijven (naam, adres, kopie identiteitskaart, telefoonnummer)
  • de voogd schriftelijk en expliciet akkoord gaat
  • de NBMV telefonisch bereikbaar blijft gedurende de hele periode

De maatregel is niet van toepassing op personen met een bijlage 26quater.

Wie hierop intekent krijgt om de twee weken maaltijdcheques ter waarde van 140 euro per volwassene of NBMV en 60 euro per minderjarig kind, tot het einde van het recht op materiële opvang of tot re-integratie in het opvangnetwerk.

Ook voor wie het opvangcentrum verlaat wegens tijdelijke tewerkstelling met huisvesting door de werkgever geldt deze regeling van maaltijdcheques (zie hoger, punt 12.3 en punt 12.4.2)

Administratief blijft de code 207 op het opvangcentrum. Het gaat dus niet om een opheffing van de code 207. De bewoner kan nog steeds vragen stellen aan de sociaal werker, per mail of telefoon, maar kan niet langer langskomen. Ook voor medische zaken moet hij contact opnemen met het centrum. Er wordt niet gewerkt met requisitoria. De bewoner moet wel zelf zijn adreswijziging doorgeven aan zowel DVZ als het CGVS (via dit formulier) en aan de advocaat. De medische dienst geeft wel een specifiek requisitorium Covid-19 mee waarmee de betrokkenen wanneer ze symptomen van Covid-19 vertonen zich kunnen aanmelden bij een huisarts, een triagepunt of spoedafdeling. Dit na telefonische contactname met een huisarts. De medische dienst van het centrum moet zo mogelijk ook medicatie mee geven voor een overbruggingsperiode van een maand.

Om de twee weken controleert het centrum het recht op opvang. Wanneer de bewoner

  • een bijlage 26quater ontvangt, stopt de uitbetaling en moet hij contact opnemen met het centrum. Dat contacteert het infopunt in het aanmeldcentrum of maakt er een afspraak voor de bewoner.
  • een verblijf van meer dan drie maanden bekomt, ontvangt hij maaltijdcheques voor twee maanden om de transitietermijn te overbruggen. Hij moet zelf het OCMW van zijn woonplaats contacteren.
  • een bevel om het grondgebied te verlaten (BGV) ontvangt na een negatieve beslissing van de RvV (of na verloop van de beroepstermijn zonder een beroep te hebben ingediend) en deze termijn verstrijkt, stopt de uitbetaling. In dat geval moet hij, voor de termijn van het BGV verstrijkt, contact opnemen met het centrum, dat voor hem het infopunt contacteert.

Zolang hij nog recht heeft op opvang, kan de bewoner terug een plaats vragen aan het centrum. De plaats in het centrum blijft tenminste gereserveerd tot 26 juni 2020.

Specifiek voor NBMV kan de voogd vragen de uitbetaling van maaltijdcheques stop te zetten  indien hij of zij oordeelt dat de leefomstandigheden van de minderjarige ongunstig zijn en een terugkeer naar het opvangnetwerk noodzakelijk is. De voogd moet deze vraag richten aan het oude opvangcentrum. Het centrum vraagt dan een toewijzing aan het infopunt in het aanmeldcentrum.

Er is voor bewoners die gebruik maken van deze maatregel geen recht op maatschappelijke dienstverlening van het OCMW. Pas wanneer de bewoner erkend wordt als vluchteling of subsidiaire bescherming krijgt, kan deze aanspraak maken op maatschappelijk integratie.

Wanneer een persoon die leefloon ontvangt een begunstigde van deze maatregel huisvest, zal het OCMW via het sociaal onderzoek oordelen of het gaat om ´samenwonen´, en dus of de betrokkenen onder hetzelfde dak leven en de huishoudelijke aangelegenheden gemeenschappelijk regelen. Wanneer aan deze voorwaarden is voldaan, moet volgens de POD MI in principe het bedrag voor een samenwonende worden toegekend. De POD MI raadt, tijdens deze crisisperiode, aan om het element ´de huishoudelijke aangelegenheden gemeenschappelijk regelen´ soepel te analyseren.

Aanpassing instructie transitie

Fedasil paste naar aanleiding van deze maatregel ook de instructies van 20 juli 2016 “Transitie van materiële hulp naar maatschappelijke dienstverlening: maatregelen voor bewoners van collectieve opvangstructuren en begeleiding in de transitiefase” aan, op 10 april 2020.

Wanneer een bewoner een machtiging tot verblijf van meer dan drie maanden krijgt terwijl hij in een collectief centrum verblijft moet hij kiezen tussen:

  • maaltijdcheques voor twee maanden (voordien betrof het maaltijdcheques voor 1 maand): het gaat om een bedrag van 560 euro per volwassene en 240 euro per minderjarig kind. In dat geval moet de bewoner het centrum verlaten binnen de drie werkdagen volgend op het ontvangen van de cheques.
  • een transfer naar een LOI of in geval van kwetsbaarheid naar een woning van een NGO (dit bleef dus ongewijzigd)

Wanneer de bewoner kiest voor de tweede optie, maar Fedasil vindt geen geschikte individuele opvangplaats, kan hij binnen de drie werkdagen alsnog beslissen gebruik te maken van de eerste optie. Indien de bewoner echter de toegewezen individuele opvangplaats zelf weigert, kan hij geen gebruik meer maken van de eerste optie en moet hij het centrum verlaten.

Een bewoner die beroep doet op de eerste optie doet afstand van het recht op materiële opvang gedurende de uitstoomtermijn van twee maanden. Re-integratie in het opvangnetwerk is niet mogelijk. Volgens de POD MI zijn de cheques een niet-regelmatige gift en dus een vrijgesteld bestaansmiddel in het kader van de toekenning van een (equivalent) leefloon.

Deze instructie is niet van toepassing op NBMV.

Meer info

 

12.4.4. Maatregelen met betrekking tot NBMV

De botscans voor bepaling van de min-of meerderjarigheid worden sinds 11 mei geleidelijk aan terug georganiseerd.

Volgens de update van het vademecum van 13 mei 2020 zal er terug een leeftijdstest worden uitgevoerd als er twijfel geuit is bij de leeftijd.

Na afloop van de observatieperiode en indien de leeftijdstest de minderjarigheid bevestigt, wordt de jongere toegewezen aan een plaats voor NBMV in de tweede fase opvang en wordt er een voogd aangesteld.

In uitzonderlijke situaties en op verzoek van het OOC kan ook vooraf een voogd worden aangesteld.

De termijnen voor een beroep bij de Raad van State tegen de leeftijdsbepaling, die zijn afgelopen tussen 9 april 2020 en 3 mei 2020, worden automatisch verlengd tot dertig dagen na 3 mei, dus tot en met 2 juni 2020.

Wat betreft de toegang tot opvang voor NBMV maakt de update van het vademecum van 13 mei 2020 een onderscheid tussen een aanmelding binnen en buiten de kantooruren.

  • Binnen de kantooruren:
    • NBMV die na het maken van een afspraak via het online registratieformulier een verzoek om IB hebben ingediend bij DVZ en opvang wensen worden toegewezen aan een OOC,  
    • Jongeren die door de Dienst Voogdij worden aangemeld en opvang wensen kunnen zich vanaf 13.00 uur melden bij de dienst dispatching in het aanmeldcentrum, die hen na medische controle een opvangplaats in een OOC zal toewijzen.
  • Buiten de kantooruren worden kwetsbare jongeren die door de Dienst Voogdij worden aangemeld, opgevangen in een OOC.

Het gaat om deze categorieën van kwetsbaarheid:

  • Meisjes
  • Jongeren met een beperking, psychische of medische problematiek
  • Jongens tot en met 15 jaar
  • Jongens die niet op het territorium mogen (in luchthaven, op grens)
  • Potentiële slachtoffers van mensenhandel

Dus jongens tussen 15 en 18 die zich spontaan aanmelden bij het aanmeldcentrum zonder signalering door de Dienst Voogdij of zonder vooraf een afspraak te hebben gemaakt via het online registratiesysteem, of die gemeld worden bij de dienst voogdij buiten de kantooruren, krijgen in principe alleen opvang indien ze een beperking hebben, ziek of gekwetst zijn, of een andere bijzondere kwetsbaarheid hebben. Maar als Dienst Voogdij dit noodzakelijk acht, vraagt Dienst Voogdij ook voor hen opvang aan Fedasil. Zo nodig tracht Dienst Voogdij alternatieve oplossingen te voorzien, bijvoorbeeld binnen de bijzondere jeugdhulp of bij NGO’s.

Indien de NBMV symptomen van COVID-19 vertoont, neemt de Dienst Voogdij of het OOC contact op met de permanentie van Bruss’Help. Als de jongere, na een verblijf in de noodopvang van Artsen Zonder Grenzen (AZG), niet ziek blijkt te zijn, kan hij zich de volgende dag bij het aanmeldcentrum melden om aan een OOC te worden toegewezen of, in het weekend, meldt hij zich rechtstreeks bij een OOC. Als de jongere bij aankomst in het OOC toch symptomen vertoont, neemt het OOC rechtstreeks contact op met Bruss’Help. Op basis van de informatie die het OOC doorgeeft, wordt beslist of de jongere al dan niet opgenomen worden in de noodopvang van AZG.

Jongeren die de observatie- en oriëntatiefase doorlopen hebben, kunnen doorstromen naar een opvangstructuur in tweede fase. Momenteel is er enkel doorstroom naar de nieuwe collectieve opvangstructuren en, voor de meest kwetsbaren, naar de opvangstructuren van AGAJ en AJW. Ook jongeren met leeftijdstwijfel die doorstromen worden enkel aan de nieuwe opvangstructuren toegewezen.

NBMV uit de tweede fase die een verblijfstitel verkrijgen kunnen doorstromen naar een individuele opvangplaats.

In de update van het vademecum van 13 mei 2020 versoepelt Fedasil de mogelijkheid voor voogden om hun pupil te bezoeken. Bezoek kan nu op afspraak, voor maximum 1 uur. Een tolk en/of advocaat mogen enkel mee komen indien dit noodzakelijk is en mits voorafgaande toestemming van het opvangcentrum. Er gelden ook enkele voorwaarden. Zo moeten zowel de pupil als de voogd reeds minstens twee weken symptoomvrij zijn en moeten ze beide een mondmasker dragen tijdens het bezoek.

Transfers in het kader van de Time Out-procedure zijn beperkt terug mogelijk volgens de update van het vademecum van 29 mei 2020. Ze kunnen wel georganiseerd worden indien de continuïteit van het begeleidingstraject in gedrang komt. Indien het echter niet mogelijk is de NBMV terug te laten keren naar het centrum, moet een disciplinaire transfer aangevraagd worden. Het vademecum stelt ook expliciet dat het bestaande sanctieregime blijft gelden en dat in situaties met een ernstige en concrete bedreiging voor de veiligheid van bewoners, medewerkers of omgeving een (tijdelijke) uitsluiting nog steeds kan overwogen worden.

Meer info

Bijdrage van Vluchtelingenwerk Vlaanderen

 

12.5. De afgifte van attesten van immatriculatie (AI) en elektronische vreemdelingenkaarten in het kader van asiel

Een verlenging of afgifte van een elektronische vreemdelingenkaart kan volgens DVZ uitgesteld worden, omdat alle reizen naar het buitenland door de FOD Buitenlandse Zaken afgeraden worden. De gemeente moet in afwachting een bijlage 15 geven, wat uitzonderlijk in een pdf per e-mail kan. De geldigheid van deze bijlage is uitzonderlijk 90 dagen. Deze bijlage 15 moet door de gemeente geregistreerd worden in het vreemdelingenregister.

Voor personen die noodzakelijkerwijs toch moeten reizen, moet de gemeente wel de mogelijkheid voorzien om op afspraak een nieuwe kaart aan te vragen.

Ook de afgifte van het eerste AI kan uitgesteld worden door de gemeente. De verzoeker om IB die in het bezit is van een bijlage 26 moet zich dan op latere datum aanbieden bij de gemeente. Het af te geven AI kan door de gemeente wel al geregistreerd worden in het wachtregister.

De afgifte van een verlenging van een AI kan eveneens worden opgeschort, maar de gemeente kan het wel al registreren in het wachtregister. Wanneer de vreemdeling al toegang heeft tot de arbeidsmarkt en moet blijven werken, moet de gemeente wel de mogelijkheid voorzien om een verlenging van het AI te bekomen op afspraak. Deze verlenging kan er een zijn van vier maanden, ook al werd het AI intussen maandelijks verlengd.

In alle gevallen waarin de gemeente niet onmiddellijk het verblijfsdocument kan geven waarop de vreemdeling recht heeft, verplicht artikel 119 Verblijfsbesluit de gemeente om minstens een bijlage 15 af te geven. DVZ betwist echter dat de bijlage 15 nu in plaats van een AI kan afgeleverd worden. Dat klopt echter niet, zie punt 3.1.

Voor een verzoeker om IB die nog een bijlage 35 heeft, kan de verlenging van de bijlage 35 elektronisch verstuurd worden in pdf. De gemeente moet deze verlenging registreren in het wachtregister.

 

Bijdrage van Vluchtelingenwerk Vlaanderen

 

12.6. UNHCR en IOM schorten hervestiging op

UNHCR en IOM hebben op 17 maart 2020 in een persbericht aangekondigd dat hervestigingsreizen voor vluchtelingen tijdelijk worden opgeschort. Deze maatregel zal van kracht blijven zolang dit noodzakelijk is.

Door deze maatregel willen UNHCR en IOM de verspreiding van het virus voorkomen en vluchtelingen tegen het virus beschermen. Het beperkte internationale vliegverkeer en het sluiten van grenzen maakt het bovendien onmogelijk om de hervestigingsreizen voor vluchtelingen naar behoren door te laten gaan.

UNHCR en IOM werken nog samen met hervestigingslanden om de hervestigingsreizen te laten doorgaan voor de meest dringende gevallen, in de mate van het mogelijke.

De Europese Commissie gaf op 16 april 2020 richtsnoeren om de hervestiging vlot te hervatten zodra dat weer mogelijk is.

Meer info

  

13. Bijzondere verblijfsprocedure voor NBMV

De voogd van een niet-begeleid minderjarige vreemdeling (NBMV) start de bijzondere verblijfsprocedure op door schriftelijk een aanvraag in te dienen bij DVZ. DVZ nodigt de voogd en zijn pupil uit voor een verhoor. Op basis van de aanvraag en het verhoor en de elementen in de schriftelijk aanvraag, dient DVZ te bepalen waaruit de duurzame oplossing bestaat voor het verblijf van een NBMV. Als er nog geen duurzame oplossing bepaald kan worden, dan geeft DVZ de instructie aan de gemeente waar de NBMV verblijft om een woonstcontrole uit te voeren en een AI af te leveren. Het AI heeft een geldigheidsduur van zes maanden. Indien DVZ na zes maanden de duurzame oplossing nog niet kon bepalen, kan het AI verlengd worden met zes maanden.

Volgens de aanbevelingen van DVZ kan de afgifte van het AI door de gemeente uitgesteld worden. Het af te geven AI kan door de gemeente wel al geregistreerd worden in het vreemdelingenregister.

Wanneer er geen (positieve) woonstcontrole plaatsvindt, kan een vreemdeling volgens DVZ niet ingeschreven worden in het vreemdelingenregister en kan er dus ook geen AI afgeleverd worden. DVZ verwijst wel naar de omzendbrief van 24 maart 2020 en stelt dat het mogelijk is dat het onderzoek naar de reële verblijfplaats (punt 1.2. omzendbrief) kan gebeuren met inachtneming van de nodige voorzorgsmaatregelen. Het zal dan later noodzakelijk zijn het onderzoek naar de reële verblijfplaats uit te voeren, zelfs indien het onderzoek werd uitgesteld of voorlopig werd aanvaard op basis van bepaalde bewijsstukken.

Ook de verlenging van een AI kan volgens DVZ uitgesteld worden. Maar ook de verlenging kan al geregistreerd worden in het vreemdelingenregister.

Opmerking: In alle gevallen waarin de gemeente niet onmiddellijk het verblijfsdocument kan geven waarop de vreemdeling recht heeft, verplicht artikel 119 Verblijfsbesluit de gemeente om minstens een bijlage 15 af te geven. DVZ betwist echter dat de bijlage 15 nu in plaats van een AI kan afgeleverd worden. Dat klopt echter niet, zie punt 3.1.

Meer info

  

14. Slachtoffers en mensenhandel

Personen die zich aanmelden als slachtoffer mensenhandel en in een onthaalcentrum verblijven, krijgen na 45 dagen een attest van immatriculatie wanneer ze hun medewerking verlenen aan het gerechtelijk onderzoek.

Volgens de aanbevelingen van DVZ kan de afgifte van het AI door de gemeente uitgesteld worden. Het af te geven AI kan door de gemeente wel al geregistreerd worden in het vreemdelingenregister.

Wanneer er geen (positieve) woonstcontrole plaatsvindt, kan een vreemdeling volgens DVZ niet ingeschreven worden in het vreemdelingenregister en kan er dus ook geen AI afgeleverd worden. DVZ verwijst wel naar de omzendbrief van 24 maart 2020 en stelt dat het mogelijk is dat het onderzoek naar de reële verblijfplaats (punt 1.2. omzendbrief) kan gebeuren met inachtneming van de nodige voorzorgsmaatregelen. Het zal dan later noodzakelijk zijn het onderzoek naar de reële verblijfplaats uit te voeren, zelfs indien het onderzoek werd uitgesteld of voorlopig werd aanvaard op basis van bepaalde bewijsstukken.

Ook de verlenging van een AI kan volgens DVZ uitgesteld worden. Maar ook de verlenging kan al geregistreerd worden in het vreemdelingenregister.

Opmerking: In alle gevallen waarin de gemeente niet onmiddellijk het verblijfsdocument kan geven waarop de vreemdeling recht heeft, verplicht artikel 119 Verblijfsbesluit de gemeente om minstens een bijlage 15 af te geven. DVZ betwist echter dat de bijlage 15 nu in plaats van een AI kan afgeleverd worden. Dat klopt echter niet, zie punt 3.1.

Meer info

  

15. Vrijwillige terugkeer tijdelijk opgeschort en terugkeerloketten gesloten

Bepaalde categorieën vreemdelingen die vrijwillig willen terugkeren naar hun herkomstland maar daarvoor niet de nodige middelen hebben, kunnen een beroep doen op bijstand van de overheid.
Om de verspreiding van COVID-19 tegen te gaan, kondigt Fedasil in zijn nieuwsbrief ‘Vrijwillige terugkeer’ nr. 46 van maart 2020 een aantal maatregelen aan:

  • Vrijwillige terugkeerreizen naar landen van herkomst zijn in principe afgelast. Voor personen voor wie al een vrijwillig terugkeer-dossier was opgestart, proberen Fedasil en de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) in de mate van het mogelijke nog een terugreis te organiseren. Personen die nog geen bijstand bij vrijwillige terugkeer hebben aangevraagd, kunnen nog steeds een dossier indienen bij IOM volgens de bestaande procedure. Caritas en IOM blijven bereikbaar om vragen te beantwoorden en een eventueel reïntegratietraject voor te bereiden. Zodra het luchtverkeer weer normaal is, zal IOM de vlucht zo snel mogelijk organiseren.
  • De vijf terugkeerlokketten in Brussel, Antwerpen, Gent, Charleroi en Luik zijn gesloten. Ze zijn telefonisch en per e-mail bereikbaar voor eventuele vragen.
  • Het outreachteam van Fedasil dat informatie biedt aan transmigranten, heeft zijn activiteiten tijdelijk stopgezet.

In zijn richtsnoeren van 16 april 2020 roept de Europese Commissie de lidstaten op om:

  • de terugkeer van irreguliere migranten die hebben besloten om het EU-grondgebied vrijwillig te verlaten, actief te ondersteunen en te bevorderen. Lidstaten moeten hierbij alle voorzorgsmaatregelen die uit het oogpunt van de volksgezondheid noodzakelijk zijn, in acht nemen.
  • te zorgen voor de continuïteit van nationale programma’s voor begeleide vrijwillige terugkeer en re-integratie. Zo kunnen derdelanders die aan dergelijke programma’s willen deelnemen, dat blijven doen.
  • de adviseringsactiviteiten op het gebied van terugkeer- en re-integratie zoveel mogelijk voort te zetten.

Meer info

   

16. Detentie

Administratieve vasthouding of detentie van vreemdelingen (onder andere art. 7, 27, 51/5, 52/4, 54, 74/5, 74/6 Vw) is enkel toegelaten in geval van:

  • risico op onderduiken of
  • ontwijking/belemmering van de voorbereiding van de terugkeer of de verwijderingsprocedure
  • én als bovendien andere afdoende maar minder dwingende maatregelen niet doeltreffend kunnen worden toegepast.

De Verblijfswet bepaalt niet wat verstaan moet worden onder ´andere afdoende maar minder dwingende maatregelen´ maar bepaalt wel dat ´preventieve maatregelen´ kunnen worden opgelegd om het risico op onderduiken te vermijden (art. 74/14, §2, lid 2 Vw). Volgens het Verblijfsbesluit kunnen ´preventieve maatregelen´ bestaan uit een aanmeldingsplicht, de betaling van een borgsom en de overhandiging van een kopie van de identiteitsdocumenten (art. 110 quatordecies, §1 Vb). Daarnaast voorziet de Verblijfswet ook in de mogelijkheid om huisarrest op te leggen tijdens de termijn voor de uitvoering van het BGV (art. 7, lid 4, art. 22, lid 1, art. 73, lid 2, 74/14,§2, lid 1 Vw).

Detentie is bovendien enkel toegestaan voor de duur die strikt noodzakelijk is voor de uitvoering van de verwijderingsmaatregel met een maximum van twee maanden. Deze termijn is verlengbaar met telkens twee maanden tot maximum vijf maanden (tenzij in geval van openbare orde tot acht maanden) op voorwaarde dat:

  • de nodige stappen om de vreemdeling te repatriëren werden genomen binnen zeven werkdaggen na de opsluiting;
  • die stappen worden voortgezet met de vereiste zorgvuldigheid;
  • én de effectieve repatriëring nog steeds mogelijk is.

In het licht van de COVID-19-crisis lijkt aan deze voorwaarden niet in alle gevallen van detentie voldaan te zijn, gezien de beperkte mogelijkheid tot repatriëring. In voorkomend geval moet betrokkene dan ook in vrijheid worden gesteld. Tegen een maatregel van vrijheidsberoving kan beroep worden ingesteld bij de raadkamer van de correctionele rechtbank.

In zijn richtsnoeren van 16 april 2020 roept de Europese Commissie de lidstaten onder meer op om:

  • te beslissen over invrijheidstelling op basis van een individuele beoordeling en rekening te houden met de maximale duur van detentie, de periode die de betrokkene al in detentie heeft doorgebracht en de vraag of de procedures voor identificatie, verstrekking van nieuwe documenten en/of overname zorgvuldig zijn uitgevoerd;
  • wanneer een derdelander wordt vrijgelaten, indien zulks nodig en evenredig is, maatregelen te gebruiken ter voorkoming van onderduiken die minder dwingend zijn dan detentie (zoals de verplichting om op een bepaalde plaats te verblijven of documenten aan de autoriteiten af te geven) (artikel 15 Terugkeerrichtlijn);
  • gebruik te maken van alternatieven voor detentie die de naleving van de nationale volksgezondheidsmaatregelen waarborgen (zoals regelmatige melding via videogesprekken) met inachtneming van de voorschriften inzake gegevensbescherming om ervoor te zorgen dat de minder dwingende maatregelen in overeenstemming zijn met de geldende nationale volksgezondheidsmaatregelen om de verspreiding van COVID-19 te voorkomen en in te perken.

Meer info

  

17. Verlenging verblijf wegens overmacht

17.1. Derdelanders met kort verblijf

Derdelanders met een kort verblijf die België niet tijdig kunnen verlaten om redenen van overmacht (quarantaine, annulering van een vlucht, sluiting van een grens,…), kunnen aan DVZ een verlenging van hun verblijf vragen. Ook vreemdelingen die niet in het bezit zijn van een aankomstverklaring omdat ze hun aanwezigheid op het Belgisch grondgebied niet (tijdig) hebben gemeld aan de gemeente kunnen een verlenging van hun verblijf vragen.

Regelgevend kader

De verlenging van een kort verblijf wegens overmacht of humanitaire/bijzondere omstandigheden wordt geregeld in de Visumcode en de Schengenuitvoeringsovereenkomst.

  • Voor visumplichtige derdelanders voorziet de Visumcode dat de geldigheidsduur van en/of de duur van het verblijf met een afgegeven visum – kosteloos – wordt verlengd indien de bevoegde autoriteit van een lidstaat oordeelt dat de visumhouder heeft aangetoond dat hij wegens overmacht of om humanitaire redenen niet in staat is om het grondgebied van de lidstaat vóór het verstrijken van de geldigheidsduur of het einde van de toegestane verblijfsduur te verlaten (artikel 33, lid 1).
  • Voor visumvrijgestelde derdelanders bepaalt de Schengenuitvoeringsovereenkomst dat de lidstaten het recht hebben om in bijzondere omstandigheden de verblijfstermijn van drie maanden van vreemdelingen op haar grondgebied te verlengen (artikel 20, lid 2).

In een mededeling van 30 maart 2020 geeft de Europese Commissie een leidraad aan de lidstaten om met de overschrijding van de toegestane verblijfsduur die te wijten is aan de reisbeperkingen om te gaan.

  • Het toegestane verblijf van visumhouders die zich in het Schengengebied bevinden maar bij het verstrijken van de geldigheid van hun visum voor kort verblijf niet kunnen vertrekken, kan verlengd worden tot ten hoogste 90 dagen binnen een termijn van 180 dagen. Als de visumhouder ook na afloop van de verlengde periode van 90/180 dagen niet kan vertrekken, moeten de lidstaten een nationaal visum voor langere duur of een tijdelijke verblijfsvergunning afgeven.
  • Aan visumvrijgestelde derdelanders die na afloop van de periode van 90/180 dagen niet kunnen vertrekken, moeten de lidstaten een nationaal visum voor langere duur of een tijdelijke verblijfsvergunning afgeven.
  • Lidstaten mogen geen administratieve sancties of boetes opleggen aan derdelanders die ten gevolge van de reisbeperkingen hun grondgebied niet kunnen verlaten. Als een reiziger wegens de reisbeperkingen de toegestane verblijfsduur overschrijdt, mag dat geen negatieve gevolgen hebben voor de behandeling van toekomstige visumaanvragen.

Verlenging van kort verblijf in de praktijk

Volgens DVZ gaat het niet om een verlenging van de aankomstverklaring of van het visum, maar om een uitzonderlijke toestemming van DVZ om het kort verblijf te verlengen.

De aanvraag tot verlenging wordt in principe ingediend bij de gemeente van verblijf. DVZ laat via zijn website weten dat de aanvraag momenteel ook elektronisch kan gebeuren door een e-mail te sturen:

Bij de aanvraag moeten volgende documenten en gegevens worden gevoegd:

  • een kopie van het paspoort (nummer en geldigheid, persoonlijke gegevens, gebruikte pagina’s)
  • een kopie van de aankomstverklaring (bijlage 3) als ze werd opgemaakt
  • een brief met toelichting waarom betrokkene niet op de voorziene datum de Schengenzone kan verlaten
  • stavingstukken van de overmacht
  • een bewijs van reisziekteverzekering (geldig voor de duur van de verlenging)
  • het adres waarop de betrokkene in België verblijft
  • het mailadres waarop de betrokkene kan worden gecontacteerd

DVZ maakt in de huidige omstandigheden zijn beslissing (met eventuele praktische instructies) per e-mail over aan de betrokkene en aan de gemeente.

Meer info

 

17.2. Derdelanders met (al dan niet verstreken) tijdelijk verblijfsrecht (A kaart)

Derdelanders met een (al dan niet verstreken) tijdelijk verblijfsrecht (A kaart) die hun verblijfskaart niet willen of kunnen verlengen maar die door de COVID-19-crisis niet in staat zijn België te verlaten, kunnen hun verblijf met een kort verblijf verlengen.

  • Derdelanders die vrijgesteld zijn van de visumplicht voor een kort verblijf hebben recht op een kort verblijf van 90 dagen dat onmiddellijk aansluit op hun lang verblijf (A kaart). Ze kunnen hun aankomstverklaring aanvragen bij de gemeente van hun verblijf (die geldig is 90 dagen te rekenen vanaf de vervaldatum van de A kaart). Die aanvraag kan momenteel ook per e-mail worden ingediend. De gemeente geeft ambtshalve een aankomstverklaring af op voorlegging van het paspoort en de A kaart.
  • Derdelanders die visumplichtig zijn voor een kort verblijf kunnen in principe hun lang verblijf niet verlengen met een kort verblijf zonder een nieuw geldig Schengenvisum (wat een terugkeer naar hun herkomstland veronderstelt). Door de COVID-19-crisis kunnen ook zij aan DVZ een verlenging van hun verblijf vragen. De voor te leggen documenten en de te volgen procedure zijn hetzelfde als bij een aanvraag tot verlenging van een kort verblijf (zie boven).

Meer info

Artikel 6 Verblijfswet

 

17.3. Derdelanders met bevel om het grondgebied te verlaten (BGV)

Derdelanders met een bevel om het grondgebied te verlaten (BGV) die door de COVID-19-crisis niet in staat zijn België te verlaten, kunnen op basis van artikel 74/14 Vw een gemotiveerde aanvraag indienen om de termijn op hun BGV te verlengen. Die bepaling stelt dat de termijn van het BGV:

  • wordt verlengd als betrokkene aantoont dat hij niet kan terugkeren naar zijn herkomstland binnen de toegekende termijn.
  • kan verlengd worden om rekening te houden met de specifieke omstandigheden eigen aan de situatie zoals de duur van het verblijf, het bestaan van schoolgaande kinderen, het afronden van de organisatie van het vrijwillig vertrek en andere familiale en sociale banden.

Het is geen vereiste dat het BGV nog geldig is om de aanvraag te kunnen indienen.

In zijn richtsnoeren van 16 april 2020 laat de Europese Commissie weten dat:

  • de termijn in het terugkeerbesluit met een passende periode moet worden verlengd als het onmogelijk is om de in het terugkeerbesluit toegekende termijn voor vrijwillig vertrek te respecteren. Lidstaten moeten hierbij rekening houden met de specifieke omstandigheden van het individuele geval, de duur en de aard van de beperkende maatregelen en de beschikbaarheid van vervoer naar het derde land van terugkeer (artikel 7, lid 2 Terugkeerrichtlijn).
  • lidstaten een langere termijn voor vrijwillig vertrek moeten toekennen dan 30 dagen als het van meet af aan duidelijk is dat de betrokken derdelander niet binnen 30 dagen zal kunnen vertrekken. Hierbij moeten lidstaten rekening houden met de specifieke omstandigheden van het geval, in het bijzonder de beschikbaarheid van vervoer naar het derde land van terugkeer.
  • wanneer lidstaten de termijn voor vrijwillig vertrek verlengen en de tenuitvoerlegging van het besluit tijdelijk opschorten, zij onwettig verblijvende vreemdelingen daarvan schriftelijke bevestiging moeten geven (artikel 14 Terugkeerrichtlijn).
  • lidstaten geen inreisverbod mogen opleggen of een reeds uitgevaardigd verbod moeten intrekken wanneer de termijn voor vrijwillig vertrek niet kan worden gerespecteerd omdat er geen vervoer is naar het derde land van terugkeer. Hetzelfde geldt als de termijn niet kan worden gerespecteerd om andere redenen van overmacht die verband houden met de Corona-maatregelen.
  • als het nodig en evenredig is om tijdens de termijn voor vrijwillig vertrek bepaalde maatregelen op te leggen om het risico op onderduiken te beperken (artikel 7, lid 3 Terugkeerrichtlijn) de lidstaten worden opgeroepen om te kiezen voor de verplichting om op een bepaalde plaats te verblijven, identiteits- of reisdocumenten aan de overheid af te geven of regelmatige melding door middel van videogesprekken.

Waar indienen?

In principe zal de dienst van DVZ die het BGV heeft afgegeven de aanvraag tot verlenging behandelen. Op elk BGV staat in principe een functioneel e-mailadres vermeld: de gemotiveerde vraag tot verlenging wordt best naar dat e-mailadres gezonden. Tenzij in volgende gevallen:

  • Aanvragen voor verlengingen in toepassing van de omzendbrief van schoolgaande kinderen van onregelmatige verblijvende vreemdelingen, voor uitstel van terugkeer omwille van ziekte (met de nodige bewijzen) of zwangerschap / recente bevalling, voor de praktische organisatie van de vrijwillige terugkeer (extra tijd nodig voor verkrijgen van documenten, reservatie van vlucht, organisatie van de re-integratie) naar een land van herkomst, kunnen doorgestuurd worden naar return@ibz.fgov.be;
  • Personen voor wie een verlenging van het BGV nodig is, en die verblijven in een open terugkeerplaats onder de verantwoordelijkheid van Fedasil, moeten hun gemotiveerde aanvraag (organisatie van vrijwillige terugkeer naar herkomstland) verzenden naar otp@ibz.fgov.be;
  • Personen met bijlage 26quater of 25quater voor wie een verlenging van het BGV nodig is, en die verblijven in een open terugkeerplaats onder de verantwoordelijkheid van Fedasil, moeten hun gemotiveerde aanvraag in functie van de organisatie van vrijwillige terugkeer naar de verantwoordelijke lidstaat voor hun aanvraag internationale bescherming verzenden naar asylum.dublin@ibz.fgov.be.

In de praktijk beoordeelt DVZ elke aanvraag individueel en maakt daarbij een afweging of een verlenging noodzakelijk is. Een duidelijke en grondige motivering van de aanvraag tot verlenging is nodig.

Daarnaast biedt artikel 74/17, §2 Vw de mogelijkheid aan DVZ om ambtshalve, zonder aanvraag, te beslissen om de uitvoering van een BGV tijdelijk uit te stellen en de vreemdeling hiervan schriftelijk in kennis te stellen. Tot nu toe wordt dit in de praktijk door DVZ niet toegepast.

Meer info

  

18. OCMW-steun

18.1. Algemeen - organisatie hulpverlening

De werking van de OCMW’s wordt gegarandeerd tijdens de periode van de COVID-19-maatregelen.

De POD Maatschappelijke Integratie (POD MI) publiceert op haar website richtlijnen en aanbevelingen voor een veilige werkwijze voor alle betrokkenen. POD MI houdt de richtlijnen courant met de laatste voorschriften van de nationale veiligheidsraad.

POD MI heeft een lijst met vragen en antwoorden ontwikkeld voor de vragen rond de praktische toepassing van de wettelijke missies van de OCMW’s in deze uitzonderlijke periode.

De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) omschrijft op haar website de praktische werking van een OCMW in het kader van de opvolging van een steundossier, of bij een nieuwe aanvraag.

Meer info

 

18.2. OCMW-steun bij (onwettig) verblijf in België door overmacht

Vreemdelingen die onwettig in het land verblijven en die om redenen onafhankelijk van hun wil niet kunnen terugkeren naar hun herkomstland kunnen in principe aanspraak maken op maatschappelijke dienstverlening vanwege het OCMW waaronder financiële steun (omzendbrief 26 april 2005).

  • Hierbij moet een recent bewijs van overmacht geleverd worden dat door DVZ bevestigd werd.
  • Volgende situaties komen bijvoorbeeld in aanmerking als overmacht: technische overmacht (zoals quarantaine, annulatie van een vlucht, sluiting van een grens,…), de onmogelijkheid voor de Belgische overheid om de nationaliteit en het land waarnaar moet worden uitgewezen te bepalen, medische overmacht.
  • Ook de hoogste rechtscolleges in België hebben geoordeeld dat er dan een principieel recht op maatschappelijke dienstverlening is (Grondwettelijk Hof 30 juni 1999 en HvC van 18 december 2000).
  • Hoewel de OCMW’s in dergelijke gevallen meestal steun weigeren, passen de arbeidsrechters deze rechtspraak toe en veroordelen zij het betrokken OCMW tot steunverlening.

Vreemdelingen die een verlenging hebben gekregen van hun BGV en ongeacht of zij al steuntrekkend waren op het moment van de betekening van het BGV, kunnen volgens de POD Maatschappelijke Integratie financiële steun van het OCMW krijgen in onderstaande twee gevallen die de POD eerder al toelichtte in een FAQ:

  • Een vreemdeling aan wie een uitvoerbaar BGV is betekend en die van de DVZ een verlenging van het BGV heeft gekregen op grond van zwangerschap, geboorte of medische redenen, kan aanspraak maken op financiële steun gedurende de termijn van de verlenging van het BGV. De POD MI betaalt de kosten van de financiële steun die wordt toegekend gedurende de termijn van de verlenging van het BGV terug aan het OCMW. De POD MI doet dit binnen de grenzen vastgelegd door het Ministerieel Besluit van 30 januari 1995, en voor zover een voorafgaand sociaal onderzoek het bestaan en de omvang van de nood aan steun vaststelt.
  • De POD MI betaalt de kosten van de financiële steun ook terug in nog een tweede situatie: als het OCMW veroordeeld werd tot steunverlening door de arbeidsrechter op grond van (medische) overmacht (ook als er geen verlenging van het BGV wegens zwangerschap, geboorte of medische redenen werd toegekend).

Vreemdelingen die al maatschappelijke dienstverlening genoten op het moment dat hen een BGV werd betekend, behouden dat recht op steun tijdens de termijn om het uitwijzingsbevel uit te voeren en ook bij een eventuele verlenging (art. 57, §2, lid vijf OCMW-wet).

Vreemdelingen die geen recht op maatschappelijke dienstverlening hadden op het moment dat hun een uitwijzingsbevel werd betekend zonder de bedoeling om dat bevel te verlengen, hebben enkel recht op dringende medische hulp (tenzij volgens de rechtspraak, wanneer zij overmacht aantonen, zie hierboven).

Meer info

 

18.3. OCMW-steun bij lopende aanvraag maar verstreken of afwezig verblijfsdocument

Om aanspraak te kunnen maken op maatschappelijke dienstverlening (waaronder financiële steun) of leefloon (maatschappelijke integratie) vanwege het OCMW moeten vreemdelingen voldoen aan een bepaalde verblijfsvoorwaarde. Door de teruggeschroefde dienstverlening bij gemeenten in het licht van de COVID-19-crisis ontvangen vreemdelingen die een verblijfs- of verlengingsaanvraag hebben ingediend soms andere verblijfsdocumenten (ontvangstbewijs, bepaalde bijlage) dan wettelijk voorzien.

De POD Maatschappelijke Integratie laat in een FAQ op haar website weten dat de alternatieve documenten zoals ontvangstbewijzen en bijlagen die vreemdelingen krijgen in het kader van hun verblijfs- of verlengingsaanvraag aanvaard worden om (verdere) steun te genieten.

Meer info

 

18.4. Steun bij verblijf in buitenland door overmacht

18.4.1. Maatschappelijke integratie - leefloon

Bij een verblijf in het buitenland van niet meer dan vier (al dan niet opeenvolgende) weken per kalenderjaar wordt het leefloon verder uitbetaald (artikel 23, §5 Leefloonwet).

De betaling van het leefloon wordt in principe geschorst wanneer het verblijf in het buitenland langer is dan vier (al dan niet opeenvolgende) weken per kalenderjaar.

Het OCMW kan beslissen de betaling van het leefloon toch niet te schorsen in uitzonderlijke omstandigheden, op voorwaarde dat betrokkene zijn meldingsplicht heeft vervuld.

  • Ieder verblijf in het buitenland van een week of meer moet vóór het vertrek gemeld worden aan het OCMW. Bij het niet vervullen van de meldingsplicht kan het OCMW beslissen de uitbetaling van het leefloon te schorsen wegens het afleggen van onjuiste of onvolledige verklaringen die het bedrag van het leefloon beïnvloeden (artikel 30, §1 Leefloonwet).

De POD MI aanvaardt onder andere als uitzonderlijke omstandigheden:

  • het volgen van studies of een stage in het buitenland in het kader van een opleiding tot het behalen van een volwaardig diploma
  • het bijstaan van een ernstig ziek familielid

In een FAQ op zijn website laat de POD MI weten dat zij ook het niet kunnen terugkeren naar België ten gevolge van de COVID-19-pandemie beschouwen als uitzonderlijke omstandigheden in de zin van artikel 23, §5 Leefloonwet die een verlenging van het verblijf in het buitenland verantwoorden.

 

18.4.2. Maatschappelijke dienstverlening – equivalent leefloon

In de organieke OCMW-wet staat niet expliciet dat de uitbetaling van equivalent leefloon bij een verblijf in het buitenland wordt geschorst. In een FAQ op zijn website stelt de POD MI dat de voorwaarden voor maatschappelijke dienstverlening niet langer voldaan zijn als de betrokkene afwezig is van het grondgebied.

Om recht te hebben op equivalent leefloon is onder meer vereist dat de betrokkene zijn gewoonlijke verblijfplaats in België heeft.

In het verleden oordeelde een arbeidsrechter (bijvoorbeeld Arbeidshof Brussel, nr. 50.854 van 23 april 2009) al dat de gewoonlijke verblijfplaats in België behouden blijft bij een tijdelijk verblijf in het buitenland als

  • de betrokkene het OCMW ervan voorafgaandelijk op de hoogte heeft gebracht en
  • hij de intentie heeft om naar zijn gewone verblijfplaats terug te keren.

Een tijdelijk verblijf in het buitenland sluit verdere OCMW-dienstverlening bijgevolg niet per definitie uit.

Meer info

 

18.5. Dringende medische hulp

De POD MI versoepelt tijdelijk de administratieve verplichtingen met betrekking tot dringende medische hulp (DMH) aan mensen zonder wettig verblijf.

De versoepelde werking werd op 27 maart 2020 opgenomen in de lijst met vragen en antwoorden in verband met de wettelijke missies van de OCMW’s tijdens de COVID-19-maatregelen:

  • POD MI laat weten dat er tijdelijk – om de gezondheidswerkers zo veel mogelijk te ontlasten - geen attesten DMH gevraagd worden voor alle medische zorg verleend tussen de periode van 14 maart tot en met 31 mei 2020. Alle zorg aan personen zonder wettig verblijf wordt tijdens deze periode als DMH gezien.
  • Bijkomend mogen OCMW’s beslissingen nemen rond medische kaarten ingevoerd in Mediprima, die een dekking bieden langer dan 3 maanden.

Meer info

 

18.6. Leeflooncategorie bij samenwoonst met asielzoeker die maaltijdcheques krijgt

In een FAQ op haar website van 6 april 2020 adviseert de POD MI de OCMW’s om soepel om te gaan met de voorwaarde van ‘het gemeenschappelijk regelen van de huishoudelijke aangelegenheden’ bij de bepaling van de leeflooncategorie in geval een verzoeker om internationale bescherming gaat inwonen bij een persoon die leefloon geniet.

In principe moet de leeflooncategorie ‘samenwonende’ worden toegekend (en niet langer die van ‘alleenstaande’) wanneer de samenwoonst de begunstigde van het leefloon een economisch-financieel voordeel oplevert.

Een begunstigde van het leefloon kan op basis van die aanbeveling van de POD MI toch leeflooncategorie ‘alleenstaande’ blijven genieten ook al krijgt de persoon die bij hem komt inwonen maaltijdcheques van Fedasil nadat hij de collectieve opvangstructuur vrijwillig verlaten heeft.

Meer info

  

19. Tijdelijke werkloosheid voor vreemdelingen

19.1. Overmacht en vereenvoudigde procedure voor werkgevers en werknemers

Ten gevolge van de verspreiding van COVID-19 worden heel wat werknemers tijdelijk werkloos. Omwille van het groot aantal aanvragen, vereenvoudigde de regering de procedure voor werkgevers en werknemers.

Bovendien werd bepaald dat elke tijdelijke werkloosheid omwille van COVID-19 als overmacht beschouwd kan worden. Vreemde werknemers die tijdelijk werkloos zijn moeten in dit geval niet aantonen voldoende arbeidsdagen gewerkt te hebben om recht te hebben op een werkloosheidsuitkering.

Overmacht

Vanaf 13 maart 2020 aanvaardt de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) een soepele toepassing van het begrip overmacht. Alle situaties van tijdelijke werkloosheid door COVID-19 worden beschouwd als tijdelijke werkloosheid wegens overmacht. Deze maatregel geldt voorlopig tot 19 april maar kan verlengd worden tot 30 juni.

Ondernemingen die voor 13 maart 2020 tijdelijke werkloosheid wegens economische oorzaken meldden, worden aangeraden over te stappen op tijdelijke werkloosheid wegens overmacht. In die regeling zijn soepelere procedures van toepassing.

Werkloosheidsuitkering

In het stelsel van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht, dient de werknemer niet te voldoen aan de toelaatbaarheidsvoorwaarden. Vreemde werknemers zullen dus niet moeten aantonen een voldoende aantal arbeidsdagen in loondienst gewerkt te hebben.

Voor het stelsel van tijdelijke werkloosheid wegens economische oorzaken, gelden de toelaatbaarheidsvoorwaarden in principe wel. Maar ook hier maakte de regering een uitzondering op: deze voorwaarden zijn niet van toepassing voor tijdelijke werkloosheid wegens economische oorzaken gelegen in de periode van 1 februari 2020 tot 30 juni 2020.

Procedure

De regering versoepelt de aanvraagprocedure voor werkgever en werknemer.

  • Werkgevers moeten bij de elektronische aangifte van sociaal risico scenario 5 ‘Maandelijkse aangifte van de uren tijdelijke werkloosheid of uren schorsing bedienden’ de tijdelijke werkloosheid aangeven als overmacht en als reden ‘coronavirus’ opgeven. Dit volstaat als vereiste mededeling. De werkgever moet ook geen controlekaarten afleveren aan de werknemers.
  • Werknemers doen een aanvraag bij de uitbetalingsinstelling naar keuze. Deze voorzien een formulier C3.2-werknemer-corona. Er zijn geen verdere formaliteiten.

Meer info

 

19.2. Tijdelijke werkloosheid telt mee als economische participatie voor Belgische nationaliteitsverklaring

Om Belg te worden heb je soms een bewijs van werk nodig. In sommige hypotheses van nationaliteitsverklaring moet je immers een bewijs van ‘economische participatie’ voorleggen. Dat wil zeggen: aantonen dat je 468 dagen gewerkt hebt.

Het Wetboek van de Belgische nationaliteit verwijst naar de werkloosheidsreglementering om te bepalen

  • welke dagen als arbeidsdagen en
  • welke dagen als met arbeidsdagen gelijkgestelde dagen beschouwd kunnen worden.

Niet alleen de effectieve arbeidsdagen tellen dus mee, maar ook met arbeidsdagen gelijkgestelde dagen, zoals betaalde vakantiedagen en ziektedagen.

De dagen waarvoor je een vergoeding hebt gekregen omwille van tijdelijke werkloosheid, worden beschouwd als gelijkgestelde dagen. Dat geldt dus ook voor tijdelijke werkloosheid in het kader van COVID-19. Die dagen mag je meetellen bij het berekenen van de vereiste arbeidsdagen om je economische participatie te bewijzen.

Meer info

  

20. Groeipakket voor vreemdelingen

Kinderen die wonen in Vlaanderen kunnen recht hebben op het Groeipakket, het geheel van gezinsbijslagen, schooltoelagen en andere financiële tegemoetkomingen. Om recht te hebben op het Groeipakket, moet het kind voldoen aan bepaalde verblijfs- en woonplaatsvoorwaarden.

De maatregelen met betrekking tot de afgifte en verlenging van verblijfsdocumenten en de woonstcontroles kunnen een invloed hebben op het Groeipakket. Het Vlaams Agentschap Uitbetaling Groeipakket (VUTG) verduidelijkte daarom in een Mededeling van 27 april 2020 wat de impact is van deze maatregelen op het Groeipakket.

 

20.1. Verblijfsvoorwaarden

Het rechtgevend kind moet vreemde nationaliteit moet toegelaten of gemachtigd zijn om in België te verblijven. Indien het kind niet voldoet aan de verblijfsvoorwaarden, worden deze gecontroleerd via een ouder. Of aan de verblijfsvoorwaarden voldaan is, blijkt volgens het VUTG uit het hebben van een elektronische verblijfskaart, in bepaalde gevallen een bijlage 15, of een attest van immatriculatie (AI) voor slachtoffers van mensenhandel of mensensmokkel of niet-begeleid minderjarigen. Meer info over de verblijfsvoorwaarden is te vinden in Toelichtingsnota 2bis.

Nieuwe aanvragen voor het Groeipakket:

Volgens DVZ kunnen gemeentes de afgifte of vernieuwing van elektronische verblijfskaarten opschorten. Indien het een derdelander betreft, dient de gemeente in plaats van de elektronische kaart een bijlage 15 af te leveren met daarop het achtste vakje aangekruist. De gemeente moet de bijlage 15 registreren in het rijksregister. In dit geval veronderstelt het VUTG dat aan de verblijfsvoorwaarde is voldaan.

Indien uit de gegevens van het rijksregister blijkt dat het kind of de ouder voordien reeds over een elektronische verblijfskaart beschikte, aanvaardt het VUTG de bijlage 15 eveneens wanneer vakje 1, 2, 3 of 4 is aangekruist.

Unieburgers krijgen bij het indienen van hun verblijfsaanvraag bij de gemeente een bijlage 19. Bij goedkeuring van het verblijfsrecht, kan de gemeente in plaats van de elektronische E kaart een papieren bijlage 8 afleveren en deze registeren in het rijksregister. Het VUTG oordeelt dat Unieburgers aan de verblijfsvoorwaarde voldoen bij de afgifte en registratie van de bijlage 8. Dit geldt met terugwerkende kracht tot de inschrijving in het rijksregister.

Niet-begeleide minderjarigen en slachtoffers van mensenhandel hebben recht op het Groeipakket met een AI. Volgens DVZ kunnen de gemeentes kunnen de afgifte of verlenging van het AI opschorten. De gemeenten kunnen het AI echter wel in het rijksregister registreren. Op deze basis kan het Groeipakket opgestart worden en behouden blijven. Dit geldt ongeacht de effectieve aflevering of verlenging van het AI.

Actieve dossiers:

Het VUTG volgt de elektronische kaarten niet actief op. De verblijfsvoorwaarde blijft vervuld, ook al kan het rechtgevend kind of diens ouder geen verblijfskaart krijgen omwille van de maatregelen voor de bestrijding van het coronavirus. Enkel wanneer de gemeente kind en beide ouders afvoert wegens het verlies van verblijfsrecht, beschouwt het VUTG de verblijfsvoorwaarde niet langer als vervuld en zal het Groeipakket worden stopgezet.

In het geval een kind reeds Groeipakket kreeg, zal dit dus niet worden stopgezet omwille van het feit dat een verblijfskaart niet verlengd wordt.

 

20.2. Woonplaatsvoorwaarde

Om het recht te openen op het Groeipakket, dient het rechtgevend kind zijn woonplaats te hebben in het Nederlands taalgebied. Een inschrijving in de bevolkingsregisters is in dit geval niet noodzakelijk, ook een feitelijke verblijfsplaats volstaat. Het VUTG aanvaardt in dit kader het ontvangstbewijs van de aangifte van inschrijving of adreswijziging, ook al gebeurt de woonstcontrole niet binnen de vereiste 15 dagen of gebeurt de inschrijving op basis van andere bewijsstukken.

Meer info

  

21. Juridische procedures en juridische bijstand

Naar aanleiding van de maatregelen tegen COVID-19 werden zowel de vervaltermijnen als de werking van de hoven, rechtbanken en administratieve rechtscolleges aangepast.

 

21.1. Hoven en rechtbanken

Voor de hoven en rechtbanken werd een afwijkende regeling voorzien door het KB nr. 2 van 9 april 2020 (BS 9 april 2020). De regeling geldt enkel voor burgerlijke zaken of strafzaken voor zover het over het burgerlijke aspect gaat.

Alle termijnen die zouden vervallen in de periode van 9 april tot en met 17 mei 2020 worden verlengd tot één maand na het einde van die periode, dus tot 17 juni 2020. Alle daaropvolgende termijnen worden met een maand verlengd, en als daardoor de laatste termijn minder dan een maand voor de terechtzitting valt, wordt de terechtzitting verdaagd.

Alle zaken die voor behandeling vastgesteld zijn in de periode van 11 april 2020 tot en met 17 juni 2020 en waarvoor conclusies zijn neergelegd, worden van rechtswege in beraad genomen zonder mondelinge pleidooien. Wanneer alle partijen zich verzetten, wordt de zaak uitgesteld. In de andere gevallen heeft de rechter de keuze om te oordelen op basis van de voorgelegde stukken, hetzij de zaak uit te stellen, hetzij toch een zitting te organiseren.

Meer info

 

21.2. Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV)

De afwijkende regels voor de RvV worden geregeld in het bijzondere machtenbesluit nr. 19 van 5 mei 2020 met betrekking tot de verlenging van de termijnen van de rechtspleging bij de Raad voor vreemdelingenbetwistingen en de schriftelijke behandeling van de zaken (BS 6 mei 2020). Er geldt een verschillende regeling voor gewone procedures en voor dringende zaken.

 

21.2.1. Gewone procedures (schorsing, annulatie, volle rechtsmacht)

Voor de gewone procedures van schorsing, annulatie of van beroepen in volle rechtsmacht geldt dat alle termijnen die zouden vervallen zijn in de periode van 9 april 2020 tot 3 mei 2020 worden verlengd tot 30 dagen na het einde van de lockdown (voorlopig 3 mei + dertig dagen = dinsdag 2 juni 2020). Dat geldt voor alle termijnen die gelden voor de partijen en ook voor de RvV zelf. Het gaat om termijnen voor het indienen van het beroep, de nota met opmerkingen en de synthesememory, of voor de termijn van 8 dagen na mededeling van de nota van verwerende partij om te laten weten of verzoeker een synthesememorie kan indienen.

De RvV kan ook in alle zaken, ongeacht of het verzoeken betreft die ingediend werden voor, tijdens of na die periode, beslissen om een zaak te behandelen zonder openbare zitting. Dat kan vanaf 6 mei 2020 tot 30 juni en tot 60 dagen daarna (30 juni + 60 dagen = zaterdag 29 juli, dus maandag 31 juli). Partijen krijgen hiervan wel kennisgeving. Het gaat om de toepassing van artikel 39/73 Vw, maar:

  • zonder het recht van partijen om een zitting te eisen, en
  • met de mogelijkheid van het indienen van pleitnota’s binnen 15 dagen.

In dit geval kunnen stukken, pleidooien en kennisgevingen via e-mail gebeuren. De Wet spreekt van “kunnen”, maar volgens het Verslag aan de Koning geldt er een verplichting. De RvV stelt een tijdschema op en binnen dit schema gebeurt de communicatie uitsluitend via e-mail, tenminste als deze uitgaat van een overheid of advocaat. Een vreemdeling die zelf optreedt, zou niet verplicht worden e-mail te gebruiken.

 

21.2.2. Dringende procedures

Voor de dringende procedures of procedures met verkorte termijnen geldt de verlenging tot 2 juni niet.

Het gaat om een verzoek tot schorsing in uiterst dringende noodzakelijkheid en desgevallend tot voorlopige maatregelen, en om de beroepen tegen een beslissing van het Commissariaat Generaal Vluchtelingen en Staatlozen ingediend vanuit een gesloten centrum (artikelen 39/77, 39/77/1, 39/82, § 4, tweede lid, 39/84 en 39/85 van de Verblijfswet). De termijnen in deze procedures worden niet verlengd, maar de organisatie van de rechtspleging wijzigt wel. Deze zaken kunnen nu doorgaan zonder openbare zitting en per e-mail.

Voor de andere korte procedures (artikel 39/57 §1, tweede lid Verblijfswet), namelijk beroepen uitgaande van vreemdelingen in een gesloten centrum of tegen beslissingen van onontvankelijkheid wegens veilig derde land of herhaaldelijk verzoek om bescherming, geldt zowel een nieuwe termijn (15 dagen in plaats van 10 of 5 dagen), als een aangepaste organisatie.

Let wel: Alleen als de termijn om dit beroep in te dienen verviel tussen 9 april en 3 mei, dan wordt de termijn gewijzigd in 15 dagen. In andere gevallen kan wel eventueel nog een beroep gedaan worden op het algemeen principe van overmacht.

Alle deze zaken kunnen behandeld worden zonder openbare zitting, en dit vanaf 6 mei 2020 en tot en met 30 juni 2020. Hierbij geldt dat:

  • de beslissing om zonder zitting te behandelen moet genomen zijn ten laatste op 30 juni 2020
  • de uiteindelijke uitspraak moet volgen ten laatste dertig dagen na 30 juni (zijnde 30 juli 2020). De einddatum van 30 juni 2020 kan nog bij KB worden verschoven.

Artikel 4 van het besluit bepaalt dat in alle zaken waarin beslist wordt op basis van deze wet om geen zitting te houden, de communicatie kan verlopen via e-mail. Het Verslag aan de Koning stelt echter dat in deze zaken alle stukken per e-mail moeten worden ingediend als het door een advocaat of overheid gebeurt. Dat geldt niet voor vreemdelingen die zelf optreden en mogelijk geen toegang hebben tot internet.

 

21.2.3. Contact met RvV per e-mail

De e-mailadressen zijn:

Deze e-mailadressen mogen niet gebruikt worden door partijen wiens zaak niet in toepassing van deze uitzonderingswet worden behandeld.

De RvV kan namelijk in dezelfde periode te allen tijde beslissen om wel een zitting te houden, mits inachtname van bijzondere voorzorgen (zie nota op de website van de RvV).

De RvV kan ook tijdens de behandeling van een zaak zonder zitting nog steeds beslissen de zaak naar de rol te verwijzen om ze later opnieuw te behandelen, onder de reguliere procedure. Dan gelden weer de normale regels. In het Verslag aan de Koning wordt gemeld dat vanaf 19 mei 2020 in principe terug normale zittingen zouden kunnen gebeuren.

Meer info

 

21.3. Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak (RvS)

De afwijkende regeling voor procedures voor het cassatieberoep bij de Raad van State tegen beslissingen genomen door de RvV, worden geregeld door het KB nr. 12 van 21 april 2020 (BS 22 april 2020).

De termijnen voor het instellen en behandelen van procedures die aflopen tijdens de periode van 9 april 2020 tot en met 3 mei 2020, worden automatisch verlengd tot dertig dagen na 3 mei, dus tot en met 2 juni 2020.

Vorderingen tot schorsing in uiterst dringende noodzakelijkheid worden evenwel behandeld; dat gebeurt via een schriftelijke procedure of via een zitting via Skype.

Van 9 april 2020 tot en met 30 juni 2020 kan de RvS vorderingen en beroepen die klaar zijn om vastgesteld te worden, behandelen zonder openbare zitting, op voorwaarde wel dat alle partijen akkoord gaan. De zaak kan dan afgehandeld worden tot dertig dagen na die einddatum, dus tot en met 30 juli 2020.

In al deze zaken kunnen de partijen hun processtukken insturen per e-mail via dringend@raadvst-consetat.be, of op elk ander e-mailadres dat de bevoegde kamer meedeelt. De Raad zelf kan in de periode van 9 april 2020 tot en met 30 juni 2020 in alle zaken alle kennisgevingen en mededelingen doen via e-mail, behalve aan particulieren die niet over internet beschikken.

Meer info

  

22. Juridische bijstand

De eerstelijns rechtshulp aan vreemdelingen en de juridische ondersteuning die door diverse organisaties wordt aangeboden, loopt voornamelijk digitaal en telefonisch verder. Zoek naar actuele contactinfo via ons Overzicht van gespecialiseerde diensten in verblijfsprocedures en rechten van vreemdelingen per stad of provincie.

De juridische helpdesk van het Agentschap Integratie en Inburgering heeft nieuwe contactgegevens tijdens de coronacrisis:

  • Vragen over internationaal familierecht: enkel per mail aan juridesk@integratie-inburgering.be
  • Vragen over asielrecht aan Vluchtelingenwerk Vlaanderen: enkel per mail aan info@vluchtelingenwerk.be
  • Vragen over vreemdelingenrecht: enkel per telefoon op ons nieuw tijdelijk nummer 02 701 75 55, elke werkdag van 9 tot 12.30 uur, en op woensdag ook van 13.30 tot 17 uur

Ook vragen en info over de concrete gevolgen van coronamaatregelen op de rechtspositie van vreemdelingen kunnen terecht op deze juridische helpdesk.