10 september 2019

In arrest nummer 220.414 van 26 april 2019 besluit de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) dat de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) niet de bevoegdheid heeft om de rechtsgeldigheid van een in België afgesloten huwelijk te beoordelen.

De feiten

Een Burkinese dame huwt op 18 mei 2018 met een Belgische man in Schaarbeek. Zij dient vervolgens een aanvraag gezinshereniging in als echtgenote van een Belg. Deze aanvraag wordt geweigerd door DVZ. Als motief van weigering verwijst DVZ naar het feit dat de Belgische echtgenoot nog gehuwd zou zijn met een andere vrouw in Guinee op het moment dat het Belgische huwelijk werd afgesloten. De informatie zou blijken uit de verklaringen van de echtgenoot zelf naar aanleiding van de verklaring voor het verkrijgen van de Belgische nationaliteit voor zijn kind, geboren in Guinee uit het eerste huwelijk. Aangezien er sprake zou zijn van bigamie, oordeelt de DVZ dat er geen rekening kan worden gehouden met de Belgische huwelijksakte en is er volgens DVZ niet voldaan aan de voorwaarden voor gezinshereniging.

Beoordeling door de RvV

De RvV oordeelt dat DVZ zijn bevoegdheid overschreed door te weigeren om het in België afgesloten huwelijk van verzoekster met haar Belgische echtgenoot te aanvaarden.

Artikel 27, §1 van het Wetboek Internationaal Privaatrecht geeft aan DVZ de mogelijkheid om de erkenning van een buitenlandse huwelijksakte de plano te beoordelen, maar dit geldt niet voor een in België afgesloten huwelijk. DVZ heeft geen beoordelingsbevoegdheid inzake de rechtsgeldigheid van een in België afgesloten huwelijk. Artikel 184 van het Burgerlijk Wetboek geeft aan de echtgenoten zelf, het openbaar ministerie of “allen die daarbij belang hebben” de bevoegdheid om de nietigheid van een huwelijk te vorderen in geval van polygamie. In casu werd er geen dergelijke vordering ingesteld. Het huwelijk bestaat dus nog altijd en verzoekster kan dus ook aanspraak maken op gezinshereniging.