Nieuws

print
  • 4 augustus 2022

    Consulteer dit bericht regelmatig. Laatste update: 15/03/2023.

  • 20 januari 2023

    Een ernstig zieke derdelander kan niet worden teruggestuurd naar zijn land waar hij geen adequate behandeling kan krijgen, als zijn pijn daardoor snel, aanzienlijk en onomkeerbaar zou toenemen. Volgens een Hof van Justitie arrest van 22-11-2022 verzet de Europese Terugkeerrichtlijn 2008/115 en het Handvest van de Grondrechten van de EU zich in dat geval tegen een terugkeerbesluit of repatriëring.

  • 20 december 2022

    De socio-economische situatie in Afghanistan is geen “onmenselijke behandeling” in de zin van artikel 48/4, § 2, b) van de Verblijfswet. De onmenselijke behandeling moet worden veroorzaakt door een opzettelijke handeling of nalaten van een actor en moet gericht zijn tegen de betrokkene. De socio-economische situatie is na de machtsovername door de taliban in augustus 2021 is het gevolg van een complexe crisis waarvoor niet één specifieke actor verantwoordelijk is. Dit oordeelde de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) in twee arresten op 12 en 13 oktober 2022. De RvV beklemtoont wel dat de huidige socio-economische situatie een schending van artikel 3 van het EVRM kan uitmaken en mee moet worden onderzocht bij de afgifte van een bevel om het grondgebied te verlaten.

  • 23 november 2022

    Het Nederlandstalig Hof van Cassatie-arrest van 27-9-2022 verlaat de traditionele “zonder voorwerp”-rechtspraak bij beroepen tegen administratieve detentie als de vreemdeling intussen vrij is. Dan moet de rechter zich toch nog uitspreken over het beroep. Dat is in lijn met EHRM-arrest Saqawat van 30-6-2020. Opmerkelijk, het Franstalig Hof van Cassatie-arrest van 9-11-2022 blijkt toch nog terughoudend om de koerswijziging helemaal door te voeren in de eigen rechtspraak.

  • 26 oktober 2022

    Raad van State arrest nr. 253.942 van 9-6-2022 (Franstalig) oordeelt dat de DVZ een bevel om het grondgebied te verlaten (BGV) uitdrukkelijk moet motiveren. De formele motiveringsplicht van bestuurshandelingen vereist dat de DVZ de feitelijke en juridische gronden uiteenzet waarop deze is gebaseerd. Wanneer DVZ beveelt het grondgebied te verlaten, moet hij daarbij in het bijzonder rekening houden met de grondrechten van de vreemdeling en uitleggen hoe hij rekening heeft gehouden met de vereisten uit artikel 74/13 Vw nl. het hoger belang van het kind, het gezins- en familieleven en de gezondheidstoestand. De RvS oordeelde in arrest nr. 253.374 van 28-3-2022 (Nederlandstalig) in andere zin. De rechtspraak lijkt verdeeld op dit punt.

  • 21 oktober 2022

    In twee arresten van 6 juli 2022 concludeert de Nederlandse Raad van State dat er een evident en fundamenteel verschil is tussen het beschermingsbeleid van Nederland enerzijds en Denemarken en Zweden anderzijds. De RvS nam aan dat er een risico was op indirect refoulement bij overdracht aan Denemarken van een Syrische asielzoeker die alle Deense rechtsmiddelen had uitgeput. Een andere asielzoeker die eerder een verzoek om internationale bescherming (VIB) in Zweden had ingediend kon niet bewijzen dat alle Zweedse rechtsmiddelen waren uitgeput. De bevindingen van de Nederlandse Raad van State kunnen nuttig zijn voor de Belgische praktijk rond VIB van Syriërs die eerder een aanvraag hebben ingediend in Zweden of Denemarken.

  • 3 augustus 2022

    We gaven onze eerdere nieuwspagina “Afghanistan: verblijfsaanvragen en bijstand sinds machtsovername Taliban” een update. We wijzigden ook de structuur. In dit huidige nieuwsbericht geven we een overzicht van de belangrijkste wijzigingen. We actualiseerden de volgende titels en informatie: 1.1.1. Praktisch verloop visumaanvraag - a) Afghaanse documenten verkrijgen, c) Indiening verbljifsaanvraag: Plaats en wijze van indiening, Verloop indiening, f) Afleveren visum; 1.1.2. Visum gezinshereniging - a) Flexibiliteit vereiste documenten?; 1.2.1. Behandeling van dossiers internationale bescherming; 2.5. Standpunt Centrale Autoriteit Burgerlijke Stand FOD Justitie Afghaanse documenten

  • 5 juli 2022

    Vanaf 16 maart 2022 is Rusland geen lid meer van de Raad van Europa. Vanaf 16 september 2022 zal Rusland ook geen lid meer zijn van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Wanneer Belgische overheden verzoeken om internationale bescherming en verblijfsaanvragen behandelen, zullen zij rekening moeten houden met deze verminderde rechtsbescherming.

  • 30 juni 2022

    Sinds 1-02-2022 is er nog 4 maanden vanaf een definitieve nationale beslissing om beroep in te dienen bij het Europees Hof voor de Rechten van de MensVoor nationale definitieve beslissingen vóór 1-02-2022 geldt nog de oude termijn van 6 maanden.

  • 10 mei 2022

    Ontdek het jaarverslag van het Agentschap Integratie en Inburgering, met dienst vreemdelingenrecht en internationaal familierecht

  • 6 mei 2022

    In het arrest Sabani t/België van 8-3-2022 oordeelt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat het binnendringen in een woning van een vreemdeling zonder wettig verblijf zonder huiszoekingsbevel of toestemming van de betrokkene, een schending uitmaakt van het recht op eerbiediging van de woning (artikel 8 EVRM) en op onschendbaarheid van de woning (artikel 15 Grondwet).

  • 1 april 2022

    Onze vaste webpagina over Afghanistan kreeg een grondige update: over de aflevering van Afghaanse documenten en paspoorten, legalisatie, grensoversteek, reizen, het beleid van DVZ bij visa-aanvragen, en van CGVS bij asielaanvragen.

  • 30 maart 2022

    Sinds de Oekraïne-crisis gelden enkele speciale regels voor Russen. We blijven dit bericht actualiseren.

  • 4 februari 2022

    RvV arrest nr. 265.593 van 16-12-2021 oordeelt dat DVZ onzorgvuldig handelt door het verblijf van een gevestigde vreemdeling te beëindigen op grond van rapporten van de inlichtingendiensten zonder voldoende verifieerbare of geverifieerde feitelijke grondslag.

  • 1 februari 2022

    RvV arrest nr. 265.069 van 7-12-2021 vernietigt de beëindiging van het verblijfsrecht van een mama waarbij DVZ onvoldoende rekening hield met het hoger belang van haar 14-jarige zoon die in België geboren en opgegroeid is.

  • 28 januari 2022

    GwH arrest 187/2021 van 23-12-2021 brengt de maximumtermijn voor administratieve detentie voor repatriëring van Unieburgers of hun familieleden omwille van openbare orde of nationale veiligheid, terug tot 5 maanden. Voor preventieve maatregelen tegen het risico op onderduiken tijdens de uitvoering van het terugkeerbesluit legt het GwH enkele voorwaarden op.

  • 28 januari 2022

    RvV arrest nr 253.382 van 22 april 2021 vernietigt een beslissing tot signalering in het Schengeninformatiesysteem (SIS) terwijl er slechts een weigering van gecombineerde vergunning was genomen, en nog geen weigering van toegang.

  • 27 januari 2022

    Op 3-1-2022 trad het KB van 30-11-2021 in werking. Dit wijzigingsbesluit verduidelijkt de bevoegdheden van de veiligheidsmedewerkers-chauffeurs van de Dienst Vreemdelingenzaken.

  • 21 december 2021

    Nieuwspagina over verblijfsprocedures van Afghanen vanuit Afghanistan en in België; verblijf, opvang en rechten van geëvacueerden; opsporing van familie en hulp in Afghanistan

  • 16 december 2021

    In een arrest nr. 260.995 van 23-09-2021 oordeelde de RvV dat een bevel om het grondgebied te verlaten rekening moet houden met een niet-terugleidingsclausule, opgenomen in een beslissing van het CGVS na een verzoek om internationale bescherming.

  • 19 november 2021

    Raad van State arrest nr. 252.002 van 28-10-2021 oordeelt dat een hangend MB tot terugwijzing gelijk staat aan een inreisverbod, waardoor het geen beletsel vormt voor het indienen van een 9ter-aanvraag. Er anders over oordelen, zou een schending van artikel 74/11, §3 Vw inhouden.

  • 8 november 2021

    RvV arrest nr. 260.227 van 6-9-2021 stelt dat DVZ een aanvraag gezinshereniging van een derdelands familielid van een Unieburger die gebruik maakte van het vrij verkeer, niet ‘onbestaande’ kan verklaren of kan weigeren omwille van een eerder inreisverbod aan deze derdelander nog voor hij familielid werd van de Unieburger. De K.A.-rechtspraak van het Hof van Justitie die dat volgens de Raad van State toch zou toelaten tenzij bij 'onderlinge afhankelijkheid' is ook niet van toepassing op familie van Unieburgers die gebruik maken van hun vrij verkeer. Verdere RvV arresten (nr. 263.795 van 17-11-2021, en nr. 274.528 van 23-6-2022) bevestigen dit ook als de derdelander als ontoegankelijk op het Schengengrondgebied gesignaleerd staat op grond van art. 24 SIS II-Verordening ten gevolge van een inreisverbod opgelegd door een andere lidstaat.

  • 25 augustus 2021

    In zijn arrest nr. 245.378 van 02-12-2020 oordeelt de RvV dat een inreisverbod van zes jaar niet naar recht gemotiveerd is wanneer het is gegrond op de vermeende ‘criminele ingesteldheid’ van de betrokkene, terwijl deze zich enkel heeft schuldig gemaakt aan misdrijven strafbaar met een correctionele straf, niet een criminele straf.

  • 19 juli 2021

    Het HvJ oordeelt in arrest nr. C-719/19 van 22-06-2021 dat een Unieburger ten aanzien van wie een uitwijzingsbevel is genomen, niet voldoet aan dit bevel door zijn enkele fysieke vertrek van het grondgebied van de gastlidstaat. Om na zijn vertrek opnieuw een verblijfsrecht te kunnen verkrijgen in diezelfde lidstaat op grond van de Burgerschapsrichtlijn, moet hij zijn verblijf op dat grondgebied vooreerst daadwerkelijk en effectief hebben beëindigd. Indien hij terugkeert naar de gastlidstaat, mag zijn verblijf namelijk geen voortzetting zijn van zijn eerdere verblijf op dat grondgebied. 

  • 19 juli 2021

    In antwoord op een prejudiciële vraag van het GwH oordeelt het HvJ in arrest nr. C-718/19 van 22-06-2021 dat: de maximale duur van vasthouding van acht maanden met het oog op verwijdering van Unieburgers en hun familieleden, die identiek is aan de maximale detentietermijn voor derdelanders, strijdig is met het Unierecht; preventieve maatregelen die aan Unieburgers en hun familieleden opgelegd kunnen worden om een risico op onderduiken te vermijden tijdens de duur van het bevel om het grondgebied te verlaten toegelaten zijn, voor zover ze niet ongunstiger zijn dan de preventieve maatregelen die opgelegd kunnen worden aan derdelanders; DVZ de voorkeur moet geven aan de minst beperkende preventieve maatregel.

Pagina's