Nieuws

print
  • 19 juli 2021

    Het HvJ oordeelt in arrest nr. C-719/19 van 22-06-2021 dat een Unieburger ten aanzien van wie een uitwijzingsbevel is genomen, niet voldoet aan dit bevel door zijn enkele fysieke vertrek van het grondgebied van de gastlidstaat. Om na zijn vertrek opnieuw een verblijfsrecht te kunnen verkrijgen in diezelfde lidstaat op grond van de Burgerschapsrichtlijn, moet hij zijn verblijf op dat grondgebied vooreerst daadwerkelijk en effectief hebben beëindigd. Indien hij terugkeert naar de gastlidstaat, mag zijn verblijf namelijk geen voortzetting zijn van zijn eerdere verblijf op dat grondgebied. 

  • 19 juli 2021

    Het Hof van Beroep van Brussel schept in arrest nr. COR/798/2021 van 26-05-2021 duidelijkheid over het misdrijf mensensmokkel, omschreven in artikel 77bis Vw. Het Hof van Beroep oordeelt dat het verlenen van onderdak, het uitlenen van een gsm, of toegang geven tot een laptop aan een persoon zonder wettig verblijf of in een precaire verblijfssituatie niet betekent dat de betrokken persoon zich schuldig maakt aan mensensmokkel als dader of medeplichtige.

  • 23 februari 2021

    Hof van Justitie arrest JZ (nr. C-806/18) van 17-09-2020 stelt dat de omschrijving van het strafbaar gestelde gedrag voor een situatie waarin een derdelander in onwettig verblijf het grondgebied van de lidstaten ondanks een inreisverbod nooit heeft verlaten, niet zodanig kan worden verwoord dat een schending van het inreisverbod er een bestanddeel van uitmaakt. Verwijzend naar zijn arrest Ouhrami oordeelt het HvJ dat het onwettig verblijf van de betrokkene tot op het tijdstip van de vrijwillige of gedwongen uitvoering van de terugkeerverplichting, beheerst wordt door het terugkeerbesluit en niet door het inreisverbod. Een inreisverbod heeft immers pas rechtsgevolgen vanaf het tijdstip dat de betrokkene het grondgebied van de lidstaten daadwerkelijk verlaat.

  • 2 juli 2019

    Hof van Cassatie arrest nr. S.18.0065 van 12-10-2020 stelt dat vreemdelingen enkel aanspraak kunnen maken op een referentieadres bij een OCMW indien zij toegelaten of gemachtigd zijn tot een verblijf van meer dan drie maanden, gemachtigd zijn om zich te vestigen of overeenkomstig de Verblijfswet om een andere reden zijn ingeschreven. Hiermee verbreekt het HvC een arrest nr. 2018/1698 van 13-6-2018 van Arbeidshof Brussel. Daarin oordeelde de arbeidsrechter op grond van een alternatieve interpretatie van artikel 1 van de wet van 19 juli 1991 dat ook onwettig verblijvende vreemdelingen beroep kunnen doen op een referentieadres bij een OCMW.