Nieuws

print
  • 10 mei 2022

    Ontdek het jaarverslag van het Agentschap Integratie en Inburgering, met dienst vreemdelingenrecht en internationaal familierecht

  • 6 mei 2022

    In het arrest Sabani t/België van 8-3-2022 oordeelt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat het binnendringen in een woning van een vreemdeling zonder wettig verblijf zonder huiszoekingsbevel of toestemming van de betrokkene, een schending uitmaakt van het recht op eerbiediging van de woning (artikel 8 EVRM) en op onschendbaarheid van de woning (artikel 15 Grondwet).

  • 26 januari 2022

    Fedasil past de criteria en de steunverlening bij vrijwillige terugkeer aan. De aanpassingen gelden voor alle terugkeerders met vertrekdatum vanaf 1 januari 2022. Het vrijwillige terugkeer-programma wordt enerzijds vereenvoudigd. Anderzijds is er sprake van een verhoging van het re-integratiebudget voor de terugkeerder en de service fee voor de lokale partner.

  • 19 juli 2021

    Het HvJ oordeelt in arrest nr. C-719/19 van 22-06-2021 dat een Unieburger ten aanzien van wie een uitwijzingsbevel is genomen, niet voldoet aan dit bevel door zijn enkele fysieke vertrek van het grondgebied van de gastlidstaat. Om na zijn vertrek opnieuw een verblijfsrecht te kunnen verkrijgen in diezelfde lidstaat op grond van de Burgerschapsrichtlijn, moet hij zijn verblijf op dat grondgebied vooreerst daadwerkelijk en effectief hebben beëindigd. Indien hij terugkeert naar de gastlidstaat, mag zijn verblijf namelijk geen voortzetting zijn van zijn eerdere verblijf op dat grondgebied. 

  • 19 juli 2021

    Het Hof van Beroep van Brussel schept in arrest nr. COR/798/2021 van 26-05-2021 duidelijkheid over het misdrijf mensensmokkel, omschreven in artikel 77bis Vw. Het Hof van Beroep oordeelt dat het verlenen van onderdak, het uitlenen van een gsm, of toegang geven tot een laptop aan een persoon zonder wettig verblijf of in een precaire verblijfssituatie niet betekent dat de betrokken persoon zich schuldig maakt aan mensensmokkel als dader of medeplichtige.

  • 23 februari 2021

    Hof van Justitie arrest JZ (nr. C-806/18) van 17-09-2020 stelt dat de omschrijving van het strafbaar gestelde gedrag voor een situatie waarin een derdelander in onwettig verblijf het grondgebied van de lidstaten ondanks een inreisverbod nooit heeft verlaten, niet zodanig kan worden verwoord dat een schending van het inreisverbod er een bestanddeel van uitmaakt. Verwijzend naar zijn arrest Ouhrami oordeelt het HvJ dat het onwettig verblijf van de betrokkene tot op het tijdstip van de vrijwillige of gedwongen uitvoering van de terugkeerverplichting, beheerst wordt door het terugkeerbesluit en niet door het inreisverbod. Een inreisverbod heeft immers pas rechtsgevolgen vanaf het tijdstip dat de betrokkene het grondgebied van de lidstaten daadwerkelijk verlaat.