Nieuws

print
  • 16 november 2022

    Op 1 november en 1 december 2022 waren er indexeringen van de leefloonbedragen ten gevolge van het wettelijk mechanisme voor de welvaartsaanpassing. Soms is het voor gezinshereniging een voorwaarde dat men ‘stabiele en toereikende bestaansmiddelen’ heeft. Een inkomen van 120% van het leefloon voor persoon met gezin ten laste volstaat hiervoor. Dat is vanaf 1 december 2022 1.920,03 euro.

  • 4 augustus 2022

    Consulteer dit bericht regelmatig. Laatste update: 01/12/2022.

  • 1 december 2022

    Vanaf 14-11-2022 tot 1-4-2023 kunnen asielzoekers die werken verplicht of vrijwillig een opheffing van hun toewijzing aan een opvangplaats (code 207) krijgen. Vanaf december 2022 wordt in het Rijksregister IT141 een nieuwe code (LOG) 7 gecreëerd voor deze asielzoekers maar ook voor sinds minder dan 6 maanden erkende vluchtelingen of subsidiair beschermden die bij familie of vrienden verblijven. Als de gemeente die code aanduidt, heeft dergelijke samenwoonst geen negatieve impact op belastingen en op eventuele steun of uitkering van alle betrokkenen. Deze tijdelijke maatregelen staan in een nieuwe instructie van Fedasil en worden nog verder toegelicht.

  • 23 november 2022

    Op 29 april 2022 kent de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de vluchtelingenstatus toe aan een Salvadoraanse vrouw die het slachtoffer is van huiselijk geweld. De RvV acht het namelijk niet redelijk om aan te nemen dat de Salvadoraanse autoriteiten haar konden beschermen. “Getrouwde vrouwen in El Salvador die niet in staat zijn om hun relatie te verlaten” zijn een herkenbare, specifieke sociale groep. Dit kan de basis kan zijn voor een nood aan internationale bescherming.

  • 23 november 2022

    Het Nederlandstalig Hof van Cassatie-arrest van 27-9-2022 verlaat de traditionele “zonder voorwerp”-rechtspraak bij beroepen tegen administratieve detentie als de vreemdeling intussen vrij is. Dan moet de rechter zich toch nog uitspreken over het beroep. Dat is in lijn met EHRM-arrest Saqawat van 30-6-2020. Opmerkelijk, het Franstalig Hof van Cassatie-arrest van 9-11-2022 blijkt toch nog terughoudend om de koerswijziging helemaal door te voeren in de eigen rechtspraak.

  • 23 november 2022

    Volgens een RvV-arrest van 31-5-2022 staat het beperkt omgangsrecht bij pleegzorg de vereiste gezinscel voor gezinshereniging tussen ouder en kind niet in de weg. DVZ schendt de materiële motiveringsplicht en artikel 8 EVRM wanneer hij met een bijlage 21 het verblijfsrecht op basis van gezinshereniging met een Belgisch minderjarig kind beëindigt zonder voldoende rekening te houden met het hoger belang van het kind.

  • 26 oktober 2022

    Raad van State arrest nr. 253.942 van 9-6-2022 oordeelt dat de DVZ een bevel om het grondgebied te verlaten (BGV) uitdrukkelijk moet motiveren. De formele motiveringsplicht van bestuurshandelingen vereist dat de DVZ de feitelijke en juridische gronden uiteenzet waarop deze is gebaseerd. Wanneer DVZ beveelt het grondgebied te verlaten, moet hij daarbij in het bijzonder rekening houden met de grondrechten van de vreemdeling en uitleggen hoe hij rekening heeft gehouden met de vereisten uit artikel 74/13 Vw nl. het hoger belang van het kind, het gezins- en familieleven en de gezondheidstoestand. De RvS oordeelde in arrest nr. 253.374 van 28-3-2022 in andere zin. De rechtspraak lijkt verdeeld op dit punt.

  • 21 oktober 2022

    Hof van Justitie arrest nr. C-673/20 van 9-6-2022 bevestigt dat Britten vanaf 1-2-2020 niet langer EU-burgers zijn. Zij genieten bijgevolg niet meer van de rechten die voortvloeien uit het Unieburgerschap die niet beschermd worden door het Terugtrekkingsakkoord, zoals het actief en passief gemeentekiesrecht in de lidstaat waar zij verblijven. Britten die in België verblijven moeten voortaan dus, net zoals andere derdelanders, vijf jaar onafgebroken hun hoofdverblijfplaats in België hebben gehad om zich te kunnen laten registreren voor het gemeentekiesrecht.

  • 21 oktober 2022

    In twee arresten van 6 juli 2022 concludeert de Nederlandse Raad van State dat er een evident en fundamenteel verschil is tussen het beschermingsbeleid van Nederland enerzijds en Denemarken en Zweden anderzijds. De RvS nam aan dat er een risico was op indirect refoulement bij overdracht aan Denemarken van een Syrische asielzoeker die alle Deense rechtsmiddelen had uitgeput. Een andere asielzoeker die eerder een verzoek om internationale bescherming (VIB) in Zweden had ingediend kon niet bewijzen dat alle Zweedse rechtsmiddelen waren uitgeput. De bevindingen van de Nederlandse Raad van State kunnen nuttig zijn voor de Belgische praktijk rond VIB van Syriërs die eerder een aanvraag hebben ingediend in Zweden of Denemarken.

  • 21 oktober 2022

    RvV arrest nr. 269.049 van 25-2-2022 kent de vluchtelingenstatus toe aan een verzoeker die voor de achtste keer om internationale bescherming vroeg. Hoewel de bekering van de verzoeker tot het christendom eerder als weinig oprecht en opportunistisch gezien werd, duiden zijn consistente verklaringen en neergelegde documenten op een volgehouden en werkelijk engagement als christen. Minstens leidt zijn betrokkenheid bij de christelijke gemeenschap ertoe dat hij in Irak als bekeerd kan worden gepercipieerd. De RvV kent hem de vluchtelingenstatus toe.

  • 21 oktober 2022

    RvV arrest nr. 264.018 van 22-11-2021 beoordeelt de geloofwaardigheid van een bekering tot het christendom van een Iraanse verzoekster om internationale bescherming aan de hand van de drie elementen van HvJ arrest Fathi van 4-10-2018: de motieven van het bekeringsproces, de kennis en de beleving van het nieuwe geloof. De RvV oordeelt dat de verzoekster geen oprechte bekering tot het christendom aannemelijk maakt en verwerpt het beroep.

  • 21 oktober 2022

    De mogelijkheid voor lidstaten om tijdelijk terug grenscontroles in te voeren is een uitzondering op het vrij verkeer in de Europese Unie. Volgens een Hof van Justitie arrest van 26 april 2022 is de termijn van 6 maanden uit artikel 25 Schengengrenscode een dwingende termijn die lidstaten alleen kunnen verlengen als er een nieuwe ernstige bedreiging is voor de openbare orde of binnenlandse veiligheid.

  • 21 oktober 2022

    Grondwettelijk Hof arrest nr. 75/2022 van 9-6-2022 vernietigt gedeeltelijk artikel 2.4.4.2 van het Belgisch Scheepvaartwetboek (BSW). Het ontschepingsverbod voor verstekelingen is op een aantal punten onevenredig, heeft onevenredige gevolgen of is onevenredig ten opzichte van het nagestreefde doel. Ook is het strijdig met artikel 12, eerste lid van de Grondwet en artikel 5 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

  • 21 oktober 2022

    RvV arrest nr. 270.601 van 29-3-2022 vernietigt de weigering van gezinshereniging van een Afghaanse moeder met haar minderjarig kind dat in België erkend vluchteling is en hier vergezeld is door zijn vader. Die weigering hield onvoldoende rekening met het hoger belang van haar bijzonder kwetsbare, minderjarige zoon met een beperking. Dit schendt de formele motiveringsplicht en artikel 12bis, §7 van de Verblijfswet.

  • 21 oktober 2022

    RvV arrest nr. 273.049 van 20-05-2022 oordeelt dat steun aan de Koerdische PKK geen uitsluiting rechtvaardigt van internationale bescherming (IB) op grond van artikel 1, F (c) van het Vluchtelingenverdrag. Een uitsluiting van IB kan wel gerechtvaardigd zijn op grond van artikel 1, F (a) Vluchtelingenverdrag wanneer de verzoeker individueel verantwoordelijk kan worden gesteld voor oorlogsmisdrijven.

  • 16 september 2022

    Hof van Justitie verplicht Polen in arrest nr. C-2/21 van 24 juni 2022 om een identiteitskaart of paspoort af te leveren aan een Pools kind geboren in Spanje uit twee moeders (een Ierse en een Poolse) zodat het kind haar rechten als Unieburger, onder andere het recht op vrij verkeer, kan uitoefenen. Dat moet op basis van de Spaanse geboorteakte, zelfs zonder inschrijving daarvan in de Poolse registers van burgerlijke stand. Dit HvJ-arrest bevestigt eerdere rechtspraak.

  • 14 september 2022

    De Brussel IIter Verordening is een herziening van de Brussel IIbis Verordening, de hoeksteen van de gerechtelijke samenwerking in familiezaken in de EU (behalve Denemarken). De Verordening stelt uniforme regels vast over de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen tot echtscheiding, scheiding van tafel en bed en nietigverklaring van het huwelijk, en over geschillen over ouderlijke verantwoordelijkheid in grensoverschrijdende situaties. Bij Wet van 20 juli 2022 werd ons nationale recht aangepast om uitvoering te geven aan deze Verordening.

  • 2 september 2022

    Raad van State arrest nr. 251.458 van 10-09-2021 en Raad voor Vreemdelingenbetwistingen arrest nr. 263.727 van 16-11-2021 passen het Hof van Justitie arrest G.M.A. van 17-12-2020 toe: een Unieburger die zich als werkzoekende in België wil inschrijven moet een redelijke termijn van minstens zes maanden vanaf de verblijfsaanvraag krijgen om kennis te nemen van de vacatures die bij zijn beroepskwalificaties passen en om het nodige te doen om te worden aangesteld. Pas na deze termijn moet hij kunnen bewijzen dat hij nog altijd werk zoekt, én dat hij een reële kans maakt om te worden aangesteld. Voor die termijn moet hij alleen aantonen dat hij werk zoekt. Bijgevolg mag Dienst Vreemdelingenzaken de aanvraag tot inschrijving van een werkzoekende Unieburger niet weigeren omdat hij zijn reële kans op tewerkstelling niet aantoont voor de termijn van zes maanden is verstreken.

  • 2 september 2022

    Volgens RvV-arrest nr. 261.727 van 6-10-2021 schendt DVZ het vertrouwensbeginsel niet wanneer hij eerst de verblijfskaart van de echtgenote van een derdelander verlengt, ondanks het overlijden van de referentiepersoon, en een jaar later het verblijf toch intrekt omdat er geen werkelijk gezinsleven meer is ten gevolge van dit overlijden. De chronologie en de feiten van de zaak roepen toch enkele vragen op.

  • 2 september 2022

    Volgens RvV-arrest nr. 261.780 van 7-10-2021 kan DVZ niet rechtsgeldig stellen dat een uitwijzingsbevel geen inmenging in het gezinsleven is omdat de ouder vanuit het buitenland via moderne communicatiemiddelen contact kan onderhouden met zijn minderjarige kinderen. Een beschermenswaardige gezinsband (artikel 8 EVRM) wordt vermoed bij ouders en hun minderjarige kinderen. Het wordt pas beschouwd als ‘verbroken’ in uitzonderlijke omstandigheden. Hoewel dit tussen partners tijdelijk wel kan worden aanvaard, is communicatie via moderne communicatiemiddelen met kleine kinderen onvoldoende om dit gezinsleven te onderhouden.

  • 1 september 2022

    Vonnis nr. 21/382/A van 1-04-2022 dwingt de Belgische staat om binnen een redelijke termijn te beslissen over een aanvraag voor een humanitair visum, op straffe van een dwangsom. De Verblijfswet bepaalt geen beslissingstermijn, maar dit algemeen rechtsbeginsel creëert ook subjectieve rechten. Het niet respecteren van dit beginsel is in deze zaak een fout in de zin van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek.

  • 1 september 2022

    Een instructie van Fedasil van 12-07-2022 laat bepaalde categorieën verzoekers om internationale bescherming toe om hun toewijzing aan een materiële opvangstructuur (code 207) op te heffen. In geval van behoeftigheid komen zij dan in aanmerking voor financiële OCMW-steun.

  • 3 augustus 2022

    We gaven onze eerdere nieuwspagina “Afghanistan: verblijfsaanvragen en bijstand sinds machtsovername Taliban” een update. We wijzigden ook de structuur. In dit huidige nieuwsbericht geven we een overzicht van de belangrijkste wijzigingen. We actualiseerden de volgende titels en informatie: 1.1.1. Praktisch verloop visumaanvraag - a) Afghaanse documenten verkrijgen, c) Indiening verbljifsaanvraag: Plaats en wijze van indiening, Verloop indiening, f) Afleveren visum; 1.1.2. Visum gezinshereniging - a) Flexibiliteit vereiste documenten?; 1.2.1. Behandeling van dossiers internationale bescherming; 2.5. Standpunt Centrale Autoriteit Burgerlijke Stand FOD Justitie Afghaanse documenten

  • 2 augustus 2022

    Een voormalig Unieburger-werknemer heeft voor de sociale bijstand soms recht op een behandeling gelijk aan die van de onderdanen van het gastland waarin hij eerder werknemer was. Dat is zo wanneer hij een autonoom verblijfsrecht op basis van Verordering 492/2011 behoudt omwille van zijn kinderen die in dat gastland naar school gaan en waarvoor hij daadwerkelijk zorgt. Deze ouder en de schoolgaande kinderen hebben een verblijfsrecht in het gastland tot aan het einde van de opleiding. DVZ kan het verblijfrecht van de kinderen, dat van de voormalig Unieburger-werknemer of dat van de ouder die daadwerkelijk voor hen zorgt, niet beëindigen omdat de Unieburger werkloos wordt of omdat zij een belasting voor de sociale bijstand vormen. Zij hebben recht op sociale bijstand. De toekenning van sociale bijstand vormt geen risico voor het behoud van dit verblijfsrecht. Zo oordeelde het Hof van Justitie in arrest nr. C181/19 van 6 oktober 2020.

  • 27 juli 2022

    In arrest 267.725 vernietigt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) op 3 februari 2022 het bevel tot terugbrenging (bijlage 38) dat betekend werd aan de voogd van een niet-begeleid minderjarige vreemdeling (nbmv). De Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) oordeelde dat het hoger belang van de minderjarige om een hereniging met de ouders vroeg. De RvV vernietigde deze beslissing die onvoldoende rekening hield met de informatie over de seksuele geaardheid van de nbmv in combinatie met diens kwetsbaar profiel.

Pagina's