Nieuws

print
  • 23 februari 2021

    Hof van Justitie arrest JZ (nr. C-806/18) van 17-09-2020 stelt dat de omschrijving van het strafbaar gestelde gedrag voor een situatie waarin een derdelander in onwettig verblijf het grondgebied van de lidstaten ondanks een inreisverbod nooit heeft verlaten, niet zodanig kan worden verwoord dat een schending van het inreisverbod er een bestanddeel van uitmaakt. Verwijzend naar zijn arrest Ouhrami oordeelt het HvJ dat het onwettig verblijf van de betrokkene tot op het tijdstip van de vrijwillige of gedwongen uitvoering van de terugkeerverplichting, beheerst wordt door het terugkeerbesluit en niet door het inreisverbod. Een inreisverbod heeft immers pas rechtsgevolgen vanaf het tijdstip dat de betrokkene het grondgebied van de lidstaten daadwerkelijk verlaat.

  • 19 februari 2021

    EHRM arrest M.A. t. België van 27-10-2020 stelt schendingen van artikel 3 en 13 EVRM vast bij de gedwongen terugkeer van een Soedanees ondanks een rechterlijk tijdelijk repatrieerverbod, na samenwerking met een Soedanese identificatiemissie, zonder voorafgaand onderzoek van de risico's op foltering, en zonder reële kans voor betrokkene om zijn vrees en risico's toe te lichten.

  • 1 juni 2017

    Het gaat o.a. over controle van de hoofdverblijfplaats, afvoering uit de registers, tijdelijke afwezigheid, referentieadres, ...

  • 16 maart 2017

    Na veroordeling paste DVZ zijn praktijk tot maart 2017 aan. Nu moeten onterechte boetes niet meer betaald worden, en kunnen onterechte betalingen teruggevorderd worden van DVZ.