Nieuws

print
  • 1 maart 2022

    Consulteer dit bericht regelmatig. Laatste update: 18/05/2022.

  • 10 mei 2022

    Ontdek het jaarverslag van het Agentschap Integratie en Inburgering, met dienst vreemdelingenrecht en internationaal familierecht

  • 6 mei 2022

    In het arrest Sabani t/België van 8-3-2022 oordeelt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat het binnendringen in een woning van een vreemdeling zonder wettig verblijf zonder huiszoekingsbevel of toestemming van de betrokkene, een schending uitmaakt van het recht op eerbiediging van de woning (artikel 8 EVRM) en op onschendbaarheid van de woning (artikel 15 Grondwet).

  • 31 maart 2022

    Raad van State arrest nr. 252.042 van 4-11-2021 oordeelt dat de 10 dagen beroepstermijn tegen een CGVS-weigering van een volgend verzoek strijdig is met het recht op een effectief rechtsmiddel in het geval dat de verzoeker 3 dagen voor het einde van de termijn een nieuwe raadsman moet raadplegen.

  • 28 januari 2022

    GwH arrest 187/2021 van 23-12-2021 brengt de maximumtermijn voor administratieve detentie voor repatriëring van Unieburgers of hun familieleden omwille van openbare orde of nationale veiligheid, terug tot 5 maanden. Voor preventieve maatregelen tegen het risico op onderduiken tijdens de uitvoering van het terugkeerbesluit legt het GwH enkele voorwaarden op.

  • 27 januari 2022

    Op 3-1-2022 trad het KB van 30-11-2021 in werking. Dit wijzigingsbesluit verduidelijkt de bevoegdheden van de veiligheidsmedewerkers-chauffeurs van de Dienst Vreemdelingenzaken.

  • 19 juli 2021

    In antwoord op een prejudiciële vraag van het GwH oordeelt het HvJ in arrest nr. C-718/19 van 22-06-2021 dat: de maximale duur van vasthouding van acht maanden met het oog op verwijdering van Unieburgers en hun familieleden, die identiek is aan de maximale detentietermijn voor derdelanders, strijdig is met het Unierecht; preventieve maatregelen die aan Unieburgers en hun familieleden opgelegd kunnen worden om een risico op onderduiken te vermijden tijdens de duur van het bevel om het grondgebied te verlaten toegelaten zijn, voor zover ze niet ongunstiger zijn dan de preventieve maatregelen die opgelegd kunnen worden aan derdelanders; DVZ de voorkeur moet geven aan de minst beperkende preventieve maatregel.

  • 19 mei 2021

    RvV arrest nr. 250.009 van 25-02-2021 oordeelt dat een beroep tegen een vrijheidsbeperkende maatregel onder zijn rechtsmacht valt, in tegenstelling tot een beroep tegen een vrijheidsberovende maatregel. De mogelijkheid waarover een vreemdeling beschikt om de opheffing van een vrijheidsbeperkende maatregel aan de bevoegde minister te vragen, sluit niet uit dat de RvV alsnog de wettigheid van zo'n maatregel onderzoekt. Verder oordeelt de RvV dat een maatregel tot aanwijzing van een verplichte verblijfplaats niet gehandhaafd kan worden zonder perspectief op een daadwerkelijke repatriëring naar het herkomstland binnen een redelijke termijn.

  • 9 april 2021

    GwH arrest nr. 23/2021 van 25-02-2021 verduidelijkt en vernietigt een aantal bepalingen van de wet van 21-11-2017 tot wijziging van de Verblijfswet en van de Opvangwet (in werking sinds 22-03-2018) over: de strafrechtelijke vervolging tegen vluchtelingen wegens onregelmatige binnenkomst of onregelmatig verblijf; de neerlegging, bewaring en teruggave van de identiteitsdocumenten; de overlegging van elementen die essentieel zijn voor de beoordeling van het verzoek zoals elektronische informatiedrager; het vasthouden van de verzoeker om internationale bescherming; de organisatie van een medisch onderzoek, de mededeling van de opmerkingen over de notities van het persoonlijk onderhoud; de vertrouwelijkheid van de bronnen gebruikt door het CGVS; de beoordeling van het risico op onderduiken van de vreemdeling; de inkorting van de beroepstermijnen; het al dan niet opschortend karakter van het beroep; de toepassing van het begrip ‘veilig derde land’ zonder terugnameakkoord; de toepassing van de versnelde procedure; elementen die in het kader van een volgend verzoek te laat zijn voorgelegd.

  • 23 februari 2021

    Hof van Justitie arrest JZ (nr. C-806/18) van 17-09-2020 stelt dat de omschrijving van het strafbaar gestelde gedrag voor een situatie waarin een derdelander in onwettig verblijf het grondgebied van de lidstaten ondanks een inreisverbod nooit heeft verlaten, niet zodanig kan worden verwoord dat een schending van het inreisverbod er een bestanddeel van uitmaakt. Verwijzend naar zijn arrest Ouhrami oordeelt het HvJ dat het onwettig verblijf van de betrokkene tot op het tijdstip van de vrijwillige of gedwongen uitvoering van de terugkeerverplichting, beheerst wordt door het terugkeerbesluit en niet door het inreisverbod. Een inreisverbod heeft immers pas rechtsgevolgen vanaf het tijdstip dat de betrokkene het grondgebied van de lidstaten daadwerkelijk verlaat.

  • 19 februari 2021

    EHRM arrest M.A. t. België van 27-10-2020 stelt schendingen van artikel 3 en 13 EVRM vast bij de gedwongen terugkeer van een Soedanees ondanks een rechterlijk tijdelijk repatrieerverbod, na samenwerking met een Soedanese identificatiemissie, zonder voorafgaand onderzoek van de risico's op foltering, en zonder reële kans voor betrokkene om zijn vrees en risico's toe te lichten.

  • 22 januari 2021

    Hof van Cassatie arrest nr. P.19.0428.N van 21 mei 2019 stelt dat het verblijfsrecht van een vreemdeling die Belg wordt vervalt, ook al koppelt de Verblijfswet zelf geen gevolgen aan het verwerven van de Belgische nationaliteit.

  • 13 oktober 2020

    Hof van Cassatie arrest nr. P.20.0499.F van 3 juni 2020 vernietigt een beschikking van de KI van Luik wegens schending van het hoorrecht. De KI had de betrokken vreemdeling bij zijn beroep tegen administratieve vasthouding niet de mogelijkheid gegeven persoonlijk ter zitting te verschijnen om zich te verdedigen. Dit op grond van COVID-19 instructies van de eerste voorzitter van het hof van beroep van Luik. 

  • 12 oktober 2020

    RvS arrest nr. 248.424 van 1-10-2020 verklaart artikel 13 van het KB van 22-07-2018 houdende het regime en de werkingsmaatregelen van de gesloten gezinswoningen gedeeltelijk onwettig. In zijn arrest nr. 251.051 van 24-06-2021 spreekt de RvS zich verder uit over deze zaak. De RvS vernietigt de voornoemde reeds onwettig bevonden bepalingen: artikel 13 KB van 22-07-2018 voor zover het artikels 83/8, alinea 2; 83/9 en 83/10 invoegt in het KB van 2-08-2002. Verder verklaart de RvS het derde en vierde middel waarover het in zijn arrest nr. 248.424 van 1-10-2020 nog geen uitspraak deed, onontvankelijk. Dit maakt de detentie van onwettig verblijvende gezinnen met minderjarige kinderen in principe weer mogelijk, indien de vernietigde bepalingen gerespecteerd worden. 

  • 6 oktober 2020

    RvV arrest nr. 229.068 van 20-11-2019 schorst een bijlage 13septies bij UDN omdat DVZ onvoldoende rekening hield met het privé- en gezinsleven en niet concreet gemotiveerd had waarom en in welke mate er een gevaar voor de openbare orde en nationale veiligheid zou zijn. Artikel 8 EVRM vereist een billijke belangenafweging.

  • 10 augustus 2020

    EHRM arrest nr. 54962/18 van 30 juni 2020 oordeelt dat de vasthouding aan de grens van een man uit Bangladesh tijdens de asielprocedure gedurende bepaalde periodes onwettig was, en dat betrokkene die onwettigheid niet met een effectief rechtsmiddel kon laten vaststellen.

  • 6 juli 2020

    De Kamer van Inbeschuldigingstelling (KI) van het Hof van Beroep van Brussel beveelt de vrijlating van een Marokkaanse onderdaan gezien er geen garantie is op repatriëring ‘binnen een redelijke termijn' zolang niet voorzien kan worden wanneer de Marokkaanse grenzen opnieuw zullen opengaan.

    Het Hof van Cassatie besliste anderzijds al meermaals dat de tijdelijke sluiting van de grenzen op zich de uitvoering van een terugkeerbeslissing binnen een redelijke termijn niet uitsluit.

  • 29 juni 2020

    Vanaf 1 juli 2020 gelden in de EU soepelere voorwaarden voor de afgifte van visa aan onderdanen van Belarus, en vice versa.

  • 8 mei 2020

    Het bijzondere machtenbesluit nr. 19 van 5 mei 2020 (BS 6 mei 2020) voorziet in een tijdelijke verlenging van termijnen van rechtspleging en schriftelijke behandeling van beroepen bij de RvV. Er geldt een verschillende regeling voor gewone procedures en voor dringende zaken.

     

  • 31 maart 2020

    23/5/2022: de concrete gevolgen op verblijfsaanvragen, -procedures, -documenten en rechten van vreemdelingen

  • 27 januari 2020

    GwH arresten nr. 186/2019 en nr. 206/2019 stellen dat het annulatieberoep tegen 9ter-weigering (zonder ex nunc beoordeling) niet moet vergeleken worden met het beroep in volle rechtsmacht tegen een weigering van internationale bescherming (met ex nunc beoordeling). Bij wijziging van de medische situatie na 9ter-weigering is het annulatieberoep geen daadwerkelijk beroep, maar er zijn nog andere, daadwerkelijke beroepen mogelijk.

  • 5 november 2019

    De Franse Cour Nationale du Droit d’Asile (CNDA) erkende op 26-07-2019 een Soedanese vluchteling omdat tijdens een identificatiemissie georganiseerd door de Belgische autoriteiten in najaar 2017 gegevens over hem bekend waren geraakt bij de Soedanese autoriteiten.

  • 23 april 2019

    RvS arrest nr. 244.190 van 4-04-2019 schorst gedeeltelijk de uitvoering van het KB van 22 juli 2018 dat het regime en de werkingsmaatregelen van de gesloten gezinswoningen bepaalt.

  • 10 oktober 2018

    De Raadkamer van Gent stelde dat vast in een beschikking van 3 januari 2018. Intussen is er nieuwe wetgeving maar die roept nog vragen op.

  • 4 september 2018

    Sinds 11 augustus 2018 kunnen gezinnen met minderjarige kinderen in afwachting van hun repatriëring worden vastgehouden in gesloten gezinswoningen op het terrein van gesloten centrum 127bis.

Pagina's