Nieuws

print
  • 31 maart 2020

    13/10/'21: de concrete gevolgen op verblijfsaanvragen, -procedures, -documenten en rechten van vreemdelingen

  • 19 juli 2021

    In antwoord op een prejudiciële vraag van het GwH oordeelt het HvJ in arrest nr. C-718/19 van 22-06-2021 dat: de maximale duur van vasthouding van acht maanden met het oog op verwijdering van Unieburgers en hun familieleden, die identiek is aan de maximale detentietermijn voor derdelanders, strijdig is met het Unierecht; preventieve maatregelen die aan Unieburgers en hun familieleden opgelegd kunnen worden om een risico op onderduiken te vermijden tijdens de duur van het bevel om het grondgebied te verlaten toegelaten zijn, voor zover ze niet ongunstiger zijn dan de preventieve maatregelen die opgelegd kunnen worden aan derdelanders; DVZ de voorkeur moet geven aan de minst beperkende preventieve maatregel.

  • 19 mei 2021

    RvV arrest nr. 250.009 van 25-02-2021 oordeelt dat een beroep tegen een vrijheidsbeperkende maatregel onder zijn rechtsmacht valt, in tegenstelling tot een beroep tegen een vrijheidsberovende maatregel. De mogelijkheid waarover een vreemdeling beschikt om de opheffing van een vrijheidsbeperkende maatregel aan de bevoegde minister te vragen, sluit niet uit dat de RvV alsnog de wettigheid van zo'n maatregel onderzoekt. Verder oordeelt de RvV dat een maatregel tot aanwijzing van een verplichte verblijfplaats niet gehandhaafd kan worden zonder perspectief op een daadwerkelijke repatriëring naar het herkomstland binnen een redelijke termijn.

  • 9 april 2021

    GwH arrest nr. 23/2021 van 25-02-2021 verduidelijkt en vernietigt een aantal bepalingen van de wet van 21-11-2017 tot wijziging van de Verblijfswet en van de Opvangwet (in werking sinds 22-03-2018) over: de strafrechtelijke vervolging tegen vluchtelingen wegens onregelmatige binnenkomst of onregelmatig verblijf; de neerlegging, bewaring en teruggave van de identiteitsdocumenten; de overlegging van elementen die essentieel zijn voor de beoordeling van het verzoek zoals elektronische informatiedrager; het vasthouden van de verzoeker om internationale bescherming; de organisatie van een medisch onderzoek, de mededeling van de opmerkingen over de notities van het persoonlijk onderhoud; de vertrouwelijkheid van de bronnen gebruikt door het CGVS; de beoordeling van het risico op onderduiken van de vreemdeling; de inkorting van de beroepstermijnen; het al dan niet opschortend karakter van het beroep; de toepassing van het begrip ‘veilig derde land’ zonder terugnameakkoord; de toepassing van de versnelde procedure; elementen die in het kader van een volgend verzoek te laat zijn voorgelegd.

  • 23 februari 2021

    Hof van Justitie arrest JZ (nr. C-806/18) van 17-09-2020 stelt dat de omschrijving van het strafbaar gestelde gedrag voor een situatie waarin een derdelander in onwettig verblijf het grondgebied van de lidstaten ondanks een inreisverbod nooit heeft verlaten, niet zodanig kan worden verwoord dat een schending van het inreisverbod er een bestanddeel van uitmaakt. Verwijzend naar zijn arrest Ouhrami oordeelt het HvJ dat het onwettig verblijf van de betrokkene tot op het tijdstip van de vrijwillige of gedwongen uitvoering van de terugkeerverplichting, beheerst wordt door het terugkeerbesluit en niet door het inreisverbod. Een inreisverbod heeft immers pas rechtsgevolgen vanaf het tijdstip dat de betrokkene het grondgebied van de lidstaten daadwerkelijk verlaat.

  • 19 februari 2021

    EHRM arrest M.A. t. België van 27-10-2020 stelt schendingen van artikel 3 en 13 EVRM vast bij de gedwongen terugkeer van een Soedanees ondanks een rechterlijk tijdelijk repatrieerverbod, na samenwerking met een Soedanese identificatiemissie, zonder voorafgaand onderzoek van de risico's op foltering, en zonder reële kans voor betrokkene om zijn vrees en risico's toe te lichten.

  • 22 januari 2021

    Hof van Cassatie arrest nr. P.19.0428.N van 21 mei 2019 stelt dat het verblijfsrecht van een vreemdeling die Belg wordt vervalt, ook al koppelt de Verblijfswet zelf geen gevolgen aan het verwerven van de Belgische nationaliteit.

  • 13 oktober 2020

    Hof van Cassatie arrest nr. P.20.0499.F van 3 juni 2020 vernietigt een beschikking van de KI van Luik wegens schending van het hoorrecht. De KI had de betrokken vreemdeling bij zijn beroep tegen administratieve vasthouding niet de mogelijkheid gegeven persoonlijk ter zitting te verschijnen om zich te verdedigen. Dit op grond van COVID-19 instructies van de eerste voorzitter van het hof van beroep van Luik. 

  • 12 oktober 2020

    Raad van State arrest nr. 248.424 van 1-10-2020 verklaart artikel 13 van het KB van 22 juli 2018 houdende het regime en de werkingsmaatregelen van de gesloten gezinswoningen gedeeltelijk onwettig. Dit KB was al gedeeltelijk geschorst door RvS arrest nr. 244.190 van 4-04-2019, zodat onwettig verblijvende gezinnen met minderjarige kinderen in principe niet meer worden vastgehouden in de gesloten gezinswoningen op het terrein van het gesloten repatriëringscentrum 127bis.

  • 6 oktober 2020

    RvV arrest nr. 229.068 van 20-11-2019 schorst een bijlage 13septies bij UDN omdat DVZ onvoldoende rekening hield met het privé- en gezinsleven en niet concreet gemotiveerd had waarom en in welke mate er een gevaar voor de openbare orde en nationale veiligheid zou zijn. Artikel 8 EVRM vereist een billijke belangenafweging.

  • 10 augustus 2020

    EHRM arrest nr. 54962/18 van 30 juni 2020 oordeelt dat de vasthouding aan de grens van een man uit Bangladesh tijdens de asielprocedure gedurende bepaalde periodes onwettig was, en dat betrokkene die onwettigheid niet met een effectief rechtsmiddel kon laten vaststellen.

  • 6 juli 2020

    De Kamer van Inbeschuldigingstelling (KI) van het Hof van Beroep van Brussel beveelt de vrijlating van een Marokkaanse onderdaan gezien er geen garantie is op repatriëring ‘binnen een redelijke termijn' zolang niet voorzien kan worden wanneer de Marokkaanse grenzen opnieuw zullen opengaan.

    Het Hof van Cassatie besliste anderzijds al meermaals dat de tijdelijke sluiting van de grenzen op zich de uitvoering van een terugkeerbeslissing binnen een redelijke termijn niet uitsluit.

  • 29 juni 2020

    Vanaf 1 juli 2020 gelden in de EU soepelere voorwaarden voor de afgifte van visa aan onderdanen van Belarus, en vice versa.

  • 8 mei 2020

    Het bijzondere machtenbesluit nr. 19 van 5 mei 2020 (BS 6 mei 2020) voorziet in een tijdelijke verlenging van termijnen van rechtspleging en schriftelijke behandeling van beroepen bij de RvV. Er geldt een verschillende regeling voor gewone procedures en voor dringende zaken.

     

  • 5 november 2019

    De Franse Cour Nationale du Droit d’Asile (CNDA) erkende op 26-07-2019 een Soedanese vluchteling omdat tijdens een identificatiemissie georganiseerd door de Belgische autoriteiten in najaar 2017 gegevens over hem bekend waren geraakt bij de Soedanese autoriteiten.

  • 23 april 2019

    RvS arrest nr. 244.190 van 4-04-2019 schorst gedeeltelijk de uitvoering van het KB van 22 juli 2018 dat het regime en de werkingsmaatregelen van de gesloten gezinswoningen bepaalt.

  • 10 oktober 2018

    De Raadkamer van Gent stelde dat vast in een beschikking van 3 januari 2018. Intussen is er nieuwe wetgeving maar die roept nog vragen op.

  • 4 september 2018

    Sinds 11 augustus 2018 kunnen gezinnen met minderjarige kinderen in afwachting van hun repatriëring worden vastgehouden in gesloten gezinswoningen op het terrein van gesloten centrum 127bis.

  • 7 juni 2018

    De RvV besluit in een arrest van 28-03-2018 dat er geen uiterst dringende noodzakelijkheid is wanneer een tweede verzoek om internationale bescherming wordt gedaan vlak voor een geplande repatriëring. Dit omdat volgens de gewijzigde Verblijfswet het BGV dan automatisch opgeschort wordt.

  • 5 juni 2018

    EHRM arrest Bistieva tegen Polen van 10 april 2018 veroordeelt de opsluiting van een moeder met 3 kinderen in een gesloten centrum aangepast voor gezinnen met kinderen. De detentie duurde 5 maanden en 20 dagen en in de loop daarvan vervoegde de vader hen. Het risico op onderduiken werd niet opnieuw onderzocht, en alternatieven voor detentie werden niet overwogen.

  • 5 juni 2018

    De RvV schorste op 29-03-2018 een BGV met vasthouding met het oog op repatriëring (bijlage 13septies) bij uiterst dringende noodzakelijkheid. DVZ had nagelaten een individueel onderzoek naar het privé- en gezinsleven te voeren toen hij geen termijn voor vrijwillig vertrek toekende wegens "risico op onderduiken".

  • 6 april 2018

    Op 22 maart 2018 trad een groot aantal wetswijzigingen van de Verblijfswet in werking. Deze wetswijzigingen beogen een omzetting van de  Procedurerichtlijn en de Opvangrichtlijn. Ook een aantal bepalingen uit de Terugkeerrichtlijn en de Kwalificatierichtlijn zijn omgezet.

    GwH arrest nr. 23/2021 verduidelijkt en vernietigt enkele bepalingen. Deze wijzigingen zullen de komende weken verwerkt worden op de betrokken thematische webpagina's van onze website vreemdelingenrecht.be. 

  • 28 maart 2018

    In arrest P.18.0002.N van 16-01-2018 oordeelt het HvC dat er geen sprake kan zijn van fraude of oneigenlijk gebruik van de asielprocedure op grond van artikel 74/6, §1bis, 9° en 12° Vw na inoverwegingname van een meervoudige asielaanvraag. Bijgevolg oordeelde het HvC dat ook de beslissing tot vasthouding op basis van dit wetsartikel ongegrond is.

  • 26 maart 2018

    De RvV in verenigde kamers oordeelt in arrest nr. 199.329 van 8 februari 2018 dat een beslissing tot terugleiding naar de grens een individuele beslissing is waartegen een annulatie- en/of schorsingsberoep kan worden ingesteld. Hierdoor komt een einde aan de rechtsonzekerheid over dit thema. 

  • 2 februari 2018

    Op 20-12-2017 beslist het HvC dat de Dublin III-verordening van toepassing is op de detentie van een asielzoeker wanneer deze het voorwerp uitmaakt van een terugnameverzoek, ook al heeft die persoon geen asiel aangevraagd in België.

Pagina's