20 december 2023

Volgens de Huiszoekingswet moet er zowel een voorafgaandelijke als een schriftelijke toestemming zijn vooraleer de politie kan overgaan tot een huiszoeking. Een huiszoeking bij een persoon zonder wettig verblijf die zonder schriftelijke toestemming gebeurde, is onwettig. Die onwettigheid tast ook de daarop volgende beslissingen tot vrijheidsberoving aan. Het Hof van Cassatie verwerpt in een arrest van 10 oktober 2023 het beroep tegen een invrijheidsstellingsbeslissing door de Kamer van inbeschuldigingstelling (KI) die op de bovenstaande manier onderbouwd is.

Onschendbaarheid van woning  

Een mevrouw stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de raadkamer. De raadkamer verklaarde het verzoek tot invrijheidsstelling van mevrouw ongegrond. De KI oordeelde hier in beroep anders over. De KI stelt dat de initiële vrijheidsberoving maar ook alle daaropvolgende beslissingen aangetast zijn door een onwettigheid. Mevrouw gaf namelijk nooit voorafgaand, schriftelijk toestemming aan de politie om haar woning te betreden. Haar grondrecht op onschendbaarheid van de woning uit artikel 15 Grondwet (Gw) en artikel 8 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) werd hierdoor geschonden. De KI beslist tot onmiddellijke invrijheidsstelling van betrokkene.

Huiszoekingswet: schriftelijke en voorafgaande toestemming nodig

Volgens het politieverslag is er wel degelijk een mondelinge toestemming van mevrouw geweest vóór de huiszoeking. Volgens eiser in cassatie wist mevrouw ook wat die toestemming inhield. Er werd haar immers al tweemaal een bevel om het grondgebied te verlaten betekend waarin telkens duidelijk in beschreven stond dat de politie zich naar haar adres zou begeven voor overbrenging naar het politiecommissariaat en vasthouding met het oog op verwijdering.

Betrokkene heeft volgens de eiser dus uitdrukkelijk en ondubbelzinnig haar geïnformeerde toestemming gegeven aan de politiediensten om haar woonst te betreden. Een schriftelijke toestemming is volgens de eiser niet vereist. Eiser betoogt dat artikel 8 EVRM en artikelen 15 en 22 Gw werden geschonden door de KI doordat het oordeelde dat de gegeven toestemming onvoldoende was voor een rechtmatige betreding van de woonst en latere aanhouding.

Bovendien werd er volgens eiser door de appelrechters geen rekening gehouden met het administratief verslag dat deel uitmaakt van het administratief dossier waarin onder meer ook de getuigenissen van de politiediensten voorkomen. Het onderzoek werd dus niet nauwkeurig gevoerd.

Afstand grondrecht: ondubbelzinnig, geïnformeerde toestemming, zonder dwang

Het Hof van Cassatie stelt vast dat betrokkene het recht van onschendbaarheid van haar woning geniet. Ze kan hier afstand van doen. De afstand is maar geldig als:

  • ze ondubbelzinnig is: ze moet met kennis van zaken gebeuren;
  • ze met een geïnformeerde toestemming gebeurt;
  • ze zonder dwang gebeurt.

Artikel 3 van de Huiszoekingswet bepaalt dat de toestemming voorafgaandelijk én schriftelijk aan de huiszoeking moet worden gegeven. Een mondelinge toestemming volstaat niet. Die regel geldt zowel voor huiszoekingen 's nachts als overdag. Omdat verweerster slechts een mondelinge toestemming heeft gegeven voor de woonstbetreding, is er dus geen sprake van een geïnformeerde toestemming. Het Hof van Cassatie aanvaardt het argument niet dat uit het administratief dossier, het administratief rapport en het proces-verbaal de mondelinge toestemming met kennis van zaken en zonder dwang blijkt en dit zou moeten volstaan. De KI oordeelde correct dat een schriftelijke en voorafgaande toestemming ontbrak.